Maatregelen pH biologische luchtwassers
Voor de werking van biologische luchtwassers is het belangrijk dat de pH binnen de bandbreedte blijft. Op deze pagina staan technische maatregelen die helpen de pH binnen de bandbreedte te houden.
Achtergrond
De volgende processen en handelingen hebben invloed op de pH van het waswater:
- Ammoniak (NH3) reageert met het waswater tot ammonium (NH4+). Dit noemen we 'oplossen van ammoniak'. Dit proces is pH verhogend.
- De bacteriën op het filterpakket zetten een deel van het ammonium om in nitriet (NO2-) en vervolgens zetten ze dat grotendeels om in nitraat (NO3-). Daarvoor gebruiken ze zuurstof uit de stallucht. Dit noemen we 'nitrificatie'. Dit proces is pH verlagend.
- Spuien en verversen van het waswater. Dit werkt meestal pH-verhogend.
- Toevoegen van zuur en/of base met een automatische doseerinstallatie. Zuur verlaagt de ph en base verhoogt de pH.
De verzuring door nitrificatie is over het algemeen sterker dan de ontzuring door het oplossen van ammoniak. Daardoor verzuurt het waswater. Als plotseling veel minder ammoniak de luchtwasser inkomt, verzuurt het waswater heel snel.
Bij het spuien voert de luchtwasser zuur waswater af en bij het aanvullen met vers water neemt de pH weer toe. Door op het juiste moment de juiste hoeveelheid waswater te spuien, kan de pH binnen de bandbreedte blijven en is de luchtwasser in balans. Lukt dat niet, dan zijn aanvullende maatregelen nodig.
pH te hoog
Ammoniak lost niet goed genoeg op in het waswater als de pH daarvan hoger is dan 7,3. Er is dan te weinig ammonium in het waswater. Daardoor kan de nitrificatie niet op gang komen. De veehouder moet dan een te hoge pH voorkomen door zuur toe te voegen met een automatische doseerinstallatie. Als de nitrificatie op gang is gekomen, kan het zuurverbruik beperkt blijven. De nitrificatie zorgt dan voor verzuring.
Let op: Soms lost ook onvoldoende ammoniak op in het waswater doordat de pH te lang in de buurt van 7,2 blijft. De luchtwasser vangt dan ook onvoldoende ammoniak af. Dit is te zien aan de elektronische monitoring. Er is geen of onvoldoende toename van de geleidbaarheid. Daardoor spuit de luchtwasser niet, of te weinig. De luchtwasser werkt dan niet goed, terwijl de pH van het waswater wel binnen de bandbreedte is. Dit is in strijd met de specifieke zorgplicht uit artikel 2.11 van het Bal. De enige oplossing hiervoor is zuur toevoegen met een doseerinstallatie. Zodra de pH laag genoeg is zal ammoniak oplossen waarna de nitrificatie op gang komt. Dat laat de elektronische monitoring dan zien door toename van de geleidbaarheid.
pH te laag
Als de pH van het waswater te laag is, kan lachgas ontstaan. Om dit te voorkomen, moet de luchtwasser spuien om te voorkomen dat de pH onder 6,5 komt. Door deze eis zal het in de praktijk minder vaak voorkomen dat de pH te laag is. Deze eis kan wel leiden tot een hogere spuiwaterproductie. De veehouder kan dit beperken door loog toe te voegen met een automatische doseerinstallatie.
Uitgangspunt
Op deze pagina gaan we ervan uit dat verversingswater bronwater of leidingwater is. De pH van bronwater ligt meestal tussen 7,0 en 8,0 en pH leidingwater meestal tussen 7,0 en 8,5. Als het verversingswater zuurder is, kan dat tot snellere verzuring en een hoge spuiwaterproductie leiden. De veehouder kan dan base toevoegen met een automatisch doseersysteem, om verzuring en overmatige spuiwaterproductie tegen te gaan.
Aanvullende maatregelen
Aanvullende technische maatregelen die helpen om de pH binnen de bandbreedte te houden en/of daarbij de spuiwaterhoeveelheid te beperken zijn:
- Een slimme adaptieve spuiregeling voorkomt verzuring. 2 mogelijke varianten zijn:
- Verschillende programma's/aangepaste instellingen toepassen (spuivolume per keer spuien of instellingen waarbij vaker gespuid wordt) bij verschillende omstandigheden (seizoenen, fase in de productiecyclus).
- Een adaptieve spuiregeling, waarbij de ontwikkeling in de parameters in de tijd wordt gebruikt als input om de spuiregeling automatisch te bepalen. Hierbij kunnen naast de pH, EC ook de ammoniakvracht en de temperatuur (in de stal/van het spuiwater) gebruikt worden als input.
- Loogdosering met een automatische doseerinstallatie om verzuring tegen te gaan en om spuiwaterhoeveelheid te beperken.
- Technieken om het proceswater schoon te houden en een goede vermenging van het waswater te bevorderen voorkomen verzuring (bijvoorbeeld: aparte spuiwaterafvoer in combinatie met een bezinkput of bodem op afschot, of filters/zeven in het waswatercircuit).
- Zuurdosering om te zorgen dat de pH onder de bovengrens blijft (vooral nodig als de pH-waarde van het verversingswater groter is dan 7,3).
Deze maatregelen zijn niet altijd allemaal voor alle individuele situaties noodzakelijk. Ze zijn daarom ook niet in alle situaties verplicht. De veehouder moet wel zorgen dat de pH binnen de bandbreedte blijft. Lukt dat niet, dan moet hij aanvullende maatregelen treffen.
Let op: Soms zijn er te veel bacteriën op het filterpakket aanwezig. Het waswater verzuurt dan snel, doordat de nitrificatie te snel gaat. In dat geval helpt het om het filterpakket schoon te maken (liefst niet met een hoge drukspuit, maar wel met veel water). Om een lange opstarttermijn na het schoonmaken te voorkomen, moeten voldoende bacteriën achterblijven op het filterpakket en in het waswater. Maak dus niet te goed schoon en bijvoorbeeld de ene keer alleen het filterpakket en de volgende keer alleen het reservoir en de leidingen.
Meer informatie
De informatie op deze pagina is deels afkomstig van het Onderzoek combi-luchtwassers | Landbouw en voedsel Brabant. Zie voor meer informatie het onderzoeksrapport Goed benutten van biologische combi luchtwassers.