Monitoring vismigratie fase 2
In 2026 en 2027 wordt in en om het Noordzeekanaal en Amsterdam-Rijnkanaal een uitgebreid onderzoek uitgevoerd naar de migratie van trekvissen.
Monitoring fase 2
In fase 2 staat vooral het effect van de nieuwe Zeesluis IJmuiden en de Selectieve Onttrekking (Zoutdam) op de intrek van glasaal en de uittrek van schieraal centraal. Daarnaast zijn er verschillende deelonderzoeken die elkaar versterken door de gezamenlijke uitvoering binnen dit overkoepelende systeembrede onderzoek. De tweede monitoringsfase bouwt voort op de resultaten uit 2017–2021, waarin onder meer inzicht is opgedaan in
- de hoeveelheden trekvis die het Noordzeekanaal binnenkomen,
- de routes die zij gebruiken richting achterland en
- de toegankelijkheid van verschillende leefgebieden.
Onderzoeksdoelen
Effect van Zeesluis IJmuiden en de Zoutdam
In 2022 en in 2024 zijn respectievelijk de Zeesluis en de Zoutdam opgeleverd (Figuur 1).
Door de Zoutdam is het mogelijk om het extra zout wat door de grote Zeesluis het kanaal binnenstroomt weer af te voeren (Figuur 2). Voor trekvissen als de aal hebben deze ingrepen in het sluiscomplex mogelijk grote gevolgen, deze worden in beeld gebracht.
Voor glasaal wordt in het voorjaar van 2026 gekeken naar het aanbod rond het sluizencomplex en de verspreiding over de verschillende intrekpunten. Daarbij wordt gekeken naar de mate waarin de dieren erin slagen het sluiscomplex te passeren. Ook het vaststellen van eventuele ophoping voor het spui-/gemaal, dat niet goed passeerbaar is, wordt gemonitord met het oog op het realiseren van vispassages bij het nieuwe gemaal (na 2030). Dit gebeurt met behulp van Elver Finders (ELFI’s), zie figuren 3 en 4 en merk‑terugvangst onderzoek.
De uittrek van schieraal wordt onderzocht vanaf het najaar van 2026 met akoestische zenders. De verdeling van de soort over de verschillende uittrekpunten wordt onderzocht en vooral de invloed van de Zeesluis en de Zoutdam op de uittrek. Hoe gedragen de dieren zich bij de Zoutdam: duiken ze er onderdoor? Kunnen ze ook weer terugzwemmen om tóch te kiezen voor uittrek via een van de schutsluizen in plaats van het gemaal? Veroorzaakt de Zoutdam schade aan vissen die grote drukverschillen moeten ondergaan of plots in zouter water terechtkomen doordat ze de Zoutdam passeren?
Daarnaast wordt onderzocht in hoeverre visvriendelijk schutten het uittreksucces van schieraal kan vergroten. Bij visvriendelijk schutten wordt de sluisdeur aan de kanaalzijde langer opengehouden zodat schieraal meer tijd en minder hinder heeft om de sluis in te gaan.
Verspreiding van glasaal en werking van vispassages
Met behulp van ELFI’s (Figuur 3 en 4) en merk‑terugvangst onderzoek wordt het aanbod van glasaal vastgesteld bij de gemalen Wijkermeer, De Dammers, Spaarndam, Houtrak, Nauerna, Overtoom, Diemerpolder, Middelpolder, De Ruiter en Haarrijn en bij de Oranjesluizen in Schellingwoude. Ook wordt onderzocht hoe effectief vispassages werken, met fuiken achter de vispassages en merk-terugvangst onderzoek. Dit gebeurt bij de gemalen Spaarndam, Halfweg, De Dammers, Nauerna, Overtoom en de vissluis (Vispassage Midden) bij Schellingwoude.
