Participatie bij het opstellen van een programma
Het betrekken van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen is verplicht bij de voorbereiding van alle programma's.
Waarom participatie bij programma's
Participatie gaat om het betrekken van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen in een vroege fase van het besluitvormingsproces. Het moet er toe leiden dat het beleid weloverwogen is en de maatregelen goed uitvoerbaar zijn. Ook kan participatie het draagvlak voor het beleid en de maatregelen vergroten. Daarom stelt de Omgevingswet participatie bij de voorbereiding van programma's verplicht.
Partijen betrekken bij participatie
Voor alle programma's is het betrekken van burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en bestuursorganen bij de voorbereiding van het programma verplicht. Dit geldt ook bij de latere wijziging van een programma.
Het bestuursorgaan dat het programma vaststelt, mag zelf bepalen hoe het invulling geeft aan de participatieverplichting. Artikel 10.8 van het Omgevingsbesluit bepaalt dat het bestuursorgaan bij de vaststelling van het programma aangeeft hoe burgers, bedrijven, maatschappelijke organisaties en andere bestuursorganen bij de voorbereiding zijn betrokken. Ook geeft het aan wat de resultaten van het participatieproces zijn.
Dit kan het bevoegd gezag doen in het vaststellingsbesluit of in een paragraaf van het programma. Staat de participatieverantwoording in een paragraaf van het programma? Dan zal deze paragraaf bij latere wijziging van het programma een actualisering behoeven.
Het college van burgemeester en wethouders, het algemeen bestuur van het waterschap of Gedeputeerde Staten geven ook aan hoe invulling is gegeven aan het decentrale participatiebeleid (artikel 10.8, lid 2, Omgevingsbesluit).
Wie het bestuursorgaan bij de participatie betrekt, en op welk moment dit gebeurt, hangt af van:
- het type programma
- de omvang van het programma
- de invloed van het programma op de fysieke leefomgeving
Voordelen van participatie
Bij de voorbereiding van beleid is het van belang dat de overheid de omgeving in een vroeg stadium betrekt. Juist de beginfase biedt de meeste ruimte om de inbreng van derden mee te nemen.
Participatie draagt bij aan weloverwogen beleid en goed uitvoerbare maatregelen. Daarom verkent het bevoegd gezag in een participatietraject samen met andere partijen welke belangen er allemaal spelen, welke maatregelen mogelijk zijn en wat de voor- en nadelen ervan zijn. Bij vroegtijdige participatie zijn mogelijke alternatieven ook nog bespreekbaar. Betrokkenen kunnen dan vernieuwende inzichten inbrengen. Ook kan het participatieproces meer steun (draagvlak) opleveren voor de beleidskeuzes en de gekozen maatregelen. Het participatieproces draagt bij aan de kwaliteit van de besluitvorming. Dit kan ook leiden tot een afname van het aantal zienswijzen en bezwaar- en beroepschriften.
Een goede participatie van derden in het beleidsproces moet ertoe leiden dat inbreng vanuit de maatschappij gedurende het gehele proces wordt meegenomen, dat eventuele initiatieven vanuit de maatschappij met dezelfde zorg worden behandeld als overheidsinitiatieven en dat de participatie op een transparante wijze plaatsvindt.
Hoe het participatieproces eruitziet
Bij participatie is maatwerk van belang. Er bestaat geen vast format voor het participatieproces. Ook de vorm van het participatieproces is afhankelijk van de inhoud van het programma. Lees meer over mogelijke vormen van participatie en ervaringen van bestuursorganen in de Inspiratiegids Participatie Omgevingswet.
Gemeenteraad en Provinciale Staten betrekken
Het college van burgemeester en wethouders of Gedeputeerde Staten stellen programma's vast. Het is verstandig om de gemeenteraad en de Provinciale Staten te betrekken in de voorbereiding. Op welke wijze en op welk moment zij worden betrokken, is afhankelijk van:
- het onderwerp of de onderwerpen van het programma
- de aard van het programma (beleidsintensief of uitvoeringsgericht)
- de verhoudingen tussen het dagelijks bestuur en het algemeen bestuur
- financiële gevolgen van het programma (in verband met het budgetrecht van de gemeenteraad en Provinciale Staten)
Voor de waterschappen speelt dit niet, omdat het algemeen bestuur van het waterschap de programma's vaststelt (artikel 3.4 Omgevingswet).
Tips voor het betrekken van de gemeenteraad of Provinciale Staten
- Maak vooraf afspraken met de gemeenteraad of Provinciale Staten over hoe en in welke fase zij betrokken willen worden. U kunt daarbij verschillende afspraken maken voor verschillende typen programma's. Bij een programma dat op uitvoering is gericht, is misschien minder betrokkenheid nodig dan bij een beleidsintensief programma of een programma met grote financiële consequenties.
- De betrokkenheid kunt u afstemmen op de participatie van externen. Denk na of u de hele gemeenteraad of alle statenleden wilt betrekken, of alleen een commissie. Denk ook na of u dit op één moment wilt doen of op verschillende momenten.
- De vaststelling van het programma gebeurt door het college van burgemeester en wethouders of door Gedeputeerde Staten. Dat sluit echter niet uit dat sommige programma's voor instemming of ondersteuning aan de gemeenteraad of Provinciale Staten worden voorgelegd. Dat geeft de gemeenteraad of Provinciale Staten comfort en het college van burgemeester en wethouders of Gedeputeerde Staten politieke dekking.
- Als programmaonderdelen samengaan met financiële verplichtingen, is een rol van de gemeenteraad of Provinciale Staten belangrijk vanwege het wettelijke budgetrecht (begroting van de gemeente of provincie). Wij adviseren om vóór de vaststelling van het programma door het college de versie van het programma die het college zal gaan vaststellen (of de voor het budgetrecht relevante passages of uitgangspunten) voor ondersteuning / akkoord / goedkeuring / instemming (kies een benaming die passend wordt gevonden) voor te leggen aan de gemeenteraad of Provinciale Staten.
Afstemming met andere overheden
Artikel 2.2, lid 1 Omgevingswet bevat de verplichting voor bestuursorganen om bij de uitoefening van zijn taken en bevoegdheden op grond van de Omgevingswet rekening te houden met de taken en bevoegdheden van andere bestuursorganen. Ook verplicht dit artikellid om zo nodig af te stemmen met deze andere bestuursorganen.
Dit betekent dat als de inhoud van een programma de belangen, of taken of bevoegdheden van andere overheden raakt, dat deze overheden tijdig bij de voorbereiding van het programma worden betrokken en de inhoud van het programma wordt afgestemd op de belangen, taken of bevoegdheden van die overheden.
Lees meer op Participatie bij een programma en Participatie in de Omgevingswet.