Hydraulische belastingen
Beleidsuitgangspunten HB
Voor het bepalen van de hydraulische belastingen ten behoeve van het beoordelen en ontwerpen van (primaire) waterkeringen zijn beleidsmatige randvoorwaarden gesteld conform Omgevingsregeling Bijlage XXXIIb Hoofdstuk 3. Hier zijn de randvoorwaarden met betrekking tot het schematiseren van watersystemen vastgelegd, onder andere over het te hanteren klimaatscenario, systeemwerking en afvoerverdeling.
Deze beleidsmatige randvoorwaarden gelden generiek binnen het domein van waterveiligheid en worden derhalve toegepast binnen het Beoordelings- en Ontwerpinstrumentarium (BOI). Indien gewenst kunnen deze randvoorwaarden tevens als uitgangspunt dienen voor beleidsstudies, zoals RvdR2.0. In dat kader kan het verkennen van alternatieve keuzes ten aanzien van de randvoorwaarden inzicht bieden in de effecten op de hydraulische belastingen.
DGWB heeft voor het ontwikkelen van de hydraulische belastingen daarvoor de volgende uitgangspunten gehanteerd zoals gedeeld in de KPP-webinar van 5 maart. Op de website van KKP kunt u binnenkort de opname, de presentatie en de Q&A vinden.
Voortgang actualisatie HB
De actualisatie van de hydraulische belastingen is in volle gang. De beleidsuitgangspunten zijn in december 2025 vastgesteld en gedeeld tijdens het KKP-webinar van 5 maart 2026.
Inmiddels is vrijwel alle statistiek voor BOI uitgewerkt en vastgelegd. Voor de Rijntakken, Maas en Rijn-Maasmonding worden in de komende periode nog berekeningen van de waterstanden en de golven uitgevoerd en vastgelegd in databases. Zodra voor een watersysteem alle databases en statistiek beschikbaar zijn, worden de verschil- en effectanalyses uitgevoerd. Dit is de laatste stap in de kwaliteitsborging en een belangrijke stap voor de uitlegbaarheid van de hydraulische belastingen. Voor de beoordelingsdatabases zijn deze analyses al opgestart. Als laatste wordt vanaf april gewerkt aan de eindrapportages die worden meegeleverd met de databases.
Een nauwkeurig kwaliteitsborgingsproces bij het vastleggen van de (beleids)uitgangspunten en het consistent maken van de overgangen van de verschillende watersystemen kost meer tijd dan verwacht; daardoor is de statistiek voor het BOI drie maanden later vastgelegd dan verwacht. Dit heeft gevolgen voor de start van de verschil- en effectanalyses, de start van de berekeningen in de Rijn-Maasmonding en daarmee samenhangend ook voor de voortgang van de Rijntakken en de Maas.
Een aantal uitleveringen komen daarom enkele weken later dan eerder gedeeld. De actuele planning van de uitleveringen is als volgt:
| Watersysteem |
Uitlevering databases beoordelen |
Uitlevering databases ontwerpen |
|---|---|---|
| Meren | 16 juli 2026 | 16 november 2026 |
| Kustgebieden | 16 juli 2026 | 16 november 2026 |
| Zandige kust | 16 juli 2026 | 16 november 2026 |
|
IJssel- Vechtdelta |
16 juli 2026 |
16 januari 2027 |
| Rijntakken | 16 september 2026 | 16 januari 2027 |
|
Maas |
16 september 2026 | 16 januari 2027 |
|
Hollandse IJssel |
16 januari 2027 | 16 juli 2027 |
In de watersysteemgroepen wordt in meer detail ingegaan op de voortgang, de uitgangspunten en de verwachte effecten op de hydraulische belastingen. Deze watersysteemgroepen zijn bedoeld voor de beheerders van dijken en de watersystemen. De provincies worden ook uitgenodigd. De watersysteemgroepen voor de Rijn-Maasmonding (inclusief Hollandse IJssel) en de Kust zijn in maart gepland. In mei volgen de watersysteemgroepen voor de Rijntakken, de Maas en het IJsselmeergebied en de IJssel-Vechtdelta.