Regionale waterkeringen algemene beschrijving
De provincie wijst in de omgevingsverordening regionale waterkeringen aan die in beheer zijn bij de waterschappen. Op grond van artikel 2.13 Omgevingswet moet de provincie voor de veiligheid van deze regionale waterkeringen ook omgevingswaarden opnemen in de omgevingsverordening. Er is ook nog een aantal regionale waterkeringen in beheer bij het Rijk. Deze zijn aangewezen in bijlage II bij artikel 3.1 van het Omgevingsbesluit.
Functies regionale waterkeringen
Uit oogpunt van waterveiligheid kunnen regionale waterkeringen 3 functies vervullen, te weten:
- keringen die buitenwater keren, maar geen primaire waterkering zijn
- keringen die ander water keren
- secundaire dijken, slaperdijken, compartimenteringsdijken, landscheidingen
Op basis van waterstaatkundige functies zijn 4 typen regionale keringen te onderscheiden:
- zomerkades en voorlandkeringen
- boezem- en polderkaden en keringen langs kanalen
- keringen langs regionale rivieren
- droge keringen
Droge keringen
De zogenoemde droge keringen onderscheiden zich van de overige 3 typen keringen, omdat deze keringen normaal gesproken geen water tegenhouden. Ze moeten alleen functioneren als een andere kering doorbreekt, primair of regionaal. In dat geval wordt inundatie van delen van het overstroombare gebied voorkomen, of het verloop van de inundatie ten minste vertraagd.
Compartimenteringdijken, landscheidingen, zogenoemde slaperdijken, maar ook spoor- en weglichamen, behoren tot de droge keringen en kunnen een inundatie als gevolg van bezwijken van de primaire kering vertragen.
Veelal betreft het oude zee- en polderdijken, die in vroeger tijd de oudere polders beschermden tegen buitenwater. Voorbeelden zijn de Diefdijk in het rivierengebied en de Knardijk in Flevoland. Of het kustgebied van Friesland en Groningen en de historische zeedijken in Zeeland, die inmiddels niet meer direct aan zee liggen.
Hoofd- en additionele functies
Naast de hoofdfunctie (zorgen voor veiligheid) hebben regionale waterkeringen additionele functies, zoals die van wegen, recreatiegebied, weiland, aanlegplaats voor de (plezier)scheepvaart of waardevol landschapselement. Deze functies sluiten aan bij de belangen van het waterschap, de provincie of de gemeente. In veel gebieden vormen regionale waterkeringen een belangrijk onderdeel van het woon- en leefmilieu en is langs de waterkeringen veel bebouwing geconcentreerd.
Ontwikkelingsprogramma Regionale Waterkeringen
De dijkafschuiving bij Wilnis, in 2003, maakte indringend duidelijk dat er extra aandacht nodig was voor de toestand van de regionale waterkeringen in Nederland en leidde tot het Ontwikkelprogramma Regionale Waterkeringen (ORK) in opdracht van het Interprovinciaal Overleg (IPO) en de Unie van Waterschappen. Inmiddels is fase IV van het ORK gestart en loopt tot 2024.
Provincies, waterschappen en Rijkswaterstaat zijn druk bezig met verbetering van de regionale waterkeringen. De in 2016 vastgestelde hernieuwde Visie op regionale waterkeringen verwoordt de gezamenlijke opgave voor het decennium van 2016 tot 2025. Het gaat hierbij om doelmatigheid: hoe kunnen we slim investeren om op een optimale manier de veiligheidsfunctie van de keringen te realiseren en de waterkeringen te beheren in een dynamische omgeving en daarmee de gewenste veiligheid van een gebied bereiken? Een regionale waterkering is een belangrijk onderdeel van het totale watersysteem. De komende jaren kan klimaatverandering een grote impact op het watersysteem hebben.
Het ORK streeft naar een flexibele benadering vanuit een brede context. Een integrale aanpak met aansluiting op de ontwikkeling van natuur, cultuur, landschap en steden en daardoor meer waarde voor minder kosten.