Let op: alle regels in dit overzicht gelden alleen als het gaat om een activiteit die valt onder paragraaf 3.2.25 Toepassen van bouwstoffen.
Toepassingsbereik: dit valt eronder
De regels in paragraaf 4.123 gelden voor het toepassen van bouwstoffen Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper) in een werk. Er zijn 2 uitzonderingen:
- mijnsteen Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper) of vermengde mijnsteen Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper): het toepassen van mijnsteen of vermengde mijnsteen valt onder paragraaf 4.125. Dat gaat over toepassen van mijnsteen of vermengde mijnsteen in de voormalige mijnbouwgebieden in de provincie Limburg.
- toepassing binnen een gebouw: als de bouwstoffen in een gebouw zo worden toegepast dat geen contact optreedt met hemelwater, oppervlaktewater of grondwater, valt deze toepassing ook niet onder het toepassingsbereik van deze paragraaf.
Informatie- en meldingsplicht: aanleveren gegevens en bescheiden voorafgaand aan de activiteit
Bij het toepassen van de volgende bouwstoffen geldt een informatieplicht voor het leveren van gegevens en bescheiden aan het bevoegd gezag via het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO):
Bij het toepassen van andere bouwstoffen geldt geen informatieplicht.
Door deze specifieke informatieplicht kan het bevoegd gezag gericht toezicht houden tijdens de activiteit en de toepassing registreren. Zo zijn staalslakken, toegepaste AVI-bodemassen of immobilisaten te onderscheiden van andere bouwstoffen. Dit is onder andere van belang voor het geval dat deze in de toekomst weer vrijkomen.
Er moeten 2 soorten gegevens en bescheiden worden aangeleverd (4 weken voor de start van de activiteit):
- algemene gegevens (zie hiervoor Verstrekken gegevens en bescheiden milieuregels Bal)
- specifieke gegevens voor deze activiteit:
- verwachte datum van het begin van het toepassen van staalslakken, AVI-bodemassen of immobilisaten
- verwachte datum waarop het werk klaar is
- milieuverklaring bodemkwaliteit Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper). Dat is een verklaring over de milieuhygiënische kwaliteit van de bouwstof, afgegeven op grond van het Besluit bodemkwaliteit
- herkomst van de staalslakken, AVI-bodemassen of immobilisaten
- kwaliteit van de staalslakken, AVI-bodemassen of immobilisaten
- hoeveelheid staalslakken, AVI-bodemassen of immobilisaten in kubieke meters die in het werk komt
- coördinaten: de coördinaten van de ontvangende landbodem, tenzij het adres al bij de algemene gegevens staat. Bij waterbodem: de coördinaten van het ontvangende oppervlaktewaterlichaam.
Als een initiatiefnemer meerdere partijen toepast in hetzelfde werk, hoeven de gegevens die al eerder zijn verstrekt niet opnieuw te worden aangeleverd. Wel moet de initiatiefnemer voor de volgende toepassing van een partij altijd de startdatum van de toepassing en de milieuverklaring bodemkwaliteit die bij de partij hoort aan het bevoegd gezag doorgeven.
Meldingsplicht voor de toepassing van staalslakken
Voor het toepassing van de volgende bouwstoffen geldt een meldingsplicht aan het bevoegd gezag:
- niet-vormgegeven bouwstoffen met daarin ten minste 20 massaprocent staalslak
- bouwstoffen bestaande uit pure staalslak zonder vaste maatvoering die op grond van deeltjesgrootte en massaverlies worden aangemerkt als vormgegeven bouwstof
Dit staat in artikel 4.1258a van het Bal. Het melden vindt plaats via het Omgevingsloket. Voor de meldingsplicht geldt een termijn van 1 week voor het begin van het toepassen. Een melding bevat alleen de datum van het begin van de activiteit. Het is verboden de toepassing te starten zonder melding.
Gegevens en bescheiden: tijdens en na afloop van de activiteit
De kwaliteit van de bouwstoffen moet op het moment van toepassen bekend zijn. Om dit te kunnen aantonen moet de initiatiefnemer tijdens en na de activiteit gegevens en bescheiden beschikbaar hebben. Dit bevordert effectief toezicht op het toepassen van bouwstoffen. Het maakt niet uit of de initiatiefnemer voor de activiteit een informatieplicht heeft of niet. De initiatiefnemer heeft de volgende gegevens en bescheiden beschikbaar:
De afleverbonnen en milieuverklaringen bodemkwaliteit bewaart de initiatiefnemer minimaal 5 jaar na het aanbrengen van de bouwstof.
