Geluid en de beoordeling omgevingsvergunning mba: veelgestelde vragen
Antwoorden op vragen die de helpdesk van IPLO regelmatig krijgt over geluid en de beoordeling omgevingsvergunning mba.
Moet een bedrijf met een omgevingsvergunning mba voldoen aan de regels over geluid door activiteiten in het omgevingsplan?
Ja, ook bedrijven met een omgevingsvergunning mba moeten voldoen aan de regels van het omgevingsplan.
Bescherming van geluidgevoelige gebouwen
De bescherming van geluidgevoelige gebouwen (in het kader van beschermen van de gezondheid en van het milieu) voor het geluid door activiteiten is gedecentraliseerd. Het omgevingsplan is het primaire instrument hiervoor. Alle bedrijven moeten voldoen aan de regels over geluid door activiteiten ter bescherming van geluidgevoelige gebouwen.
In het tijdelijk deel omgevingsplan zijn, als een speciale vorm van overgangsrecht, regels voor geluid door activiteiten opgenomen. Deze zijn gebaseerd op en gelijkwaardig aan de regels van het voormalige Activiteitenbesluit. In artikel 22.41 en artikel 22.54 bruidsschat omgevingsplan (toepassingsbereik) staat welke activiteiten moeten voldoen aan de regels van paragraaf 22.3.4 (geluid) van de bruidsschat omgevingsplan. Hieronder vallen ook activiteiten die in hoofdstuk 3 Bal door het Rijk zijn aangewezen als vergunningplichtig of meldingsplichtig voor de milieubelastende activiteit.
Overgangsrecht
Bij de meeste bedrijven zijn de voorschriften geluid bij de voormalige omgevingsvergunning milieu Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) sinds de Omgevingswet maatwerkvoorschriften omgevingsplan geworden. Dit komt door het overgangsrecht (artikel 4.13 Invoeringswet) in samenhang met de afbakening in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) van de vergunningplicht voor milieubelastende activiteiten. Meer informatie over het overgangsrecht vindt u bij: Overgangsrecht geluid: omgevingsvergunning milieu Wabo.
Tijdelijke uitzondering op grond van het overgangsrecht
Een beperkt aantal, vaak complexe bedrijven hebben na de inwerkingtreding van de Omgevingswet een omgevingsvergunning mba met voorschriften geluid. Voor deze bedrijven geldt een tijdelijke uitzondering in de bruidsschat omgevingsplan. Een voorschrift bij de omgevingsvergunning mba gaat voor op de regels in de bruidsschat, als dit voorschrift hetzelfde regelt als de bruidsschat (artikel 22.1, lid 2 Bruidsschat omgevingsplan). Dit is bijvoorbeeld het geval als de voorschriften bij de omgevingsvergunning mba immissiewaarden bevat voor het hele bedrijf.
Toepassing van deze voorrangsbepaling eindigt:
- bij de eerste wijziging van de omgevingsvergunning mba
- door de (eerste) wijziging van het omgevingsplan voor de locatie van de activiteit
Zie ook de vraag: Wanneer is de voorrangsbepaling voor voorschriften bij een omgevingsvergunning mba niet meer van toepassing?
Kan het bevoegd gezag een akoestisch onderzoek vragen bij een aanvraag voor een (wijziging) van een omgevingsvergunning mba?
Ja, het bevoegd gezag kan meer informatie opvragen wanneer dat naar het oordeel van het bevoegd gezag nodig is voor de beoordeling van de aanvraag. Dat kan op basis van artikel 4:2, lid 2 Awb.
Gegevens en bescheiden
In paragraaf 7.2 3 Omgevingsregeling staat (per aangewezen milieubelastende activiteit) welke gegevens en bescheiden bij de aanvraag moeten worden gevoegd. Voor geluid is er in de meeste gevallen geen verplichting om akoestisch relevante gegevens aan de aanvraag toe te voegen. Dit volgt uit het feit dat het geluid door activiteiten primair in het omgevingsplan wordt geregeld.
