Toelichting overgangsregeling BRL 100 v3.0
Op deze pagina leest u meer over de overgangsregeling voor de herziene Beoordelingsrichtlijn (BRL) 100 versie 3.0. Lees hieronder voor specifieke artikelen een verdere toelichting van de regeling en wat dit in de praktijk betekent.
1. Algemene verplichtingen voor ondernemingen
- 1.1 Elke onderneming die werkt binnen de kaders van genoemde uitvoeringsverordeningen moet voldoen aan de relevante eisen uit het Arbeidsomstandighedenbesluit en neemt kennis van de eisen uit de BRL 100, versie 3.0, past haar processen hierop aan en houdt zich aan de verplichtingen gesteld in hoofdstuk 2 en de relevante deelgebieden.
- 1.2 In de overgangsperiode geldt dat personeel dat werkzaamheden uitvoert aan installaties, zoals bedoeld in Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2215 en (EU) 2024/625, moet voldoen aan de eisen uit BRL 200 versie 2.0.
Toelichting 1.1 en 1.2
De verplichting dat monteurs die werken aan installaties met natuurlijke koudemiddelen, moeten voldoen aan de BRL200 versie 2.0 geldt met ingang van 29 september 2025. De overgangsregeling in BRL200 versie 2.0 (paragraaf 1.2.1) is van toepassing; Die 'zegt' namelijk: vanaf 29 september 2025 moeten monteurs die werken binnen de kaders van uitvoeringsverordening (EU)2024/2215 volgens de Europese wetgeving gecertificeerd zijn. Tot 29 maart 2026 kunnen en mogen nog aparte F-gascertificaten en vakbekwaamheidsbewijzen (VVAKK-ACB) voor natuurlijke koudemiddelen worden afgegeven. De verplichting dat personeel moet voldoen aan de certificering voor personen volgens de BRL200 1.2 was er ook al. Die gold alleen voor monteurs die werken aan installaties met F-gassen. Ook al heeft een bedrijf nog geen BRL100 certificaat, dan nog moet het personeel dat werkt aan bepaalde installaties voldoen aan de certificeringsverplichting voor personen.
2. Inwerkingtreding en scope
- 2.1 BRL 100 versie 3.0 treedt formeel in werking op 31 augustus 2026. Nieuwe aanvragen voor certificatie die na deze datum worden ingediend, worden uitsluitend beoordeeld tegen BRL 100 versie 3.0.
- 2.2 Certificerende instellingen mogen initiële beoordelingen en inspecties op grond van BRL 100 versie 3.0 pas uitvoeren nadat zij door de Raad voor Accreditatie (RvA) voor deze versie zijn geaccrediteerd.
- 2.3 Tot voornoemd moment mogen certificerende instellingen uitsluitend audits uitvoeren en certificaten afgeven onder BRL 100 versie 2.0. De CI registreert daarbij de toepasselijke versie in het eigen kwaliteitssysteem en het Centraal Register Techniek (CRT), zodat zichtbaar blijft onder welke versie de audit heeft plaatsgevonden.
3. Audit- en certificatiecyclus voor bestaande certificaathouders (deelgebied 1)
- 3.1 Voor alle bestaande certificaathouders blijft de reguliere certificatie- en auditcyclus gehandhaafd. Er worden geen extra audits of aanvullende inspecties opgelegd vanwege de overgang naar versie 3.0.
- 3.2 Als de eerstvolgende reguliere audit van een bestaande certificaathouder plaatsvindt na 31 augustus 2026, wordt deze uitgevoerd als een transitie-audit. Tijdens deze transitie-audit beoordeelt de certificerende instelling of de operationele processen en de toepassing daarvan voldoen aan de BRL 100 versie 3.0. De transitie-audit:
- 3.2.1 geldt niet als een initiële beoordeling
- 3.2.2 leidt niet tot een verplichte aanvullende inspectie binnen 6 maanden
- 3.2.3 maakt volledig deel uit van de reguliere certificatiecyclus;.
- 3.2.4 vervangt de reguliere audit op dat moment..
