Warmteprogramma
Het warmteprogramma is de opvolger van de transitievisie warmte. Uiterlijk eind 2027 stellen gemeenten een eerste warmteprogramma vast. De gemeente kan het warmteprogramma concretiseren in een uitvoeringsplan voor een wijk. Het warmteprogramma en uitvoeringsplan zijn een belangrijke onderbouwing voor de wijziging van het omgevingsplan voor de energietransitie in de gebouwde omgeving.
Op deze pagina
- Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie
- Planproces in 3 stappen
- Warmteprogramma
- Uitvoeringsplan
- Aanwijzing warmtetransitiegebieden in het omgevingsplan
- Overgangsrecht: aanwijzing warmtetransitiegebied en transitievisie warmte
- Documenten en voortgang regelgeving gemeentelijke instrumenten warmtetransitie
Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie
Doel van de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) is het verduurzamen van de warmtevoorziening in bestaande gebouwen en op die manier bijdragen aan de reductie van de broeikasgasemissies.
De wet regelt de instrumenten voor een wijkgerichte verduurzamingsaanpak, om de benodigde warmtetransitie te kunnen realiseren op een kosteneffectieve manier.
De Inwerkingtreding van de Wgiw wordt verwacht op 1 juli 2026.
Informatie en ondersteuning gemeenten warmtetransitie
Het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) is een interbestuurlijk programma van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO), het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en het Interprovinciaal Overleg (IPO). Het NPLW is onderdeel van het directoraat-generaal Volkshuisvesting en Bouwen van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO).
Het NPLW ondersteunt gemeenten om hun regierol voor de lokale warmtetransitie beter te kunnen vervullen. Dat doet het NPLW door te signaleren en agenderen, door te informeren en ondersteunen én door te verbinden. Dit draagt bij aan het versnellen van het realiseren van de opgave dat alle woningen en andere gebouwen in 2050 aardgasvrij moeten zijn.
Het NPLW heeft een helpdesk. De Helpdesk Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie is er voor gemeenteprofessionals met vragen over het verduurzamen en aardgasvrij maken van wijken. Ook andere decentrale overheden en partners kunnen bij de helpdesk terecht: provincies, omgevingsdiensten, regio’s, waterschappen, woningcorporaties en netbeheerders. Vragen kunt u aan het NPLW stellen via het webformulier op Helpdesk NPLW.
Planproces in 3 stappen
De Wgiw gaat uit van een planproces dat start met een warmteprogramma, eventueel een uitvoeringsplan en vervolgens de wijziging van het omgevingsplan.
In de transitievisie warmte, of vanaf 2026 het warmteprogramma, kan de gemeente diverse duurzame warmteopties en bijbehorende isolatieniveaus in beeld brengen per wijk.
De gemeente concretiseert de in het warmteprogramma beschreven aanpak in zogenoemde uitvoeringsplannen of een soortgelijke onderbouwing. Daarin beschrijft de gemeente per wijk welk duurzaam alternatief (op termijn) voor aardgas wordt gekozen. Het uitvoeringsplan – of een andere verdere concretisering – is onder andere van belang voor de motivering van de wijziging van het omgevingsplan.
Het omgevingsplan is bindend voor overheden, burgers en bedrijven. In het omgevingsplan legt de gemeente vast op welk moment de wijk van aardgas overgaat op een duurzame energievoorziening en welke duurzame energievoorziening dan voor die wijk beschikbaar is.
Warmteprogramma
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat elke gemeente uiterlijk 31 december 2021 een gemeentelijke transitievisie warmte vaststelt. Daarin staat welke wijken tot en met 2030 onder regie van de gemeente worden verduurzaamd.
De Wgiw verankert de transitievisie warmte in de Omgevingswet en noemt het voortaan 'warmteprogramma'.
Het warmteprogramma moet voldoen aan de instructieregels over het warmteprogramma. Deze instructieregels worden met het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie toegevoegd aan hoofdstuk 3 van het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup).
