Verruiming termijnen voorkeursrecht geeft gemeenten meer grip op grond
Met de Wet versterking regie volkshuisvesting zijn de termijnen voor het voorkeursrecht aangepast. Een voorkeursrecht geeft gemeenten (en provincie en Rijk) een 1e recht van koop op grond en andere onroerende zaken. Om te voorkomen dat het voorkeursrecht vervalt, moeten gemeenten tijdig stappen zetten in de planvorming door een omgevingsvisie of programma, of een omgevingsplan vast te stellen. De termijnen hiervoor zijn verlengd van 3 naar 5 jaar.
Gemeenten die voor het eerst een voorkeursrecht vestigen, krijgen vanaf 1 juli 2026 meer tijd voor de ruimtelijke planvorming. De verruiming van de termijnen zit in de fasen voorafgaand aan de vaststelling van het omgevingsplan. Door deze verruiming kunnen gemeenten eerder in het planvormingsproces strategisch grondbeleid voeren. Dat helpt bij het realiseren van betaalbare woningbouw en het tegengaan van ongewenste grondspeculatie.
De maximale doorlooptijd van het voorkeursrecht van 16 jaar blijft ongewijzigd. Benut een gemeente de 2 5-jaarstermijnen voorafgaand aan de vaststelling van een omgevingsplan volledig? Dan kan het voorkeursrecht na vaststelling van het omgevingsplan nog maximaal 6 jaar gelden (5 jaar plus 1 jaar verlenging).
Met deze termijnen wordt een gezonde balans gewaarborgd tussen het algemeen belang van de volkshuisvesting en de rechten van grondeigenaren. Daarnaast blijft het hervestigingsverbod van 2 jaar van kracht. Dit verbod voorkomt dat na vervallen van een termijn, op dezelfde grondslag onmiddellijk een nieuw voorkeursrecht kan worden gevestigd.
| Termijnen van het voorkeursrecht, voorafgaand aan inwerkingtreding Wet versterking regie volkshuisvesting | Termijnen van het voorkeursrecht bij eerste vestiging na inwerkingtreding Wet versterking regie volkshuisvesting | |||
|---|---|---|---|---|
| Planfase | Termijn | Voorwaarde |
Termijn
|
Voorwaarde |
| Voorlopige aanwijzing voorkeursrecht door college van B&W | 3 maanden | Binnen deze termijn moet de gemeenteraad het voorkeursrecht definitief vaststellen. | 3 maanden | Binnen deze termijn moet de gemeenteraad het voorkeursrecht definitief vaststellen. |
| Zelfstandig voorkeursrecht gekoppeld aan voornemen voor een omgevingsvisie of -programma | 3 jaar | Gemeenteraad moet binnen 3 jaar een omgevingsvisie of programma vaststellen. | 5 jaar | Gemeenteraad moet binnen 5 jaar een omgevingsvisie of programma vaststellen. |
| Voorkeursrecht gekoppeld aan voornemen voor een omgevingsplan | 3 jaar | Gemeenteraad moet binnen 3 jaar een omgevingsplan vaststellen. | 5 jaar | Gemeenteraad moet binnen 5 jaar een omgevingsplan vaststellen. |
| Voorkeursrecht na vaststelling van omgevingsplan | 5 + 5 jaar | 5 jaar plus éénmalig verlenging met 5 jaar. Voorkeursrecht vervalt daarna van rechtswege. | Maximaal 5 plus (1 tot 5) jaar, de verlenging wordt ingekort naarmate voorafgaand aan het omgevingsplan meer tijd is genomen. | 5 jaar plus éénmalig verlenging met (1 tot 5) jaar. Voorkeursrecht vervalt daarna van rechtswege. |
| Opnieuw vestigen voorkeursrecht | Wachttijd 2 jaar voor nieuw voorkeursrecht | Er geldt een verbod om onmiddellijk een nieuw voorkeursrecht te vestigen. | Wachttijd 2 jaar voor nieuw voorkeursrecht. | Er geldt een verbod om onmiddellijk een nieuw voorkeursrecht te vestigen. |
| Totale looptijd voorkeursrecht | 16 jaar (+ 3 maanden) | 16 jaar (+ 3 maanden) | ||