- 3.3 Na een positieve certificatiebeslissing wordt het certificaat voortgezet onder BRL 100 versie 3.0 binnen dezelfde lopende certificatiecyclus. Er wordt geen aanvullend of afwijkend inspectieschema vastgesteld. De reguliere inspectiemomenten zoals die voor BRL 100 versie 2.0 golden, blijven leidend.
4. Voorlopige certificaten onder BRL 100 versie 2.0 voor 31 augustus 2026
- 4.1 Certificaathouders die op 31 augustus 2026 beschikken over een voorlopig certificaat onder versie 2.0, ronden hun initiële traject af volgens de voorwaarden en certificatiecyclus waaronder voorlopig certificaat versie 2.0 is behaald.
- 4.2 Zij stappen over naar BRL 100 versie 3.0 op het eerstvolgende reguliere auditmoment na afronding van het voorlopige certificaat; dit auditmoment wordt uitgevoerd als een transitie-audit.
Toelichting 4.1 en 4.2
Wanneer een onderneming op 31 augustus 2026 beschikt over een voorlopig certificaat op basis van de BRL 100 versie 2.0, dan wordt de inspectie-audit (ter verkrijging van het definitieve certificaat) binnen een jaar na verlening van het voorlopige certificaat (volgens paragraaf 3.2 van deze overgangsregeling) uitgevoerd als transitie-audit naar BRL 100 versie 3.0. Tijdens deze transitie-audit beoordeelt de certificerende instelling of de operationele processen en de toepassing daarvan voldoen aan de BRL 100 versie 3.0. Dit leidt bij positief resultaat tot een certificaat volgens versie 3.0.
5. Nieuwe aanvragen na 31 augustus 2026
- 5.1 Ondernemingen die ná 31 augustus 2026 een eerste aanvraag indienen voor een BRL 100-certificaat voor werkzaamheden onder Verordening (EU) 2024/2215, doorlopen altijd een initiële beoordeling zoals bedoeld in BRL 100 versie 3.0, paragraaf 6.5.1.
6. Uitfasering BRL 100 versie 2.0
- 6.1 De BRL 100 versie 2.0 vervalt per 31 augustus 2028. Certificaten die onder BRL 100 versie 2.0 zijn afgegeven, behouden hun geldigheid tot uiterlijk deze datum.
- 6.2 Om bedrijven die in de staart van de overgangsperiode vallen voldoende gelegenheid te geven om geconstateerde afwijkingen te herstellen, wordt een uiterste hersteltermijn toegestaan tot 30 november 2028.
Toelichting 6.1 en 6.1
Toelichting 6.1 en 6.2 In de hersteltermijn (zie 6.2) krijgen ondernemingen de kans om tekortkomingen op te lossen. Gedurende deze termijn, behoudt het BRL 100 versie 2.0 van bedrijven die in de staart van de overgangsperiode hun transitie-audit hebben, de geldigheid gedurende de toegestane hersteltermijn tot uiterlijk 30 november 2028.
BRL 100 versie 2.0 certificaten vervallen als bedrijven die hun tekortkomingen voor BRL 100 v 3.0 uit de transitie-audit niet herstellen binnen de toegestane termijn.
7. Voorkomen van piekbelasting
- 7.1 Door de transitie-audit te integreren in de bestaande certificatiecyclus en niet als extra auditmoment op te leggen, wordt ongewenste piekbelasting voor certificerende instellingen en certificaathouders voorkomen.
8. Specifieke situaties
- 8.1 Opleidingscapaciteit en BRL 200-kwalificaties
- 8.1.1 Er wordt erkend dat opleidingscapaciteit voor BRL 200-kwalificaties beperkt is. Tijdens audits ná 31 augustus 2026 beoordeelt de CI de voortgang van het kwalificatietraject van medewerkers.
- 8.1.2 Als medewerkers aantoonbaar en planmatig zijn aangemeld voor opleiding en examen, wordt dit niet direct gezien als een ernstige tekortkoming, al kan bij onvoldoende voortgang wel een afwijking worden vastgesteld.
- 8.2 Bestaande BRL 100 versie 2.0 certificaathouder vraagt uitbreiding (deelgebieden 2 of 3)
- 8.2.1 Een certificaathouder met een geldig BRL 100 versie 2.0-certificaat die een uitbreiding aanvraagt voor een nieuw deelgebied, doorloopt een transitie-audit voor het volledige certificaat. Daarbij worden zowel deelgebied 1 als het nieuwe deelgebied beoordeeld volgens BRL 100 versie 3.0.
