Voorbereidingsprocedure wijziging omgevingsplan
Op de voorbereiding van een wijziging van het omgevingsplan is de procedure van afdeling 3.4, Algemene wet bestuursrecht van toepassing.
Kennisgeving voornemen wijziging omgevingsplan
De gemeente geeft kennis van het voornemen om het omgevingsplan te wijzigen (artikel 16.29, Omgevingswet). De kennisgeving plaatst de gemeente via de Landelijke voorziening bekendmaken en beschikbaar stellen (LVBB) in het gemeenteblad (artikel 12, Bekendmakingswet).
In de kennisgeving staat onder andere hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding worden betrokken (artikel 10.2, lid1, Omgevingsbesluit).
Ontwerp-omgevingsplan
Kennisgeving ontwerp-omgevingsplan
De gemeente geeft vóór de terinzagelegging via de LVBB in het gemeenteblad kennis van het ontwerp-omgevingsplan. In artikel 3:12 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) staan inhoudelijke eisen voor de kennisgeving.
Is in de voorbereiding van de wijziging van omgevingsplan een milieueffectrapport opgesteld? Dan kan de gemeente kennisgeven van dit stuk als onderdeel van het ontwerp-omgevingsplan of als apart stuk. Beide worden tegelijkertijd gepubliceerd in het gemeenteblad (artikel 16.40, lid 3, Omgevingswet).
Mededeling ontwerp-omgevingsplan
De gemeente plaatst het ontwerp-omgevingsplan via de LVBB integraal in het gemeenteblad (artikel 10.3c, Omgevingsbesluit).
Terinzagelegging ontwerp-omgevingsplan
De gemeente legt het ontwerp-omgevingsplan en de bijbehorende stukken 6 weken ter inzage (artikel 3:11, Awb). Ook het milieueffectrapport wordt als onderdeel van het ontwerp-omgevingsplan of als apart stuk ter inzage gelegd (artikel 16.40, lid 3, Omgevingswet).
De gemeente moet in sommige gevallen een advies over het milieueffectrapport vragen aan de Commissie mer. Dit moet uiterlijk op het moment dat het ontwerp-omgevingsplan en het milieueffectrapport ter inzage worden gelegd (artikel 16.39, Omgevingswet en artikel 11.2, Omgevingsbesluit).
Als er tijdens de terinzagelegging nieuwe relevante stukken of gegevens zijn, legt de gemeente die ook ter inzage (artikel 3:14 Awb)
De gemeente maakt een verslag van mondeling ingebrachte zienswijzen (artikel 3:17 Awb).
Mededeling en kortere beslistermijn wanneer geen zienswijzen zijn ingediend
Als er tijdens de termijn van 6 weken geen zienswijzen op het ontwerp-omgevingsplan zijn gekomen, dan:
- doet de gemeente hiervan zo spoedig mogelijk via de LVBB mededeling in het gemeenteblad
- neemt de gemeenteraad binnen 4 weken nadat de termijn voor zienswijzen is verstreken een besluit over de vaststelling van het omgevingsplan
Dit staat in artikel 3:18, lid 4, Awb.
Vaststelling omgevingsplan
De gemeente stelt het omgevingsplan vast. Los van de motiveringsplicht van artikel 3:46 Awb geeft de gemeente ook aan welke rol de participatie heeft gespeeld. De gemeente geeft in ieder geval aan:
- hoe ze aan participatie heeft gedaan
- wat de resultaten daarvan zijn
- hoe ze invulling heeft gegeven aan haar participatiebeleid
Zie hiervoor artikel 10.2 Omgevingsbesluit.
Heeft de gemeente een milieueffectrapport opgesteld bij het omgevingsplan? Dan is er een minimumtermijn van 2 weken tussen het aflopen van de termijn voor zienswijzen en het vaststellen van het omgevingsplan (artikel 16.40, lid 4 en artikel 16.50, lid 2, Omgevingswet).
