Ga naar de inhoud
Direct naar
  • Contact
  • Stel uw vraag
Informatiepunt Leefomgeving, Kenniscentrum van de overheid
Zoeken in deze site
  1. Home ›
  2. Thema's ›
  3. Ruimtelijke ontwikkelingen ›
  4. Instrumenten grondbeleid ›
  5. Grondbeleid en de omgevingsvisie
  • Home
  • Actueel
  • Regelgeving
  • Thema's
  • Digitaal stelsel
  • Contact
  • Contact
  • Stel uw vraag

Grondbeleid en de omgevingsvisie

De omgevingsvisie bevat het integrale beleid over de fysieke leefomgeving. Dat gaat soms over het toelaten van nieuwe functies of functiewijziging. Daarvoor moet er ruimte zijn. Grondbeleid en de inzet van grondbeleidsinstrumenten helpen om grond in voldoende mate, tijdig en betaalbaar beschikbaar te krijgen. Bij het voorbereiden van de omgevingsvisie verdient grondbeleid daarom de aandacht.

Belang grondbeleid in relatie tot de omgevingsvisie

Het Rijk, provincies en gemeenten stellen een omgevingsvisie vast. Hierin leggen zij hun langetermijnambities en beleidsdoelen vast voor de opgaven in de fysieke leefomgeving. Het gaat dan om bijvoorbeeld wonen, energie, bereikbaarheid, landbouw, water en bodem, natuur en economie.

Grondbeleid kan helpen

Deze overheden maken in hun omgevingsvisie ook keuzes over het toekennen of wijzigen van functies van locaties. Om gewenste nieuwe of te wijzigen functies ook daadwerkelijk te realiseren, hebben overheden grondbeleid. Grondbeleid en de inzet van grondbeleidsinstrumenten kan helpen om:

  • grond in voldoende mate, tijdig en betaalbaar beschikbaar te krijgen
  • de financiële haalbaarheid van de realisatie van een nieuwe functie te borgen
  • de kosten van noodzakelijke publieke investeringen in de gebiedsontwikkeling die nodig zijn als gevolg van de nieuwe functie, te kunnen verhalen

Nadenken over vorm grondbeleid en grondbeleidsinstrumenten

Grondbeleid is van groot belang voor het kunnen realiseren van ruimtelijke opgaven. Bij het voorbereiden van de omgevingsvisie verdient grondbeleid daarom de aandacht. Bij de voorbereiding van de omgevingsvisie denkt de overheid onder meer na over:

  • welke vorm van grondbeleid (faciliterend of actief) bij welke gebiedsontwikkeling passend is
  • welke grondbeleidsinstrumenten zij inzet

Bij voorkeur baseert de overheid deze keuzes op de al eerder in een programma grondbeleid of (kader)nota grondbeleid vastgelegde keuzes.

Over de keuze om grondbeleid vast te leggen in een vrijwillig programma op grond van de Omgevingswet of in een ander beleidsdocument vindt u informatie op de pagina Grondbeleid en het programma, onder de tussenkop Grondbeleid vastleggen in een programma of ander beleidsdocument. Uitgebreide informatie over de verschillende vormen van grondbeleid en de grondbeleidsinstrumenten vindt u op de pagina Grondbeleid.

Grondbeleidsinstrumenten die bij omgevingsvisie bijzondere aandacht verdienen

Voor de inzet van een aantal grondbeleidsinstrumenten is het nodig om daaraan aandacht te besteden:

  • bij de voorbereiding van de omgevingsvisie
  • in de tekst van de omgevingsvisie

Dit zijn:

  • het voorkeursrecht (de hoofdstukken 9, 15 (schade door voorkeursrecht) en 16 (procedure) van de Omgevingswet)
  • de vrijwillige financiële bijdragen voor ontwikkelingen in een gebied (artikel 13.22 Omgevingswet)
  • de via het omgevingsplan afdwingbare financiële bijdragen voor ontwikkelingen in een gebied (artikel 13.23 Omgevingswet)

Voorkeursrecht

Bij de voorbereiding van de omgevingsvisie is het verstandig om te bedenken of het wenselijk is om een voorkeursrecht te vestigen. Is de overheid geen eigenaar van de grond? Dan kan het tijdig vestigen van een voorkeursrecht (recht van eerste koop) grondspeculatie en stijgende grondprijzen voorkomen. Ook versterkt het de regierol van de overheid.