Het warmteprogramma bevat in ieder geval:
- een overzicht van de locaties waarvoor de gemeente in het omgevingsplan een warmtetransitiegebied kan aanwijzen, het aantal gebouwen die op die locaties aanwezig zijn en het aantal gebouwen waarin methaangas wordt gebruikt voor milieubelastende activiteiten
- een overzicht van de toegedachte energie-infrastructuur ter vervanging van de aansluiting van de gebouwen op aardgas
- het aantal gebouwen dat voorafgaand aan de aansluiting op de toegedachte energie-infrastructuur naar verwachte wordt geïsoleerd
- een beschrijving van de toegedachte energie-infrastructuur in relatie tot het alternatief voor methaangas met de laagste totale nationale kosten
- een beschrijving van de verwachte indicatieve warmtebehoefte van de gebouwen aan het begin en het einde van de looptijd van het warmteprogramma
- een beschrijving van de uitvoering en de resultaten van het vorige warmteprogramma
Elk warmteprogramma heeft betrekking op een bepaalde periode. Het warmteprogramma moet ten minste 10 jaar vooruitkijken.
Het Omgevingsbesluit (artikel 10.19a1, lid 2) gaat – naar verwachting – bepalen dat gemeenten verplicht hun eerste warmteprogramma uiterlijk op 31 december 2027 vaststellen. Gemeenten moeten vervolgens het warmteprogramma ten minste elke 5 jaar actualiseren.
Handreiking en ondersteuningsaanbod warmteprogramma
Het NPLW heeft voor gemeenten een handreiking warmteprogramma gemaakt. Dit document is een hulpmiddel voor gemeenten bij het opstellen van een warmteprogramma. De handreiking beschrijft onder andere aan welke vereisten een warmteprogramma moet voldoen en het proces van opstellen. Ook geeft de handreiking aan wat handig of verstandig is om te doen. En er is aandacht voor onderdelen die nog niet zeker zijn, omdat de wet- en regelgeving nog in ontwikkeling is. De handreiking vindt u op de pagina Handreiking warmteprogramma | NPLW onder de downloadknop onder aan de pagina.
Het NPLW heeft ook een Ondersteuningsaanbod warmteprogramma | NPLW met sessies op 13 locaties, verspreid over de provincies.
Meer informatie over het warmteprogramma vindt u op de pagina Warmteprogramma | NPLW.
Uitvoeringsplan
De gemeente kan het warmteprogramma concretiseren in een uitvoeringsplan voor een wijk. Het uitvoeringsplan is een belangrijke onderbouwing voor de wijziging van het omgevingsplan voor de energietransitie in de gebouwde omgeving.
Een uitvoeringsplan heeft betrekking op een of meer wijken waarvan de gemeente in het warmteprogramma heeft aangegeven de aanwijsbevoegdheid (zie hierna, onder de tussenkop Aanwijzing warmtetransitiegebieden in het omgevingsplan) toe te passen. Het staat de gemeente vrij om het schaalniveau te kiezen waarop het uitvoeringsplan betrekking heeft.
De gemeente stelt in samenspraak met bewoners, gebouweigenaren, netbeheerders en andere stakeholders een uitvoeringsplan op.
In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de gemeente in het uitvoeringsplan beschrijft welke alternatieve energievoorziening er in de wijk gekozen wordt en wanneer de wijk (op termijn) van het aardgas gaat.
De Wgiw bevat geen voorkeur voor een bepaalde techniek en beoogt techniekneutraal te zijn en ruimte te bieden voor toekomstige ontwikkelingen en innovatie.
