Inhoudelijke regels graven in bodem (paragraaf 4.119 Bal)
Voor de milieubelastende activiteit 'graven in bodem' gelden regels over bodem uit paragraaf 4.1119 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper). Het gaat om regels over voorafgaand bodemonderzoek en zorgvuldig graven. Voor graven in een bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarden bodemkwaliteit gelden hiernaast ook regels over kwaliteitsborging.
Wanneer de regels gelden
In hoofdstuk 3 en 4 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staat of de regels van toepassing zijn. Deze regels gelden als
- de activiteit onder het toepassingsbereik van paragraaf 4.119 valt, en
- de activiteit valt onder paragraaf 3.2.21 Graven in bodem
Voorafgaand bodemonderzoek
Graven in de bodem is niet toegestaan zonder voorafgaand bodemonderzoek. Dit volgt uit artikel 4.1224 van het Bal. Bodemonderzoek is van belang om zorgvuldig te kunnen graven door onderscheid te maken in partijen van verschillende bodemkwaliteitsklassen. Ook bepaalt het bodemonderzoek welke regels uit de activiteit graven in bodem van toepassing zijn. Blijkt uit het bodemonderzoek dat de interventiewaarde bodemkwaliteit voor 1 of meer stoffen wordt overschreden? Dan gelden meer regels dan voor graven in een bodem waarbij de interventiewaarde bodemkwaliteit niet overschreden is.
Is de grond zo verontreinigd dat hergebruik niet mogelijk is? Dan is afvoer van de grond nodig naar een verwerker, bijvoorbeeld een grondreinigingsbedrijf. Ook hiervoor zijn onderzoeksgegevens nodig. Deze kunnen afwijken van de reguliere eisen voor voorafgaand onderzoek. Voor het afvoeren van niet herbruikbare grond naar een verwerker kan de bepaling van een zeefkromme (korrelgrootteverdeling van de minerale delen) van belang zijn om te kunnen bepalen of de grond reinigbaar is. Het is belangrijk om hier in een vroegtijdig stadium al rekening mee te houden. Dit voorkomt extra kosten en of vertraging in de uitvoering.
Het voorafgaand bodemonderzoek is niet nodig in geval van een spoedreparatie aan vitale ondergrondse infrastructuur. Dan ontbreekt namelijk de tijd om eerst bodemonderzoek uit te voeren. Daarom is in artikel 4.1224 van het Bal een uitzondering opgenomen.
Zorgvuldig graven: gescheiden houden van verschillende kwaliteiten
Bij het graven, opslaan, terugplaatsen of afvoeren van grond moeten partijen grond van verschillende kwaliteitsklassen gescheiden blijven. Dit staat in artikel 4.1225 van het Bal. De indeling van partijen van verschillende kwaliteitsklassen volgt uit het voorafgaand bodemonderzoek. Gescheiden ontgraven is van belang om vermenging van verschillende kwaliteiten grond te voorkomen en doelmatige afvalverwerking te bevorderen.
Voor het gescheiden houden van matig of sterk verontreinigde grond tijdens het graven gelden aanvullende criteria. Deze zijn gericht op de verwerking van zoveel mogelijk verontreinigde grond via reiniging of immobilisatie. Voorkomen moet worden dat door vermenging reinigen of immobilisatie niet meer mogelijk is. Voor het indelen van partijen voor de vrijkomende matig of sterk verontreinigde grond gelden de volgende criteria:
- apart houden van verschillende grondsoorten (zand, klei en veen). Ook lagen met verschillende mate van bodemvreemd materiaal moeten gescheiden blijven.
- apart houden van partijen met een gewogen gehalte asbest onder en boven de interventiewaarde bodemkwaliteit
- apart houden van partijen die uitsluitend matig of sterk verontreinigd zijn met organische verbindingen. Deze partijen zijn namelijk geschikt voor thermische of biologische reiniging.
Tijdelijke opslag van vrijkomende grond
Tijdens het graven is het soms nodig om de grond op de ontgravingslocatie tijdelijk op te slaan. Bijvoorbeeld om een afvoerbestemming te vinden, of om de grond na afloop van het werk weer terug te plaatsen. De grond moet dan op de ontgravingslocatie of in de directe nabijheid daarvan in opslag komen te liggen. Met de aanduiding 'directe nabijheid' biedt artikel 4.1227 van het Bal enige ruimte om de grond in de directe omgeving op te slaan als direct naast de ontgraving geen plaats is. Bijvoorbeeld in een stedelijke omgeving, waar direct naast de ontgravingscontour geen ruimte is voor het opslaan van de grond. De wetgever heeft hier geen afstandsgrens in de regelgeving opgenomen. Om af te wegen of sprake is van directe nabijheid kunnen de criteria uit het handvat voor tijdelijk uitnemen van grond of baggerspecie van pas komen.
De partijen van verschillende kwaliteitsklassen die bij het ontgraven gescheiden zijn, moeten ook bij de tijdelijke opslag gescheiden blijven. Bijvoorbeeld door tussen de partijen enige afstand te houden of een fysieke scheidingswand aan te brengen.