Meer informatie vragen
Heeft een bevoegd gezag voor de beslissing op de aanvraag extra informatie nodig? Dan kan dat zij dat op basis van artikel 4:2, lid 2 Awb vragen. Het gaat daarbij voor geluid vooral om de beoordeling van de aanvraag (artikel 8.9 Bkl) waaruit blijkt dat:
- alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging zijn genomen
- de beste beschikbare technieken die voor de activiteit in aanmerking komen worden toegepast
- er geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt.
Motivering vraag naar meer informatie
Het bevoegd gezag moet kunnen motiveren dat deze informatie nodig is voor het toepassen van de beoordelingsregels (afdeling 8.5 Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)). Daarbij gaat het om de aanvraag die het bevoegd gezag moet beoordelen zoals deze voorligt. Soms kan deze informatie bijvoorbeeld niet worden opgevraagd. Dit is het geval als het geluid behorende bij de aangevraagde wijziging van vergunningplichtige mba:
- akoestisch gezien niet relevant is ten opzichte van het geluid door bestaande, al vergunde milieubelastende activiteit
- akoestisch niet relevant is ten opzichte van geluid door activiteiten van het bedrijf die niet onder de vergunningplicht voor de mba vallen.
In die gevallen is duidelijk geen sprake van significante milieuverontreiniging.
Informatieplichten omgevingsplan
Overigens gelden de informatieplichten in het omgevingsplan (artikel 22.60, 22.61 en 22.61a bruidsschat omgevingsplan) ook voor bedrijven met een vergunningplichtige mba. Deze informatie moet aantonen dat de gewijzigde activiteit voldoet aan de algemene regels in het omgevingsplan, de omgevingsvergunning buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) of een bestaand maatwerkvoorschrift. Maar deze informatie kan uiteraard ook gebruikt worden bij de beoordeling van de aanvraag voor de omgevingsvergunning mba.
Wat houdt de beoordeling van geluid bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning mba in?
Het bevoegd gezag beoordeelt de aanvraag voor een omgevingsvergunning mba aan de hand van de beoordelingsregels van afdeling 8.5 Bkl. Voor geluid gaat het vooral om de beoordeling van de aanvraag (artikel 8.9 Bkl) waaruit blijkt dat:
- alle passende preventieve maatregelen tegen milieuverontreiniging zijn genomen;
- de beste beschikbare technieken die voor de activiteit in aanmerking komen worden toegepast
- er geen significante milieuverontreiniging wordt veroorzaakt.
Doel vergunningplicht
De omgevingsvergunning mba is gericht op het voorkomen van milieuverontreiniging (geluidhinder) door het voorkomen of beperken van de emissie van geluid. De omgevingsvergunning mba heeft niet als doel het beschermen van geluidgevoelige gebouwen. Dat gebeurt via regels in het omgevingsplan. Dit is anders dan bij de vroegere omgevingsvergunning milieu Wabo.
Het betreft hier het voorkomen van milieuverontreiniging (geluidhinder) in brede zin. Dus ook bij gebouwen of locaties die niet als geluidgevoelig zijn aangewezen. Dat blijkt uit de algemene beoordelingsregels in artikel 8.9 Bkl. De omgevingsvergunning mba kan alleen worden verleend als de aanvraag aan de voorwaarden in het eerste lid van dat artikel voldoet.
Algemene beoordelingsregels
De algemene beoordelingsregels in artikel 8.9 zijn ontleend aan artikel 11 van de Richtlijn industriële emissies (Rie). In artikel 8.9 Bkl wordt de term ‘milieuverontreiniging’ gehanteerd in plaats van ‘verontreiniging’ zoals in de Rie en in artikel 4.22 Omgevingswet. Daarmee wordt wel hetzelfde bedoeld. In de Rie is het begrip ’verontreiniging’ gedefinieerd als: ‘de directe of indirecte inbreng door menselijke activiteiten van stoffen, trillingen, warmte of geluid in lucht, water of bodem die de gezondheid van de mens of de milieukwaliteit kan aantasten, schade kan toebrengen aan materiële goederen, dan wel de belevingswaarde van het milieu of ander rechtmatig milieugebruik kan aantasten of in de weg kan staan’.