- 8.2.2 Na positieve afronding wordt een volledig BRL 100 versie 3.0-certificaat uitgegeven.
- 8.3 Onderneming is al gecertificeerd onder BRL 100 versie 3.0
- 8.3.1 Bij een uitbreiding naar deelgebied 2 of 3 wordt een gerichte uitbreidingsaudit uitgevoerd. Deze audit beperkt zich tot de aanvullende eisen van het gevraagde deelgebied en wordt onderdeel van de lopende certificatiecyclus.
- 8.3.2 Voor de nieuwe deelgebieden wordt binnen 6 maanden na de uitbreidingsaudit een inspectie uitgevoerd.
- 8.3.3 Voorlopige certificaten zijn in deze situatie niet van toepassing.
Toelichting 8.2
Paragraaf 8.2 is van toepassing op bestaande BRL100 versie 2.0 certificaathouders, dat wil zeggen bedrijven die vóór 1 september 2026 beschikken over een BRL 100 versie 2.0 certificaat én naast werkzaamheden in deelgebied 1, ook werkzaamheden onder deelgebied 2 en/of 3 uitvoeren, waarvoor certificatie volgens BRL 100 versie 3.0 noodzakelijk is.
Voor deze bedrijven wordt de transitie-audit integraal uitgevoerd voor deelgebied 1 en deelgebied 2 en/of 3. Tijdens de transitie-audit worden zowel de processen als de operationele toepassing voor alle van toepassing zijnde deelgebieden beoordeeld. Een separate inspectie voor de deelgebieden 2 en/of 3 is daarom niet aan de orde.
Toelichting 8.3
Toelichting 8.3 over de overgangsregeling BRL100 versie 3.0.
Verdere informatie
Naast de toelichting op de overgangsregeling, zijn er enkele belangrijke begrippen en (veelvoorkomende) praktijksituaties die meer informatie bieden over de gevolgen van de overgangsregeling en de transitie naar de herziene BRL100 in de praktijk. Lees hieronder meer in de scenario's.
Belangrijke begrippen
Scope (van het certificaat)
De combinatie van:
- het algemene deel van de BRL 100
- een of meerdere deelgebieden (I, II, III) waarvoor de onderneming is gecertificeerd, zoals vermeld op het certificaat (conform paragraaf 1.2 BRL 100)
Scopewijziging
Een wijziging van de certificatie waarbij:
- een of meerdere nieuwe deelgebieden worden toegevoegd, of
- de onderneming werkzaamheden gaat uitvoeren binnen een deelgebied waarvoor zij nog niet is gecertificeerd.
Dit betreft een uitbreiding van de scope zoals vermeld op het certificaat en vereist een beoordeling door de CI op de aanvullende eisen.
Transitie zonder scopewijziging
De onderneming:
- gaat over naar BRL 100 versie 3.0
- blijft binnen dezelfde deelgebieden
- moet haar kwaliteitssysteem en werkwijze in lijn brengen met BRL 100 versie 3.0
Transitie met scopewijziging
De onderneming:
- gaat over naar BRL 100 versie 3.0
- breidt gelijktijdig haar werkzaamheden uit naar één of meerdere aanvullende deelgebieden
Transitie naar nieuwe BRL100 in de praktijk
Scenario 1: Nieuwe onderneming – werkzaamheden met koolwaterstoffen
Mijn onderneming is nog niet gecertificeerd en wil graag per 1 maart 2026 werkzaamheden (installatie, service en onderhoud, reparatie en buitengebruikstelling) uitvoeren aan stationaire en mobiele installaties waarin koolwaterstoffen als koudemiddel worden toegepast. Wat moet ik doen?
Toelichting scenario 1
De certificatie vindt plaats onder deelgebied I, waarbij op het certificaat wordt gespecificeerd dat de beoordeling betrekking heeft op werkzaamheden met koolwaterstoffen. Dit vraagt om de volgende acties:
- Monteurs moeten alle relevante certificaten hebben. Het uitvoerend personeel (monteur(s)) moet beschikken over de vereiste persoonscertificaten A1 of A2 conform BRL200 versie 2.0 of F-gassen certificaat categorie 1 of 2 in combinatie met een ACB B-certificaat (geldig t/m 12 maart 2029, hercertificeren naar A1 of A2 uiterlijk voor deze datum).
