Uitfasering emissiearme vloeren melkrundvee
Een groot aantal stallen voor melkrundvee heeft een emissiearme stalvloer. Uit onderzoek blijkt dat bepaalde emissiearme stalvloeren de emissie van ammoniak onvoldoende verlagen. Voor deze emissiearme stalvloeren geldt vanaf 1 januari 2027 of 2030 geen emissiereductie meer. Dit staat in de Omgevingsregeling.
Wijziging Omgevingsregeling
Op 3 april 2026 is een wijziging van bijlage V van de Omgevingsregeling gepubliceerd (Staatscourant 2026, 13777). Deze wijziging treedt op 1 juli 2026 in werking.
Vanaf 1 juli 2026 staat bij bijna alle emissiearme vloeren voor melkrundvee een einddatum. Deze vloeren verlagen in de praktijk gemiddeld de emissie van ammoniak niet genoeg in vergelijking met een traditionele roostervloer. Vanaf de einddatum geldt voor deze vloeren geen emissiereductie meer. De emissiereductie blijft wel gelden voor vloeren in bestaande stallen.
Einddatum 2027
Vanaf 1 januari 2027 geldt voor de volgende stalvloeren de emissiefactor voor ammoniak niet meer. Deze vloeren worden dan beoordeeld als overige huisvesting met een emissiefactor van 13,0 kg per dierplaats per jaar. Het gaat om de stalvloeren HA1.2, HA1.5, HA1.6, HA1.7, HA1.9, HA1.12, HA1.13, HA1.17, HA1.18, HA1.21 en HA1.27.
De emissiefactor geldt nog wel in de volgende 2 situaties:
- De veehouderij is vergunningplichtig en voor de vloer is een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit verleend voor 1 januari 2027.
- De veehouderij is niet vergunningplichtig en die vloer is rechtmatig in gebruik genomen voor 1 januari 2027. Dat betekent dat er een melding Besluit activiteiten leefomgeving is gedaan en de vloer is gerealiseerd en in gebruik genomen voor 1 januari 2027.
Bij ingrijpende renovatie van deze stallen (vergelijkbaar met oprichten) na 1 januari 2027 mogen de vloeren niet meer worden toegepast. Dit geldt ook bij vervanging of een fysieke uitbreiding na 1 januari 2027.
Einddatum 2030
Vanaf 1 januari 2030 geldt voor de volgende stalvloeren de emissiefactor voor ammoniak niet meer. Deze vloeren worden dan beoordeeld als overige huisvesting met een emissiefactor van 13,0 kg per dierplaats per jaar. Het gaat om de stalvloeren HA1.20, HA1.22, HA1.23, HA1.25 en HA1.29.
De emissiefactor geldt nog wel in de volgende twee situaties:
- De veehouderij is vergunningplichtig en voor de vloer is een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit verleend voor 1 januari 2030.
- De veehouderij is niet vergunningplichtig en die vloer is rechtmatig in gebruik genomen voor 1 januari 2030. Dat betekent dat er een melding Besluit activiteiten leefomgeving is gedaan en de vloer is gerealiseerd en in gebruik genomen voor 1 januari 2030.
Bij ingrijpende renovatie van deze stallen (vergelijkbaar met oprichten) na 1 januari 2030 mogen de vloeren niet meer worden toegepast. Dit geldt ook bij vervanging of een fysieke uitbreiding na 1 januari 2030.
De leverancier kan de emissiereductie van deze stallen voor de einddatum opnieuw laten beoordelen. Mogelijk dat de einddatum van 1 januari 2030 dan vervalt.
Meer informatie
Zie bijlage V van de Omgevingsregeling voor de actuele versie. Deze wijziging voor de emissiearme vloeren is vanaf 1 juli 2026 verwerkt in de Omgevingsregeling.