Termijn tussen vaststelling en bekendmaking
Tussen de vaststelling van het omgevingsplan en de bekendmaking moeten minimaal 2 weken zitten. Behalve als ten minste 1 van deze 3 omstandigheden zich voordoet:
- Gedeputeerde Staten heeft over het ontwerp-omgevingsplan geen zienswijzen naar voren gebracht
- de gemeente heeft geen wijzigingen in het ontwerp-omgevingsplan aangebracht
- Gedeputeerde Staten heeft bepaald dat de gemeente het omgevingsplan eerder ter inzage mag leggen
Zie hiervoor artikel 16.77b, lid 1, Omgevingswet.
Bekendmaking, kennisgeving, terinzagelegging
De gemeente maakt de vaststelling van het omgevingsplan bekend door het via de LVBB te publiceren in het gemeenteblad. Tegelijk met de bekendmaking geeft de gemeente kennis van de terinzagelegging van de bijbehorende stukken.
De terinzagelegging is zowel elektronisch als op een door het bestuursorgaan aan te wijzen locatie. Het bestuursorgaan legt stukken altijd op dezelfde manier ter inzage.
Daarnaast stuurt de gemeente een exemplaar van het vaststellingsbesluit aan degenen die zienswijzen over het ontwerp-omgevingsplan hebben ingediend.
Zie de artikelen 3:42, 3:44, lid 2 en 3:45, Awb en artikel 6 van de Bekendmakingswet voor de details.
Mededeling van de vaststelling van het omgevingsplan
Tegelijkertijd met, of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking, doet de gemeente in ieder geval mededeling van het vaststellingsbesluit aan:
- degenen die bij de voorbereiding een zienswijze hebben ingebracht
- een adviseur, als de gemeente van zijn advies afwijkt
De gemeente vermeldt hierbij voor wie, binnen welke termijn en bij welk orgaan, beroep mogelijk is.
Zie de artikelen 3:43, 3:44 en 3:45 Awb voor de details.
Inwerkingtreding
Een wijziging van het omgevingsplan treedt in werking op de dag waarop 4 weken zijn verstreken sinds de dag waar de gemeente het vaststellingsbesluit bekend heeft gemaakt. De gemeente kan een later tijdstip van inwerkingtreding in het omgevingsplan opnemen. Dit staat in artikel 16.78, lid 1 van de Omgevingswet.
Opsturen vaststellingsbesluit aan Gedeputeerde Staten
De gemeente stuurt het vaststellingsbesluit in de volgende situaties aan Gedeputeerde Staten:
- als Gedeputeerde Staten een zienswijze tegen het ontwerp-omgevingsplan heeft ingebracht, en de gemeente die zienswijze niet volledig in het omgevingsplan heeft overgenomen
- als de gemeente, anders dan vanwege een zienswijze van Gedeputeerde Staten, het omgevingsplan heeft gewijzigd ten opzichte van het ontwerp-omgevingsplan
Dit volgt uit artikel 10.3 Omgevingsbesluit en artikel 16.21, lid 1, onder a en b van de Omgevingswet.
De provincie kan in deze gevallen met een reactieve interventie ingrijpen in het omgevingsplan. Zie voor meer informatie Het reactief interventiebesluit bij het omgevingsplan.
Beroep tegen wijziging omgevingsplan
Een besluit tot wijziging van een omgevingsplan is rechtstreeks vatbaar voor beroep bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRvS). Er is dus geen beroep bij de rechtbank. Dit volgt uit artikel 2 van bijlage 2 van de Awb.
Wat voor beroep vatbaar is
Het omgevingsplan is niet bij iedere wijziging geheel vatbaar voor beroep. Er is alleen beroep mogelijk tegen de inhoud van het besluit tot wijziging van het omgevingsplan.