- Richt een aantoonbaar kwaliteitssysteem (kwaliteitsmanagementsysteem/ kwaliteitshandboek) in dat minimaal voldoet aan de eisen uit BRL100 versie 3.0
- Sluit een overeenkomst af met een voor BRL 100 geaccrediteerde certificerende instelling.
- Tijdens de initiële beoordeling na 1 september 2026 wordt beoordeeld of het kwaliteitsmanagementsysteem/kwaliteitshandboek van de organisatie volledig voldoet aan de BRL100 versie 3.0.
- Binnen 6 maanden na de initiële beoordeling voert de certificerende instelling een inspectie uit op de implementatie.
Scenario 2: Bestaand certificaat (BRL200 versie 2.0) + uitbreiding naar koolwaterstoffen
Aan mijn onderneming is een BRL100, 2.0 certificaat afgegeven. Wij willen ook werkzaamheden (installatie, service en onderhoud, reparatie en buitengebruikstelling) gaan uitvoeren aan stationaire en mobiele installaties waar koolwaterstoffen in zit. Wat moet ik doen?
Toelichting scenario 2
In dit scenario betekent de uitbreiding een wijziging in scope, en vraagt om de volgende acties:
- Monteurs moeten alle relevante certificaten hebben. Het uitvoerend personeel (monteur(s)) moet beschikken over de vereiste persoonscertificaten A1 of A2 conform BRL200 versie 2.0 of F-gassen certificaat categorie 1 of 2 in combinatie met een ACB B-certificaat (geldig t/m 12 maart 2029, hercertificeren naar A1 of A2 uiterlijk voor deze datum).
- Daarnaast moet het kwaliteitssysteem (kwaliteitsmanagementsysteem/kwaliteitshandboek) en de gehanteerde processen/werkwijze worden aangepast, zodat deze minimaal voldoen aan de eisen uit BRL100 versie 3.0.
Tijdens de eerstvolgende reguliere audit na 1 september 2026 wordt beoordeeld of het kwaliteitssysteem van de organisatie en de implementatie daarvan volledig voldoet aan de BRL100 versie 3.0. Deze audit wordt uitgevoerd als een gecombineerde reguliere audit en transitie-audit, waarbij de uitbreiding van werkzaamheden (koolwaterstoffen) wordt meegenomen in de beoordeling.
Scenario 3: Kleine onderneming alleen F-gassen
Aan mijn onderneming is voor 1 september 2026 een BRL100, 2.0 certificaat afgegeven. Wij zijn een kleine onderneming en voeren alleen werkzaamheden (installatie, service en onderhoud, reparatie en buitengebruikstelling) uit aan stationaire en mobiele installaties met F-gassen. Wat moet ik doen?
Let op: formeel wijzigt de scope door de overgang naar BRL 100 versie 3.0 (aangepaste definitie van deelgebied I), maar omdat de aard van de werkzaamheden ongewijzigd blijft (alleen F‑gassen), wordt dit in deze casus niet als scopewijziging beschouwd.
Toelichting scenario 3
Dit scenario betreft een transitie zonder wijziging in de feitelijke werkzaamheden (geen uitbreiding van activiteiten) en vraagt daarom om de volgende acties:
- Monteurs moeten alle relevante certificaten hebben. Het uitvoerend personeel (monteur(s)) moet beschikken over de vereiste persoonscertificaten A1 of A2 conform BRL200 versie 2.0 of F-gassen certificaat categorie 1 of 2 in combinatie met een ACB B-certificaat (geldig t/m 12 maart 2029, hercertificeren naar A1 of A2 uiterlijk voor deze datum).
- Daarnaast moet het kwaliteitssysteem (kwaliteitsmanagementsysteem/kwaliteitshandboek) en de gehanteerde processen/werkwijze worden aangepast, zodat deze minimaal voldoen aan de eisen uit BRL100 versie 3.0.
