Energiezuinigheid: regels bij verbouw
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup) stelt regels over energiezuinigheid bij het verbouwen van bouwwerken. De regels gaan over thermische isolatie, luchtdichtheid en over hernieuwbare energie.
Energiegebruik beperken
Energiezuinigheid bij bouwwerken gaat in de eerste plaats uit van het beperken van het energiegebruik. En dat is te bereiken met goed isoleren en het aanbrengen van luchtdichtingen. Om die reden gelden bij verbouw regels over energiezuinigheid.
De regels zijn op deze pagina toegelicht. Soms gelden de regels niet of gelden andere regels. Dat is het geval bij:
- de gebruiksfunctie bouwwerk geen gebouw zijnde
- een tijdelijk bouwwerk
- een aantal gebruiksfuncties met een lage energievraag
Bij de toelichtingen zelf kunnen ook uitzonderingen staan.
Hernieuwbare energie
Soms moet na het verbouwen een minimaal deel van de te verbruiken energie uit hernieuwbare energie bestaan (artikel 5.20, lid 6 Bbl). Dat geldt in de volgende 2 gevallen:
- geheel vernieuwen (vervangen) van een verwarmingssysteem
- een ingrijpende renovatie. Hierbij doet het er niet toe of een verwarmings- of koelinstallatie onderdeel uitmaakt van die renovatie.
Het hernieuwbare energiedeel is te realiseren met bijvoorbeeld zonnepanelen, een (hybride) warmtepomp of een zonneboilersysteem.
De regel is geen directe plicht tot het 'aardgasvrij maken van het bouwwerk'. Maar de regel kan er wel toe leiden dat aardgas een kleiner (of helemaal niet meer) deel uitmaakt van het energieverbruik.
Berekenen aandeel hernieuwbare energie
Wat het aandeel aan hernieuwbare energie (in kWh per m2 gebruiksoppervlak per jaar) minstens moet zijn, is met een formule te berekenen. Die staat in artikel 5.20, lid 6, van het Bbl.
Uitzonderingen
In een van de volgende gevallen geldt de verplichting over hernieuwbare energie niet.
- Het gaat om een industriefunctie.
- Het bouwwerk is aangesloten op het warmtenet of dat gaat aantoonbaar binnen 3 jaar na de renovatie gebeuren.
- De maatregelen om aan die verplichting te voldoen, hebben een terugverdientijd van meer dan 10 jaar (niet kosteneffectief). Maatregelen voor hernieuwbare energieopwekking met een terugverdientijd van maximaal 10 jaar zijn dan wel alsnog verplicht.
- Het is niet mogelijk om de minimale hoeveelheid aan hernieuwbare energie te realiseren vanwege locatiegebonden of bouwtechnische belemmeringen. In dat geval is het wel verplicht om een hoeveelheid hernieuwbare energie te realiseren die wél te behalen is. Denk bij locatiegebonden of bouwtechnische belemmeringen aan beperkingen vanwege:
- de cultuurhistorische waarde van een gebouw(deel)
- het karakter van een beschermd stads- of dorpsgezicht
- welstand- en beeldkwaliteitseisen op lokaal niveau
- ongeschikte daken om PV-panelen op te installeren. Zoals rieten daken of daken met een onvoldoende draagconstructie.
Dit volgt uit tabel 5.8 en artikel 5.20, lid 7, van het Bbl.
Met de Leidraad eis hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie is na te gaan of een uitzondering onder b t/m d aan de orde is.
Thermische isolatie bij verbouw (Rc-waarde en U-waarde)
De isolatiewaarde van een constructie of van materiaal is uit te drukken in warmteweerstand (Rc-waarde) en in warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde):
- hoe hoger de Rc-waarde, hoe beter de isolatiewaarde
- hoe lager de U-waarde, hoe beter de isolatiewaarde
Vereiste Rc-waarde en U-waarde bij verbouw
Bij verbouw gelden eisen voor de isolatiewaarde (artikel 5.20 Bbl). Het berekenen van de isolatiewaarde moet gebeuren volgens de NTA 8800-norm (te vinden via de pagina van NEN; in bijlage II van de Omgevingsregeling staat welke versie van de NTA 8800 geldt).
Verbouwen van een scheidingsconstructie in de thermische schil
De gemiddelde warmteweerstand moet minstens 1,4 m2·K/W zijn na het verbouwen van een scheidingsconstructie in de thermische schil van een verblijfsgebied, toiletruimte of badruimte. Dat zijn constructies die de scheiding zijn tussen 'binnen' en 'buiten' (zoals dak, vloer begane grond, gevels, ramen, zie ook opsomming op de pagina over Energiezuinigheid: regels bij nieuwbouw). Is het rechtens verkregen niveau beter dan die waarde? Dan geldt het rechtens verkregen niveau (artikel 5.20, lid 1 Bbl).
