Toelichting overgangsregeling BRL100 v3.0
Op deze pagina leest u meer over de overgangsregeling voor de herziene Beoordelingsrichtlijn 100 versie 3.0. Lees hieronder voor specifieke artikelen een verdere toelichting van de regeling en wat dit in de praktijk betekent.
1. Algemene verplichtingen voor ondernemingen
- 1.1 Elke onderneming die werkt binnen de kaders van genoemde uitvoeringsverordeningen moet voldoen aan de relevante eisen uit het Arbeidsomstandigheden Besluit en neemt kennis van de eisen uit de BRL100, versie 3.0, past haar processen hierop aan en houdt zich aan de verplichtingen gesteld in Hoofdstuk 2 en de relevante deelgebieden.
- 1.2 In de overgangsperiode geldt dat personeel dat werkzaamheden uitvoert aan installaties zoals bedoeld in Uitvoeringsverordening (EU) 2024/2215 en (EU) 2024/625 moet voldoen aan de eisen uit BRL200 versie 2.0.
Toelichting 1.1 en 1.2
2. Inwerkingtreding en scope
- 2.1 BRL100 versie 3.0 treedt formeel in werking op 31 augustus 2026. Nieuwe aanvragen voor certificatie die na deze datum worden ingediend, worden uitsluitend beoordeeld tegen BRL100 versie 3.0.
- 2.2 Certificerende instellingen mogen initiële beoordelingen en inspecties op grond van BRL100 versie 3.0 pas uitvoeren nadat zij door de Raad voor Accreditatie (RvA) voor deze versie zijn geaccrediteerd.
- 2.3 Tot voornoemd moment mogen certificerende instellingen uitsluitend audits uitvoeren en certificaten afgeven onder BRL100 versie 2.0. De CI registreert daarbij de toepasselijke versie in het eigen kwaliteitssysteem en het Centraal Register Techniek (CRT), zodat zichtbaar blijft onder welke versie de audit heeft plaatsgevonden.
3. Audit- en certificatiecyclus voor bestaande certificaathouders (deelgebied 1)
- 3.1 Voor alle bestaande certificaathouders blijft de reguliere certificatie- en auditcyclus gehandhaafd. Er worden geen extra audits of aanvullende inspecties opgelegd vanwege de overgang naar versie 3.0.
- 3.2 Als de eerstvolgende reguliere audit van een bestaande certificaathouder plaatsvindt na 31 augustus 2026, wordt deze uitgevoerd als een transitie-audit. Tijdens deze transitie-audit beoordeelt de certificerende instelling of de operationele processen en de toepassing daarvan voldoen aan de BRL100 versie 3.0. De transitie-audit:
- 3.2.1 geldt niet als een initiële beoordeling;
- 3.2.2 leidt niet tot een verplichte aanvullende inspectie binnen zes maanden;
- 3.2.3 maakt volledig onderdeel uit van de reguliere certificatiecyclus;
- 3.2.4 vervangt de reguliere audit op dat moment.
- 3.3 Na een positieve certificatiebeslissing wordt het certificaat voortgezet onder BRL100 versie 3.0 binnen dezelfde lopende certificatiecyclus. Er wordt geen aanvullend of afwijkend inspectieschema vastgesteld. De reguliere inspectiemomenten zoals die voor BRL100 versie 2.0 golden, blijven leidend.
4. Voorlopige certificaten onder BRL100 versie 2.0 voor 31 augustus 2026
- 4.1 Certificaathouders die op 31 augustus 2026 beschikken over een voorlopig certificaat onder versie 2.0, ronden hun initiële traject af volgens de voorwaarden en certificatiecyclus waaronder voorlopig certificaat versie 2.0 is behaald.
- 4.2 Zij stappen over naar BRL100 versie 3.0 op het eerstvolgende reguliere auditmoment na afronding van het voorlopige certificaat; dit auditmoment wordt uitgevoerd als een transitie-audit.
Toelichting 4.1 en 4.2
5. Nieuwe aanvragen na 31 augustus 2026
- 5.1 Ondernemingen die ná 31 augustus 2026 een eerste aanvraag indienen voor een BRL100-certificaat voor werkzaamheden onder Verordening (EU) 2024/2215, doorlopen altijd een initiële beoordeling zoals bedoeld in BRL100 versie 3.0, paragraaf 6.5.1.
6. Uitfasering BRL100 versie 2.0
- 6.1 De BRL100 versie 2.0 vervalt per 31 augustus 2028. Certificaten die onder BRL100 versie 2.0 zijn afgegeven, behouden hun geldigheid tot uiterlijk deze datum.
- 6.2 Om bedrijven die in de staart van de overgangsperiode vallen voldoende gelegenheid te geven om geconstateerde afwijkingen te herstellen, wordt een uiterste hersteltermijn toegestaan tot 30 november 2028.
Toelichting 6.1 en 6.1
7. Voorkomen van piekbelasting
- 7.1 Door de transitie-audit te integreren in de bestaande certificatiecyclus en niet als extra auditmoment op te leggen, wordt ongewenste piekbelasting voor certificerende instellingen en certificaathouders voorkomen.
8. Specifieke situaties
- 8.1 Opleidingscapaciteit en BRL200-kwalificaties
- 8.1.1 Er wordt erkend dat opleidingscapaciteit voor BRL200-kwalificaties beperkt is. Tijdens audits ná 31 augustus 2026 beoordeelt de CI de voortgang van het kwalificatietraject van medewerkers.
- 8.1.2 Als medewerkers aantoonbaar en planmatig zijn aangemeld voor opleiding en examen, wordt dit niet direct gezien als een ernstige tekortkoming, al kan bij onvoldoende voortgang wel een afwijking worden vastgesteld.
- 8.2 Bestaande BRL100 versie 2.0 certificaathouder vraagt uitbreiding (deelgebieden 2 of 3)
- 8.2.1 Een certificaathouder met een geldig BRL100 versie 2.0-certificaat die een uitbreiding aanvraagt voor een nieuw deelgebied, doorloopt een transitie-audit voor het volledige certificaat. Daarbij worden zowel deelgebied 1 als het nieuwe deelgebied beoordeeld volgens BRL100 versie 3.0.
- 8.2.2 Na positieve afronding wordt een volledig BRL100 versie 3.0-certificaat uitgegeven.
- 8.3 Onderneming is al gecertificeerd onder BRL100 versie 3.0
- 8.3.1 Bij een uitbreiding naar deelgebied 2 of 3 wordt een gerichte uitbreidingsaudit uitgevoerd. Deze audit beperkt zich tot de aanvullende eisen van het gevraagde deelgebied en wordt onderdeel van de lopende certificatiecyclus.
- 8.3.2 Voor de nieuwe deelgebieden wordt binnen 6 maanden na de uitbreidingsaudit een inspectie uitgevoerd.
- 8.3.3 Voorlopige certificaten zijn in deze situatie niet van toepassing.
Toelichting 8.2
Toelichting 8.3