Op deze pagina
Wanneer de regels gelden
In hoofdstuk 3 en 4 van het Bal staat of de regels van toepassing zijn. De regels gelden als:
Daarom geldt paragraaf 4.28 van het Bal ook voor vergunningplichtige activiteiten. Dit staat uitgelegd op Richtingaanwijzer milieubelastende activiteit Bal. Behalve als deze activiteit wordt verricht:
Hoe het afvalwater bij deze activiteit ontstaat
De voedingsmiddelenindustrie omvat de industriële vervaardiging of bereiding van voedingsmiddelen voor menselijke consumptie. Het kan hierbij gaan om het maken of bewerken van diverse producten zoals groente en fruit, vleeswaren, snacks, sauzen en kruiden. Grote bakkerijen die produceren met continuovens vallen ook onder deze activiteit. Ook de industriële productie van diervoeders, zoals honden- en kattenvoer, valt onder deze paragraaf.
Het afvalwater ontstaat vooral door het behandelen van grondstoffen. Denk daarbij aan organisch materiaal, waarin ook plantaardige oliën en (dierlijke) vetten kunnen zitten. En verder ontstaat het afvalwater vooral door het reinigen en ontsmetten van ruimten, leidingen en installaties.
De samenstelling van het bedrijfsafvalwater lijkt daarom veel op huishoudelijk afvalwater wat betreft de biologische afbreekbaarheid. Alleen is de hoeveelheid in inwonerequivalenten (afgekort i.e. of ook wel IE) gezien veel hoger.
5.000 inwonerequivalenten
Als 5.000 inwonerequivalenten (i.e.) of meer op het riool worden geloosd, wordt het belangrijk om te weten hoe de spreiding van de lozing over het jaar is. Voor het berekenen van het aantal i.e. gebruikt men het biochemisch zuurstofverbruik (BZV) met 54 gram zuurstofverbruik per etmaal. Deze informatie moet ook aangeleverd worden bij de melding.
Lozingsroute
De lozingsroute voor het te lozen afvalwater staat in artikel 4.406 van het Bal. Het afvalwater wordt in principe geloosd in een vuilwaterriool. Bij een lozing op een riool moet de lozer altijd voldoen aan de specifieke zorgplicht.
De gemeente of het waterschap kan bij maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift een andere lozingsroute toestaan. In dat geval mag het afvalwater ook via die andere route worden geloosd. Zie voor meer informatie over alternatieve lozingsroutes bij maatwerkvoorschrift of vergunningvoorschrift de pagina Algemene systematiek van lozen in decentrale regels en voorschriften.
Zuivering bij lozing in vuilwaterriool
In artikel 4.407 van het Bal staan regels over zuivering bij lozing in een vuilwaterriool. Dit gaat over vethoudend afvalwater dat wordt vermengd met ander te lozen afvalwater.
Vetafscheider en slibvangput
Voor het lozen op een vuilwaterriool moet vethoudend afvalwater eerst door een vetafscheider en slibvangput. Deze vetafscheider en slibvangput moet voldoen aan NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2. Een flocculatieafscheider mag ook, als alternatief voor de vetafscheider. Dit afvalwater mag niet door een biologische zuivering worden geleid. Een vetafscheider en slibvangput valt hier niet onder.
Zeer Zorgwekkende Stoffen (ZZS)
In tegenstelling tot de regels in het Activiteitenbesluit milieubeheer, is geen toetsing van stoffen en preparaten volgens de Algemene beoordelingsmethodiek (ABM) Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper) opgenomen. Uitgangspunt van deze paragraaf is dat bij het industrieel vervaardigen van voedingsmiddelen of dranken in principe geen Z-, A- of B-stoffen worden toegepast.
Alleen als de activiteit vergunningplichtig is, moet wél ook worden voldaan aan een Vermijdings- en reductieprogramma ZZS. Dit staat in paragraaf 3.4.8 Voedingsmiddelenindustrie, artikel 3.132, lid 3 onder d van het Bal. Als de activiteit niet vergunningplichtig is, geldt dit programma niet.
