Bepalen geluid door activiteiten en omgevingsplan
Regels over het bepalen van geluid door een activiteit waarvoor waarden staan of worden opgenomen in een omgevingsplan, staan in paragraaf 6.2.1 en 8.2.3.2 van de Omgevingsregeling.
Bepalen geluid door een activiteit
Het geluid door een activiteit wordt bepaald bij:
- Het toelaten van een activiteit op een locatie (paragraaf 8.2.3.2 Omgevingsregeling).
- Het toelaten van een geluidgevoelig gebouw bij een activiteit op een locatie (paragraaf 8.2.3.2 Omgevingsregeling).
- Het bepalen of het geluid door een activiteit voldoet aan een waarde in het omgevingsplan (paragraaf 6.2.1 Omgevingsregeling).
Hierbij gaat het om een activiteit anders dan wonen. De regels zijn niet van toepassing op het geluid door spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen en doorgaand verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen (artikel 5.55 Bkl en 6.4 Omgevingsregeling).
Bij het bepalen van het geluid door een activiteit, gaat het om het geluid:
- op een geluidgevoelig gebouw
- in geluidgevoelige ruimten binnen een geluidgevoelig gebouw
- op een locatie die dichter bij de activiteit ligt dan de gevel van een geluidgevoelig gebouw of de grens van een ligplaats of woonwagenterrein
Bij het toelaten van een activiteit of geluidgevoelig gebouw gelden de instructieregels ook voor het bepalen van geluid op een afstand van 50 m vanaf de begrenzing van de locatie van de activiteit.
Lees meer op de pagina Bepalen geluid en geluidgevoelig gebouw.
Bepalen geluid door de meeste activiteiten
Het geluid door de meeste activiteiten wordt bepaald volgens bijlage IVh van de Or. Hierbij wordt de bedrijfsduurcorrectie niet toegepast voor muziek.
Bijlage IVh van de Omgevingsregeling kan niet worden toegepast bij:
- activiteiten die in hoofdzaak in de openbare ruimte worden verricht
- evenementen
- geluid dat niet representatief is voor een activiteit
- een andere dosismaat
Bepalen geluid door schietbanen
Bijlage XVIIIb van de Or is van toepassing op het bepalen van geluid door een binnenschietbaan. Bijlage XVIIIc op civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen.
Het geluid door een kleiduivenschietbaan of een schermenbaan kan ook worden bepaald volgens bijlage XVIIId.
Bepalen geluid door windturbines of een windpark
Het geluid door een windturbine of windpark wordt bepaald volgens bijlage IVi van de Omgevingsregeling.
In paragraaf 2.3.2 van bijlage IVi staat hoe de windsnelheid op ashoogte wordt bepaald. In de volgende gevallen kan het bevoegd gezag een andere methode gebruiken:
- bij het toelaten van een windturbine of windpark
- bij het toelaten van een geluidgevoelig gebouw bij die activiteit
Voorwaarde is dat deze methode even nauwkeurig of nauwkeuriger is. Daarnaast is het verplicht de andere methode vast te leggen in een besluit, zodat bij het toetsen aan de waarden diezelfde methode wordt gebruikt.
Lees ook over het bepalen van het gecumuleerde geluid bij een windturbine of windpark.
Afronden waarden
De waarden worden afgerond op hele getallen, een halve eenheid op het dichtstbijzijnde even getal. Dit geldt voor:
- de waarden van het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT en het maximale geluidniveau LAmax bij de meeste activiteiten
- de waarden in dB Lden, dB Lnight bij een windturbine of windpark
Meer informatie
- Rekentools voor bepalen geluid, voor onder andere de bepaling van windsnelheidsverdeling bij windturbines en geluid door buitenschietbanen
- Bepalen geluid en de bruidsschat