Gezamenlijk geluid
Het gezamenlijk geluid is nodig om de benodigde geluidwering van een geluidgevoelig gebouw te bepalen. Dat gebeurt om de binnenwaarde van het geluidgevoelig gebouw te borgen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup) bevat instructieregels wanneer het gezamenlijk geluid wordt bepaald.
Uitleg gezamenlijk geluid
Het gezamenlijk geluid is het geluid door geluidbronsoorten en andere activiteiten tegelijk, energetisch opgeteld zonder correctie voor de verschillen in hinderlijkheid.
Het gezamenlijk geluid geeft geen inzicht in de geluidkwaliteit van het geluidgevoelig gebouw. Het houdt immers geen rekening met de verschillen in hinderlijkheid van het geluid van de verschillende geluidbronnen. Het inzicht in geluidkwaliteit ontstaat door het bepalen van het gecumuleerde geluid Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup).
Toepassing gezamenlijk geluid
De bepaling van het gezamenlijk geluid is een onderdeel van de instructieregels die horen bij de geluidbronsoorten industrieterreinen met een geluidproductieplafond, wegen en spoorwegen. Het bevoegd gezag bepaalt het gezamenlijk geluid in de volgende situaties:
- Het (wijzigen van het) toelaten van een weg, spoorweg of industrieterrein met een geluidproductieplafond (artikel 3.39 Bkl).
- Verhoging van een geluidproductieplafond (zonder wijziging) van een weg, spoorweg of industrieterrein (artikel 3.39 Bkl).
- Het (wijzigen van het) toelaten van een weg of lokale spoorweg zonder een geluidproductieplafond (artikel 5.78q Bkl).
- Het toelaten van een geluidgevoelige gebouw (artikel 5.78ad Bkl) bij een weg, spoorweg of industrieterrein met een geluidproductieplafond.
Het bevoegd gezag bepaalt het gezamenlijk geluid alleen als het te beoordelen geluid van een geluidbronsoort hoger is dan de standaardwaarde én toeneemt ten opzichte van het geluid behorende bij de bestaande situatie. Het geluid behorende bij een bestaande situatie is:
- bij een geluidbronsoort met een geluidproductieplafond: het geluid op een geluidgevoelig gebouw behorend bij de volledige benutting van het bestaande geluidproductieplafond (artikel 3.34 Bkl).
- bij een geluidbronsoort zonder een geluidproductieplafond: het geluid op het geluidgevoelige gebouw op het tijdstip van de wijziging van het omgevingsplan (artikel 5.78m Bkl).
Bepaling van het gezamenlijk geluid
In de situatie dat het gezamenlijk geluid bepaald moet worden, betrekt het bevoegd gezag al het geluid dat een relevante invloed heeft op het gezamenlijk geluid.
De volgende geluidbronnen moet het bevoegd gezag in ieder geval betrekken bij het bepalen van het gezamenlijk geluid (artikel 3.39, derde lid Bkl):
- Het geluid door een weg, spoorweg of industrieterrein als een geluidgevoelig gebouw in een geluidaandachtsgebied van die weg, spoorweg of industrieterrein ligt
- Het geluid door luchtvaart voor een geluidgevoelig gebouw binnen de 48 Lden geluidcontour van een luchthaven, met 2 uitzonderingen:
- dit geldt niet voor kleine luchthavens waarvoor alleen een luchthavenregeling nodig is, en
- als de geluidcontouren voor een luchthaven in Kosteneenheden zijn uitgedrukt, geldt dit binnen de 20 Kosteneenheden geluidcontour
- Het geluid door een windturbine of een windpark op een industrieterrein als dat hoger is dan 43 dB Lden, en
- Het geluid door een civiele buitenschietbaan, militaire buitenschietbaan of militair springterrein op een industrieterrein als dat hoger is dan 50 dB BS,dan
Op het bepalen van het gezamenlijke geluid zijn de regels uit paragraaf 3.1.5 Omgevingsregeling van toepassing (artikel 3.39, lid 4 Bkl).
Vastleggen gezamenlijk geluid bij toelaten van een geluidgevoelig gebouw
Bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw waarbij het geluid meer is dan de standaardwaarde, bepaalt het bevoegd gezag het gezamenlijk geluid en legt deze vast. Dit staat in artikel 5.78ad Bkl respectievelijk artikel 8.0b jo. artikel 5.78ad Bkl.
Het gezamenlijk geluid legt het bevoegd gezag vast in een regel in het omgevingsplan of als voorschrift bij een omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit. Het bevoegd gezag moet, wanneer ze een binnenplanse vergunningplicht opneemt in het omgevingsplan, daarbij een regel opnemen die verplicht tot het opnemen van dit voorschrift in de omgevingsvergunning omgevingsplanactiviteit.
Het bevoegd gezag bepaalt het gezamenlijk geluid en gebruikt dat bij het oordeel of de grenswaarde in geluidgevoelige ruimten wordt overschreden en er geluidwerende maatregelen nodig zijn. Dit gezamenlijk geluid is nodig voor het besluit tot vaststellen geluidwerende maatregelen.
Gezamenlijk geluid en het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
Op basis van de waarde voor het verblijfsgebied en het gezamenlijk geluid wordt de geluidwering van de uitwendige scheidingsconstructie van een verblijfsgebied bepaald bij nieuwbouw (artikel 4.103 Bbl) en bij functiewijziging (artikel 5.23 Bbl).
Het Bbl biedt een mogelijkheid om het gezamenlijk geluid op een later moment opnieuw te bepalen (artikel 4.103a en artikel 5.23a Bbl). Dat kan nodig zijn als een initiatiefnemer een aanvraag voor een bouwactiviteit indient geruime tijd nadat het gezamenlijk geluid in het omgevingsplan is bepaald en het geluid op het geluidgevoelige gebouw in de tussenliggende periode is veranderd. Bijvoorbeeld omdat er geluidbeperkende maatregelen zijn getroffen aan een belangrijke geluidbron.
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is een van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet.
Gecumuleerd geluid
Het gecumuleerde geluid is het geluid door geluidbronsoorten en andere activiteiten tegelijk, opgeteld met correctie voor de verschillen in hinderlijkheid. Deze begripsomschrijving staat via een verwijzing naar artikel 3.38 in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl).
Lees meer over gecumuleerd geluid.