Verspreiding en secundaire migratie van rode aal
Met electrovisserij, ELFI’s en merk‑terugvangst wordt op ruim veertig locaties vastgesteld hoe rode aal (de jonge levenstadia van aal) zich binnen het systeem verplaatst en via welke vispassages dit gebeurt. Zo ontstaat een systeembreed beeld van de secundaire migratie van aal door het Noordzeekanaal en naar de verschillende aangrenzende wateren.
Uittrek van schieraal uit de boezemwateren
Daarnaast wordt gekeken naar het uittreksucces van schieraal die vanuit het achterland richting zee trekt. Dit gebeurt onder andere voor schieralen uit de Zaan (Schermerboezem), het Markermeer, het boezemwater achter gemaal De Ruiter en het boezemwater achter gemaal Haarrijn. De dieren worden individueel gevolgd met akoestische zenders en een netwerk van hydrofoons. Zo wordt zichtbaar via welke routes de schieralen het Noordzeekanaal bereiken en hoeveel dieren uiteindelijk succesvol richting zee migreren.
Effecten van ‘slim malen en schutten’
Een apart deel van het onderzoek richt zich op de vraag in hoeverre het beheer van gemalen en sluizen, ‘Slim malen en schutten’, kan bijdragen aan een betere uittrek van schieraal. In een pilot wordt onderzocht of onderlinge afstemming tussen inzet van het Zaangemaal en de Wilhelminasluis de migratie van schieraal kan verbeteren.
Paaimigratie van schubvis bij Spaarndam
Tot slot wordt bij Spaarndam gekeken naar de uitwisseling van schubvis, zoals baars, snoekbaars en brasem, tussen het Noordzeekanaal en de Rijnlandse boezem. Dit onderzoek geeft inzicht in de paaibewegingen van schubvis en de rol die deze verbinding speelt voor de populaties in beide wateren.
Merk- en zendertechnieken
Voor glasaal en rode aal wordt gebruik gemaakt van Visible Implant Elastomer (VIE) tags. Dit zijn gekleurde merkjes vloeibaar plastic die onder verdoving worden aangebracht (Figuur 5). Op basis van merk terugvangstonderzoek kunnen absolute aantallen individuen worden vastgesteld in aanbod of passage van een vispassage.
Voor schieraal en grotere rode aal worden kleine Passive Integrated Transponder (PIT) tags gebruikt om dieren individueel te merken, ook voor het merk-terugvangst onderzoek. Daarnaast wordt een beperkt aantal schieralen onder verdoving voorzien van een zender met een individueel akoestisch signaal (VEMCO). Een opstelling van circa 45 strategisch geplaatste ontvangers (hydrofoons) kan het gedrag en de route van de schieralen vanaf de boezem tot aan de zee gedurende een lange periode volgen. Nabij de Zoutdam wordt een fijnmazig Vemco Positioning System (VPS) gebruikt om gedrag en routekeuze in 2D/3D nauwkeurig te volgen. Om visgedrag direct te observeren, vooral rond de opening van de dam, wordt ook een DIDSON (akoestische camera) ingezet.
Uitvoering
De uitvoering van het project ligt in handen van Wageningen Marine Research (WMR). Voor het veldwerk werkt WMR nauw samen met Visserij Service Nederland (VSN). Waar mogelijk wordt gebruikgemaakt van lokale beroepsvissers. Onder andere voor de fuikenvisserij op schieraal en voor het monitoren van vispassages zoals bij Nauerna en Overtoom.
De resultaten van het intrek- en uittrekonderzoek verschijnen in aparte rapportages in resp. mei 2027 en december 2027.
Meer informatie
- Reportage ‘Vis op reis’ over de schieraal-uittrek najaar 2025: VisReportage - Uittrek van de Paling
Deelnemende partijen:
- Rijkswaterstaat West Nederland Noord
- Rijkswaterstaat Midden Nederland
- Provincie Noord-Holland
- Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
- Hoogheemraadschap van Rijnland
- Waterschap Amstel, Gooi en Vecht
- Hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden
- Port of Amsterdam
- Gemeente Amsterdam
- Sportvisunie