Droge blusleiding: regels bij bestaande bouw
Hoge gebouwen moeten een droge blusleiding hebben. Dat geldt ook voor wegtunnels die langer zijn dan 250 meter.
Wanneer verplicht
Een droge blusleiding is verplicht voor:
- Gebouwen met een vloer van een verblijfsgebied die hoger ligt dan 20 meter
- Wegtunnels met een tunnellengte van meer dan 250 meter
Artikel 3.125, lid 1 en 2 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) regelen dit. Een droge blusleiding kan ook nodig zijn voor andere bouwwerken zoals een lager gebouw. Dat kan bijvoorbeeld zijn vanwege het in stand houden van een gelijkwaardige maatregel (artikel 2.5 Bbl).
Pomp
Bij een droge blusleiding moet soms een bijbehorende pompinstallatie zijn. Dat is aan de orde bij gebouwen die hoger zijn dan 70 m (dat volgt uit bijlage C van de NEN 1594). Zo’n pomp is dan nodig omdat de pomp van een brandweerwagen de benodigde capaciteit en druk niet kan leveren voor die hoogte.
Maximaal 110 m tussen brandslangaansluiting en gebruiksgebied
Er geldt een maximale loopafstand tussen een brandslangaansluiting van de droge blusleiding en (ieder punt in) een daarop aangewezen gebruiksgebied. Die afstand is maximaal 110 m (artikel 3.125, lid 3, Bbl). Dit geldt voor gebouwen, dus niet voor wegtunnels.
Wegtunnel van meer dan 250 meter
De droge blusleiding in een wegtunnel moet voorzien zijn van een brandslangaansluiting in iedere hulppost van de tunnel. De droge blusleiding en elke brandslangaansluiting moeten bij brand een capaciteit kunnen leveren van minimaal 120 m³ bluswater per uur (artikel 3.125, lid 2 Bbl). Bij meerdere brandslangaansluitingen tellen die benodigde capaciteiten niet op. Het is dus niet zo dat bij gelijktijdig gebruik van twee aansluitingen een bluscapaciteit van 240 m³ per uur beschikbaar moet zijn.
Bluswatervoorziening
De wegtunnel moet ook een bluswatervoorziening hebben (leidingnet, watervoorraad of oppervlaktewater). De droge blusleiding moet daarop zijn aangesloten. De bluswatervoorziening moet minimaal 1 uur een hoeveelheid van minimaal 120 m³ bluswater kunnen leveren (artikel 3.126 Bbl). Dat is ongeacht het aantal aansluitingen op de blusleiding.
In het omgevingsplan kunnen regels staan over andere bluswatervoorzieningen dan die voor een wegtunnel met een tunnellengte van meer dan 250 m.
NEN 1594
De inrichting van een droge blusleiding moet voldoen aan de NEN 1594 voor de:
- drukbestendigheid
- onbrandbaarheid van het materiaal van de leiding
- soorten koppelingen voor de aansluiting van brandslangen
- aanduiding van de brandslangaansluitingen, en
- aanduiding van de voedingsaansluitingen
Dat staat in artikel 3.125, lid 4 van het Bbl. Dit geldt voor gebouwen en wegtunnels.
Beheer, controle en onderhoud
De pagina Brandveiligheidsinstallaties legt de regels uit over beheer, controle en onderhoud van verplichte droge blusleidingen (inclusief pomp).