De eis geldt niet voor een klein oppervlakte van de scheidingsconstructies. Die oppervlakte komt overeen met maximaal 2% van de gebruiksoppervlakte van de gebruiksfunctie. Dus bij een gebruiksoppervlakte van bijvoorbeeld 120 m2 hoeft maximaal 2,4 m2 van de scheidingsconstructies niet aan de eisen te voldoen. Denk bijvoorbeeld aan een brievenbus, een kattenluikje of ventilatieroosters die dan niet geïsoleerd hoeven te zijn (artikel 5.4, lid 1, in combinatie met artikel 4.152, lid 9 Bbl).
Vervangen of vernieuwen van isolatielaag, raam, deur of kozijn in de thermische schil
De warmteweerstand moet na het vervangen of vernieuwen van de isolatielaag van een vloer, gevel of dak in de thermische schil:
- minstens 2,6 m2·K/W zijn (isolatie vloer)
- minstens 1,4 m2·K/W zijn (isolatie gevel)
- minstens 2,1 m2·K/W zijn (isolatie dak)
De warmtedoorgangscoëfficiënt moet na het vervangen of vernieuwen van een raam, deur of kozijn in de thermische schil maximaal 2,2 W/m2·K zijn.
Is het rechtens verkregen niveau beter dan deze waarden? Dan geldt het rechtens verkregen niveau (artikel 5.20, lid 2 Bbl).
Dakkapel en bijbehorend bouwwerk bij een woning
Gaat het om het geheel oprichten of geheel vernieuwen van een dakkapel bij een woning of bijbehorend bouwwerk bij een woning (denk aan uitbouw van een woonkamer of keuken)? Dan gelden niet de eerder genoemde isolatiewaarden. Dan gelden voor de warmteweerstand en warmtedoorgangscoëfficiënt de waarden van nieuwbouw (artikel 5.20, lid 3 Bbl).
Ingrijpende renovatie
Gaat het om een ingrijpende renovatie? Dan gelden niet de eerder genoemde isolatiewaarden. Bij een ingrijpende renovatie geldt voor de warmteweerstand de waarden van nieuwbouw (artikel 5.20, lid 4 Bbl) voor het te renoveren deel.
Gaat het bij de ingrijpende renovatie om het vervangen of vernieuwen van een raam, deur of kozijn in de thermische schil? Dan moet de warmtedoorgangscoëfficiënt daarvan na het vervangen of vernieuwen maximaal 2,2 W/m2·K zijn. Is het rechtens verkregen niveau beter dan deze waarde? Dan geldt het rechtens verkregen niveau (artikel 5.20, lid 2 Bbl).
Luchtdichtheid bij verbouw
Het aanbrengen van luchtdichtingen voorkomt tocht en zorgt voor een energiezuiniger verbruik. Bij verbouw geldt het rechtens verkregen niveau (artikelen 5.4 en 5.5 Bbl). De pagina Rechtens verkregen niveau in het Bbl licht dat toe.
Soms andere regels
Bouwwerk geen gebouw zijnde
Voor de gebruiksfunctie bouwwerk geen gebouw zijnde gelden niet de regels op deze pagina (tabel 5.8 Bbl). Daarvoor geldt het rechtens verkregen niveau.
Tijdelijk bouwwerk
Voor het verbouwen van een tijdelijk bouwwerk gelden niet de regels op deze pagina maar de regels die gelden voor nieuwbouw (artikel 4.9 in combinatie met artikel 5.4, lid 1 Bbl).
Gebruiksfuncties met lage energievraag
Voor een aantal gebruiksfuncties met een lage energievraag gelden niet de regels op deze pagina (tabel 4.148b en artikel 4.155 in combinatie met artikel 5.4, lid 1 Bbl). Dat geldt voor de volgende gebruiksfuncties:
- bijeenkomstfunctie
- industriefunctie
- logiesfunctie (behalve logiesfunctie in een logiesgebouw)
- sportfunctie
- winkelfunctie
- overige gebruiksfunctie
Bij het verbouwen hiervan geldt het rechtens verkregen niveau (artikel 5.5 Bbl). De pagina Rechtens verkregen niveau in het Bbl licht dat toe.
Lage energievraag
Van een lage energievraag is sprake als:
- de gebruiksfunctie niet is bestemd om te worden verwarmd of gekoeld voor personen, of
- de energiebehoefte van een gebruiksfunctie (bepaald volgens NTA 8800) ten hoogste 1% van de maximumwaarde voor primair fossiel energiegebruik is. Denk bijvoorbeeld aan een wachtruimte van een attractie in een pretpark waar warmtestralers zijn die alleen in koude perioden aanstaan.
Met de Leidraad eis hernieuwbare energie bij ingrijpende renovatie is na te gaan of sprake is van een lage energievraag.
Geen BENG-eisen bij verbouw
Bij verbouw gelden de BENG-eisen niet (artikel 5.20, lid 1 Bbl). Alleen bij een ingrijpende renovatie of het geheel vernieuwen (vervangen) van een verwarmingssysteem gelden regels voor het aandeel hernieuwbare energie.
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is één van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet. Het Bbl bevat regels over bouwwerken.