Vanwege de Omgevingswet is voor ontgrondingsactiviteiten veranderd dat de vergunning niet apart wordt aangevraagd, maar onderdeel is van de omgevingsvergunning.
Het voorbeeld 'opslaan van drijfmest, digestaat of dunne fractie in een mestbassin' toont hoe u toezicht kunt houden op naleving van de specifieke zorgplicht.
De rijksmonumentenactiviteit is vergunningplichtig op grond van de Omgevingswet. Dit staat in artikel 5.1, lid 1, onder b van de Omgevingswet.
De rijksmonumentenactiviteit heeft vaak een relatie met andere activiteiten, bijvoorbeeld een bouwactiviteit of een sloopactiviteit.
Het Rijk beschermt rijksmonumenten met algemene regels. Activiteiten zijn alleen mogelijk met een omgevingsvergunning.
Gemeenten kunnen in het omgevingsplan maatwerkregels opnemen voor het behoud van rijksmonumenten. Zie artikel 13.8 van het Besluit activiteiten leefomgeving.
De specifieke zorgplicht verplicht initiatiefnemers om maatregelen te nemen om het beschadigen of vernielen van rijksmonumenten te voorkomen.
Bedrijven kunnen worden verplicht om in een integraal PRTR-verslag te rapporteren over hun afval en de emissies naar lucht, water en bodem.
Een bedrijf moet continu streven naar lagere uitstoot van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS). Het moet dit vastleggen in een vermijdings- en reductieprogramma ...
Emissiegrenswaarde, stofklassen ERS, MVP1 en MVP2, monitoring per stofklasse. Voor ZZS zijn er 3 stofklassen: ERS, MVP1 en MVP2.
Een immissieberekening geeft inzicht in het effect van de emissie van Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS) op de lokale milieukwaliteit. Met de ...
Het bevoegd gezag toetst de immissie aan het maximaal toelaatbaar risico (MTR). Het bevoegd gezag kan hiervoor vragen dat het bedrijf een ...
Hierbij zoekt het bedrijf uit wat de mogelijkheden zijn voor substitutie van de ZZS en verandering van het proces. Deze bronaanpakken beoordeelt het ...
Het bedrijf geeft aan welke zeer zorgwekkende stoffen (ZZS) emissies er zijn en via welke bronnen de uitstoot gaat. Hierbij kijkt het bedrijf ook terug ...
Het bedrijf stelt een plan van aanpak op en stemt dit af met het bevoegd gezag. Het beschrijft de acties, doelen en tijdsplanning van de belangrijkste ...
Bedrijven kunnen de gidsvragen voor het vervangen van Zeer Zorgwekkende Stoffen gebruiken voor hun gesprekken met leveranciers en gebruikers.
Bij een onderzoek naar reductiemethoden zoekt het bedrijf uit wat de mogelijkheden zijn voor het beperken van de emissie van ZZS. Deze reductiemethoden ...
Het bedrijf kan de immissie voor lucht berekenen met het Nieuw Nationaal Model (NNM). Voor het bepalen van de immissie naar water volgt het bedrijf de ...
Het bedrijf en het bevoegd gezag kunnen de checklist rapportage vermijdings- en reductieprogramma gebruiken om te controleren of dit compleet is.
Een IPPC-installatie omvat 1 of meer activiteiten uit bijlage 1 van de Richtlijn industriële emissies (Rie). Ook de rechtstreeks hiermee samenhangende ...
Het bevoegd gezag actualiseert vergunningen van IPPC-installaties binnen 4 jaar na publicatie van een BBT-conclusie. Vergunningen zijn digitaal beschikbaar.
Voor het op of in de bodem brengen van meststoffen gelden algemene rijksregels. Deze milieuregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
Voor grondbanken en grondreinigingsbedrijven gelden algemene rijksregels. De milieuregels staan in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal).
Bij de aanpak van het onderzoek naar bronaanpak en reductiemethoden volgt het bedrijf vrijwel dezelfde stappen. Deze pagina geeft in een figuur aan welke ...
Het bedrijf evalueert de bronaanpakken en reductiemethoden op haalbaarheid en bruikbaarheid. Ook geeft het bedrijf in de conclusie aan of er een geschikt ...