Ga naar de inhoud
Direct naar
  • Contact
  • Stel uw vraag
Informatiepunt Leefomgeving (naar homepage)
Zoeken in deze site
  1. Home ›
  2. Thema's ›
  3. Water ›
  4. Handreiking Lozingen ›
  5. Schrijven van een vergunning of een maatwerkbesluit ›
  6. Oppervlaktewaterkwaliteit ›
  7. Ecologie: maatregelen en effecten ›
  8. Vismigratie ›
  9. Ecologische verbindingszone Noordzeekanaal en Ommelanden ›
  10. Monitoring vismigratie fase 1
  • Home
  • Actueel
  • Regelgeving
  • Thema's
  • Digitaal stelsel
  • Contact
  • Contact
  • Stel uw vraag

Monitoring vismigratie fase 1

Jaarlijks trekken miljoenen jonge glasalen het Noordzeekanaal op en bewegen volwassen schieralen via IJmuiden richting zee. Om hun migratie en de knelpunten onderweg beter te begrijpen, is uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar zowel de intrek van glasaal en driedoornige stekelbaars als de uittrek van schieraal, aangevuld met een integrale evaluatie van alle bevindingen.

Deze onderzoeken waren onderdeel van de eerste fase van de monitoring van vismigratie dat plaatsvond tussen 2017 en 2021. Dit onderzoek is uitgevoerd in het kader van het samenwerkingsverband Ecologische Verbindingszone Noordzeekanaal en Ommelanden. Hierin is onder meer inzicht opgedaan in de hoeveelheden vis die het Noordzeekanaal binnenkomen, de routes die zij gebruiken richting het achterland en de toegankelijkheid van verschillende leefgebieden.

Intrek van glasaal en driedoornige stekelbaars

Na de paai van de Europese paling in de Sargassozee en het uitkomen van de eieren, maken de larven van de paling een lange reis naar Europa, die wel 2 tot 3 jaar in beslag neemt. In de kustzone aangekomen, transformeren de larven in ca. 7 cm lange transparante glasalen. Vooral in april en mei trekken de glasalen op diverse locaties langs de kust massaal naar het binnenwater om er op te groeien.

Onderzoek

Er is onderzocht hoeveel glasalen bij IJmuiden binnentrekken, hoe makkelijk ze de zeesluizen passeren en hoe de verspreiding van de dieren vervolgens verloopt via het Noordzeekanaal naar de polder- en boezemwateren. Ook de passage van de glasalen bij de verschillende vispassages is onderzocht. Dit onderzoek is uitgevoerd door Wageningen Marine Research, met de inzet van diverse beroepsvissers, Visserij Service Nederland, Fish Flow Innovations, Ravon en vele stagiaires en vrijwilligers.

Merken van de vissen

Voor dit onderzoek waren bijna 4000 glasalen en 1000 driedoornige stekelbaarsjes gemerkt en bij IJmuiden uitgezet aan weerszijden van het sluizencomplex. Aanvullend zijn ook lokaal zogenoemde merk-terugvangstexperimenten uitgevoerd voor een (lokale) aanbodschatting bij de vispassages. Hiervoor zijn de glasalen en driedoornige stekelbaarzen door specialisten voorzien van een VIE-tag (Visible Implant Elastomer). Dit is een klein beetje vloeibaar plastic in een fluorescerende kleur (Figuur 1). Het merken gebeurt onder verdoving. In de film Glasaalonderzoek met VIE-tags, gemaakt door RAVON van onderzoek bij Scheveningen ziet u hoe dit in zijn werk gaat. Ook in dit korte filmpje Vie Tag van Wageningen Marine Research zijn de gemerkte vissen goed te zien.

Glasaal met verschillende kleuren
Figuur 1 Visible Implant Elastomer (VIE) tags: gekleurde merkjes die onder verdoving worden aangebracht bij glasaal en rode aal. Ze lichten op onder UV-licht.
Foto: Ben Griffioen – Wageningen Marine Research.

