Inhoudelijke regels lucht asfaltcentrale (paragraaf 4.7 Bal)
Voor een asfaltcentrale gelden regels over lucht uit paragraaf 4.7 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup). Het gaat om de emissie van polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK), stof, stikstofoxiden, zwaveloxiden en vluchtige organische stoffen (VOS) tijdens het maken van asfalt of asfaltproducten.
Wanneer de regels gelden
In de hoofdstukken 3 en 4 van het Bal staat of de regels van toepassing zijn. De regels gelden als:
- de activiteit onder het toepassingsbereik van paragraaf 4.7 valt en
- de activiteit ook valt onder paragraaf 3.4.5 Minerale producten industrie
Maatregelen totaal stof bij het maken van asfalt of asfaltproducten
Een maatregel voor het reduceren van totaal stof emissies naar lucht uit de droogtrommel en de installatie voor de productie van asfalt is afzuiging en de lucht afvoeren door een geschikte filtrerende afscheider. Met deze maatregel voldoet het bedrijf aan de emissiegrenswaarde voor totaal stof.
Keuring asfaltmenginstallatie
Om de emissies naar de lucht te beperken, moet een asfaltmenginstallatie minstens iedere 4 jaar worden gekeurd op optimale verbranding. De keuring omvat de afstelling voor de verbranding, het systeem voor de toevoer van brandstof en verbrandingslucht en de afvoer van verbrandingsgassen. Keuring moet plaatsvinden door een gecertificeerde onderneming.
Emissiegrenswaarden
Bij het maken van asfalt of asfaltproducten wordt aan de emissiegrenswaarden uit tabel 4.127 van het Bal voldaan.
| Stof | Emissiegrenswaarde in mg/Nm3 | Ondergrens in kg/jaar |
|---|---|---|
| Polycyclische aromatische koolwaterstoffen | 0,05 | 0,075 |
| Totaal stof | 5 | 100 |
| Stikstofoxiden, berekend als stikstofdioxiden | 50 | 1.000 |
| Zwaveloxiden, berekend als zwaveldioxiden | 50 | 1.000 |
| Vluchtige organische stoffen | 200 | 250 |
| Benzeen | 1 | 1,25 |
Deze emissiegrenswaarden gelden niet als de emissie de ondergrens niet overschrijdt (artikel 4.127 lid 2 Bal).
Toezicht: maatregelen of meetplicht
Totaal stof
Voor de emissie van totaal stof controleert de toezichthouder of de lucht uit de droogtrommel en de installatie voor de productie van asfalt wordt afgezogen en door een geschikte filtrerende afscheider wordt gevoerd. Is dit niet het geval, dan toont het bedrijf met een eenmalige meting aan dat ze voldoen aan de emissiegrenswaarden.
Stikstofoxiden, zwaveloxiden en VOS
Voor stikstofoxiden, zwaveloxiden en VOS toont het bedrijf met een eenmalige meting aan dat het voldoet aan de emissiegrenswaarden. De meting moet voldoen aan de eisen uit artikel 4.131 van het Bal. Dit zijn vergelijkbare eisen als gelden voor een meting van luchtemissies die staan in hoofdstuk 5 van het Bal.
PAK en benzeen
Voor PAK en benzeen toont het bedrijf 1 keer per jaar aan dat het voldoet aan de emissiegrenswaarden. De meting moet voldoen aan de eisen uit artikel 4.131 van het Bal. Dit zijn vergelijkbare eisen als gelden voor een meting van luchtemissies die staan in hoofdstuk 5 van het Bal.
Een meting bestaat uit drie deelmetingen van 15 tot 30 minuten. Ook is er een mogelijkheid opgenomen om een enkelvoudige meting van twee uur uit te voeren. De mogelijkheid voor een langere meetduur kan nodig zijn vanwege lage emissies in relatie tot de detectiegrens.
PAK bestaat uit honderden individuele PAK. Daarom regelt artikel 4.129 lid 3 van het Bal welke PAK het bedrijf in ieder geval moet meten voor toetsing aan de emissiegrenswaarde van PAK. Dit zijn de PAK EPA 16.
Emissierelevante parameter
Bij een emissiereducerende techniek is monitoring door middel van een emissierelevante parameter (ERP) verplicht (artikel 4.131 lid 4 Bal). Met een ERP kan een toezichthouder de goede werking van de techniek controleren. Het is van belang om vooraf te bepalen:
- welke grenswaarde de ERP niet mag over- of onderschrijden, of
- binnen welke bandbreedte de ERP zich mag begeven
De resultaten van de controle door een ERP moet staan in een rapport (artikel 4.132a Bal).
Maatwerk geur
Bij het maken van asfalt of asfaltproducten is mogelijk sprake van geurhinder. Het Bal stelt hier geen eisen aan. Het bevoegd gezag kan wel aanvullend eisen stellen om de emissie van geur te beperken. Dit kan door voorschriften op te nemen in de vergunning. Dit volgt uit 2.13 lid 4 van het Bal.
Andere inhoudelijke regels
Naast regels over lucht gelden ook andere regels. Deze vindt u op de pagina Inhoudelijke regels asfaltcentrale.
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is één van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet. Het Bal bevat regels van het Rijk over activiteiten in de fysieke leefomgeving.