Voor geluid betekent dit dat de beoordeling van de aanvraag gericht is op het voorkomen van milieuverontreiniging (geluidhinder) door het voorkomen of beperken van de emissie van geluid.
Significante milieuverontreiniging en rekening houden met
De vergunning wordt alleen verleend als de aangevraagde milieubelastende activiteit geen significante milieuverontreiniging veroorzaakt. Daarbij houdt het bevoegd gezag rekening met onder andere het omgevingsplan (artikel 8.9, lid 3).
Dit laatste betekent dat van de regels in het omgevingsplan inhoudelijke sturing uitgaat op de beoordeling. Het bevoegd gezag moet motiveren op welke wijze de regels in het omgevingsplan de inhoud van het besluit hebben beïnvloed. De regels kunnen aanleiding geven om voorschriften te verbinden aan de omgevingsvergunning of om zelfs de omgevingsvergunning te weigeren. Dit hoeft echter niet in veel gevallen. De regels in het omgevingsplan die voorzien in de aanvaardbaarheid van geluid door één activiteit (bedrijf) op geluidgevoelige gebouwen borgen dat er geen significante milieuverontreiniging kan ontstaan.
Het bedrijf met een omgevingsvergunning mba moet immers ook voldoen aan de regels van het omgevingsplan.
Aandachtspunten bij de beoordeling significante milieuverontreiniging
Bij de beoordeling of er sprake is van significante milieuverontreiniging, rekening houdend met het omgevingsplan geldt:
- Het geluid behorende bij de aangevraagde (gewijzigde) activiteiten moet worden beoordeeld. Bij het geluid van al vergunde activiteiten waarvoor geen wijziging wordt aangevraagd wordt niet beoordeeld of er sprake is van significante milieuverontreiniging. Het kan wel een rol spelen in de beoordeling. Dit geldt ook voor het geluid van activiteiten van het bedrijf die de aanvraag doet die niet onder de vergunningplicht mba vallen.
- De beoordelingsregels uit het Bkl zijn opgesteld voordat besloten was om in het omgevingsplan van rechtswege regels over geluid door activiteiten op te nemen. De regels in de bruidsschat omgevingsplan zijn niet toegespitst op de lokale situatie en bieden soms geen afdoende bescherming. In zo’n situatie zijn bij het invulling geven van 'rekening houden met' de ruimtelijke regels van het tijdelijk deel omgevingsplan relevanter dan de regels over geluid door activiteiten in de bruidsschat omgevingsplan.
Moet het bevoegd gezag toetsen aan de waarden voor geluid in het omgevingsplan?
Nee, het bevoegd gezag moet de aanvraag beoordelen aan de hand van de beoordelingsregels uit afdeling 8.5 Bkl. Bij de beoordeling of voor het geluid van de aangevraagde activiteit sprake is van significante milieuverontreiniging kunnen de waarden voor geluid door activiteiten die voor dat bedrijf gelden in het omgevingsplan een rol spelen.
Beoordelingsregels
Zijn alle passende maatregelen genomen en de best beschikbare technieken toegepast? Dan wordt de omgevingsvergunning mba alleen verleend als deze geen significante milieuverontreiniging veroorzaakt (artikel 8.9 Bkl). Daarbij houdt het bevoegd gezag rekening met onder andere het omgevingsplan.
De regels in het omgevingsplan zijn gericht op de aanvaardbaarheid van geluid door activiteiten op geluidgevoelige gebouwen. Ze zullen meestal al borgen dat er geen significante milieuverontreiniging door de vergunningplichtige milieubelastende activiteit kan ontstaan. Het bedrijf moet immers voldoen aan de regels van het omgevingsplan.
Bruidsschat geeft onvoldoende bescherming
Belangrijk is dat de algemene regels (de geldende waarden) in de bruidsschat omgevingsplan onder het oude recht juist niet golden voor deze bedrijven. Voor deze vergunningplichtige bedrijven werd juist per locatie het beschermingsniveau vastgesteld. Mogelijk is het beschermingsniveau uit de bruidsschat onvoldoende. Het gaat dan bijvoorbeeld om bedrijven in stille woonwijken of niet-agrarische bedrijven in landelijk gebied. Verlenen is dan alleen mogelijk als er een duidelijk beleidskader aanwezig is. En als het geluid behorende bij de omgevingsvergunning mba (na wijziging) daar binnen past.