Zeven
Het is toegestaan om bodemvreemd materiaal zoals puin uit de partij te zeven. Heeft de partij grond de kwaliteitsklasse 'matig of sterk verontreinigd' en is het zeven gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de grond? Dan geldt er een erkenningsplicht. De aannemer die het (droog of nat) zeven uitvoert, moet dan een erkenning voor de BRL SIKB 7500 en onderliggend protocol 7510 hebben. Het zeven wordt dan gezien als een ex-situ bewerking van verontreinigde grond. Een voorbeeld hiervan is het zeven van grof asbesthoudend materiaal uit de grond. Als het zeven niet tot doel heeft om milieuhygienische kwaliteit van de grond te verbeteren, dan geldt er geen erkenningsplicht voor de BRL SIKB 7500. Ook het zeven van bodemvreemd materiaal uit herbruikbare grond (bijvoorbeeld kwaliteitsklasse Industrie) valt niet onder deze erkenningsplicht.
Opslag op de ontgravingslocatie of in de directe nabijheid is toegestaan onder de regels van deze activiteit tijdens het uitvoeren van het werk tot uiterlijk 8 weken na de beëindiging daarvan. Na deze termijn moet de grond in principe afgevoerd zijn. Afvoer kan plaatsvinden naar een toepassing elders (onder de regels voor het toepassen van grond en baggerspecie).
Afvoer van niet-toepasbare grond (kwaliteitsklasse matig verontreinigd of sterk verontreinigd) kan plaatsvinden naar een verwerker (reinigen of immobiliseren), stortplaats (met een Aanvraag verklaring niet-reinigbaarheid grond via Rijkswaterstaat.nl) of naar een vergunde opslaglocatie.
Het langer opslaan op dezelfde locatie onder de regels voor de activiteit graven is niet zonder meer mogelijk. Behalve als het bevoegd gezag via een maatwerkvoorschrift het opslaan gedurende een langere periode heeft toegestaan. Het langer opslaan van de grond kan mogelijk wel plaatsvinden onder de regels voor de activiteit het opslaan van grond of baggerspecie uit paragraaf 4.122 van het Bal, waarbij er andere voorwaarden voor de opslag gelden. De initiatiefnemer kan er in dat geval voor kiezen om een melding te doen of een vergunning aan te vragen voor de activiteit opslaan van grond of baggerspecie.
Tijdelijke uitname
Het is toegestaan om de ontgraven grond na afloop van het werk weer terug te plaatsen in de oorspronkelijke bodem. In dat geval gelden voor het terugplaatsen niet de regels voor het toepassen van grond en baggerspecie, maar alleen de regels voor de activiteit graven in de bodem. Daarvoor gelden de volgende voorwaarden uit artikel 4.1226 van het Bal:
- De grond heeft geen bewerking ondergaan, anders dan het uitzeven van bodemvreemd materiaal. Let op: voor het uitzeven van bodemvreemd materiaal gericht op het verbeteren van de milieuhygiënische kwaliteit geldt een erkenningsplicht voor de BRL SIKB 7500).
- Het terugplaatsen vindt plaats in hetzelfde ontgravingsprofiel. Bij het graven in een bodem die niet verontreinigd is boven de interventiewaarden mag dit ook op of nabij het ontgravingsprofiel zijn. De aanduiding ‘op of nabij’ geeft aan dat er enige speelruimte is, waarbij de afbakening van geval tot geval kan verschillen.
- Het terugplaatsen vindt plaats onder dezelfde omstandigheden.
Op de webpagina over tijdelijk uitnemen van grond of baggerspecie staat meer over deze criteria.
Kwaliteitsborging
Voor het graven in een bodem met een kwaliteit boven de interventiewaarde bodemkwaliteit gelden regels voor de kwaliteitsborging. Die staan in de artikelen 4.1228 en 4.1229 van het Bal. Bij het graven in sterk verontreinigde grond is het namelijk van belang dat dit zorgvuldig gebeurt. Er gelden dan ook regels om de kwaliteit te borgen, ook wel kwaliteitsborging bij bodemintermediairs (Kwalibo) genoemd. De uitvoering van het graven moet plaatsvinden door een organisatie die volgens het Besluit bodemkwaliteit erkend is voor BRL SIKB 7000. Verder is in de volgende situaties milieukundige begeleiding noodzakelijk door een voor de BRL SIKB 6000 erkende organisatie en persoon:
- Als het terugplaatsen van de grond niet mogelijk is en dus sprake is van afvoer van grond. Omdat het praktisch gezien bijna nooit mogelijk is om alle grond weer terug te brengen in het profiel van ontgraving geldt hiervoor een bovengrens van 25 m3. Dit wil zeggen dat wordt voldaan aan de genoemde voorwaarde als ten hoogste 25 m3 verontreinigde grond niet kan worden teruggeplaatst en van de locatie moet worden afgevoerd.
- Bij het doorgraven van een afdeklaag, leeflaag of andere duurzame afdeklaag
- Bij meerdere partijen grond van verschillende kwaliteit waarbij gescheiden graven aan de orde is.
De verplichte milieukundige begeleiding en de erkenningsplicht voor de organisatie die de activiteit uitvoert geldt alleen voor het gedeelte van de activiteit waarbij er sprake is van een overschrijding van de interventiewaarde bodemkwaliteit.
Kleiner of gelijk
Voor het graven in de bodem met een kwaliteit kleiner dan of gelijk aan de interventiewaarde bodemkwaliteit geldt geen erkenningsplicht voor de uitvoering van de activiteit. Ook geldt geen verplichting om de activiteit milieukundig te laten begeleiden.
Andere inhoudelijke regels
- Naast de regels over bodem gelden ook andere regels. Deze vindt u op de pagina Overzicht regels graven in bodem.
- Daarnaast kan sprake zijn van een ontgrondingsactiviteit.
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is één van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet. Het Bal bevat regels van het Rijk over activiteiten in de fysieke leefomgeving.