- Tijdens de eerstvolgende reguliere audit na 1 september 2026 wordt beoordeeld of uw onderneming volledig voldoet aan de BRL100 versie 3.0.
Scenario 4: Alleen ammoniak, nog niet gecertificeerd
Mijn onderneming voert alleen werkzaamheden (installatie, service en onderhoud, reparatie en buitengebruikstelling) uit aan Ammoniak installaties en heeft geen BRL100, 2.0 certificaat. Wat moet ik doen?
Toelichting scenario 4
- Monteurs moeten alle relevante certificaten hebben. Het uitvoerend personeel (monteur(s)) moet beschikken over de vereiste persoonscertificaten A1 of A2 conform BRL200 versie 2.0 of een vakbekwaamheidsbewijs VVAKK of ACB A-certificaat (geldig t/m 12 maart 2029, hercertificeren naar een C-certificaat conform BRL 200 versie 2.0 voor deze datum).
- Daarnaast moet de organisatie een kwaliteitssysteem (kwaliteitsmanagementsysteem/ kwaliteitshandboek) opzetten dat minimaal moet voldoen aan de eisen uit BRL100 versie 3.0.
- De organisatie moet een overeenkomst af sluiten met een voor BRL 100 geaccrediteerde certificerende instelling.
- Tijdens de initiële beoordeling na 1 september 2026 wordt beoordeeld of het kwaliteitsmanagementsysteem/kwaliteitshandboek van de organisatie volledig voldoet aan de BRL100 versie 3.0. Binnen 6 maanden na de initiële beoordeling voert de certificerende instelling een inspectie uit op de implementatie.
Scenario 5: Nieuwe onderneming alleen koolwaterstoffen
Mijn onderneming voert vanaf 1 september 2026 alleen werkzaamheden (installatie, service en onderhoud, reparatie en buitengebruikstelling) uit aan stationaire en installaties waarin koolwaterstoffen als koudemiddel worden toegepast, en heeft geen BRL100, 2.0 certificaat. Wat moet ik doen?
Toelichting scenario 5
- Monteurs moeten alle relevante certificaten hebben. Het uitvoerend personeel (monteur(s)) moet beschikken over de vereiste persoonscertificaten A1 of A2 conform BRL200 versie 2.0 of F-gassen certificaat categorie 1 of 2 in combinatie met een ACB B-certificaat (geldig t/m 12 maart 2029, hercertificeren naar A1 of A2 uiterlijk voor deze datum).
- Daarnaast moet de organisatie een kwaliteitssysteem (kwaliteitsmanagementsysteem/ kwaliteitshandboek) opzetten dat minimaal moet voldoen aan de eisen uit BRL100 versie 3.0.
- De organisatie moet een overeenkomst afsluiten met een voor BRL 100 geaccrediteerde certificerende instelling.
- Tijdens de initiële beoordeling na 1 september 2026 wordt beoordeeld of het kwaliteitsmanagementsysteem/kwaliteitshandboek van de organisatie volledig voldoet aan de BRL100 versie 3.0. Binnen 6 maanden na de initiële beoordeling voert de certificerende instelling een inspectie uit op de implementatie.
Scenario 6: Alleen CO2
Mijn onderneming voert alleen werkzaamheden (installatie, service en onderhoud, reparatie en buitengebruikstelling) uit CO2-installaties en heeft geen BRL100 2.0 certificaat. Wat moet ik doen?
Toelichting scenario 6
- Monteurs moeten alle relevante certificaten hebben. Het uitvoerend personeel (monteur(s)) moet beschikken over de vereiste persoonscertificering B-certificaat conform BRL200 versie 2.0 of een vakbekwaamheidsbewijs VVAKK of ACB C-certificaat (geldig t/m 12 maart 2029, hercertificeren naar een B-certificaat conform BRL 200 versie 2.0 voor deze datum).
- Daarnaast moet de organisatie een kwaliteitssysteem (kwaliteitsmanagementsysteem/ kwaliteitshandboek) opzetten dat minimaal moet voldoen aan de eisen uit BRL100 versie 3.0.
- De organisatie moet een overeenkomst afsluiten met een voor BRL 100 geaccrediteerde certificerende instelling.
