Geitenhouderijen en gezondheid
Volgens onderzoek hebben omwonenden van geitenbedrijven een verhoogde kans op longontsteking. Bacteriën zijn hiervoor een mogelijke oorzaak. Volgens de Gezondheidsraad is het terugdringen van de blootstelling van omwonenden de meest aangewezen manier om het gezondheidsrisico van omwonenden van geitenhouderijen te beperken. Een inhoudelijke kabinetsreactie volgt uiterlijk in februari 2026.
Met omwonenden worden mensen bedoeld die in een straal van 2 km rondom een geitenbedrijf wonen.
Gezondheidseffecten
Het verband tussen geitenhouderijen en longontsteking blijkt uit verschillende Nederlandse studies binnen het onderzoek Veehouderij en gezondheid omwonenden (VGO, 2007 tot 2024). De Gezondheidsraad heeft in 2025 aangegeven hoeveel groter de kans is om longontsteking te krijgen voor iemand die dicht bij een geitenhouderij woont, vergeleken met het risico op een longontsteking als er geen geitenhouderij in de buurt zou zijn. Binnen een woonafstand van 500 meter is dat risico gemiddeld 73% hoger, en binnen een woonafstand van 1 kilometer van een geitenhouderij gemiddeld 19%.
Mogelijke oorzaken
De Q-koortsuitbraak in 2007 heeft tijdens die eerste jaren (2007-2010) waarschijnlijk bijgedragen aan het verhoogde aantal longontstekingen. Maar het is geen verklaring van het verhoogde risico vanaf 2011.
In 2019 zijn vervolgonderzoeken gestart om te achterhalen waarom mensen die wonen in de buurt van geitenhouderijen, vaker een longontsteking hebben. Begin 2025 heeft het RIVM de onderzoeksresultaten gepubliceerd. Er kwam niet één duidelijke oorzaak naar voren. Wel vonden de onderzoekers 23 bacteriën als mogelijke verklaring. Deze 23 bacteriën werden onder meer bij geiten, in voer, stalmest, bedding en in de lucht in de stallen van geitenhouderijen gevonden, maar ook in de omgeving en/of bij mensen die in de buurt wonen van de geitenhouderijen.
Waarschijnlijk oorzakelijk verband
In februari 2025 is de Gezondheidsraad om advies gevraagd door het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). In juli 2025 kwam het 1e deeladvies uit. De Gezondheidsraad geeft daarin aan dat het verband tussen wonen in de buurt van geitenhouderijen en longontstekingen waarschijnlijk oorzakelijk is.
Het advies gaat in op hoe sterk de bewijskracht is voor een oorzakelijk verband, op basis van de beschikbare wetenschappelijke informatie. Ook keek de commissie naar mogelijke biologische werkingsmechanismen. Ze vindt het aannemelijk dat de longontstekingen niet zo zeer het gevolg zijn van één specifieke ziekteverwekker, maar eerder van een samenspel van factoren. Specifieke kenmerken van geitenhouderijen en gevoeligheid voor longontstekingen spelen daarin een rol.
Gezondheidsrisico beperken
Eind 2025 verscheen het 2e deeladvies. De Gezondheidsraad geeft daarin een aantal aanbevelingen voor mogelijke maatregelen die om een politiek-bestuurlijk besluit vragen. Volgens de Raad is het terugdringen van de blootstelling van omwonenden de meest aangewezen manier om het gezondheidsrisico van omwonenden van geitenhouderijen te beperken. Dit kan door het reduceren van uitstoot (van micro-organismen, fijnstof en endotoxinen), en door een minimale afstand aan te houden tussen geitenhouderijen en kwetsbare bestemmingen. Daarbij adviseert de Raad om onderzoek te doen naar het effect van emissiereducerende maatregelen en dit effect te monitoren, omdat hierover weinig kennis beschikbaar is.
De minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (LVVN) heeft op verzoek van de Tweede Kamer aan Wageningen University & Research (WUR) gevraagd of er mogelijkheden zijn om de verspreiding van bacteriën uit geitenhouderijen te verminderen. Dit overzicht wordt in januari 2026 verwacht.
Inhoudelijke kabinetsreactie volgt
In december 2025 heeft de minister van VWS het 2e deeladvies van de Gezondheidsraad aan de Tweede Kamer aangeboden. Uit de brief blijkt dat uiterlijk in februari 2026 een inhoudelijke beleidsreactie volgt. Daarnaast heeft de geitensector eind 2025 een sectorplan over deze problematiek gepubliceerd. In de brief wordt aangegeven dat het onderzoek van WUR en het initiatief uit de geitensector meegenomen worden bij de inhoudelijke kabinetsreactie op de adviezen van de Gezondheidsraad.
Voorzorg
Uit voorzorg kunnen decentrale overheden (tijdelijk) het oprichten of uitbreiden van geitenhouderijen verbieden. Dit om te voorkomen dat risico's voor de gezondheid van omwonenden toenemen zolang niet goed duidelijk is welke factoren hieraan ten grondslag liggen.
Het bevoegd gezag kan vanwege gezondheidsrisico's uit voorzorg besluiten om nieuwbouw, wijzigingen of uitbreidingen wel of niet toe te staan. Ook bij het toestaan van woningen in de omgeving van een geitenhouderij maakt het bevoegd gezag een afweging tussen alle belangen.
Diverse provincies hebben uit voorzorg een tijdelijke bouwstop of 'moratorium' ingesteld via een voorbereidingsbesluit, of inmiddels opgenomen in de verordening. Deze tijdelijke maatregel (in 9 provincies) ziet toe op uitbreiding en nieuwvestiging van geitenhouderijen; de exacte invulling verschilt per provincie.
Luchtwassers
Er zijn luchtwassers voor geitenstallen. Het gaat bij geiten met name om het verminderen van de emissie van ammoniak. Bij geitenbedrijven is er weinig directe uitstoot van fijnstof. Er zijn op dit moment geen aanwijzingen dat luchtwassers bij geitenbedrijven helpen om het verhoogde risico op longontsteking bij omwonenden te verminderen.
Opslag van geitenmest
Los van de uitkomsten van de VGO-onderzoeken staan voor de opslag van mest al eisen in paragraaf 4.83 van het Besluit activiteiten leefomgeving Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup) (Bal). Vanwege Q-koorts zijn er aanvullende maatregelen voor de opslag van geitenmest. Mest uit de geitenstallen moet de geitenhouder of direct in een afgedekte vrachtwagen naar een erkend composteerbedrijf afvoeren, of na verwijdering uit de stal minstens 30 dagen luchtdoorlatend en afgedekt opslaan. Afdekken zorgt voor een composteringsproces waardoor de temperatuur van de mest zo ver stijgt dat het aantal Q-koortsbacteriën dat eventueel in de mest zit, sterk afneemt. Dit staat in artikel 2.76ih van het Besluit houders van dieren.
Meer informatie
- Overzichtspagina Gezondheid en veehouderijen
- Voorbereidingsbesluit op de pagina Veehouderij en gezondheid in het omgevingsplan
Besluit activiteiten leefomgeving (Bal)
Het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) is één van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet. Het Bal bevat regels van het Rijk over activiteiten in de fysieke leefomgeving.