Rijkswaterstaat opent aanvraagprocedure voor opleidings- en attesteringsinstanties mobiele apparatuur
Rijkswaterstaat opent de aanvraagprocedure voor instellingen die opleidingsattesten willen afgeven in het kader van Verordening (EU) 2024/573 en Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1893.
Vanaf 9 oktober 2026 gelden nieuwe Europese eisen voor personen die werkzaamheden uitvoeren aan bepaalde mobiele klimaatregelings- en koelsystemen. Opleidings- en attesteringsinstanties die deze attesten willen afgeven, moeten daarvoor worden aangewezen.
Eerste aanvraagronde
Instellingen die in aanmerking willen komen voor aanwijzing per 9 oktober 2026, kunnen nu een aanvraag indienen. Aanvragen die uiterlijk 11 september 2026 zijn ontvangen, worden behandeld met het oog op aanwijzing per 9 oktober 2026.
Wat moet ik nu doen?
Organisaties die opleidingsattesten willen afgeven vanaf 9 oktober 2026, kunnen het aanvraagformulier downloaden via deze pagina. Bij de aanvraag worden gevraagd:
- een opleidingsprogramma
- een opleidingsmatrix (ter verduidelijking van de verwerking van Bijlage I van Uitvoeringsverordening (EU) 2025/1893 in het opleidingsprogramma)
- een beschrijving van de praktijkfaciliteiten
- een beschrijving van de attestprocedure
- een ondertekende zelfverklaring
Aanvraagformulier
Het aanvraagformulier kan worden gedownload op de pagina Downloads F-gassen en alternatieven.
Nationale uitwerking
Vooruitlopend op de benodigde aanpassingen van wet- en regelgeving wordt de aanvraagprocedure alvast opengesteld, zodat opleidingsinstanties aanvragen kunnen indienen en Rijkswaterstaat deze aanvragen kan beoordelen. De verdere nationale uitwerking van het stelsel vindt plaats in samenwerking met het ministerie van Economische Zaken.
Aan de gepubliceerde documenten kunnen voorlopig geen rechten worden ontleend.
Wat staat op dit moment al vast?
Voor monteurs die een geldig certificaat Terugwinnen Mobiele Airco's hebben, geldt het volgende:
- Ze mogen hun werkzaamheden op het gebied van terugwinning van F-gas-koudemiddelen blijven uitvoeren.
- Ze hoeven voor die werkzaamheden niet direct een opleidingsattest te behalen.
- Ze moeten uiterlijk 12 maart 2029 een opleidingsattest hebben dat voldoet aan de minimumeisen van het nieuwe systeem voor de werkzaamheden die zij uitvoeren.
Voor monteurs die al werkzaamheden uitvoeren aan voertuig‑airco's, maar geen formele kwalificatie hebben voor de volledige nieuwe scope, geldt het volgende:
- Ze hoeven niet direct per 9 oktober 2026 te stoppen met hun huidige werkzaamheden.
- Er wordt voor deze groep gewerkt aan een overgangsregeling.
Ook voor personen zonder relevante ervaring of kwalificatie voor de beoogde toepassing of attestcategorie, veranderen de eisen per 9 oktober 2026. In de volgende gevallen moeten ze een passend opleidingsattest hebben voor werkzaamheden waarvoor dit vereist is:
- Personen die vanaf 9 oktober 2026 starten met deze werkzaamheden.
- Personen die nieuwe werkzaamheden gaan uitvoeren waarvoor aanvullende kennis en vaardigheden vereist zijn.
- Personen die al ervaring hebben binnen een andere categorie, maar werkzaamheden gaan uitvoeren waarvoor aanvullende kennis en vaardigheden vereist zijn.
Voorbeeld: een monteur die al jarenlang werkzaamheden uitvoert aan voertuig‑airco's met F‑gassen, kan voor deze werkzaamheden gebruik maken van de overgangsregeling. Gaat diezelfde monteur voor het eerst werkzaamheden uitvoeren aan CO₂‑systemen of systemen met brandbare koudemiddelen? Dan moet deze voor die nieuwe werkzaamheden voldoen aan de daarvoor geldende attestvereisten.
Voor personen die een opleiding volgen voor een opleidingsattest geldt dat zij werkzaamheden kunnen uitvoeren onder verantwoordelijkheid en toezicht van een persoon die beschikt over het voor die werkzaamheden vereiste opleidingsattest, overeenkomstig de voorwaarden uit de Europese regelgeving.
Wat wordt nog verder uitgewerkt?
Voor personen die al werkzaamheden uitvoeren maar geen formele kwalificatie hebben voor de volledige nieuwe scope, wordt momenteel gewerkt aan een praktische invulling van de overgangsperiode. Daarbij wordt onder meer gekeken naar:
- bestaande opleidingen en trainingen
- relevante praktijkervaring
- mogelijke vrijstellingen
- beschikbare opleidingscapaciteit
Het uitgangspunt blijft dat de overgang naar het nieuwe stelsel uitvoerbaar blijft voor zowel werkgevers als werknemers. Nadere informatie hierover wordt begin oktober 2026 gepubliceerd.