Om een woning of gebouw voldoende te kunnen verwarmen met een duurzaam warmtealternatief, is een bepaald isolatieniveau nodig. Het benodigde isolatieniveau en de maximale warmtebehoefte hangt samen met de keuze voor het alternatief voor aardgas. Het is daarom van belang dat de gemeente in het uitvoeringsplan ook duidelijk maakt wat de maximale warmtebehoefte of het minimale isolatieniveau is, die nodig is om over te kunnen stappen op het alternatief. Ook is van belang welke kenmerken de binneninstallatie en ventilatie van het gebouw moet hebben om het gebouw met de nieuwe warmtebron in voldoende mate te kunnen verwarmen en van warm tapwater te kunnen voorzien met minimaal de wettelijk vereiste temperatuur.
Op de website van het NPLW vindt u informatie over het Uitvoeringsplan warmtetransitie | NPLW.
Uitvoeringsplan vaststellen als vrijwillig programma
Een uitvoeringsplan is geen verplicht programma onder de Omgevingswet. Het Rijk stelt er geen instructieregels over. Het uitvoeringsplan kan wel worden vormgegeven en vastgesteld als een programma als bedoeld in de Omgevingswet. Dit ligt ook voor de hand in situaties waar acties nodig zijn van diverse partijen, zoals gebouweigenaren en netbeheerders. In het programma is dan opgenomen welke acties nodig zijn en welke planning daarbij hoort. Zie ook de pagina Vrijwillig programma voor de voordelen van het opnemen van beleid in een vrijwillig programma.
Relatie Wet collectieve warmte
Bij een keuze voor een collectief warmtesysteem wordt op grond van de Wet collectieve warmte (nog niet in werking) het aangewezen warmtebedrijf verplicht om in het uitgewerkt kavelplan hierover duidelijkheid te bieden.
Als het gaat om een warmtenet met meer dan 1500 aansluitingen, bevat het uitgewerkte kavelplan van het warmtebedrijf (nadat de gemeente daarmee heeft ingestemd) daarmee belangrijke input voor het door de gemeente op te stellen uitvoeringsplan.
Voor kleine collectieve systemen gaat in de Wet collectieve warmte een ontheffingsstelsel gelden. Kleine collectieve systemen (dus ook buurtinitiatieven tot 1500 aansluitingen) kunnen dan een ontheffing krijgen om warmte te leveren. Kavelsystematiek en aanwijzingsprocedure zijn dan niet van toepassing.
Meer informatie over de Wet collectieve warmte vindt u op Wet collectieve warmte (Wcw) | NPLW en over warmtenetten op Warmtenet | NPLW.
Aanwijzing warmtetransitiegebieden in het omgevingsplan
Zowel het warmteprogramma als het uitvoeringsplan zijn belangrijk voor de onderbouwing van de wijziging van het omgevingsplan voor de energietransitie in de gebouwde omgeving.
Als de gemeente gebruik maakt van de bevoegdheid om warmtetransitiegebieden aan te wijzen (de aanwijsbevoegdheid), staat in het omgevingsplan in ieder geval het gekozen alternatief voor aardgas als warmtebron voor de bepaalde geometrisch begrensde wijk en de datum waarop het transport van het aardgas naar de wijk stopt.
Om de aanleg of verbetering van de benodigde energie-infrastructuur zo soepel mogelijk te laten verlopen, is het wenselijk dat het besluit tot wijziging van het omgevingsplan ook andere regels in het omgevingsplan aanpast, zodat voor de uitvoering geen aparte wijzigingen meer nodig zijn voor bijvoorbeeld de aanleg van een warmtenet of de verzwaring van het elektriciteitsnet.
Het Ontwerpbesluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie zal instructieregels over de aanwijzing van warmtetransitiegebieden in het omgevingsplan toevoegen aan het Besluit kwaliteit leefomgeving. Meer informatie over de instructieregels voor warmtetransitiegebieden in het omgevingsplan volgt op een later moment op onze website.