Bestaande maatwerkvoorschriften omgevingsplan
De meeste mba-vergunningplichtige bedrijven, met uitzondering van complexe bedrijven, hebben geen geluidvoorschriften. De voormalige vergunningvoorschriften bij de omgevingsvergunning milieu Wabo zijn maatwerkvoorschriften omgevingsplan geworden (artikel 4.13 Invoeringswet). Het bestaande maatwerkvoorschrift omgevingsplan zal borgen dat er geen significante milieuverontreiniging door de vergunningplichtige milieubelastende activiteit kan ontstaan. Het bedrijf moet immers voldoen aan de regels van het omgevingsplan.
Zie ook de vraag: Wat houdt de beoordeling van geluid bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning mba in?
Niet verlenen omgevingsvergunning mba
Is bij voorbaat te voorzien dat een aanpassing van het omgevingsplan om meer geluid te maken niet mogelijk is? Dan moet de omgevingsvergunning mba geweigerd worden. Een voorbeeld hiervan is een bedrijf dat wil gaan uitbreiden (met meer geluid) op een bedrijventerrein dat een gemeente wil transformeren naar een gemengd gebied met veel woningbouw.
Afstemming omgevingsvergunning mba en omgevingsplan
Het is aan de initiatiefnemer om te constateren dat de aan te vragen (nieuwe of te wijzigen) milieubelastende activiteit niet aan de regels in het omgevingsplan voldoet. Maar het bevoegd gezag kan er ook op wijzen bij een vooroverleg voor een aanvraag van een omgevingsvergunning mba.
Dit is aan te bevelen als:
- het niet mogelijk is om aan de huidige regels voor geluid door activiteiten in het omgevingsplan te voldoen
- het beschermingsniveau behorende bij de regels van de bruidsschat is onvoldoende is.
Het is dan aan te bevelen om afwijken of aanpassen van de regels van het omgevingsplan gelijktijdig met de omgevingsvergunning mba te regelen. Hierdoor kunnen eventuele aanpassingen aan de activiteiten om aan het omgevingsplan te voldoen meteen ook meegenomen worden in de beoordeling van de aanvraag. Dit vergt afstemming tussen de betrokken partijen.
Moet het bevoegd gezag voorschriften over geluid opnemen bij een omgevingsvergunning mba?
Nee, dat moet niet. Voorschriften zijn alleen noodzakelijk als verlenen van de omgevingsvergunning mba gezien de beoordelingsregels in afdeling 8.5 Bkl zonder die voorschriften niet mogelijk is.
Doel van de voorschriften
Voorschriften bij de omgevingsvergunning mba moeten gericht zijn op het voldoen aan de voorwaarden waaronder de vergunning verleend kan worden (artikel 8.9 Bkl). Uit de aard van deze voorwaarden volgt dat eventuele voorschriften gericht moeten zijn op het beperken of voorkomen van de emissie van geluid. Zie ook de vraag “Wat houdt de beoordeling van geluid bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning mba in?
Bescherming geluidgevoelige gebouwen
Voorschriften bij de omgevingsvergunning mba zijn niet gericht op het beschermen van geluidgevoelige gebouwen. De bescherming van geluidgevoelige gebouwen voor het geluid door activiteiten is gedecentraliseerd onder de Omgevingswet. Het omgevingsplan is het primaire instrument hiervoor. De regels in het omgevingsplan voorzien erin dat het geluid door het bedrijf (één activiteit) op geluidgevoelige gebouwen aanvaardbaar is (artikel 5.59 Bkl).
Kan het bevoegd gezag voorschriften met immissiewaarden opnemen bij een omgevingsvergunning mba?
Ja, dit kan. De instructieregels van afdeling 8.5 Bkl staan dat niet in de weg. In de meeste gevallen hebben voorschriften geen meerwaarde ten opzichte van de regels over geluid door activiteiten in het omgevingsplan.
