Inhoudelijke regels veiligheid kleinschalig tanken (paragraaf 4.39 Bal) en grootschalig tanken (paragraaf 4.40 Bal) van voertuigen, vliegtuigen of werktuigen met vloeibare brandstoffen
Voor kleinschalig tanken van voertuigen, vliegtuigen of werktuigen met vloeibare brandstoffen gelden veiligheidsregels uit paragraaf 4.39 van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Voor grootschalig tanken van voertuigen, vliegtuigen of werktuigen met vloeibare brandstoffen gelden veiligheidsregels uit paragraaf 4.40. Het gaat om PGS 28 (Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen) bij tanken vanuit een ondergrondse opslagtank en PGS 30 bij tanken vanuit een bovengrondse opslagtank.
Wanneer de regels gelden
In hoofdstuk 3 en 4 van het Besluit activiteiten leefomgeving Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper) (Bal) staat of de regels van toepassing zijn. De regels gelden als:
- de activiteit onder het toepassingsbereik van paragraaf 4.39 of 4.40 valt, en
- hoofdstuk 3 van het Bal paragraaf 4.39 of 4.40 voor de activiteit aanwijst
Regels en definities van tanken en brandstoffen
Grootschalig en kleinschalig tanken
Bij grootschalig tanken gaat het om het tanken van meer dan 25 m3 vloeibare brandstoffen per jaar. Als niet meer dan 25 m3 vloeibare brandstoffen per jaar wordt getankt, geldt de paragraaf kleinschalig tanken.
Geen externe veiligheidsregels voor het tanken van diesel
Voor het tanken van diesel zijn de externe veiligheidsrisico's zo klein, dat hiervoor vanuit externe veiligheid geen regels gelden.
Vloeibare brandstoffen
Onder het begrip 'vloeibare brandstoffen' vallen onder andere benzine (= lichte olie) en diesel (= gasolie), maar ook biobrandstoffen.
Definitie benzine
De definitie van benzine van deze activiteit sluit aan bij de definitie in artikel 2a van de Benzinerichtlijn 94/63/EG:
'een aardoliederivaat, met of zonder additieven, met een volgens de Reidmethode bepaalde dampdruk van 27,6 kilopascal of meer, dat voor gebruik als brandstof voor motorvoertuigen is bestemd, met uitzondering van vloeibaar petroleumgas (LPG).'
Deze definitie is in het kort 'benzine, al dan niet met additieven'. Bij de term 'benzine' gaat het hier dus niet alleen om de zuivere benzine met de code UN 1203, maar ook om andere lichte aardoliedestillaten. Ook vallen stoffen met de code UN 1268 onder deze definitie.
PGS 28 of PGS 30 als basis
Het tanken van vloeibare brandstoffen vanuit ondergrondse tanks moet voldoen aan PGS 28. Het tanken van vloeibare brandstoffen vanuit bovengrondse tanks moet voldoen aan PGS 30.
In PGS 28 staan de regels voor de opslag en aflevering van vloeibare brandstoffen, zoals benzine, in of vanuit ondergrondse tanks. In PGS 30 staan onder meer de regels voor de opslag en aflevering van vloeibare brandstoffen, zoals kerosine, in bovengrondse tankinstallaties.
Verandering vergunningplicht/afstand onder de Omgevingswet
In het Besluit omgevingsrecht (Bijlage I, onder C categorie 5.4 onder e) gold een vergunningplicht voor onbemande tankstations waarbij de afstand van de afleverzuil tot de daar genoemde 'kwetsbare objecten' minder was dan 20 m.
Onder de Omgevingswet, in het Bal is deze milieubelastende activiteit niet vergunningplichtig. Om de volgende redenen is de 20 m tussen de afleverzuil en nabijgelegen kwetsbare locaties/gebouwen niet meer opgenomen:
- De afleverzuil is niet het meest risicovolle onderdeel van de installatie, dat is namelijk het vulpunt.
- De afstand gold voor alle brandstoffen, terwijl er alleen bij benzine een extern veiligheidsrisico is.
- Er zijn vanuit omgevingsveiligheidsperspectief geen verschillen tussen een onbemand of bemand benzinetankstation omdat de externe veiligheidsrisico’s vooral bepaald worden door de activiteit rondom het bevoorraden van de opslagtanks.
- De lijst met objecten van derden die waren genoemd en waar de afstand voor gold, was een oude opsomming, die niet meer overeenkomt met de nieuwe kwetsbare gebouwen en locaties.
Bestaande tankstations
Vanuit het algemene overgangsrecht geldt het volgende:
Als de vergunningplicht vervalt, dan blijven de afwijkende vergunningvoorschriften gelden als maatwerkvoorschrift. In de praktijk blijven dus dezelfde regels gelden voor een bestaand tankstation.
Nieuw benzinetankstation
Risicoberekening van het RIVM geeft aan dat een benzinetankstation risico's geeft voor de omgeving. Gemeentes kunnen in het Omgevingsplan eventueel zelf regels of veiligheidsafstanden opnemen voor benzinetankstations. De risicoberekening van het RIVM laat zien dat de risico's voor een benzinetankstation voornamelijk bepaald worden door het vulpunt van de verlading. Het gaat daarbij voor het plaatsgebonden risico om een veiligheidsafstand van 24 m.
Andere inhoudelijke regels
Naast veiligheidsregels gelden ook andere regels. Deze vindt u op Inhoudelijke regels kleinschalig tanken van voertuigen, vliegtuigen of werktuigen met vloeibare brandstoffen of Inhoudelijke regels grootschalig tanken van voertuigen, vliegtuigen of werktuigen met vloeibare brandstoffen.
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is één van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet. Het Bal bevat regels van het Rijk over activiteiten in de fysieke leefomgeving.