Inhoudelijke regels water reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten (paragraaf 4.90 Bal)
Voor het reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten gelden regels over water uit paragraaf 4.90 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup). Het gaat om regels om verontreiniging van bodem en oppervlaktewater te voorkomen en voor doelmatig beheer van afvalwater. Het maakt uit of de voertuigen of werktuigen wel of niet zijn gebruikt voor gewasbeschermingsmiddelen.
Op deze pagina
Wat u moet weten over deze regels voor het afvoeren van dit afvalwater:
- Wanneer de regels gelden
- Hoe het afvalwater bij deze activiteit ontstaat
- Uitwendig reinigen als gewasbeschermingsmiddelen zijn gebruikt
- Inwendig reinigen als gewasbeschermingsmiddelen zijn gebruikt
- Geen afvoer wasplaats naar oppervlaktewater
- Uitwendig reinigen zonder dat gewasbeschermingsmiddelen zijn gebruikt
- Andere lozingsroute
- Riooltekening
- Handreiking Aanleg agrarische wasplaatsen
- Controleaspecten
- Andere inhoudelijke regels
Wanneer de regels gelden
In hoofdstuk 3 en 4 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) staat of de regels van toepassing zijn. De regels gelden als:
- de activiteit onder het toepassingsbereik van paragraaf 4.90 valt, en
- hoofdstuk 3 van het Bal paragraaf 4.90 voor de activiteit aanwijst
Deze paragraaf is niet van toepassing op het reinigen van veewagens.
Hoe het afvalwater bij deze activiteit ontstaat
Het gaat hier om het met water (met een waterslang of hogedrukreiniger) uitwendig of inwendig reinigen van werktuigen of voertuigen voor agrarische activiteiten.
De wetgever maakt onderscheid tussen het reinigen van werktuigen of voertuigen waarmee gewasbeschermingsmiddelen zijn gebruikt of waarmee geen gewasbeschermingsmiddelen zijn gebruikt. Onder werktuigen wordt ook apparatuur zoals spuitapparatuur van gewasbeschermingsmiddelen verstaan.
Uitwendig reinigen als gewasbeschermingsmiddelen zijn gebruikt
Er zijn 3 opties voor het aan de buitenkant schoonmaken van werktuigen of voertuigen waarmee gewasbeschermingsmiddelen zijn gebruikt. Daarbij zijn er verschillende lozingsroutes voor het ontstane afvalwater, dat staat in artikel 4.892 Bal:
- reinigen op een wasplaats met een aaneengesloten bodemvoorziening: het waswater moet worden opgevangen en gezuiverd, zonder dat afvalwater wordt geloosd.
- reinigen op de landbouwgronden waar de gewasbeschermingsmiddelen zijn gebruikt: waswater wordt geloosd op die landbouwgronden.
- reinigen op de onverharde bodem bij het bedrijf. Is alleen toegestaan als het reinigen heel af en toe gebeurt, ongeveer 2 keer per jaar: waswater wordt direct geloosd op de onverharde bodem bij het bedrijf.
Let op: bij het reinigen dat gebeurt op de landbouwgronden, mag het reinigen niet elke keer op dezelfde plek gebeuren. Ook moet de afstand tot de sloot groot genoeg zijn. Dit valt onder de zorgplicht.
Inwendig reinigen als gewasbeschermingsmiddelen zijn gebruikt
Er zijn 2 routes om afvalwater van het aan de binnenkant schoonmaken van voertuigen en werktuigen na het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen te lozen, dat staat in artikel 4.893 Bal:
- als het reinigen gebeurt op de landbouwgronden waar de gewasbeschermingsmiddelen zijn gebruikt: gelijkmatig verspreiden op de landbouwgronden.
- opvangen en zuiveren, zodat geen afvalwater wordt geloosd.
Het afvalwater dat hierbij ontstaat is vervuild met gewasbeschermingsmiddelen. De voorkeursroute is om na het bespuiten de spuittank direct te reinigen en het afvalwater uit te rijden op het perceel van toepassing. Een andere mogelijkheid is het te (her)gebruiken bij een volgende bespuiting.
Het reinigen kan ook plaatsvinden op een wasplaats. Het afvalwater moet dan worden opgevangen en worden gezuiverd zonder restlozing.
