Stappenschema: effecten van een project in het buitenland
Als een project aanzienlijke milieueffecten kan hebben in een of meerdere landen, moet het bevoegd gezag in Nederland dat land of die landen hierover informeren. De wettelijke grondslag staat in de Omgevingswet artikel 16.53b en in het Omgevingsbesluit artikelen 11.27 tot en met 11.32. De verplichtingen komen voort uit het Verdrag van Espoo.
Het bevoegd gezag doorloopt onderstaand stappenschema om te weten te komen wat het wanneer moet doen. Of lees meer over Grensoverschrijdende milieueffecten.
Bepaal of het project mogelijk aanzienlijke milieueffecten heeft in een ander land.
Doorloop het stappenschema (pdf, 185 kB) bij mogelijk grensoverschrijdende effecten in Vlaanderen. Op deze manier voldoet u aan de wet- en regelgeving en houdt u zich aan de bilaterale afspraken met Vlaanderen.
Doorloop het stappenschema bij mogelijk grensoverschrijdende effecten in Duitsland. Op deze manier voldoet u aan de wet- en regelgeving en houdt u zich aan de bilaterale afspraken met Duitsland.
Ga verder met stap 2.
In deze stap wordt een kennisgeving aan de andere landen gestuurd over het project. Wordt er een NRD opgesteld of een kennisgeving voornemen en participatie (projectprocedure)? Geef dan al bij deze stap kennis aan het andere land over het project. In het algemeen geldt dat de landen waar mogelijk grensoverschrijdende milieueffecten zijn zo snel mogelijk geïnformeerd worden. Doe dit in ieder geval uiterlijk op het moment dat het Nederlandse publiek over het project geïnformeerd wordt. Het andere land mag ook advies uitbrengen op de NRD.
Wat staat er in een kennisgeving?
Een kennisgeving moet voldoende informatie bevatten. Zo kan de buitenlandse overheidsinstantie het initiatief beoordelen en beslissen of zij wil meedoen aan de Espoo‑procedure. De kennisgeving bevat ten minste:
- Beschrijving van de voorgestelde activiteit
- Locatie en tijdschema van de activiteit
- Beschrijving van de verwachte milieueffecten, inclusief mogelijke grensoverschrijdende effecten
- Als dit beschikbaar is: voorgestelde mitigerende maatregelen om effecten te voorkomen of te beperken
- Informatie over de MER-procedure (tijdschema, besluitvorming, mogelijkheden tot inspraak)
- Verzoek aan de buitenlandse overheidsinstantie om te reageren, inclusief een deadline
Stuur de informatie over uw project naar het Nederlandse Espoo contactpunt (point-notification.espoo@rws.nl). Zij zullen controleren of de informatie compleet is en vervolgens namens u de kennisgeving naar buitenlandse Espoo contactpunten sturen.
Het andere land moet bij de kennisgeving aangeven of zij overleg wenst. Zo ja, dan moet het Nederlandse bevoegd gezag in overleg met die instanties over de mogelijk aanzienlijke grensoverschrijdende milieueffecten en de eventueel voorgenomen mitigerende maatregelen.
- Stuur het MER en het ontwerp-besluit naar het Nederlandse contactpunt (point-notification.espoo@rws.nl). Zij zullen vervolgens namens u de informatie naar buitenlandse Espoo contactpunten sturen.
- Het betrokken publiek en instanties in het andere land mogen ook zienswijzen indienen.
Stuur het volgende mee:
- Informatie over het project en de mogelijke grensoverschrijdende milieueffecten
- Een vertaling van de samenvatting van het MER in de taal van het andere land. Een reactietermijn voor zienswijzen (deze worden rechtstreeks bij het Nederlandse bevoegd gezag ingediend)
- Informatie over de aard en totstandkoming van het besluit
Stuur het vastgestelde plan of programma naar:
- Espoo contactpunten in Nederland en de betrokken landen
- Instanties en burgers in het andere land die zienswijzen hebben ingediend
Neem in het plan of programma op hoe is omgegaan met de resultaten van het MER en de internationale inspraak.
Informeer het andere land over de daadwerkelijke milieugevolgen van het project. zo nodig stelt de overheid in het andere land de benodigde informatie voor de evaluatie (monitoring) ter beschikking.
- Als er nadat het besluit over een project genomen is nieuwe informatie beschikbaar komt die niet beschikbaar was op het moment dat het besluit werd genomen en die het besluit inhoudelijk zou kunnen hebben beïnvloed, dan deelt het Nederlandse bevoegd gezag deze nieuwe informatie met de overheid in het andere land.
- Als het andere land daarom verzoekt vindt overleg plaats over de vraag of het besluit naar aanleiding van die nieuwe informatie moet worden gewijzigd.
De landen kunnen gezamenlijk beslissen dat het bevoegd gezag een evaluatie uitvoert van het mogelijk nadelige grensoverschrijdende effect van de uitvoering van het project.
Heeft u uw project gemonitord en geëvalueerd? Dan kunt u de informatie naar het Nederlandse Espoo-contactpunt sturen ter verspreiding.