Doel van de voorschriften
Om te voldoen aan de voorwaarden waaronder de omgevingsvergunning mba verleend kan worden (artikel 8.9 Bkl) kunnen er voorschriften worden gesteld. Gezien de aard van deze voorwaarden zijn eventuele voorschriften geluid gericht op het voorkomen of beperken van de emissie van geluid. Zie ook de vraag Wat houdt de beoordeling van geluid bij een aanvraag voor een omgevingsvergunning mba in?
Opnemen van immissiewaarden in voorschriften
Enkele aandachtspunten voor als het bevoegd gezag immissiewaarden wil opnemen:
- De voorschriften gelden alleen voor de activiteiten die zijn aangewezen als vergunningplichtige mba-activiteit. Valt een deel van de werkzaamheden van een bedrijf niet onder de vergunningplichtige mba-activiteit? Dan gelden de immissiewaarden hier dus niet voor.
- Vergunningvoorschriften met immissiewaarden hebben geen zin als de regels van geluid door activiteiten in het omgevingsplan strengere waarden bevat. De strengste waarde is immers bepalend voor het bedrijf.
- De waarden in een omgevingsplan voorzien in een aanvaardbaar geluid voor een toegelaten activiteit en voorkomen daarmee significante verontreiniging. Dit is het geval als voor de locatie van het bedrijf al een nieuw deel omgevingsplan geldt. Of als de activiteit via een bopa is toegelaten. Het zal lastig te motiveren zijn dat vergunningvoorschriften met strengere immissiewaarden in die situatie nodig zijn in het kader van significante verontreiniging.
Afstemming bevoegd gezagen
Voor bedrijven geldt dat geluid door activiteiten ter bescherming van geluidgevoelige gebouwen is geregeld in het omgevingsplan. Het gaat dan om regels over de bescherming van de gezondheid en het milieu op een locatie toegelaten activiteit. Dat kunnen ook regels zijn die specifiek zijn gericht op handhaving en toezicht. Het kan verwarrend zijn als er zowel voorschriften met immissiewaarden voor geluid in een omgevingsvergunning mba staan als regels met immissiewaarden in het omgevingsplan. Overweegt een bevoegd gezag van een omgevingsvergunning mba om immissiewaarden in de vergunning op te nemen? Dan is het raadzaam dit af te stemmen met de gemeente.
Moet een aanvraag voor een omgevingsvergunning mba op een gezoneerd industrieterrein getoetst worden aan de zone en de grenswaarden?
Dit moet alleen als dit nodig is bij de beoordeling van de aanvraag of er sprake is van significante verontreiniging. Bij de vroegere omgevingsvergunning milieu Wabo was er een beoordelingsregel die aangaf dat de geluidzone en de grenswaarden Wet geluidhinder (Wgh) in acht genomen moest worden. Deze is in afdeling 8.5 Bkl niet overgenomen.
Grenswaarden gezoneerde industrieterrein in het omgevingsplan
Geluid door activiteiten is gedecentraliseerd. Het omgevingsplan is het primaire instrument hiervoor. Dit geldt ook voor activiteiten op een industrieterrein met een geluidzone Wgh.
Artikel 3.6 Aanvullingswet geluid regelt dat de in de ruimtelijke regels vastgelegde geluidzone Wgh met een wettelijke grenswaarde van 50 dB(A) nog steeds geldt. Op basis van het overgangsrecht zijn ook vastgestelde hogere waarden onderdeel van het omgevingsplan (artikel IX Aanvullingsbesluit geluid).
Beoordeling aanvraag
Bij de beoordeling van de aanvraag beoordeelt het bevoegd gezag onder andere of er sprake is van significante milieuverontreiniging. Hierbij houdt het rekening met het omgevingsplan (artikel 8.9 Bkl). De beoordelingsregels voor de aanvraag voor een omgevingsvergunning mba zijn niet anders bij een aanvraag van een bedrijf op een nog Wgh-gezoneerd industrieterrein. Zie ook de vraag: Moet het bevoegd gezag bij de aanvraag van de omgevingsvergunning mba toetsen aan de waarden voor geluid in het omgevingsplan?
