Veelgestelde vragen graven en saneren
Deze vraag is besproken in de werkgroep bodemregels in de Omgevingswet, waaraan vertegenwoordigers van decentrale overheden deelnemen. De werkgroep heeft het volgende advies gegeven over dit vraagstuk:
Heterogene bodemlaag: uitgaan van gemiddeld aangetroffen gehalte
Voorop staan de regels voor zorgvuldig graven, die voorschrijven dat initiatiefnemers partijen van verschillende kwaliteitsklassen gescheiden ontgraven. Maar in de bovenste laag van met name regelmatig geroerde stedelijke bodems is regelmatig sprake van een heterogene bodemkwaliteit.
Niet altijd te koppelen aan individuele bron
Daarbij zijn de eventueel hogere gehalten van stoffen die zijn aangetroffen in een verkennend onderzoek of voorkomen in de dataset die ten grondslag ligt aan de bodemkwaliteitszone uit de bodemkwaliteitskaart, niet altijd te koppelen aan een individuele bron. Ook zijn deze gehalten niet ruimtelijk te onderscheiden van de lagere gehalten van stoffen die zijn aangetroffen in datzelfde verkennende onderzoek of de bodemkwaliteitszone.
Omdat er in die situatie geen onderscheid in partijen is te maken, is er sprake van het ontgraven van een enkelvoudige heterogeen verontreinigde partij. In het vooronderzoek volgens NEN 5725 kan in een dergelijk geval uitgegaan worden van de gemiddeld aangetroffen gehalten, op basis van bodemkwaliteitskaart of verkennend onderzoek, als indicatie van de kwaliteitsklasse van de partij die is onderzocht. Dat laatste is relevant met het oog op artikel 5.11 derde lid van de Rbk 2022, dat moet worden toegepast bij het toekennen van een (indicatieve) bodemkwaliteitsklasse ‘matig’ of ‘sterk’ aan de partij die wordt onderzocht via een partijkeuring.
Onderbouwing partijdefinitie
Het verdient aanbeveling om in geval van een heterogene verontreiniging in het vooronderzoek volgens NEN 5725 expliciet aandacht te schenken aan het feit dat er sprake is van een heterogene verontreiniging. En te onderbouwen dat een verdere uitkartering van de verontreiniging en separate ontgraving van in meer en mindere mate verontreinigde partijen niet uitvoerbaar is. In dat geval kan de indicatieve indeling in kwaliteitsklassen van de te keuren partij plaatsvinden op basis van de gemiddeld in de bodem aangetoonde gehalten. Dat is in lijn met het tweede lid van artikel 5.11 van de Rbk 2022.
Afstemming met bevoegd gezag
Het kan daarom in de praktijk zo zijn dat bij de milieubelastende activiteit graven in de bodem waarbij gedeeltelijk sprake is van overschrijding van de interventiewaarden, slechts sprake is van de afvoer van een partij grond (indicatief) ingedeeld in een kwaliteitsklasse ‘wonen’ of ‘industrie’ op basis van de gemiddelde kwaliteit. Het is verstandig om hierover vooraf afstemming te zoeken tussen initiatiefnemer en het bevoegd gezag.