Uitzonderingen: Geen milieuverklaring of afleverbon
Er zijn uitzonderingen op de verplichting om voor elke partij bouwstoffen een milieuverklaring en een afleverbon te hebben. Deze gelden voor bouwstoffen die zodanig zijn of onder zodanige omstandigheden (opnieuw) worden toegepast dat er geen risico bestaat van verontreiniging van bodem of oppervlaktewaterlichaam. De uitzonderingen hebben alleen betrekking op de administratieve verplichtingen. De verplichtingen die volgen uit de andere artikelen van paragraaf 4.123, zoals de kwaliteitseisen waaraan moet worden voldaan, blijven van toepassing.
Voor de volgende situaties hoeft de initiatiefnemer geen milieuverklaring bodemkwaliteit en afleverbon te hebben:
- toepassen van metselmortel of een natuursteenproduct
Voor kleine productiebedrijven staan de hoge kosten voor een milieuverklaring niet in verhouding tot de geringe risico's bij toepassing van deze bouwstoffen. Voorbeelden zijn het gebruik van natuursteen (mergel) bij de restauratie van monumenten. Of het plaatsen van grafstenen. Voor de toepassing van breuksteen en steenslag zijn wel een milieuverklaring bodemkwaliteit en afleverbon verplicht. Zoals bij restproducten van natuursteenbedrijven. Deze bouwstoffen worden veel uitgebreider toegepast, waardoor de kosten van milieuverklaringen minder bezwaarlijk zijn. De restproducten van natuursteenbedrijven kunnen ze afvoeren naar een erkend bedrijf. Dat kan het materiaal met een erkende kwaliteitsverklaring weer op de markt brengen. Als het materiaal niet bewerkt hoeft te worden, kan de producent het materiaal zelf voorzien van een milieuverklaring bodemkwaliteit. Dat kan door een partijkeuring te laten uitvoeren door een erkende instantie.
- vormgegeven bouwstoffen als bedoeld in het Besluit bodemkwaliteit die zonder verandering van eigenschappen of samenstelling onder dezelfde omstandigheden opnieuw worden toegepast
Dit is bijvoorbeeld hergebruik van straatklinkers, beton(elementen) of natuursteen. Bij de eerste toepassing is wel bij elke partij een milieuverklaring en afleverbon vereist. Als de bouwstoffen bewerkt zijn of toegepast onder andere omstandigheden, zijn bij elke partij wel een milieuverklaring en afleverbon vereist.
- niet-teerhoudend asfalt of asfaltbeton
Hergebruik vindt plaats in 1 procesgang, waarin het asfalt (al dan niet warm) wordt gemengd met bindmiddel. En daarna onder een profiel wordt aangebracht en verdicht. Dit alles zonder tussenkomst van een asfaltcentrale. Hiervan moet vaststaan dat de bouwstof niet-teerhoudend is (< 75 mg/kg PAK). En dat hij opnieuw in dezelfde wegverharding wordt toegepast. Dus: hergebruik ter plaatse. Vaststellen van de teerhoudendheid kan met de CROW-publicatie 210 Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt. Vrijkomend teerhoudend asfalt (granulaat) moet apart worden afgevoerd. Bij toepassing van niet-teerhoudend asfalt elders is een nieuwe milieuverklaring bodemkwaliteit nodig. Teerhoudend asfalt dat eerder is toegepast, mag blijven liggen. Er bestaat dus geen (directe) verwijderplicht.
- tijdelijk uit een werk wegnemen
Bouwstoffen die tijdelijk zijn weggenomen, maar later in of nabij dat werk ongewijzigd en onder dezelfde omstandigheden opnieuw worden toegepast. En dan zonder dat het eigendom wordt overgedragen. Bijvoorbeeld bij het graven van een sleuf voor een kabel. Of hergebruik van bouwstoffen bij een verbreding van een (vaar)weg. Dit is de zogenaamde op-of-nabij-regeling.
- natuurlijk persoon (particulier) past bouwstoffen toe, anders dan in zijn beroep of bedrijf
De hoeveelheid bouwstoffen die deze persoon mag toepassen zonder milieuverklaring bodemkwaliteit of afleverbon is maximaal 25 m3.
Inhoudelijke regels
Naast toepassingsbereik en het aanleveren van gegevens en bescheiden, gelden er bepaalde regels. Deze vindt u op de pagina Inhoudelijke regels toepassen van bouwstoffen.