Randvoorwaarden voor goede participatie
Participatie is maatwerk. De keuzes bij het inrichten van participatie hangen van veel factoren af, zoals het vraagstuk zelf, de beleidsfase, wensen van inwoners en de visie van de lokale politiek op participatie. Deze factoren moeten per geval worden afgewogen. Wel kunnen op basis van wetenschappelijk onderzoek en praktijkervaring een aantal randvoorwaarden benoemd worden die bijdragen aan goede participatie.
Voor goede participatie moet in ieder geval aan 3 randvoorwaarden worden voldaan:
1. Er moet nog ruimte zijn in het proces voor inbreng van participanten
Participatie is alleen zinvol als er ruimte is om de inhoudelijke inbreng en belangen van participanten serieus mee te wegen. Als besluiten alleen nog om een ja of nee vragen, zijn ze niet meer geschikt voor meedenken. Participanten zullen dan geneigd zijn om ‘nee’ te zeggen. Zorg dat vanaf het begin de doelen en de gewenste uitkomsten expliciet worden besproken. Te vaak wordt ervan uitgegaan dat iedereen hetzelfde van participatie verwacht, terwijl dat niet het geval is. De overheid neemt de resultaten van participatie mee bij het afwegen van de belangen. Verwachtingenmanagement is daarom belangrijk.
Participatieladder
Participatie is meer dan alleen informeren. Inwoners kunnen actief meepraten over plannen of andere oplossingen en creatieve ideeën aandragen. Voor het bepalen van het niveau van participatie kunt u gebruikmaken van de participatieladder. Deze loopt van het alleen informeren van betrokkenen, via raadplegen, adviseren en coproduceren tot aan meebeslissen.
2. De organisatie moet openstaan voor inbreng
Goede participatie vraagt om een organisatie waarin de focus bij de inwoners ligt en die gericht is op samenwerken. Hiervoor is een organisatiecultuur nodig waarin iedereen leert, fouten mag maken en vertrouwen heeft in collega’s en inwoners. Hierbij zijn de betrokken professionals steeds op zoek naar de verbinding binnen de organisatie, met participanten en andere betrokken partijen. Een goede samenwerking komt van 2 kanten en vraagt om vertrouwen, gedeelde waarden en verantwoordelijkheden. De overheid moet streven naar een zo hoog mogelijk niveau van participatie en openstaan voor feedback en twijfel. De houding en het gedrag van de betrokken ambtenaren zijn belangrijk. Daarnaast is ook voldoende ruimte en steun voor participatie binnen de eigen organisatie en het bestuur nodig.
3. Participanten moeten in staat zijn om inbreng te leveren
Participatie vraagt om empowerment van de inwoners. Ze moeten in staat zijn (of anders in staat worden gesteld) om goed te kunnen meedoen en meepraten. Betrek inwoners bij onderwerpen die zinvol voor hen zijn en stel alle relevante informatie beschikbaar. Daarbij is bijzondere aandacht nodig voor de groepen die weinig of nooit participeren, bijvoorbeeld vanwege een ander opleidingsniveau of door lage geletterdheid. Er moet sprake zijn van de wil om een gelijke informatiepositie te bieden.
Goede informatie is noodzakelijk. Een participant kan pas meedenken als hij of zij weet wat er speelt en wat de grenzen van de mogelijkheden zijn. Een goede informatiepositie van inwoners vraagt echt wat van de organisatie van participatie. Het lukt niet altijd om iedereen te laten participeren. Daarom moet het bevoegd gezag ervoor zorgen dat overstijgende belangen en de belangen van mensen die niet aan het proces hebben deelgenomen in het oog worden gehouden.