- Tijdens de initiële beoordeling na 1 september 2026 wordt beoordeeld of het kwaliteitsmanagementsysteem/kwaliteitshandboek van de organisatie volledig voldoet aan de BRL100 versie 3.0. Binnen 6 maanden na de initiële beoordeling voert de certificerende instelling een inspectie uit op de implementatie.
Scenario 7: Uitbreiding naar alle deelgebieden
Mijn onderneming gaat vanaf 1 september 2026 naast installaties met NH3 en CO2 ook aan stationaire en mobiele installaties met koolwaterstoffen werkzaamheden (installatie, service en onderhoud, reparatie en buitengebruikstelling) uitvoeren. Wat moet ik doen?
Toelichting scenario 7
- Monteurs moeten alle relevante certificaten hebben. Het uitvoerend personeel (monteur(s)) moet beschikken over de vereiste persoonscertificering A1 of A2 en B en C certificaat conform BRL200 versie 2.0 of een vakbekwaamheidsbewijs VVAKK of ACB-certificaat (geldig t/m 12 maart 2029, hercertificeren naar een A1 of A2, B en C certificaat conform BRL 200 versie 2.0 voor deze datum).
- Daarnaast moet de organisatie een kwaliteitssysteem (kwaliteitsmanagementsysteem/ kwaliteitshandboek) opzetten dat minimaal moet voldoen aan de eisen uit BRL100 versie 3.0.
- De organisatie moet een overeenkomst afsluiten met een voor BRL 100 geaccrediteerde certificerende instelling
- Tijdens de initiële beoordeling na 1 september 2026 wordt beoordeeld of het kwaliteitsmanagementsysteem/kwaliteitshandboek van de organisatie volledig voldoet aan de BRL100 versie 3.0. Binnen 6 maanden na de initiële beoordeling voert de certificerende instelling een inspectie uit op de implementatie.
Scenario 8: Tijdelijk certificaat 2.0 (alleen F-gassen)
Aan mijn onderneming is voor 1 september 2026 een tijdelijk BRL100, 2.0 certificaat afgegeven. Wij voeren alleen werkzaamheden (installatie, service en onderhoud, reparatie en buitengebruikstelling) uit aan stationaire en mobiele installaties met F-gassen. Wat moet ik doen?
Toelichting scenario 8
Dit scenario betreft een transitie binnen de geldigheidstermijn van bestaande certificaten, en vraagt daarom om de volgende acties:
- Monteurs moeten alle relevante certificaten hebben. Het uitvoerend personeel (monteur(s)) moet beschikken over de vereiste persoonscertificering A1 of A2 conform BRL200 versie 2.0 of F-gassen certificaat (categorie 1 of 2) in combinatie met een ACB B-certificaat (geldig t/m 12 maart 2029, hercertificeren naar een A1 of A2 certificaat conform BRL 200 versie 2.0 voor deze datum).
- Daarnaast moet het kwaliteitssysteem (kwaliteitsmanagementsysteem/kwaliteitshandboek) minimaal voldoen aan de eisen uit BRL100 versie 3.0.
- Tijdens de eerstvolgende reguliere audit (transitie audit) na 1 september 2026 binnen de geldigheid van het tijdelijke certificaat, wordt beoordeeld of de organisatie volledig voldoet aan de BRL100 versie 3.0. Deze audit vindt gecombineerd met de inspectie audit (binnen 1 jaar na afgifte tijdelijk certificaat) plaats.
Scenario 9: Tijdelijk certificaat + uitbreiding scope
Aan mijn onderneming is voor 1 september 2026 een tijdelijk BRL100 2.0 certificaat afgegeven. Wij willen naast F-gassen ook werkzaamheden (installatie, service en onderhoud, reparatie en buitengebruikstelling) uitvoeren aan installaties met CO2/NH3 en of stationaire en mobiele installaties met koolwaterstoffen. Wat moet ik doen?
Toelichting scenario 9
Dit scenario betreft een transitie en een uitbreiding tegelijk, en vraagt daarom om de volgende acties:
- Monteurs moeten alle relevante certificaten hebben. Het uitvoerend personeel (monteur(s)) moet beschikken over de vereiste persoonscertificering A2, B en C conform BRL200 versie 2.0 of F-gassen certificaat (categorie 1 of 2) in combinatie met een vakbekwaamheidsbewijs VVAKK of ACB (geldig t/m 12 maart 2029, hercertificeren naar een A1 of A2 en B en C certificaat conform BRL 200 versie 2.0 voor deze datum).