Voor de vatbaarheid voor beroep (appellabiliteit) maakt het niet uit of de omgevingsplanregels in het wijzigingsbesluit ook daadwerkelijk inhoudelijk zijn gewijzigd ten opzichte van een eerdere versie van het omgevingsplan. Ook als zij alleen worden verplaatst of in een besluit worden herbevestigd, zijn zij onderdeel van het wijzigingsbesluit en dus appellabel. Dit geldt ook voor regels uit de bruidsschat omgevingsplan die met het wijzigingsbesluit uitsluitend worden verplaatst naar een andere plek (bijvoorbeeld een ander hoofdstuk) in het omgevingsplan.
Tijdens overgangsfase geen beroep tegen regels over al onherroepelijk aangewezen gemeentelijke en provinciale (archeologische) monumenten en beschermde stads- of dorpsgezichten
Tijdens de overgangsfase van het omgevingsplan (dus tot 1 januari 2032) kan geen beroep worden ingesteld tegen regels die uitvoering geven aan een onherroepelijk besluit tot aanwijzing:
- van een monument of archeologisch monument als gemeentelijk of provinciaal monument
- een gemeentelijk of provinciaal beschermd stads- of dorpsgezicht.
Dit volgt uit artikel 22.8 Omgevingswet.
Is dit aan de orde? Dan moet de gemeente dat wel in de bekendmaking (bij de rechtsmiddelenclausule) vermelden.
Instellen beroep
Iedereen (belanghebbenden en niet-belanghebbenden) die een zienswijze heeft ingediend op het ontwerpbesluit voor de omgevingsplanwijziging kan beroep instellen. Daarnaast kunnen ook belanghebbenden die geen zienswijze hebben ingediend in beroep tegen het wijzigingsbesluit. Meer uitleg hierover vindt u op de website van de Raad van State: Niet-belanghebbende kan soms toch bij bestuursrechter in beroep tegen omgevingsbesluit.
De termijn voor het instellen van beroep is 6 weken na de dag van bekendmaking (artikel 6:7 en 6:8, lid 1 Awb). Na deze termijn is geen beroep meer mogelijk.
Meer informatie over het instellen van beroep bij de ABRvS vindt u op de website van de Raad van State: In (hoger) beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak.
De wijziging van het omgevingsplan treedt al voor het einde van de beroepstermijn in werking. Namelijk 4 weken na de dag van bekendmaking (tenzij in het besluit tot vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan een later tijdstip is bepaald) (art. 16.78 Omgevingswet). Deze 4-wekentermijn is voor belanghebbenden die beroep instellen belangrijk als zij willen voorkomen dat de wijziging van het omgevingsplan in werking treedt.
Voorlopige voorziening
Belanghebbenden die willen voorkomen dat een besluit tot wijziging van het omgevingsplan in werking treedt en daardoor onomkeerbare gevolgen ontstaan (bijvoorbeeld dat er wordt gebouwd), moeten binnen 4 weken:
- beroep instellen bij de ABRvS, én
- een voorlopige voorziening bij de voorzieningenrechter van de ABRvS vragen.
Zijn deze 4 weken verstreken? Dan kan als er tijdig beroep is ingesteld, nog steeds een verzoek om voorlopige voorziening worden gevraagd. Maar dan kan daarmee (meestal) niet meer worden voorkomen dat de wijziging van het omgevingsplan in werking treedt.
Het doen van een verzoek om voorlopige voorziening heeft geen automatisch schorsende werking. Ofwel het zorgt er niet automatisch voor dat de omgevingsplanwijziging voorlopig niet uitgevoerd mag worden. Dat gebeurt pas als de voorzieningenrechter een verzoek om voorlopige voorziening geheel of gedeeltelijk toewijst.
Voorwaarde voor het toewijzen van een verzoek om voorlopige voorziening is dat er sprake is van 'onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen' (artikel 8:81 Awb). De voorzieningenrechter moet op maat besluiten welk deel van de wijziging van het omgevingsplan geschorst moet worden. Schorst de voorzieningenrechter het besluit of een deel van het besluit? Dan geldt dat besluit of deel van het besluit niet, totdat de rechter heeft beslist op het ingestelde beroep.
Meer informatie over de voorlopige voorziening bij de ABRvS vindt u op de website van de Raad van State: Voorlopige voorziening.