Geen afvoer wasplaats naar oppervlaktewater
De wasplaats dient na gebruik te worden schoongemaakt. Het schoonmaakwater moet ook worden opgevangen en gezuiverd. Het schoonmaken van de wasplaats voorkomt echter niet helemaal dat regenwater dat van de wasplaats afvloeit, nog gewasbeschermingsmiddelen bevat.
Vanwege de waterkwaliteit mogen gewasbeschermingsmiddelen niet in de sloot terechtkomen. Een wasplaats mag daarom geen directe afvoer hebben naar de sloot. Dat staat in artikel 4.891 Bal. Zonder zo’n afvoer zal het afvloeiend hemelwater uitvloeien over de bodem, waardoor belasting van het oppervlaktewaterlichaam tot een minimum wordt beperkt.
Zuiveringstechnieken voor afvalwater met gewasbeschermingsmiddelen
Er zijn verschillende technieken om het afvalwater met gewasbeschermingsmiddelen te zuiveren zonder dat er een restlozing is. De systemen zijn gebaseerd op verdamping en indroging, of op verdamping en microbiële omzetting. Voorbeelden hiervan zijn een fytobak of biofilter. De voorziening moet zo zijn uitgevoerd dat geen lekkage naar de bodem of het oppervlaktewater kan optreden.
Voor grotere hoeveelheden zijn er technieken die werken op basis van fysisch-chemische zuiveringsprocessen. Vaak zal dan een buffervoorziening noodzakelijk zijn om het afvalwater geleidelijk naar de zuivering te voeren. Met deze systemen is het echter niet mogelijk om te zuiveren zonder restlozing. Daarom kunnen deze installaties alleen worden gebruikt als een bedrijf een gesloten watersysteem heeft, met nuttig hergebruik van het gezuiverde water waarbij geen lozing plaatsvindt.
Meer informatie over zuiveringstechnieken is te vinden in de Handreiking Aanleg agrarische wasplaatsen. Zie verderop op deze pagina, onder de gelijknamige tussenkop Handreiking aanleg agrarische wasplaatsen.
Uitwendig reinigen zonder dat er gewasbeschermingsmiddelen zijn gebruikt
Als voertuigen of werktuigen niet zijn gebruikt voor gewasbeschermingsmiddelen, zijn er 2 routes om afvalwater te lozen, dat staat in artikel 4.894 Bal:
- lozen op onverharde bodem
- lozen op het vuilwaterriool
Het gebruik van een wasplaats is niet verplicht, en ook het uitrijden van het afvalwater is niet verplicht.
Andere lozingsroute
De gemeente of het waterschap kan bij maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift een andere lozingsroute toestaan. In dat geval mag het afvalwater ook via die andere route worden geloosd. Zie voor meer informatie over alternatieve lozingsroutes bij maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift de pagina Algemene systematiek van lozen in decentrale regels en voorschriften.
Riooltekening
De initiatiefnemer moet een riooltekening hebben waar duidelijk op staat:
- op welke punten welk afvalwater wordt geloosd
- of de lozingspunten zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool
- op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en het schoonwaterriool uitkomen
De handhaver kan deze riooltekening gebruiken bij een controle.
Handreiking aanleg agrarische wasplaatsen
Wasplaatsen leveren een belangrijke bijdrage aan het terugdringen van emissie van gewasbeschermingsmiddelen naar het milieu. Er komt veel kijken bij de aanleg van wasplaatsen. Daarom is een handreiking opgesteld die handvatten biedt bij de aanleg van wasplaatsen. In de Handreiking aanleg agrarische wasplaatsen worden de regels toegelicht. Het is een compact naslagwerk met praktische en milieutechnische informatie over wasplaatsen en zuiveringssystemen.
Controleaspecten
Bij het controleren van de regels en voorschriften is het belangrijk om een aantal aspecten goed in beeld te hebben. Informatie daarover vindt u op de pagina Controleaspecten bij regels en voorschriften voor afvalwater.
Andere inhoudelijke regels
Naast regels over water gelden ook andere regels. Deze vindt u op de overzichtspagina Inhoudelijke regels reinigen van voertuigen of werktuigen voor agrarische activiteiten.
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is één van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet. Het Bal bevat regels van het Rijk over activiteiten in de fysieke leefomgeving.