Volkshuisvestingsprogramma
In volkshuisvestingsprogramma's verankeren gemeenten, provincies en het Rijk het volkshuisvestelijke beleid. Overheden kunnen, vooruitlopend op de wettelijke verplichting om een volkshuisvestingsprogramma vast te stellen, nu al een volkshuisvestingsprogramma vaststellen.
Beleid voor volkshuisvesting in omgevingsvisie en volkshuisvestingsprogramma
Op 1 juli 2026 trad de Wet versterking regie volkshuisvesting gedeeltelijk in werking.
Wat betekent dit?
- Een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad is een oogmerk in de Omgevingswet (artikel 2.1, lid 5 Omgevingswet).
- De grondslag voor de aparte woonvisie op grond van artikel 42 van de Woningwet is vervallen en het beleid voor de volkshuisvesting moet deel uitmaken van het integrale beleid voor de fysieke leefomgeving in de omgevingsvisie. Een Koninklijk Besluit bepaalt straks wanneer de omgevingsvisies hieraan moeten voldoen.
- De verdere uitwerking van het beleid voor de volkshuisvesting moet in volkshuisvestingsprogramma's plaatsvinden die gemeenten, provincies en het Rijk verplicht moeten vaststellen (artikel 3.6, lid 3, 3.8, lid 4 en 3.9, lid 5 van de Omgevingswet). Een Koninklijk Besluit bepaalt straks wanneer deze overheden aan deze verplichting moeten voldoen.
Volkshuisvestingsprogramma's
In de verplichte volkshuisvestingsprogramma's concretiseren gemeenten, provincies en het Rijk het beleid in de omgevingsvisie voor woningbouw en het beheer van de bestaande woningvoorraad. Dit doen zij mede op basis van onderzoek naar de actuele woonbehoefte (en de woonbehoefte en woongerelateerde zorg- en ondersteuningsbehoefte per aandachtsgroep).
In de volkshuisvestingsprogramma's werken overheden concrete maatregelen en plannen uit, gericht op het verwezenlijken van de doelen en ambities van het volkshuisvestingsbeleid.
Het Besluit versterking regie volkshuisvesting voegt straks instructieregels toe aan het Besluit kwaliteit leefomgeving. Deze instructieregels geven per bestuurslaag aan welke inhoud het volkshuisvestingsprogramma in ieder geval moet bevatten. Dit zorgt ervoor dat overheden als één overheid werken aan de realisatie van de nationale doelen voor volkshuisvesting. Deze instructieregels treden naar verwachting op 1 januari 2027 in werking.
Ingangsdatum verplichting volkshuisvestingsprogramma
Een Koninklijk Besluit bepaalt straks wanneer overheden over een volkshuisvestingsprogramma moeten beschikken. In het inwerkingtredingsbesluit van de Wet versterking regie volkshuisvesting is aangegeven dat dit voor de gemeenten voorzien wordt op 1 juli 2027. Voor provincies wordt dit voorzien op 1 januari 2028.
Vooruitlopend op de verplichting al een volkshuisvestingsprogramma vaststellen
Vooruitlopend op de bij Koninklijk Besluit vast te stellen datum waarop de verplichting komt te gelden, kunnen overheden al een volkshuisvestingsprogramma vaststellen.
Artikel VII, lid 3, van de Wet versterking regie volkshuisvesting voorziet in een overgangsregeling. Daarmee worden een (vrijwillig) programma op basis van de Omgevingswet en woonvisies op grond van de Woningwet gelijkgesteld aan een volkshuisvestingsprogramma. Deze moeten dan wel voldoen aan de instructieregels over het volkshuisvestingsprogramma die het Besluit versterking regie volkshuisvesting aan het Besluit kwaliteit leefomgeving toevoegt.
Overgangsrecht woonvisie die niet voldoet aan instructieregels
Artikel VII, lid 2, van de Wet versterking regie volkshuisvesting voorziet ook in overgangsrecht voor de woonvisie als bedoeld in artikel 42, lid 1, van de Woningwet. Deze woonvisie blijft gelden totdat een volkshuisvestingsprogramma als bedoeld in artikel 3.6, lid 3, van de Omgevingswet van kracht wordt.
Instructie inhoud volkshuisvestingsprogramma
Provincies en Rijk hebben de bevoegdheid om instructies te geven over het gemeentelijk volkshuisvestingsprogramma. Dit is geregeld in artikel 2.33, lid 2, onder e Omgevingswet en artikel 2.34, lid 2, onder g en h Omgevingswet.