Rekening houden met de nieuwe normen in de periode 2026-2029
Op 1 januari 2030 moeten EU-landen voldoen aan de aangescherpte Europese luchtkwaliteitsnormen. Ze moeten in de aanloop naar 2030 concrete maatregelen nemen om deze doelen te halen. Dat kan ook gevolgen hebben voor ruimtelijke besluitvorming en overheidsmaatregelen.
Nog geen formele toetsing tot 2030
Voor besluiten die overheden tot 2030 nemen, geldt nog geen formele toetsing aan de aangescherpte grenswaarden in de herziene Europese richtlijn luchtkwaliteit. Maar tot eind 2026 mogen ze geen maatregelen nemen die het halen van de doelen ernstig in gevaar brengen. Dit heet onthoudingsplicht.
Ook in de periode daarna (2027-2029) hoeven overheden hun besluiten nog niet formeel aan de 2030-normen te toetsen. Wel zullen de toekomstige normen invloed hebben op ruimtelijke besluitvorming en overheidsmaatregelen.
Tot eind 2026: doelen niet ernstig in gevaar brengen
De implementatieperiode is de periode dat EU-landen de richtlijn omzetten in nationale wetgeving. Deze implementatieperiode duurt 2 jaar: van 12 december 2024 tot en met 11 december 2026. In deze periode moeten ze al rekening houden met de nieuwe normen en geldt een onthoudingsplicht. Dit betekent dat overheden geen maatregelen mogen nemen die het halen van de doelen van een richtlijn ernstig in gevaar brengen.
Grote projecten beoordelen
Deze onthoudingsplicht kan gevolgen hebben voor grote projecten die de luchtkwaliteit in betekenende mate (IBM) verslechteren. Bijvoorbeeld grootschalige woningbouw en uitbreiding van de wegcapaciteit waardoor het wegverkeer sterk en blijvend toeneemt.
Het is aan te raden om bij de voorbereiding van dit soort projecten al rekening te houden met de nieuwe normen. Dit kan door te beoordelen wat het effect is op de luchtkwaliteit na 2030 en vervolgens de uitkomsten langs de nieuwe normen te leggen.
Deze beoordeling is vrijblijvend, want de normen voor 2030 staan nog niet vastgelegd in de nationale wetgeving. Ze gelden pas als omgevingswaarden vanaf 1 januari 2030.
Maatregelen treffen
Verwacht u dat een project structurele gevolgen zal hebben voor de luchtkwaliteit? Dan is het volgens het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW) verstandig om - binnen de invloedsfeer van het project - maatregelen te nemen om de effecten te beperken. Deze maatregelen kunnen ertoe leiden dat te realiseren projecten moeten worden aangepast of duurder worden. Maar u voldoet dan wel alvast aan de nieuwe omgevingswaarden die er hoe dan ook gaan komen.
Periode 2027-2029: toewerken naar de doelen
In de periode van eind 2026 tot en met 2029 worden besluiten nog steeds getoetst aan de oude/huidige regels en normen. Beoordeling met betrekking tot de nieuwe normen is om inzicht te krijgen in de haalbaarheid van de 2030-doelen. De nieuwe normen kunnen al wel invloed hebben op de besluitvorming.
Meten en modelleren
Vanaf het verlopen van de implementatietermijn eind op 11 december 2026 geldt het in de EU-richtlijn beschreven proces van strikter meten op meer punten en nauwkeuriger modelleren (rekenmethodes) om de doelen te kunnen halen. .
Routekaarten en dreigende overschrijdingen
Wanneer overschrijding van de nieuwe normen in 2030 dreigt, moeten EU-landen een of meerdere routekaarten opstellen met beleid en een passend pakket aan maatregelen om overschrijdingen in 2030 te voorkomen.
Afweging ruimtelijke plannen
Bij besluitvorming over omgevingsvergunningen, projectbesluiten en omgevingsplannen is er dus nog geen formele toetsing aan de 2030-normen. Maar de toekomstige normen kunnen de besluitvorming al wel beïnvloeden. Dit is vooral zo bij ruimtelijke planvorming. Daarbij heeft het bevoegd gezag meer beoordelingsruimte dan bij bijvoorbeeld een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit.
Hoe dichter de besluitvorming bij het jaar 2030 ligt, hoe meer zekerheid er is over de verwachte luchtkwaliteit (achtergrondwaarde, impact van het besluit en eventuele maatregelen). Bij de afwegingen en motivering van een ruimtelijk besluit kunnen de toekomstige Europese normen dan een grotere rol spelen.
Gezond verstand
Het is verstandig om bij besluiten vóór 2030 ook al vooruit te kijken naar de impact ná 2030 en rekening te houden me de aangescherpte normen. Vooral ook omdat een wijziging of afwijking van het omgevingsplan alleen is toegestaan met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper)). Ook is het voorkómen van nieuwe knelpunten vaak minder complex dan het oplossen ervan.
Na 2030 toetsen aan nieuwe normen
Vanaf 2030 worden besluiten volgens de nieuwe regels getoetst aan de strengere normen.
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL)
Evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL) betekent dat er een balans bestaat tussen verschillende functies die locaties binnen een gebied kunnen vervullen. Deze regels houden meer in dan alleen het bestemmen in een bestemmingsplan. Denk bij een functie bijvoorbeeld aan een netwerkfunctie (kabels en leidingen) of waterbergende functie (milieu).
Lees meer over evenwichtige toedeling van functies aan locaties.