Het vestigen van een voorkeursrecht kan al tijdens de voorbereiding van de omgevingsvisie (artikel 9.1, lid 2, Omgevingswet en artikel 9.1, lid 1, onder c, Omgevingswet). Het voorkeursrecht kan dan vooruitlopend op de vaststelling van de omgevingsvisie voor maximaal 3 maanden en 3 jaar gelden. Het tijdig (binnen de geldingsduur én inschrijftermijn van het voorkeursrecht) vaststellen van de omgevingsvisie die voldoende aanwijzingen geeft voor de toegedachte functiewijziging, verlengt de geldingsduur van het bestaande voorkeursrecht vervolgens met 3 jaar (artikel 9.4. lid 1, onder a en b, Omgevingswet). Bij het vestigen van het voorkeursrecht op grond van deze grondslagen (artikel 9.1, lid 2, lid 1, onder c en lid 1, onder b, Omgevingswet) hoeft nog niet zeker te zijn dat de functiewijziging ook feitelijk zal kunnen worden gerealiseerd (zie ABRvS 22 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3786, r.o. 4.3.).

Meer informatie over het voorkeursrecht vindt u op de pagina Voorkeursrecht en de Omgevingswet.

Vrijwillige financiële bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied

Het is van belang om in de omgevingsvisie ook rekening te houden met mogelijke financiële bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied die kunnen worden gevraagd. De overheid moet de ontwikkelingen waarover een overeenkomst kan worden gesloten, vastleggen in een omgevingsvisie of in een programma. Alleen dan kan de overheid met een initiatiefnemer een anterieure overeenkomst sluiten over een financiële bijdrage voor nieuwe ontwikkelingen van een gebied. Bijvoorbeeld voor parkeer- en evenemententerreinen, windparken, zonneakkers of het gebruik van recreatiewoningen voor permanente bewoning. Dit regelt artikel 13.22 van de Omgevingswet.

Meer informatie vindt u op de pagina Financiële bijdrage via overeenkomst.

Publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied

Met publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen kan de overheid kosten voor verbetering van de fysieke leefomgeving met regels in het omgevingsplan dwingend verhalen op initiatiefnemers. Een van de eisen daarbij is dat er sprake is van functionele samenhang tussen de activiteit en ontwikkeling. De functionele samenhang moet blijken uit de toelichting bij de regels over deze financiële bijdragen in het omgevingsplan. Een onderbouwing in een omgevingsvisie of programma kan hierbij als basis dienen voor de onderbouwing van de functionele samenhang (artikel 13.23, lid 5, Omgevingswet).

Voor een financiële bijdrage voor maatregelen in de fysieke leefomgeving in het kader van herstel van plant- en diersoorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen, geldt dat deze alleen via regels in het omgevingsplan kan worden opgelegd, als deze maatregelen en het gebied waarin zij zullen worden getroffen, in een omgevingsvisie of programma zijn opgenomen. Dit volgt uit artikel 8.21, lid 1, onder b, van het Omgevingsbesluit.

Meer informatie vindt u op de pagina's Regeling publiekrechtelijke afdwingbare financiële bijdragen en Categorieën ontwikkelingen voor verhaal financiële bijdragen.

Meer informatie

  • Meer informatie over grondbeleid en de wettelijke grondbeleidsinstrumenten in de Omgevingswet vindt u op de pagina Instrumenten grondbeleid.
  • Informatie over grondbeleid en het programma vindt u op de pagina Grondbeleid en het programma.


delen

  • Delen op LinkedIn

pdf maken

  • pdf maken

Vraag het onze experts!

Heeft u beroepsmatig te maken met regelgeving over de leefomgeving, de Omgevingswet of het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)? Hierover kunt u vragen stellen aan onze helpdesk. Wilt u als inwoner meer weten over deze onderwerpen? Neem dan contact op met uw gemeente.

Stel uw vraag

IPLO geeft uitleg, deelt kennis en ondersteunt ministeries

Het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) is het kenniscentrum van de overheid voor de fysieke leefomgeving. Wij ondersteunen professionals van overheden, omgevingsdiensten en brancheorganisaties met betrouwbare informatie over de wetten en regels van de leefomgeving, het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het Omgevingsloket. Meer informatie vindt u op onze pagina Over IPLO.

Service

  • Over IPLO
  • Abonneren
  • Contact
  • Archief
  • IPLO op LinkedIn

Over deze site

  • Verantwoording
  • Toegankelijkheid
  • Privacyverklaring
  • Cookies
  • Kwetsbaarheid melden
Rijksoverheid
UvW - Unie van Waterschappen
VNG - Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Interprovinciaal overleg - IPO