Organisatie van het waterbeheer
Het beheer van watersystemen is geen zaak van 1 partij, maar een samenspel van alle bestuurslagen in Nederland. Er is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. De verschillende taken en rollen staan in de Omgevingswet en onderliggende regelgeving, in de Waterwet en in andere regelingen. Er is een onderscheid tussen hoofdrolspelers en overige relevante partijen.
Op deze pagina
- Hoofdrolspelers
- Overige relevante partijen
- Toedeling taken onder Omgevingswet
- Doorwerking van beleid
- Afstemming en samenwerking
- (Her)benoemingsprocedure en ambtstermijn voorzitter waterschap en hoogheemraadschap
Hoofdrolspelers
- De rijksoverheid is verantwoordelijk voor het nationale beleidskader en de strategische doelen voor het waterbeheer in Nederland, zoals vastgelegd in de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Overigens gaat de Nota Ruimte de huidige NOVI vervangen, waarschijnlijk in 2026.
- De provincie is verantwoordelijk voor de vertaling hiervan naar een regionaal beleidskader en voor strategische doelen op regionaal niveau.
- De waterbeheerder (het Rijk voor het hoofdwatersysteem en de waterschappen voor de regionale watersystemen) is verantwoordelijk voor het operationele waterbeheer.
- De gemeente heeft slechts enkele taken in het beheer van watersystemen.
Overige relevante partijen
- De deltacommissaris heeft als taak het bevorderen van de totstandkoming en uitvoering van het deltaprogramma.
- In het Bestuurlijk overleg Water vindt het bestuurlijk overleg plaats tussen de minister van Infrastructuur en Waterstaat en bestuurders van waterschappen, provincies, gemeenten en drinkwaterbedrijven. Doel van dit overleg is het afstemmen van het waterbeleid, de uitvoering en monitoring daarvan op bestuurlijk niveau.
- Onder het Bestuurlijk overleg Water (BO Water) hangen het Directeurenoverleg Water (DO Water) en het Agendaoverleg Water (AO Water). Dit zijn de voorbereidende overleggen voor het BO Water.
Toedeling taken onder Omgevingswet
Rijk
Naast het vaststellen van een nationaal beleidskader en strategische doelen neemt het Rijk ook maatregelen die een nationaal karakter hebben. Bijvoorbeeld het versterken van waterkeringen en het vergroten van de zoetwatervoorraad. De rijkstaken voor de fysieke leefomgeving staan in artikel 2.19 van de Omgevingswet. De minister van Infrastructuur en Waterstaat is voor wat betreft watersystemen verantwoordelijk voor:
- het beheer van de rijkswateren Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper)
- de handhaving van de kustlijn
- het toezicht op het beheer van primaire waterkeringen door een waterschap of een ander openbaar lichaam
- het tot stand brengen en beschikbaar stellen van technische leidraden voor het ontwerp en beheer van primaire waterkeringen
Provincies
De provincie heeft operationele taken voor een deel van het grondwaterbeheer. Bijvoorbeeld vergunningverlening voor grote grondwateronttrekkingen, monitoring en het aanwijzen van grondwaterbeschermingsgebieden.
De provincie is verantwoordelijk voor de gebiedsgerichte coördinatie van de uitoefening van taken en bevoegdheden door gemeenten en waterschappen. Ook het nemen van beheersmaatregelen op basis van de Zwemwaterrichtlijn is een provinciale taak. Soms kan de provincie zelf beheerder van watersystemen zijn, bijvoorbeeld als vaarwegbeheerder. Ten slotte is de provincie belast met het houden van toezicht op het beheer van watersystemen voor regionale wateren Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper) (waterschappen). Dit geldt niet voor het beheer van primaire waterkeringen: dat doet het Rijk. Deze taken staan in artikel 2.18 van de Omgevingswet.
Waterschappen
Waar het gaat om het beheer van watersystemen liggen de taken bij waterschappen voor de regionale wateren (artikel 2.17 Omgevingswet). De waterschappen, organen van functioneel bestuur, zorgen voor het cruciale beheer van watersystemen. Zij bepalen de concrete maatregelen en voeren deze uit. Vergunningverlening, toezicht/handhaving en monitoring zijn belangrijke onderdelen van dit operationele waterbeheer. Ook zorgen ze voor de zuivering van stedelijk afvalwater. Ter uitvoering van deze hoofdtaken stelt het waterschap een legger, peilbesluiten en een waterbeheerprogramma vast.
Gemeente
Taken op het gebied van de fysieke leefomgeving liggen in de eerste plaats bij gemeenten. Dat volgt uit artikel 2.3 Omgevingswet. Gemeenten spelen de hoofdrol bij het beheer en de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. Als het gaat om het beheer van watersystemen en het waterketenbeheer heeft de gemeente de volgende taken:
Doorwerking van beleid
De artikelen 2.22 tot en met 2.37 van de Omgevingswet regelen de doorwerking van provinciaal beleid en rijksbeleid. Via instructieregels en instructies kunnen de provincie en het Rijk de uitoefening van taken en bevoegdheden door waterschappen (besluiten én feitelijk handelen) beïnvloeden. Wanneer het waterschap hieraan niet of onvoldoende gevolg geeft, beschikken de provincie en het Rijk over een bevoegdheid tot indeplaatstreding en kunnen zij besluiten van het waterschap zo nodig vernietigen. Voor de provincie staat de bevoegdheid tot vernietiging in artikel 156 van de Waterschapswet. De bevoegdheid van het Rijk tot vernietiging van een waterschapsbesluit staat in artikel 2.37 Omgevingswet.