Voor de beoordeling van het geluid van de aangevraagde (gewijzigde) milieubelastende activiteit kan het bevoegd gezag de eerder vastgelegde geluidsruimte van die activiteit gebruiken. Deze geluidsruimte kan voor bestaande bedrijven staan in:
- een vergunningvoorschrift omgevingsvergunning mba
- een maatwerkvoorschrift omgevingsplan, en/of
- een geluidverdeelplan als onderdeel van de ruimtelijke regels van het tijdelijke deel omgevingsplan.
Blijft het geluid van de aangevraagde (gewijzigde) milieubelastende activiteit binnen deze geluidsruimte? Dan is er geen sprake van significante milieuverontreiniging. Bij een eerder besluit zijn immers de grenswaarden in acht genomen.
Rol geluidzone Wgh en vastgestelde hogere waarden
Er zijn 2 situaties waarbij de geluidzone of vastgestelde hogere waarden noodzakelijk zijn bij de beoordeling van het geluid:
- Bedrijven met een maatwerkvoorschrift geluid op basis van artikel 4.13 Invoeringswet. Als na wijziging van de omgevingsvergunning mba het bedrijf niet kan voldoen aan de voor hem geldende regels in of op grond van het omgevingsplan (een maatwerkvoorschrift en/of een geluidverdeelplan).
- Bedrijven met voorschriften geluid bij een omgevingsvergunning mba op basis van artikel 4.13 invoeringswet. Als de geluidruimte in de bestaande voorschriften kleiner is dan 50 dB(A) op 50 meter (artikel 22.71 omgevingsplan). Door de wijziging van de omgevingsvergunning is de voorrangsbepaling (artikel 22.1, lid 2 omgevingsplan) niet meer van toepassing. De geluidruimte behorende bij artikel 22.71 omgevingsplan kan leiden tot een overschrijding van de grenswaarden.
Is er overschrijding van de grenswaarden (door het geluid door het industrieterrein inclusief de aangevraagde (gewijzigde) milieubelastende activiteit)? Dan is er sprake van een significante milieuverontreiniging. Dan weigert het bevoegd gezag de omgevingsvergunning mba. Worden de grenswaarden niet overschreden? Dan is er geen sprake is van een significante verontreiniging.
Borging van de benodigde geluidruimte
In veel gevallen is de geluidsruimte geborgd via maatwerkvoorschriften of door artikel 22.71 omgevingsplan. Is borging van de geluidruimte nodig om significante milieuverontreiniging te voorkomen? Dan wordt dit bij voorkeur geregeld via het omgevingsplan.
Is de benodigde geluidruimte minder dan 50 dB(A) op 50 meter (artikel 22.71 omgevingsplan)? Dan kan de geluidruimte eventueel ook vastgelegd worden via een voorschrift bij de omgevingsvergunning mba. Dit kan tot het moment dat er voor het industrieterrein een nieuw deel omgevingsplan wordt vastgesteld. Dan moeten de regels over geluid door activiteiten in het omgevingsplan staan (artikel 5.78f Bkl).
Afstemming omgevingsvergunning mba en omgevingsplan
Is voor een wijziging van een bedrijf zowel een aanpassing van het omgevingsplan nodig als een wijziging van de omgevingsvergunning mba? Dan is het aan te bevelen om dit gelijktijdig te regelen. Eventuele aanpassingen aan de milieubelastende activiteit om aan het omgevingsplan te voldoen kunnen meteen worden meegenomen in de beoordeling van de aanvraag omgevingsvergunning mba. Dit vergt afstemming tussen de betrokken partijen.
Moet er bij de beoordeling van de aanvraag ook gekeken worden naar de binnenwaarde in geluidgevoelige ruimten van geluidgevoelige gebouwen?
Nee. Artikel 8.18 Bkl is wel gericht op het beschermen van de binnenwaarde van geluidgevoelige gebouwen. Deze heeft door het overgangsrecht en de regels in de bruidsschat geen praktische werking.
Beoordelingsregel grenswaarden geluidgevoelige ruimten
In artikel 8.18 Bkl staat: de vergunning wordt alleen verleend als het geluid door die activiteit binnen geluidgevoelige ruimten de grenswaarden van artikel 5.66 Bkl niet overschrijdt. Artikel 8.18 Bkl geldt alleen als het geluid op de gevel meer is dan de standaardwaarden van artikel 5.65 Bkl.