- Daarnaast moet het kwaliteitssysteem (kwaliteitsmanagementsysteem/kwaliteitshandboek) minimaal voldoen aan de eisen uit BRL100 versie 3.0 voor alle te certificeren deelgebieden.
- Tijdens de eerstvolgende reguliere audit (transitie-audit) na 1 september 2026 binnen de geldigheid van het tijdelijke certificaat, wordt beoordeeld of de onderneming volledig voldoet aan de BRL100 versie 3.0 voor deelgebied 1, 2 en 3. Deze audit vindt gecombineerd met de inspectie audit (binnen een jaar na afgifte van het tijdelijk certificaat) plaats.
Scenario 10: Uitbreiding tijdelijk 3.0 certificaat
Aan mijn onderneming is een tijdelijk BRL100 versie 3.0 certificaat afgegeven voor 1 deelgebied na 1 september 2026. Nu willen wij dit uitbreiden met 1 of 2 extra deelgebieden. Wat moet ik doen?
Toelichting scenario 10
- Monteurs moeten alle relevante certificaten hebben. Het uitvoerend personeel (monteur(s)) moet beschikken over de vereiste persoonscertificering conform BRL200 versie 2.0 of F-gassen certificaat (categorie 1 of 2) in combinatie met een vakbekwaamheidsbewijs VVAKK of ACB (geldig t/m 12 maart 2029, hercertificeren naar een A1 of A2 en/of B en/of C certificaat conform BRL 200 versie 2.0 voor deze datum).
- Daarnaast moet het kwaliteitssysteem (kwaliteitsmanagementsysteem/kwaliteitshandboek) minimaal voldoen aan de eisen uit BRL100 versie 3.0, inclusief de aanvullende deelgebieden.
- De onderneming moet een aanvraag voor uitbreiding van de scope indienen bij een certificerende instelling. Vervolgens voert de certificerende instelling een gerichte uitbreidingsaudit uit, die zich beperkt tot de aanvullende eisen van het aangevraagde deelgebied. Binnen zes maanden na de beoordeling van deze aanvullende deelgebieden voert de certificerende instelling een inspectie op de aanvullende deelgebieden uit.
- Na afronding van de inspectie wordt de reguliere auditcyclus hervat, zoals deze van toepassing was vóór de uitbreidingsaanvraag.
Scenario 11: Uitbreiding definitief 3.0 certificaat
Aan mijn onderneming is een definitief BRL100 versie 3.0 certificaat afgegeven voor 1 deelgebied. Nu willen wij dit uitbreiden met 1 of 2 extra deelgebieden. Wat moet ik doen?
Toelichting scenario 11
- Monteurs moeten alle relevante certificaten hebben. Het uitvoerend personeel (monteur(s)) moet beschikken over de vereiste persoonscertificering conform BRL200 versie 2.0 of F-gassen certificaat (categorie 1 of 2) in combinatie met een vakbekwaamheidsbewijs VVAKK of ACB betreffende de van toepassing zijnde deelgebieden (geldig t/m 12 maart 2029, hercertificeren naar een A1 of A2 en/of B en/of C certificaat conform BRL 200 versie 2.0 voor deze datum).
- Daarnaast moet het kwaliteitssysteem (kwaliteitsmanagementsysteem/kwaliteitshandboek) minimaal voldoen aan de eisen uit BRL100 versie 3.0 betreffende de aanvullende deelgebieden.
- De onderneming moet een aanvraag voor uitbreiding van de scope indienen bij een certificerende instelling. Vervolgens voert de certificerende instelling een gerichte uitbreidingsaudit uit, die zich beperkt tot de aanvullende eisen van het aangevraagde deelgebied. Binnen zes maanden na de beoordeling van deze aanvullende deelgebieden voert de certificerende instelling een inspectie op de aanvullende deelgebieden uit.
- Na afronding van de inspectie wordt de reguliere auditcyclus hervat, zoals deze van toepassing was vóór de uitbreidingsaanvraag.