Instructie water
Meer informatie over instructies staat op de pagina Instructie.
Enkele voorbeelden van een instructie zijn:
- Een instructie van de provincie aan het waterschap om in een bepaald gebied direct het peilbesluit aan te passen vanwege de kans op verdroging in een kwetsbaar Natura 2000-gebied.
- Gevaar voor waterstaatswerken: in artikel 19.16 van de Omgevingswet staat een specifieke regeling als het waterschap niet voldoende optreedt bij gevaar voor waterstaatswerken. Bijvoorbeeld de kans op schade aan een belangrijke dijk. In die situatie kan de provincie en in spoedeisende gevallen de commissaris van de Koning een instructie aan het waterschap geven. Als de provincie of de commissaris van de Koning deze bevoegdheid niet voldoende gebruikt, kan de minister aan het waterschap een instructie geven.
Instructieregels water
Instructieregels van het Rijk staan in het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Instructieregels van de provincie staan in de provinciale omgevingsverordening. Waterschappen en gemeenten kunnen geen instructieregels stellen.
Waarover de provincie instructieregels kan stellen, staat op de pagina Instructieregels voor gemeenten en waterschappen in de omgevingsverordening. Meer informatie over instructieregels staat op de pagina Instructieregels.
Voorbeelden van instructieregels water zijn:
- Regels over het opnemen van omgevingsvergunningplichten in de waterschapsverordening.
- Regels over een legger of peilbesluit en het calamiteitenplan van een waterschap.
- De watertoets: gemeenten moeten bij de totstandkoming van het omgevingsplan rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen. De gemeente moet hierbij afstemmen met de waterbeheerder.
-
Artikel 6.1 van het Bkl. Dit artikel verplicht waterschappen ertoe om bij het stellen van regels over lozingsactiviteiten in de waterschapsverordening de eisen van artikel 10 en 11, 3e lid, onder g, van de Kaderrichtlijn Water (KRW) in acht te nemen.
-
Artikel 2.27 van de Omgevingswet: verplichte instructieregels van het Rijk voor omgevingsverordeningen voor het beschermen van de gezondheid, het milieu, natuurlijke hulpbronnen en de openbare drinkwatervoorziening. Met daarbij specifieke aandacht voor het beschermen van de kwaliteit van regionale wateren waaruit drinkwater wordt gewonnen. Dit is nodig om te voldoen aan de eisen van de KRW.
-
Artikelen 2.30 en 2.31 van de Omgevingswet voor zwemwaterlocaties en stedelijk afvalwater.
- Artikel 2.26 van de Omgevingswet: De Omgevingswet gaat niet uit van planhiërarchie. Toch vindt er wel doorwerking plaats daar waar het om de waterprogramma's en de internationaalrechtelijke verplichtingen gaat. Zo moet het waterschap bij het opstellen van het waterbeheerprogramma (voor de watersystemen in zijn beheer) rekening houden met het regionale (provinciale) waterprogramma voor zover het daarbij om uitvoering van Europese verplichtingen (KRW, richtlijn overstromingsrisico's, grondwaterrichtlijn, kaderrichtlijn mariene strategie en zwemwaterrichtlijn) gaat. In zoverre vindt er doorwerking plaats van het regionale (provinciale) waterprogramma naar het waterbeheerprogramma van het waterschap.
Afstemming en samenwerking
In artikel 2.2 van de Omgevingswet staat dat:
- overheden bij hun taakuitoefening rekening moeten houden met elkaars taken en bevoegdheden. Als het nodig is, moeten ze onderling afstemmen.
- overheden hun taken en bevoegdheden gezamenlijk kunnen uitoefenen. Overdracht van taken en bevoegdheden is niet aan de orde.
- een overheid slechts bij uitzondering in de taken en bevoegdheden van een andere overheid treedt.
(Her)benoemingsprocedure en ambtstermijn voorzitter waterschap en hoogheemraadschap
Op de website van de Unie van Waterschappen staat de handreiking (Her)benoemingsprocedure en ambtstermijn voorzitter waterschap en hoogheemraadschap. Deze gaat in op het inrichten van het proces voor benoemingen, herbenoemingen en de ambtstermijn, binnen het huidige wettelijke kader. De handreiking ondersteunt een uniforme en professionele werkwijze, om bestuurlijke kwetsbaarheden te voorkomen en de transparantie van het proces te versterken.
Rijkswateren
Watersystemen of onderdelen daarvan die in beheer zijn bij het Rijk. Deze begripsbepaling staat in de bijlage bij de Omgevingswet. In bijlage II bij het Omgevingsbesluit staat om welke watersystemen het gaat.
Regionale wateren
Watersystemen of onderdelen daarvan die niet in beheer zijn bij het Rijk. Deze begripsbepaling staat in de bijlage bij de Omgevingswet.
Uitleg
Voor de regionale wateren kan het waterschap regels stellen.