Overgangsrecht artikel 4.13 Invoeringswet
Door de werking van het overgangsrecht (artikel 4.13 invoeringswet) zijn er 2 mogelijkheden:
- Het bedrijf heeft maatwerkvoorschriften voor geluid omgevingsplan. Dit komt het meeste voor. In dit geval voorkomen de maatwerkvoorschriften dat de grenswaarden voor geluidgevoelige ruimten worden overschreden. Deze wijzigen niet door het verlenen van een omgevingsvergunning mba.
- Het bedrijf heeft voorschriften geluid bij de omgevingsvergunning mba. Na de wijziging van de omgevingsvergunning mba gelden voor het bedrijf de waarden uit de bruidsschat omgevingsplan. Dit komt omdat de voorrangsbepaling van artikel 22.1 omgevingsplan niet meer van toepassing is. Deze waarden voorkomen dan dat de grenswaarden voor geluidgevoelige ruimten worden overschreden.
Bescherming grenswaarden geluidgevoelige ruimten bij maatwerkvoorschrift of bopa
Soms kan het bedrijf niet voldoen aan de voor hem geldende waarden in het omgevingsplan. Bijvoorbeeld doordat de voorrangsbepaling niet meer van toepassing is, Dit moet geregeld worden via een maatwerkvoorschrift op basis van artikel 22.45 omgevingsplan of een bopa. In beide gevallen zijn de instructieregels van paragraaf 5.1.4.2 Bkl van toepassing. Artikel 5.66 Bkl voorkomt dan dat de grenswaarden voor geluidgevoelige ruimten worden overschreden.
Wanneer eindigt de werking van de voorrangsbepaling in de bruidsschat voor voorschriften geluid bij een omgevingsvergunning?
De werking van de voorrangsbepaling eindigt als een omgevingsvergunning mba is verleend waarbij de beoordelingsregels van afd. 8.5 Bkl zijn gehanteerd.
Doel en reikwijdte overgangsbepaling
De voorrangsbepaling van artikel 22.1, lid 2 bruidsschat omgevingsplan geeft voorschriften bij een omgevingsvergunning mba tijdelijk voorrang op de regels in de bruidsschat. De regels in de bruidsschat over geluid door activiteiten zijn gebaseerd op de regels van het voormalige Activiteitenbesluit. Deze regels over geluid golden niet voor bedrijven met een omgevingsvergunning milieu. Deze bedrijven hadden voorschriften geluid die gebaseerd waren op een specifieke situatie.
De voorrangsbepaling voor deze voorschriften geldt voor:
- een omgevingsvergunning mba die onherroepelijk is geworden voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet
- een omgevingsvergunning mba die is aangevraagd voor de inwerkingtreding van de Omgevingswet en die onherroepelijk is geworden na de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Voorrangsbepaling niet meer van toepassing
Voorschriften voor geluid op basis van het oude recht gelden voor aangevraagde en daarna vergunde activiteiten. Een aanvraag voor een wijziging van een activiteit, met een effect op de emissie van geluid, wordt beoordeeld op basis van afdeling 8.5 Bkl. Hierdoor eindigt de werking van de voorrangsbepaling. Zelfs als de conclusie van de beoordeling zou zijn dat de voorschriften over geluid nog voldoen. Er wordt dan namelijk een omgevingsvergunning mba verleend van na de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Daarin staat dan dat de (ongewijzigde) voorschriften betrekking hebben op de gehele milieubelastende activiteit, inclusief de wijzigingen.
Uitleg overgangsrecht voorschriften bij omgevingsvergunning milieu Wabo
Overigens hebben de meeste mba-vergunningplichtige bedrijven, met uitzondering van complexe bedrijven, geen geluidvoorschriften meer. De voormalige vergunningvoorschriften bij de omgevingsvergunning milieu Wabo zijn op basis van overgangsrecht maatwerkvoorschriften omgevingsplan geworden (artikel 4.13 Invoeringswet). Zie voor meer informatie de pagina Overgangsrecht geluid, bestaande bedrijven.