Bepalen geluid door activiteiten Bal en omgevingsvergunning mba
Regels over het bepalen van geluid door een milieubelastende activiteit (mba) die door het Rijk is aangewezen, staan in hoofdstuk 4 en afdeling 9.1 van de Omgevingsregeling. Deze regels hebben betrekking op een activiteit waarvoor algemene regels van het Besluit activiteiten Leefomgeving (Bal) gelden en op een omgevingsvergunning mba.
Algemene regels
De algemene regels over activiteiten aangewezen in het Bal over het bepalen van geluid staan in afdeling 4.3a en 4.3b van de Omgevingsregeling. Deze regels gaan over geluid door een verplaatsbaar mijnbouwwerk, geluid door een activiteit op een industrieterrein en geluid door een windturbine op een bestaand windpark waarvoor tijdelijke regels gelden.
Verplaatsbaar mijnbouwwerk
Bijlage IVh van de Omgevingsregeling is van toepassing op het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT van het geluid en het maximaal geluidniveau LAmax veroorzaakt door een verplaatsbaar mijnbouwwerk (artikel 4.12e, lid 1, Omgevingsregeling).
De waarden worden afgerond op hele getallen, een halve eenheid op het dichtstbijzijnde even getal. Dit geldt voor de waarden van:
- het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT
- het maximale geluidniveau LAmax (artikel 6.6, lid 5 via artikel 4.12e, lid 2, Omgevingsregeling)
Activiteit op industrieterrein
Bijlage IVh van de Omgevingsregeling is van toepassing op het bepalen van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT van het geluid veroorzaakt door een activiteit op een industrieterrein (artikel 4.12e, lid 1, Omgevingsregeling).
Dit langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT is genoemd in artikel 5.39, lid 2, van het Bal. Het gaat over activiteiten die volgens het Bal ‘een aanzienlijke mate van geluid maken’. Hiervoor waarborgt het omgevingsplan of een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT van het geluid op een afstand van 50 m vanaf de begrenzing van de locatie van de activiteit niet meer is dan:
- 50 dB(A) over de periode van 07.00 tot 19.00 uur
- 45 dB(A) over de periode van 19.00 tot 23.00 uur
- 40 dB(A) over de periode van 23.00 tot 07.00 uur
De waarden worden afgerond op hele getallen, een halve eenheid op het meest dichtstbijzijnde even getal. Dit geldt voor:
- de waarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT
- het maximale geluidniveau LAmax (artikel 6.6, lid 5 via artikel 4.12e, lid 2, Omgevingsregeling)
Windpark
Bijlage IVi van de Omgevingsregeling is van toepassing op het bepalen van het geluid bij een bestaand windpark. Bij het berekenen worden de waarden in dB Lden en dB Lnight afgerond op hele getallen, een halve eenheid op het dichtstbijzijnde even getal (artikel 6.8 via artikel 4.12b, Omgevingsregeling).
Bijlage IVi is ook van toepassing op het bepalen van de emissieterm LE en de windsnelheid (artikel 4.12c, Omgevingsregeling).
Deze regels gelden voor windturbines in een park dat sinds juli 2021 ongewijzigd is. Lees er meer over op Windturbine: tijdelijke regels voor geluid.
Bepalen geluid omgevingsvergunning mba
Het bevoegd gezag beoordeelt of er onder andere geen sprake is van een significante verontreiniging (artikel 8.9, lid 3 Bkl).
Voor de meeste activiteiten is hiervoor is geen reken- en meetmethode voorgeschreven. Voor zover een berekening daarvoor nodig is, kan het bevoegd gezag de methode gebruiken die is voorgeschreven voor het toelaten van die activiteit. Zie Bepalen geluid door activiteiten en omgevingsplan.
Windturbine of windpark (tijdelijke regeling)
Bijlage IVi van de Omgevingsregeling is van toepassing op het bepalen van het geluid bij een windturbine of windpark op een geluidgevoelig gebouw.
Bij het berekenen worden de waarden in dB Lden en dB Lnight afgerond op hele getallen, een halve eenheid op het dichtstbijgelegen even getal.
In paragraaf 2.3.2 van bijlage VIi staat hoe de windsnelheid op ashoogte wordt bepaald. Het bevoegd gezag kan een andere methode gebruiken als deze even nauwkeurig of nauwkeuriger is.
Artikel 3.25 van de Omgevingsregeling is van toepassing op het berekenen van het gecumuleerde geluid. Dit staat in artikel 8.25 via artikel 9.5a van de Omgevingsregeling.
Militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen
Bijlage XVIIIc van de Omgevingsregeling is van toepassing op het bepalen van het geluid door militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen op een geluidgevoelig gebouw. Het geluid door een schermenbaan kan ook volgens bijlage XVIIId van de Omgevingsregeling berekend worden. Dit staat in artikel 8.26 via artikel 9.5b, Omgevingsregeling.
Meer informatie
- Rekentools voor bepalen geluid voor onder andere bepaling windsnelheidsverdeling bij windturbines en geluid buitenschietbanen
- Geluid en algemene rijksregels milieubelastende activiteiten
- Geluid en omgevingsvergunning milieubelastende activiteit