Terugvangst via kruisnetten

Terugvangst van de dieren gebeurde onder andere met kruisnetten. Jaarlijks zijn van februari t/m juni 2x per week na zonsondergang door vrijwilligers bij de verschillende vispassages met een zogenoemd kruisnet gevist. Dit geeft inzicht in het relatieve aanbod aan trekvis in het seizoen en per jaar. De vrijwilligers hebben tijdens het intrekonderzoek de beschikking over een UV-lamp om de glasalen en stekelbaarzen met een kleurcode goed te kunnen onderscheiden. De begeleiding van dit deel van het onderzoek was door is door Ravon uitgevoerd.

Terugvangst met ELFI’s

Daarnaast zijn er glasaaldetectoren gebruikt: ELFI’s (‘ELver FInder’). Op 12 locaties bij gemalen, sluizen en vispassages zijn deze ELFI’s (Figuur 2) geïnstalleerd om glasalen te vangen. Daarbij waren ook terugvangsten van gemerkte aaltjes. De verhouding tussen gemerkte en ongemerkte dieren geeft informatie over het aanbod aan glasaal en of een vispassage goed werkt. Als gemerkte dieren lang aanwezig blijven, dus vaker worden teruggevangen, is dat een minder gunstig teken dan als ze snel passeren. Dit onderzoek werd uitgevoerd door Visserij Service Nederland. De vissen zijn na het tellen weer vrijgelaten om hun weg naar de polders voort te zetten waar ze de palingpopulatie aanvullen.

Glasaaldetector
Figuur 2 De opstelling van een ELFI bij de Zuidersluis. Vanuit een bak stroomt zoet water via een met kokosmat beklede goot het water in. De glasaal komt op het zoete water af en 'klimt' via de kokosmat omhoog. Bovenaan aangekomen zwemmen de alen in een verzamelbak.

Terugvangst met fuik

Verder is er voor de terugvangst op enkele locaties met een fuik gewerkt. Deze zijn geplaatst achter een vispassage. Bij de Kleine Sluis in IJmuiden is dit gebeurd achter het rinket in een sluisdeur die speciaal voor de vismigratie opengezet wordt. Een rinket is een afsluitbare opening in een sluisdeur om het waterniveau aan weerszijde van de deur gelijk te maken tijdens een schutting. Dit onderzoek is uitgevoerd door Fish Flow Innovations. Daarnaast vindt bij de vispassage bij boezemgemaal Halfweg jaarlijks een monitoring van de visintrek plaats met een fuikopstelling, dat wordt uitgevoerd door onderzoeksvisser Piet Ruijter.

Fuikopstelling
Figuur 3 Fuikopstelling aan de kanaalzijde van de Kleine Sluis IJmuiden.
Foto RWS WNN.

Resultaten

Glasalen en driedoornige stekelbaarzen weten de zeesluizen bij IJmuiden goed te passeren om het Noordzeekanaal op te trekken. Eenmaal op het Noordzeekanaal worden de vissen verder aangetrokken door zoet polderwater dat via gemalen en sluizen op het kanaal geloosd wordt. De hoeveelheid glasaal die zich bij een gemaal of sluis ophoudt lijkt sterk verband te houden met de hoeveelheid water en het afvoerpatroon van deze lokstromen.

Hoe warmer het water des te sneller een glasaal zwemt. De gemiddelde zwemsnelheid tussen IJmuiden en Halfweg is bijna een kilometer per nacht, want glasaal zwemt alleen in het donker. Daar waar glasaal en driedoornige stekelbaars zich ophoopt, omdat ze de polder niet kunnen bereiken, bijvoorbeeld door een slecht passeerbaar gemaal, is de kans groot dat ze worden opgegeten door andere vissen of door vogels. Ophoping, met een lange verblijftijd van de aaltjes, is inderdaad gesignaleerd bij een paar locaties, waar de intrekmogelijkheden beperkt zijn. Het onderzoek heeft een goed beeld gegeven van de verspreiding van de glasalen door het kanaal. Ze bewegen zich ook tussen verschillende locaties waar ze een polder kunnen bereiken. Glasalen die bijvoorbeeld bij gemaal Houtrakpolder zijn uitgezet, en dit gemaal niet konden passeren, zijn teruggevangen bij gemaal Halfweg of gemaal Nauerna.

