Projectbesluit en grondwater
De uitvoering van een project heeft vaak invloed op het grondwater. Bij het vaststellen van een projectbesluit moet het bevoegde bestuursorgaan rekening houden met de gevolgen voor het beheer van watersystemen ('watertoets'). Daar hoort ook het grondwater bij, zowel de kwantiteit als kwaliteit. Overheden kunnen ook projectbesluiten vaststellen om de toestand van het grondwater te verbeteren.
Effecten van projecten op grondwater
In artikel 9.1 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) staat dat het bij een projectbesluit verplicht is om de waterbelangen mee te wegen ('Watertoets'). Dat gaat dus ook om de grondwaterbelangen. Een project met een publiek belang, waarvoor het Rijk, de provincie of een waterschap een projectbesluit vaststelt, kan invloed hebben op het grondwater. Dat kan zowel gaan om de kwantiteit van het grondwater (de grondwaterstand) als de kwaliteit.
Effecten op de kwantiteit
Sommige projecten hebben een grote invloed op de grondwaterstroming, bijvoorbeeld de aanleg van tunnels voor spoorwegen of snelwegen. De tunnelbak houdt het grondwater tegen, zodat aan de ene kant een verhoging van de grondwaterstand optreedt en aan de andere kant een verlaging van de grondwaterstand. Bij de voorbereiding van het projectbesluit moet de bevoegde overheid daarom onderzoek laten uitvoeren naar de waterhuishoudkundige toestand. En als de effecten van het project op de grondwaterstand niet aanvaardbaar zijn, moet het projectbesluit maatregelen bevatten om die effecten te beperken of ongedaan te maken. Dat kan bijvoorbeeld door extra drainage aan te leggen of door actief grondwaterpeilbeheer.
Effecten op de kwaliteit
Effecten op de kwaliteit van het grondwater ontstaan vooral door het verplaatsen van bestaande grondwaterverontreinigingen. Zo kan een bronbemaling voor de realisatie van een project verontreinigd grondwater aantrekken. Daardoor gaat de grondwaterverontreiniging een groter gebied beïnvloeden. Het toepassen van retourbemaling kan helpen om dit tegen te gaan. Als een project plaatsvindt in een grondwaterbeschermingsgebied, zijn er aanvullende regels voor de bescherming van het grondwater voor de drinkwaterwinning. Het is de taak van de provincie om regels te stellen over het beheer van grondwaterverontreinigingen en de bescherming van het grondwater in grondwaterbeschermingsgebieden. De provincie neemt deze regels op in de omgevingsverordening. Meer informatie daarover staat op de pagina grondwater in de omgevingsverordening.
Projectbesluit voor verbetering grondwater
Provincies en waterschappen kunnen een projectbesluit vaststellen voor projecten die tot doel hebben om grondwaterlichamen kwantitatief of kwalitatief te verbeteren. Voor waterschappen vloeit dit voort uit artikel 5.44 lid 4 in samenhang met artikel 2.17 lid 1 onder a van de Omgevingswet. Dat maakt het mogelijk om projectbesluiten vast te stellen voor de uitvoering van de taken van het waterschap op het gebied van het beheer van watersystemen. Daar horen ook grondwaterlichamen bij. Provincies baseren hun bevoegdheid voor projectbesluiten op artikel 5.44 lid 3 Omgevingswet.
Verbetering natuurgebieden
Een projectbesluit dat specifiek over grondwater gaat, is vooral denkbaar in het kader van de versterking of verbetering van natuurgebieden. In 2021 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak project Leegveld gedaan. Deze uitspraak laat goed zien welke rol grondwaterbelangen spelen bij de verbetering van natuurgebieden. Dit project heeft tot doel om de achteruitgang van het restant aan hoogveen als gevolg van verdroging en stikstofdepositie te stoppen. En om het hoogveen te herstellen. Onder het oude recht zijn daarvoor twee besluiten genomen, een projectplan Waterwet en een inpassingsplan Wet ruimtelijke ordening. Onder de Omgevingswet zijn deze besluiten vervangen door het projectbesluit. In de uitspraak komen zowel de effecten op de kwantiteit als de kwaliteit van het grondwater aan de orde.