OW 2025.02 Aanvullende technieken pluimvee, ionisatie
Systeembeschrijving van Ionisatie met interne luchtcirculatie.
Nummer OW 2025.02.
Versienummer: OW 2025.02.V1 van oktober 2026
Op deze pagina
- Diercategorie
- Reductiepercentages
- Werkingsprincipe
- Uitvoeringseisen systeem
- Gebruikseisen
- Meetrapporten
- Leverancier
- Afbeeldingen
- Vorige versie
Diercategorie
Zie voor diercategorieën waar het systeem kan worden toegepast code AP2.6 in bijlage VI van de
Reductiepercentages
Zie voor de reductiepercentages van het systeem code AP2.6 in bijlage VI van de Omgevingsregeling.
Werkingsprincipe
De emissie van fijnstof (PM10) wordt beperkt door het geven van een positieve lading aan de stofdeeltjes. Hiervoor wordt in de stal een intern luchtcirculatiesysteem aangebracht met een ingebouwd ionisatiesysteem. Een ventilator zuigt stallucht aan en blaast deze weer uit via een geperforeerde metalen mantel. Door de positieve lading binden de stofdeeltjes zich aan de binnenkant van de metalen mantel van het systeem. Een borstelsysteem verwijdert regelmatig het opgehoopte stof.
Bouwkundige uitvoering
Eisen volgens beschrijving waarmee systeem wordt gecombineerd.
Technische uitvoering
Huisvestingsvorm
Afhankelijk van diercategorie en huisvestingssysteem.
Ionisatiesysteem
Een ventilator in een geperforeerde metalen huls, uitgevoerd volgens de specificaties van de leverancier, zorgt voor interne luchtcirculatie. In de metalen huls is ook een gecontroleerde (positief) ionisatiesysteem met corona-elektroden (o.a. draden, naalden, borstel, spikes, etc.) aangebracht.
- Voor de verwijdering van het stof is aan de binnenkant van de metalen huls een automatisch werkend borstelsysteem aanwezig.
- De ventilatorcapaciteit van elke unit is regelbaar tot maximaal 11.000 m3/uur.
- Per 400 m2 staloppervlak minimaal 1 unit. Op basis van een op maat gemaakte ventilatieberekening van de leverancier wordt het aantal benodigde eenheden berekend.
- Plaatsing van de units volgens het plaatsingsplan van de leverancier. Hierbij moet rekening gehouden worden met de locatie van eventuele vernevelaars en gelijke verdeling over de stal en de plaats van de afzuiging.
- Beveiliging van de ionisatie tegen vonkvorming en kortsluiting:
- ionisatorsteunen speciaal ontworpen om vonkvorming en kortsluiting te voorkomen;
- materialen van het systeem zijn brandwerend;
- gehele ionisatie is omhuld door (geperforeerde) stalen mantel
- de afstand tussen de coronadraden in de units en brandbare oppervlakten, zoals bekabeling en isolatiemateriaal, is minimaal 40 cm
- monitoring en bewaking van het hoogspanningsgedeelte op ionisatie parameters om kortsluiting en/of vonkvorming te voorkomen. Ionisatie wordt als dit nodig is direct uitgeschakeld.
Monitoring
De volgende registratieapparatuur is aanwezig:
- apparatuur voor het registreren van het in gebruik zijn van het ionisatiesysteem. Bijvoorbeeld centrale aansturing, urenteller voor in werking zijn van de ventilator en de ionisatie-unit, (k)Wh-meter
- apparatuur voor het registreren van de instellingen van de regeling van de ionisatieapparatuur
- apparatuur voor registratie wanneer de automatische reinigingen zijn uitgevoerd
- apparatuur voor storingsmelding bij het uitstaan van ventilator en/of ionisatie-unit
- logboek voor vastleggen handmatige reiniging van de unit(s).
Gebruikseisen
Opleveringsverklaring
Er is een door de leverancier van het systeem afgegeven opleveringsverklaring beschikbaar.
Leefoppervlak
Aantal dieren/m2 leefoppervlak volgens beschrijving waarmee systeem wordt gecombineerd volgens de voorschriften van de leverancier opgenomen in de opleveringsverklaring.
Ionisatie
De ionisatiesterkte is afgestemd op de ingestelde ventilatorcapaciteit van de unit volgens de voorschriften van de leverancier opgenomen in de opleveringsverklaring. De ionisatie is ook sterk afhankelijk van de geleidbaarheid van de lucht.