Van de onderzochte locaties blijkt dat de vispassage bij gemaal Halfweg heel goed functioneert. Tijdens het onderzoek in 2018 bleek 79% van de gemerkte glasalen die voor de vispassage waren uitgezet de vispassage te passeren. Voor enkele andere passages zijn aanbevelingen gedaan om te onderzoeken hoe ze beter kunnen gaan werken. Daarbij wordt bijvoorbeeld gedacht aan het uitmalen van polderwater in de nachtelijke uren om trekvissen te lokken naar een bij het gemaal gelegen vispassage. Vooral glasaal is ’s nachts actief en zal dan makkelijker de vispassage kunnen vinden.

Uittrek van schieraal

Schieralen (volwassen palingen) trekken tussen september en januari vanuit de polders naar open zee om zich voort te planten in de Sargassozee, zo'n 5000 km naar de Cariben.

Onderzoek

Om te onderzoeken of ze vanuit de polders ongehinderd naar zee kunnen zwemmen en volgens welke routes ze dit doen, zijn in de periode september tot en met december 2017 verschillende groepen schieralen voorzien van een zender die geluidspulsen uitzendt (VEMCO) en uitgezet in de polders rond het Noordzeekanaal, boezemwateren en in het Noordzeekanaal zelf.

Voor het opvangen van deze pulsen zijn 64 akoestische ontvangers (hydrofoons) verspreid over het onderzoeksgebied geplaatst, onder meer bij gemalen en sluizen. Ze registreren de tijd en het zendernummer van een paling die passeert. Zo kan de reis van de vissen individueel gevolgd worden. Het onderzoek liep van oktober 2017 tot juni 2018.

overzicht_van_onderzoeklocaties_uittrek_schieraal
Figuur 4 Overzicht van onderzoekslocaties uittrek schieraal 2017-2018.
Kaart Wageningen Marine Research.

Resultaten

Uit het onderzoek bleek dat de meeste gezenderde schieralen in de regio inderdaad via het Noordzeekanaal richting zee trekken. De sluizen bij IJmuiden vormden daarbij geen belemmering. Enkele exemplaren trokken richting het Markermeer. Vanuit het plassengebied van Vinkeveen, Kortenhoef en Loosdrecht was de belangrijkste trekroute via het Amsterdam-Rijnkanaal naar het Noordzeekanaal. De mate waarin schieralen gemalen en sluizen konden passeren varieerde sterk. Dit was voor de beheerders aanleiding om te onderzoeken hoe een veilige passage van gemalen en sluizen kan worden verbeterd. Daarbij betrekken zij de ondervinding dat de activiteit van schieraal vooral in het eerste deel van de nacht, enkele uren na zonsondergang, het grootst is. Mogelijke maatregelen zijn bijvoorbeeld ‘loze’ schuttingen van sluizen, plaatsen van visveilige pompen en viswerende of -geleidende maatregelen bij gemalen waar alternatieve routes zijn.

Evaluatie trekvisonderzoeken Noordzeekanaal en Ommelanden

In een evaluatierapport, verschenen april 2020, zijn de trekvisonderzoeken geïntegreerd die in voorgaande jaren zijn uitgevoerd op en om het Noordzeekanaal. Nieuwe inzichten zijn hierin samengevat. Plus aanbevelingen voor beheermaatregelen, voortzetting van monitoring en nader onderzoek.

Intrek naar de polder vanuit het Noordzeekanaal problematisch voor glasaal

Wat de intrek van glasaal betreft, daarvan trekken jaarlijks miljoenen exemplaren het Noordzeekanaal op (in 2018 ongeveer 10 miljoen), om zich te verspreiden over het achterland. IJmuiden vormt hierbij nauwelijks een obstakel, in tegenstelling tot diverse polder- en boezemgemalen en schutsluizen die de aaltjes moeten passeren om de polders en boezemwateren te bereiken. Vispassages op belangrijke intrekpunten werken niet allemaal optimaal. Ook zijn nog veel, vaak kleinere, gemalen niet passeerbaar. Een migratiebarrière heeft ophoping van glasaal tot gevolg, wat tot verlies kan leiden door predatie.

