Regels voor het wijzigen van het omgevingsplan
Met de regels van het omgevingsplan zorgt de gemeente dat binnen het grondgebied sprake is van een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (artikel 4.2 Omgevingswet). De provincie (artikel 2.23 Omgevingswet) en het Rijk (artikel 2.25 Omgevingswet) kunnen met instructieregels hun beleid laten doorwerken in de inhoud van het omgevingsplan.
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties
Het zorgen voor een ‘evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (ETFAL) is een abstract geformuleerde en beleidsvrije taak. De gemeente bereikt een evenwichtige toedeling van functies aan locaties in het omgevingsplan door regels te stellen over activiteiten op locaties en deze onderling evenwichtig af te wegen. Evenwichtig afwegen van activiteiten betekent een locatiegerichte benadering waarbij de gemeente de schaarse ruimte binnen de fysieke leefomgeving op een zo goed mogelijke wijze verdeeld, inricht en benut. Alle regels in het omgevingsplan samen zorgen voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Instructieregels van het Rijk
De instructieregels van het Rijk staan in hoofdstuk 5 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Op de pagina Instructieregels van het Rijk over het omgevingsplan vindt u een overzicht van deze instructieregels.
Instructieregels over evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
De instructieregels over een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (afdeling 5.1 Bkl) gaan bijvoorbeeld over thema's, zoals water, veiligheid en geluid. En over nationale belangen, zoals elektriciteitsvoorziening, doorvaart rijksvaarwegen en erfgoed.
Zie Instructieregels Rijk over evenwichtige toedeling van functies aan locaties.
Instructieregels over de uitvoering van taken voor de fysieke leefomgeving
De instructieregels over de uitvoering van taken voor de fysieke leefomgeving (afdeling 5.2 Bkl) gaan bijvoorbeeld over het voorkomen van belemmeringen voor de hoofd(spoor)wegen en het vastleggen van een bebouwingscontour jacht.
Zie Instructieregels Rijk over uitoefening van taken.
Instructieregels provincie
De instructieregels van de provincie staan in de omgevingsverordening van de provincie. U vindt de omgevingsverordening van de provincie in het onderdeel Regels op de kaart van het Omgevingsloket.
Verplichte instructieregels in de omgevingsverordening
In de omgevingsverordening van de kustprovincies staan in ieder geval instructieregels om de kernkwaliteiten van het kustfundament (artikelen 7.1a en 7.2, Bkl) te beschermen en in stand te houden.
De omgevingsverordening van een aantal provincies bevat instructieregels om de kernkwaliteiten van de aangewezen werelderfgoederen in stand te houden en te versterken. Deze werelderfgoederen staan in artikel 7.3, Bkl.
De omgevingsverordening van de provincie bevat instructieregels om de wezenlijke kenmerken en waarden van het natuurnetwerk Nederland (artikel 7.8, Bkl) te beschermen, in stand te houden, te verbeteren en te ontwikkelen. De provincie wijst in de omgevingsverordening de gebieden aan die het natuurnetwerk Nederland vormen.
Instructieregels vanwege provinciaal belang
Per provincie zullen andere factoren een rol spelen bij het stellen van instructieregels. Veel voorkomende onderwerpen waarover instructieregels zijn opgenomen zijn:
- toelaten van functies en activiteiten
- opwek duurzame energie en energie-infrastructuur
- archeologie en erfgoed
- klimaatadaptatie
- stedelijke ontwikkeling
- inrichting landelijk gebied
- natuur en landschap
Voldoen aan instructieregels
Gemeenten moeten voldoen aan de instructieregels als ze het omgevingsplan wijzigen. Deze wijziging kan inhouden dat de gemeente in het omgevingsplan nieuwe gebouwen of nieuwe activiteiten wil toelaten. Gedurende de overgangsfase tot 2032 kan de wijziging van het omgevingsplan ook inhouden het verwerken van in oude ruimtelijke besluiten al toegelaten gebouwen en activiteiten. Of het verwerken van activiteiten met gevolgen voor de fysieke leefomgeving die in gemeentelijke verordeningen werden geregeld.