OW 2009.13 – Biologisch luchtwassysteem
Systeembeschrijving van het biologisch luchtwassysteem.
Versienummer OW 2009.13.V2 van oktober 2026.
Op deze pagina
- Diercategorie
- Reductiepercentages
- Werkingsprincipe
- Bouwkundige uitvoering
- Gebruikseisen
- Meetrapporten
- Afbeeldingen
- Vorige versie
Diercategorie
Voor de diercategorieën waarbij het systeem kan worden toegepast, zie code LW1.4 in bijlage VI van de Omgevingsregeling.
Reductiepercentages
Voor de reductiepercentages van het systeem, zie code LW1.4 in bijlage VI van de Omgevingsregeling.
Werkingsprincipe
De ammoniakemissie wordt beperkt door de ventilatielucht te behandelen in een biologisch luchtwassysteem. Bij het beschreven systeem bestaat de installatie uit een filterunit met 2 filterwanden van het type dwarsstroom. De filterwanden hebben een gelijk aanstroomoppervlak en zijn opgebouwd uit een kolom met vulmateriaal dat continu wordt bevochtigd met wasvloeistof. De gezuiverde lucht verlaat vervolgens via een druppelvanger de installatie.
Bij een aantal diercategorieën is het toegestaan om de waterwasser niet in te schakelen wanneer de dieren nog niet ouder zijn dan 14 dagen.
De 1e filterwand is een waterwasser (stofafvang) en de 2e filterwand is een biologische wasser. De waterwasser is tegelijkertijd een bevochtigingsstap waarin spuiwater uit de biologische wasser wordt verdampt.
Bij passage van de ventilatielucht door de 2e filterwand wordt de ammoniak opgevangen in de wasvloeistof. Door bacteriën die zich op het vulmateriaal en in de wasvloeistof bevinden, wordt de ammoniak omgezet in ammoniumnitriet en -nitraat.
Spuiwater komt vrij uit de waterwasser. Het water in de wateropvangbak in de waterwasser wordt aangevuld met het waswater uit de biologische wasser. Vervolgens wordt voor de biologische wasser schoon water aangevoerd tot het ingestelde vloeistofniveau in de wateropvangbak.
Bouwkundige uitvoering
Ventilatie
- Zie het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper) voor de eisen voor de aanvoer van ventilatielucht naar het luchtwassysteem.
- Capaciteit maximale ventilatie in overeenstemming met de richtlijnen en adviezen voor maximale ventilatie. Wanneer voor de diercategorie richtlijnen en adviezen door een klimaatplatform zijn vastgesteld, dan wordt geadviseerd deze te volgen. Zie ook de randvoorwaarden op de pagina Luchtwassers.
Dimensionering luchtwassysteem
- Wassysteem opgebouwd uit 2 achter elkaar geplaatste filterelementen van het type dwarsstroom met een gelijk aanstroomoppervlak, tussen de 2 elementen is een vrije ruimte van 1 m aanwezig.
- Het 1e element is een waterwasser opgebouwd uit een kolom kunststof filtermateriaal (structuurpakking), met een contactoppervlak van 300 m²/m³ filtermateriaal, met een hoogte van maximaal 2,7 m en een dikte van 0,15 m.
- Het 2e element is een biologische wasser opgebouwd uit een kolom kunststof filtermateriaal (structuurpakking), met een contactoppervlak van 150 m²/m³ filtermateriaal, met een hoogte van maximaal 2,7 m en een dikte van minimaal 0,45 m.
- Via een druppelvanger, opgebouwd uit kunststof filtermateriaal met een dikte van 0,15 m, verlaat de gereinigde lucht het systeem.
- Capaciteit maximaal 7.200 m³ lucht per uur per m³ volume van het filterpakket in de biologische wasser.
- Aan te tonen met gegevens die op basis van het Bal bij de melding worden gevoegd of aanwezig zijn. Er is een opleveringsverklaring aanwezig. In deze verklaring zijn de belangrijkste gegevens (zoals controleparameters) en dimensioneringsgrondslagen van de geïnstalleerde luchtwasser opgenomen. Met behulp van deze verklaring wordt aangetoond dat het luchtwassysteem volgens de systeembeschrijving is uitgevoerd en gedimensioneerd.