Drie oorzaken beperken uittrek schieraal

Het uittreksucces van schieraal uit het afwateringsgebied van het Noordzeekanaal blijkt naar schatting 34-54%. Een laag cijfer voor een soort die als critically endangered op de Rode Lijst staat van het IUCN. Drie oorzaken liggen hieraan ten grondslag:

  1. Obstakels bij de uittrek uit de boezem naar het Noordzeekanaal door gemalen en schutsluizen.
  2. Desoriëntatie op het Noordzeekanaal en zijkanalen door wisselende stromingen en scheepvaart.
  3. Het gemaal IJmuiden, met een sterftepercentage van 10-15% op alle schieralen die IJmuiden passeren. Van de landelijke uittrek van schieraal is het aandeel bij IJmuiden ongeveer 6%.

Kansen voor verbetering

Visvriendelijk malen bij het gemaal in IJmuiden biedt kansen. Hierdoor kan een flinke verbetering behaald worden in het uittreksucces van schieraal. Bij visvriendelijk malen worden meer pompen ingezet, maar op een lager toerental, waardoor visschade vermindert. Er zal ook moeten worden gewerkt aan het optimaliseren van bestaande vispassages.

Aanbevelingen monitoring en onderzoek

Aanbevolen wordt de reguliere monitoring van de visintrek met kruisnetten en de inzet van vrijwilligers voort te zetten, evenals met fuikbemonsteringen achter de vispassage bij gemaal Halfweg. Door een slimme inzet van gemalen kan op sommige locaties de intrek van glasaal worden gestuurd naar bestaande vispassages. Daardoor wordt ophoping van glasaal zoveel mogelijk voorkomen. Nader onderzoek wordt aanbevolen naar de afschrikkende werking van boezemgemalen en hoe die eventueel verminderd kan worden. En naar de mogelijkheden om schutsluizen in te zetten voor de uittrek van schieraal. Dit uiteraard met als randvoorwaarde het voorkomen van zoutlast op de boezem.

In 2026 en 2027 wordt in en om het Noordzeekanaal en Amsterdam-Rijnkanaal een uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar de migratie van trekvissen. De tweede monitoringsfase bouwt voort op de resultaten uit 2017–2021. In fase 2 staat vooral het effect van de nieuwe Zeesluis IJmuiden en de Selectieve Onttrekking (ook wel Zoutdam genoemd) op de intrek van glasaal en de uittrek van schieraal centraal. Daarnaast zijn er verschillende deelonderzoeken die elkaar versterken door de gezamenlijke uitvoering binnen dit overkoepelende << nog link naar fase 2>> systeembrede onderzoek.

Meer informatie

Rapportage Intrek glasaal en driedoornige stekelbaars in het Noordzeekanaal voorjaar 2018

Rapportage Uittrek schieraal Noordzeekanaal en Ommelanden

Rapportage Evaluatie trekvisonderzoeken Noordzeekanaal en Ommelanden



delen

  • Delen op LinkedIn

pdf maken

  • pdf maken

Vraag het onze experts!

Heeft u beroepsmatig te maken met regelgeving over de leefomgeving, de Omgevingswet of het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)? Hierover kunt u vragen stellen aan onze helpdesk. Wilt u als inwoner meer weten over deze onderwerpen? Neem dan contact op met uw gemeente.

Stel uw vraag

IPLO geeft uitleg, deelt kennis en ondersteunt ministeries

Het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) is het kenniscentrum van de overheid voor de fysieke leefomgeving. Wij ondersteunen professionals van overheden, omgevingsdiensten en brancheorganisaties met betrouwbare informatie over de wetten en regels van de leefomgeving, het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het Omgevingsloket. Meer informatie vindt u op onze pagina Over IPLO.

Service

  • Over IPLO
  • Abonneren
  • Contact
  • Archief
  • IPLO op LinkedIn

Over deze site

  • Verantwoording
  • Toegankelijkheid
  • Privacyverklaring
  • Cookies
  • Kwetsbaarheid melden
Rijksoverheid
UvW - Unie van Waterschappen
VNG - Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Interprovinciaal overleg - IPO