Bij de systemen waar eieren worden uitgebroed in de stal en daarna de kuikens in dezelfde stal worden opgefokt tot een bepaalde leeftijd (categorie AP4), de ionisatie inschakelen bij overplaatsen naar de vervolghuisvesting.
Ventilatie
De ventilatorcapaciteit is optioneel instelbaar tussen 20% en 100% van de maximale capaciteit. De capaciteit kan geprogrammeerd worden:
- op basis van dagritme (op 24-uursbasis, 7 dagen per week) of
- op basis van de leeftijd van de dieren/cyclus
Vanuit praktijk- en energiebesparingoverwegingen:
Omdat de stofontwikkeling in de stal is gerelateerd aan de leeftijd van de dieren, is de ingestelde capaciteit afhankelijk van de leeftijd van de dieren:
- Bij groeiende dieren start op minimaal 20% van maximum, rechtlijnige toename naar 100% op:
- 5 weken leeftijd bij opfokleghennen en opfokvleeskuikenouderdieren
- 3 weken leeftijd bij vleeskuikens
- 3 weken leeftijd bij vleesparelhoenders
- 3 weken leeftijd bij vleeseenden
- 3 weken leeftijd bij ouderdieren vleeskalkoenen en ouderdieren vleeseenden jonger dan 6 weken
- 6 weken leeftijd bij vleeskalkoenen en ouderdieren vleeskalkoenen ouder dan 6 weken en jonger dan 30 weken
- Bij volwassen dieren (o.a. leghennen en vleeskuikenouderdieren) vanaf opzet op 100%.
Reiniging
- Verwijdering van stof in de unit door middel van het automatisch borstelsysteem afhankelijk van diersoort, leeftijd, staltype en bedrijfsvoering. In ieder geval 1 keer per week, eventueel oplopend tot 1 keer per 12 uur.
- Handmatig verwijderen van stofophopingen in de unit en stofvrij maken van de ionisatorsteunen en ventilator ongeveer eenmaal in de 6-8 weken.
- Het beschermrooster aan de aanzuigzijde van de unit moet er schoon uitzien en niet bedekt zijn met een laag stof.
Onderhoud en controle
Het afsluiten van een onderhoudscontract met de leverancier of een andere deskundige partij is verplicht. In het onderhoudscontract is een jaarlijkse controle en onderhoud van het ionisatiesysteem opgenomen. Verder staan in dit contract de taken van de leverancier/deskundige partij.
Registratie
- Voor controle op de werking van het systeem moeten de volgende gegevens automatisch per luchtcirculatie-/ionisatiesysteem unit worden geregistreerd:
- ingestelde ventilatorcapaciteit en de tijdsperiode waarop deze heeft gefunctioneerd
- reinigingsfrequentie en of de reiniging ook daadwerkelijk heeft gefunctioneerd
- of de ionisatie-unit op de gewenste spanning en stroom heeft gefunctioneerd en hoe lang
- Van de geregistreerde waarden moet tijdens de controle een uitdraai van de huidige en vorige productieperiode opvraagbaar zijn.
- Er een registratie van de handmatig uitgevoerde reinigingen van de unit(s) aanwezig.
- In een opleveringsverklaring geeft de leverancier aan op basis van welke uitgangspunten het aantal Agro-units per stal is berekend, uitgaande van WUR-rapport 621. Als dit van toepassing is, moet ook worden aangegeven wanneer het verhogen van het ventilatiedebiet in de Agro-units plaatsvindt. En ook op welke spanning en stroom de Agro-units moeten functioneren bij de verhoogde ventilatiedebieten.
Storingsmelding
Bij uitval van de ventilator en/of ionisatie-unit moet de gebruiker meteen een melding krijgen. Zowel op het systeem zelf als op het centrale meldingspaneel. Deze meldingen kunnen opgenomen worden in het gebouwbeheersysteem. Ook is het mogelijk een melding door te sturen naar een mobiele telefoon.
Meetrapporten
Pilots over de vermindering van fijnstofemissie uit pluimveestallen: ASPRA Agro van VFA-Solutions/SmitsAgro.
Leverancier
VFA-Solutions B.V.
Admiraal de Ruyterstraat 2
3115 HB Schiedam
Afbeeldingen
Zie voor beschrijving van de afbeelding de paragraaf Werkingsprincipe.
Vorige versie
Niet van toepassing.