Riooltekening
De initiatiefnemer moet een riooltekening hebben waar duidelijk op staat:
- op welke punten welk afvalwater wordt geloosd
- of de lozingspunten zijn aangesloten op het eigen vuilwaterriool of een schoonwaterriool
- op welke lozingsroutes het eigen vuilwaterriool en het schoonwaterriool uitkomen
Overgangsrecht
U heeft geen vetafscheider en slibvangput volgens NEN 1825-1 en -2 nodig, als:
- het apparaat dat u nu heeft, is geplaatst voor 14 september 2004
- u een flocculatieafscheider gebruikt die is geplaatst voor 1 januari 2013
- het apparaat de hoeveelheid te lozen afvalwater aankan
De verplichte lozing op het riool in artikel 4.406 van het Bal is niet van toepassing op het lozen op een oppervlaktewaterlichaam van afvalwater afkomstig van het maken of bewerken van levensmiddelen of voeder dat voor 1 januari 2024 al was toegestaan. De voorwaarde is wel dat de lozingsactiviteit nu naar aard en omvang niet verschilt van de activiteit zoals deze voor 1 januari 2024 was toegestaan. Dat staat in artikel 4.416 van het Bal.
Gerelateerde wetgeving
Voor de afgifte van bedrijfsafvalstoffen geldt titel 10.6 van de Wet milieubeheer (Wm):
Het slib en het vet uit een vetafscheider zijn geen gevaarlijk afval en mogen als bedrijfsafvalstoffen afgevoerd worden naar een erkende inzamelaar.
Een vetafscheider en slibvangput is een voorziening in het riool. Daarom moet de installatie ook voldoen aan de verordening bouwproducten (CE-markering).
BREF Food, Drink and Milk Industries
Voor de voedingsmiddelenindustrie is op Europees niveau de BREF Food, Drink and Milk Industries vastgelegd. Daarin staat wat de beste beschikbare techniek (BBT) Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper) is.
Voor afvalwater zijn de volgende scheidingsmethoden erkend: lamellen, zeven, zand-, olie- en vetafscheider en slibvangput, of een combinatie van deze technieken.
Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb)
Het lozen van gebruikte ontsmettingsmiddelen of een combinatie van ontsmettings- en reinigingsmiddelen is in principe toegestaan. De voorwaarde is wel dat deze middelen zijn toegelaten op basis van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden (Wgb). De tweede voorwaarde is dat het toegelaten middel wordt toegepast op een manier en plek zoals is beschreven in het productblad. Als dat het geval is, dan is het uitgangspunt dat het milieueffect bij lozing op het vuilwaterriool voldoende is beoordeeld. Daarom is er geen aanvullende informatie nodig. Het is ook niet nodig om aanvullende eisen te stellen. Als een gebruiker het toegelaten middel niet correct toepast, dan is dat een overtreding van de Wgb.
Controleaspecten
Bij het controleren van de regels en voorschriften is het belangrijk om een aantal aspecten goed in beeld te hebben. Informatie daarover vindt u op de pagina Controleaspecten bij regels en voorschriften voor afvalwater.
Verder is het bij deze activiteit van belang om specifiek te letten op de volgende zaken:
- Worden er meer of minder dan 5.000 i.e. op het riool geloosd?
- Bij meer dan 5000 i.e.: hoe zit het dan, over het jaar gezien, met de spreiding van de aanvoer van het afvalwater op het riool?
- Gebruikt het bedrijf ontsmettingsmiddelen of een combinatie van ontsmettings- en reinigingsmiddel(en) die zijn toegelaten op basis van de Wgb?
- Worden deze middelen gebruikt volgens de productspecifieke gebruiksvoorschriften? Als dit niet het geval is, dan is dat een overtreding van de Wgb.
- Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat vet in het afvalwater komt?
- Is er een vetafscheider aanwezig?
- Ja? Check de regels voor handhaving vetafscheiders.
- Ja, alleen is er geen controlevoorziening. Dat klopt: de vetconcentratie in het afvalwater na de afscheider kan men niet gebruiken om de werking van een scheider te bepalen. Een steekmonster geeft namelijk geen goed beeld. Het nemen van een representatief monster vergt een onevenredige inspanning. Daarom is er geen eis voor een controlevoorziening.
- Heeft het bedrijf een Skal-certificaat?
- Ieder bedrijf dat biologische producten produceert, verwerkt, verpakt, importeert, verhandelt of opslaat, moet over een Skal-certificaat beschikken. Bij een melding zit dan een kopie van het Skal-certificaat.
- De term 'biologisch' is wettelijk beschermd. De Stichting Skal controleert dit.
Andere inhoudelijke regels
Naast regels over water gelden ook andere regels. Die vindt u op de pagina inhoudelijke regels voedingsmiddelenindustrie.