Registratie
Het luchtwassysteem heeft een meet- en registratiesysteem zoals is opgenomen in het Bal.
Spuiregeling
Het spuien van het waswater uit de biologische wasser wordt aangestuurd door een automatische regeling op basis van geleidbaarheid en de pH, waarbij gespuid wordt voordat de pH lager wordt dan 6,5.
Gebruikseisen
Instelling parameters en controle
- De zuurgraad (pH) van het waswater in de biologische wasser is minimaal 6,5 en mag niet meer zijn dan 7,3.
- De geleidbaarheid van het waswater in de biologische wasser is maximaal 20 mS/cm.
- Zowel de waterwasser als de biologische wasser moeten continu zijn ingeschakeld. Bij de volgende diercategorieën is het toegestaan om de waterwasser uit te zetten zolang de dieren nog niet ouder zijn dan 14 dagen:
- opfokhennen en -hanen van legrassen
- (groot-)ouderdieren van vleeskuikens in opfok
- vleeskuikens
- ouderdieren van vleeskalkoenen in opfok tot 6 weken
- vleeskalkoenen
-
vleeseenden
Spuiregeling
Het waswater in de wateropvangbak van de waterwasser wordt aangevuld met het waswater uit de biologische wasser. Door de inzet van het gespuide waswater uit de biologische wasser als waswater in de waterwasser wordt de hoeveelheid spuiwater uit het gehele luchtwassysteem met 72 tot 86 % gereduceerd. Wanneer de waterwasser een gedeelte van de gebruikstijd niet is ingeschakeld, kan dit een lagere reductie opleveren. In de periode dat de waterwasser niet is ingeschakeld vindt geen reductie van de spuiwaterhoeveelheid plaats.
Reiniging
Het reinigen van het filterpakket gebeurt minimaal 1 keer per jaar.
Onderhoud
Voor het onderhoud van het luchtwassysteem is in overeenstemming met het Bal een werkinstructie opgesteld.
Registratiesysteem
Het meet- en registratiesysteem wordt gebruikt, gecontroleerd en onderhouden zoals is opgenomen in het Bal.
Overige gebruikseisen
Om te voorkomen dat de bacteriepopulatie negatief wordt beïnvloed, wordt voldaan aan de volgende voorwaarden:
- Het luchtwassysteem is altijd in gebruik, ook als er tijdelijk geen dieren in het dierenverblijf zijn.
- Als schoonmaak- of ontsmettingsmiddelen in het dierenverblijf worden gebruikt, wordt de damp hiervan niet via het luchtwassysteem uit het dierenverblijf verwijderd.
Meetrapporten
Toelatingscertificaten:
- Nummer ASG-2008-KWB-002, op 31 maart 2009 afgegeven door ASG
- Nummer WUR LR 2010 – KWB 001, op 29 april 2010 afgegeven door WUR Livestock Research
- Nummer WUR LR 2010 – KWB 002, op 22 september 2010 afgegeven door WUR Livestock Research
Actualisering ammoniak emissiefactoren pluimvee; Advies voor aanpassing van ammoniak emissiefactoren van pluimvee in de Regeling ammoniak en veehouderij (Rav). Wageningen Livestock Research, Rapport 1015.
Afbeelding
Let op: deze afbeelding voldoet niet aan de eisen voor digitale toegankelijkheid. Ervaart u hierdoor problemen? Neem dan contact met ons op voor een passende oplossing.
Vorige versie
Systeembeschrijving OW 2009.13.V2 is gebaseerd op OW 2009.13.V1 van januari 2024.
Inhoudelijke wijzigingen ten opzichte van de vorige versie
- De eis dat het spuien op basis van de pH plaatsvindt is toegevoegd, terwijl de eis dat het spuien op basis van de EC plaatsvindt blijft staan.
- De bandbreedte van de pH van het waswater is nu aangescherpt tot 6,5 – 7,3. Dit was 6,5 – 7,5.
- Voor het gebruik van het luchtwassysteem zijn overige gebruikseisen toegevoegd.
- Deze versie is gepubliceerd op 1 juli 2026 en gaat in werking op 1 oktober 2026.
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is één van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet. Het Bal bevat regels van het Rijk over activiteiten in de fysieke leefomgeving.