Overgangsrecht: aanwijzing warmtetransitiegebied en transitievisie warmte
Het Ontwerpbesluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie zal aan het Besluit kwaliteit leefomgeving een overgangsrechtelijke regeling toe voegen (artikel 12.34 Bkl). Deze regeling bepaalt onder welke voorwaarden een vóór de inwerkingtreding van het Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie vastgesteld gemeentelijk beleidsdocument (veelal de transitievisie warmte) ten grondslag kan worden gelegd aan een besluit tot aanwijzing van een warmtetransitiegebied in het omgevingsplan.
Dit overgangsrecht is enkel van toepassing op een omgevingsplan waarvan het ontwerp voor 1 januari 2032 ter inzage wordt gelegd. (Dit in verband met de horizon van de transitievisie warmte. Zie voor meer uitleg de toelichting bij het Ontwerp-Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie. Die toelichting staat achter de Besluittekst.)
Het overgangsrecht is bedoeld voor het uitzonderlijke geval dat het warmteprogramma nog niet op 31 december 2027 is vastgesteld.
Deze overgangsbepaling vereist niet dat het al vastgestelde beleidsdocument al geldt als programma op grond van de Omgevingswet. Een deel van de transitievisies warmte die zich kwalificeren als warmteprogramma zal overigens op grond van artikel 4.11 van de Invoeringswet Omgevingswet wel gelden als programma.
Dit overgangsrecht in artikel 12.34 Bkl stelt andere inhoudelijke en procedurele eisen dan artikel 4.11 van de Invoeringswet Omgevingswet. Het gemeentelijk beleidsdocument moet aan de volgende 3 voorwaarden voldoen:
- het document moet zijn vastgesteld na 28 juni 2019
- bij de voorbereiding van dat document moet participatie hebben plaatsgevonden
- het document moet voldoen aan een aantal van de inhoudelijke vereisten van een warmteprogramma
Anders dan bij het warmteprogramma hoeft het document geen inzicht te geven in de beoogde warmtebehoefte per wijk.
Het is ook niet van belang welk bestuursorgaan het document heeft vastgesteld. Dus ook een transitievisie warmte die is vastgesteld door de gemeenteraad kan gelden als grondslag voor wijziging van het omgevingsplan.
Documenten en voortgang regelgeving gemeentelijke instrumenten warmtetransitie
De Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie is gepubliceerd in Staatsblad 2024, 406. De toelichting van het wetsvoorstel vindt u in de toelichting bij het oorspronkelijke wetsvoorstel en de aangenomen amendementen:
- Memorie van Toelichting (Kst. 36387, nr. 3)
- amendement (Kst. 36387, nr. 9)
- amendement (Kst. 36387, nr. 16)
- amendement (Kst. 36387, nr. 20)
Het Ontwerpbesluit Besluit gemeentelijke instrumenten warmtetransitie is op 7 juli 2025 in voorhang aangeboden aan de Tweede en Eerste Kamer. Het besluit voorziet in wijzigingen van het:
- Besluit bouwwerken leefomgeving:
- het toevoegen van regels in hoofdstuk 3, 4 en 5 over technische bouwsystemen in aangewezen warmtetransitiegebieden
- Besluit kwaliteit leefomgeving:
- het toevoegen van instructieregels:
- over de inhoud van het warmteprogramma
- over de inhoud van het omgevingsplan, het tegengaan van klimaatverandering
- regels over monitoring, gegevensverzameling en het verslag voortgang warmtetransitie
- het toevoegen van instructieregels:
- Omgevingsbesluit:
- het toevoegen van regels over actualisatie en eerste vaststelling warmteprogramma en over uitvoering en operationeel zijn van de maatregelen in het warmteprogramma die zien op het beëindigen van het gebruik van methaangas als bedoeld in artikel 1.1 van de Energiewet als energiebron
- het toevoegen van regels over gegevensverstrekking en het verstrekken en publiceren van het verslag monitoring warmtetransitie
Meer informatie
Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl)
Het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is een van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet.