Gegevens basisgeluidemissie gebruiken voor geluidbelastingkaart
Voor de basisgeluidemissie en de geluidbelastingkaart kan gebruik van dezelfde gegevens(bron) mogelijk zijn. Het hangt af van de gemaakte keuze of de gegevens voor beide bruikbaar zijn.
Gebruik maken van gegevens basisgeluidemissie
De gegevens voor de basisgeluidemissie (bge) en voor de geluidbelastingkaarten zijn elk een aparte verzameling met een eigen geluidberekeningsmodel en rekenmethode (respectievelijk Bijlage IVd Omgevingsregeling en Bijlage XXXIII Omgevingsregeling). Voor sommige invoergegevens zijn er voor beide methoden keuzevrijheden. Het hangt af van de gemaakte keuze of de gegevens voor bge en kaart overeenkomen en voor beide bruikbaar zijn.
Voor de bge zijn minder gegevens nodig dan voor de geluidbelastingkaart. Voor de geluidbelastingkaart zijn bijvoorbeeld gegevens nodig over het overdrachtsgebied, omdat de kaart gaat over de geluidimmissie (de omgeving), terwijl de bge zich richt op de geluidemissie (de bron).
Aannames en vereenvoudigingen
Soms mogen bepaalde invoergegevens voor de geluidbelastingkaarten vereenvoudigd worden. De rekenmethode 'CNOSSOS' (Bijlage XXXIII Omgevingsregeling) biedt de mogelijkheid om gebruik te maken van standaard invoerwaarden of veronderstellingen, maar alleen als de verzameling van de werkelijke gegevens onevenredig hoge kosten met zich meebrengt. Verder schrijft CNOSSOS voor dat invoerwaarden die de emissie beïnvloeden, moeten worden bepaald met een nauwkeurigheid van ten minste ± 2 dB(A). Deze twee clausules maken het in bepaalde gevallen mogelijk om de toeslagen voor hellingen, kruispunten en rotondes te verwaarlozen en om gemotoriseerde tweewielers in te delen bij de lichte motorvoertuigen. De voorwaarden zijn genoemd in de Handreiking modelleren volgens CNOSSOS.
De verschillen
Welke wegen?
- De vastlegging van de bge gebeurt voor wegen met een verkeersintensiteit van ten minste 2.500 motorvoertuigen/etmaal.
- Voor de geluidbelastingkaarten is er geen minimale verkeersintensiteit. Daar worden de wegen gekarteerd die een geluidbelasting veroorzaken van minimaal 55 dB Lden of 50 dB Lnight bij geluidgevoelige gebouwen.
Bronlijnen
Voor de modellering van bronlijnen bieden de rekenmethodes voor zowel de bge als de geluidbelastingkaarten vrijheid. In beide gevallen kan een gemeente ervoor kiezen om één bronlijn per rijbaan te modelleren of om meerdere rijbanen te bundelen tot één bronlijn. Voor de bronlijnen voor de geluidbelastingkaart kunnen daarom, als dit voor beide doelen op dezelfde manier is gedaan, aangepaste versies van de bronlijnen voor de bge worden gebruikt. De verschillen in de invoergegevens op de bronlijnen worden hieronder verder toegelicht.
- De bronlijnen voor de bge worden vastgelegd in alleen x- en y-coördinaten.
- De bronlijnen voor de geluidbelastingkaarten worden vastgelegd in x-, y- en z-coördinaten.
Over (optrek)toeslagen op de emissie geldt het volgende:
- Voor de bge mogen korte onderbrekingen in het wegdektype (zoals een drempel) buiten beschouwing worden gelaten. Ook mogen kruisingen en rotondes vereenvoudigd worden gemodelleerd.
- Voor de geluidbelastingkaarten wordt voor kruispunten, rotondes en obstakels een toeslag toegepast op de geluidemissie. Soms kan die toeslag buiten beschouwing worden gelaten. Het is aan het bevoegd gezag om daar een inschatting van te maken. Zie hiervoor de Handreiking CNOSSOS.
Het jaar voor de verkeersintensiteiten
- Voor de bge is uiterste basisjaar 2026. Als een gemeente dit jaar hanteert, is dat gelijk aan het peiljaar voor de geluidbelastingkaart 2026.
Lokale spoorwegen verweven met een weg
- Als lokale spoorwegen verweven zijn met een weg, kan de gemeente kiezen. Er mag een gezamenlijke bge worden bepaald voor de weg en de spoorweg samen, maar de bge mag ook voor weg en spoorweg apart worden bepaald en gemonitord.
- Voor de geluidbelastingkaarten worden lokale spoorwegen die deel uitmaken van een weg meegenomen in de geluidbelastingkaarten voor de weg.
Gemotoriseerde tweewielers
- Voor de bge is invoer van gemotoriseerde tweewielers in de verkeersintensiteiten facultatief.
- Voor de geluidbelastingkaarten schrijft de rekenmethode voor dat het aantal gemotoriseerde tweewielers wordt ingevoerd. Binnen het kwaliteitskader is het toegestaan om gemotoriseerde tweewielers te verwaarlozen of in te delen bij lichte motorvoertuigen. Advies: beschouw gemotoriseerde tweewielers niet apart, maar als onderdeel van lichte motorvoertuigen (bron: Handreiking CNOSSOS).
Helling
- Voor de bge wordt het effect van een helling op het geluid buiten beschouwing gelaten.
- Voor de geluidbelastingkaarten is het hellingspercentage van de weg een voorgeschreven invoerparameter. Binnen het kwaliteitskader van CNOSSOS mag voor de Nederlandse situatie de hellingcorrectie verwaarloosd worden. De keuze is aan de bevoegde gezagen hoe hier mee om te gaan. Advies: gebruik hellingcorrectie alleen als dit een voldoende significante bijdrage heeft op de blootstelling bij geluidgevoelige bestemmingen (bron: Handreiking CNOSSOS).
Overdrachtsgebied
- Voor de bge gaat het alleen om de geluidemissie van de weg en zijn dus geen invoergegevens over de overdracht van geluid nodig.
- Geluidbelastingkaarten gaan over de immissie van geluid. Daarom zijn gegevens nodig over het overdrachtsgebied (zoals gebouwen en bodemgebieden).