Gebruiksfunctie: woonfunctie
Bij een woonfunctie gaat het om een ruimte voor wonen. Denk aan vrijstaande woningen, eengezinswoningen, flat- of portiekwoningen, studentenhuizen en woonwagens.
Definitie woonfunctie
De 'woonfunctie' gaat over het gebruik van ruimten van een gebouw of ander bouwwerk om te wonen. De registratie van de gemeente kan aangeven dat iemand als bewoner is ingeschreven op een bepaald adres. Daar valt dan uit op te maken dat daar het hoofdverblijf van degene is en sprake is van een woonfunctie.
De definitie staat in bijlage I, onderdeel B, bij het Besluit bouwwerken leefomgeving Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup) (Bbl). Bij de woonfunctie is een verdere onderverdeling in gebruiksfuncties te maken die hierna zijn uitgelegd.
Woonfunctie voor kamergewijze verhuur
Een 'woonfunctie voor kamergewijze verhuur' is een niet-gemeenschappelijk deel van een woonfunctie waarin zich 5 of meer wooneenheden bevinden. Een 'wooneenheid' is een gedeelte van een woonfunctie voor kamergewijze verhuur voor afzonderlijke bewoning.
Bij minder dan 5 wooneenheden is geen sprake van kamergewijze verhuur. De aanname is dat er geen extra risico’s zijn voor de brandveiligheid vergeleken met een reguliere woning. Bij toepassing van de regels voor kamergewijze verhuur gaat het om de indeling in afzonderlijke wooneenheden en gezamenlijk gebruik van voorzieningen buiten de wooneenheid zoals een keuken, douche en toilet. Er is geen bovengrens voor het aantal wooneenheden.
Een woongebouw met zelfstandige studentenwoningen valt onder de 'normale' woonfunctie en niet onder 'woonfunctie voor kamergewijze verhuur'.
Woonfunctie voor studenten
Bij de ‘woonfunctie voor studenten’ gaat het om een woonfunctie voor studenten aan de universiteit, in het hoger beroepsonderwijs of in het (middelbaar) beroepsonderwijs (zoals bijvoorbeeld een regionaal opleidingscentrum (ROC)).
Woonfunctie voor particulier eigendom
De definitie van 'woonfunctie voor particulier eigendom' in het Bbl is: 'een woonfunctie die in particulier opdrachtgeverschap wordt gebouwd of bewoond door de eigenaar'.
Particulier opdrachtgeverschap betekent 'de situatie waarin een burger of een groep burgers, in het laatste geval georganiseerd als een rechtspersoon zonder winstoogmerk of volgens een overeenkomst, ten minste de economische eigendom verwerft en volledige zeggenschap en verantwoordelijkheid heeft over het gebruik van de grond, het ontwerp en de bouw van de eigen woning'.
Denk aan een burger die een grondkavel koopt en daar een woning laat bouwen. Of een groep burgers die een oud kantoorgebouw koopt en laat verbouwen tot woningen, waarin zij zelf gaan wonen.
Door de toevoeging 'of die door de eigenaar wordt bewoond' gaat het niet alleen om nieuwbouw, maar ook om het verbouwen van een bestaande woning. Artikel 4.9 van het Bbl geeft de uitzonderingen aan die gelden voor een woonfunctie voor particulier eigendom.
Woonfunctie in een woongebouw
Een 'woongebouw' is een gebouw of gedeelte daarvan met alleen woonfuncties en nevengebruiksfuncties Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup) daarvan, waarin meer dan 1 woonfunctie ligt die is aangewezen op een gemeenschappelijke verkeersroute. Denk bijvoorbeeld aan een woongebouw met portiek- of galerijwoningen.
Voorbeelden van gemeenschappelijke verkeersroutes: een centrale hal en gang in een appartementencomplex of de galerij van een flatgebouw.
Woonfunctie woonwagen
Een woonwagen is een woonfunctie op een perceel bestemd voor het plaatsen van een woonwagen. Alleen een woonwagen die op een specifiek daarvoor bestemd perceel is geplaatst, is een woonwagen als bedoeld in het Bbl. Uit het omgevingsplan volgt of sprake is van een perceel specifiek bestemd voor woonwagens.
Woonfunctie voor gastouderopvang
Van een woonfunctie voor gastouderopvang is sprake als de kinderopvang voldoet aan alle volgende voorwaarden:
- De opvang vindt plaats door tussenkomst van een geregistreerd gastouderbureau
- De opvang vindt plaats in een gezinssituatie door een ander dan degene die als ouder (of diens partner) aanspraak kan maken op een kinderopvangtoeslag
- De opvang vindt plaats op het woonadres van de gastouder
- De opvang bestaat uit de gelijktijdige opvang van maximaal 6 kinderen. Dat is inclusief de eigen (pleeg)kinderen van de gastouder (of diens partner) jonger dan 10 jaar die aanwezig zijn tijdens de opvanguren en op hetzelfde adres wonen
Woonfunctie voor verhuur
Dit is een woonfunctie waarbij een huurder (en niet de eigenaar zelf) de woonruimte bewoont. Het gaat om huur van woonruimte als bedoeld in het Burgerlijk Wetboek (artikel 7:232, lid 1).
Woonfunctie voor zorg
De woonfunctie voor zorg (zorgwoning) biedt bewoners professionele zorg binnen een speciaal daarvoor ingerichte woonomgeving. Daarbij zijn wonen en zorg geïntegreerd door een georganiseerde koppeling vanuit het zorgaanbod. Bewoners van een zorgwoning ontvangen deze professionele zorg gewoonlijk onder de Wet langdurige zorg of de Wet maatschappelijke ondersteuning. Dit onderscheidt het van mantelzorg.
Voor de woonfunctie voor zorg is de volgende onderverdeling te maken:
- zorgclusterwoning voor zorg op afroep, in een woongebouw
- zorgclusterwoning voor 24-uurszorg niet in een woongebouw
- zorgclusterwoning voor 24-uurszorg in een woongebouw
- groepszorgwoning voor zorg op afspraak
- groepszorgwoning voor zorg op afroep
- groepszorgwoning voor 24-uurszorg
- andere woonfunctie voor zorg
Voor meer informatie over zorgclusterwoningen, groepszorgwoningen en de indeling op basis van zorgbehoefte, zie hierna en de Nota van Toelichting van het Bbl (pagina 422 en 525).
Zorgclusterwoning en groepszorgwoning
Een groepszorgwoning is een zorgwoning bestemd voor het aanbieden van zorg aan minstens 5 zorgcliënten die in groepsverband samen 1 huishouding voeren. Bijvoorbeeld groepswonen van verstandelijk gehandicapten of van dementerenden. Als een groepszorgwoning 5 of meer wooneenheden omvat, dan gelden ook de regels voor de woonfunctie voor kamergewijze verhuur.
Een zorgclusterwoning is een zorgwoning bestemd voor het aanbieden van zorg aan minstens 1 zorgcliënt (al dan niet met een partner of gezin) die zelfstandig woont (dus geen groepszorgwoning). De zorgwoning maakt daarbij onderdeel uit van een rijtje (cluster) van minstens 4 van die woningen.
Meer informatie
Voor de woonfunctie gelden regels van het Bbl. In het infoblad Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) en woning (pdf, 2.9 MB) (voor grondgebonden woningen) vindt u uitgebreide informatie over de bouwregels voor de technische bouwactiviteit.
Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl)
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is één van de 4 algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) onder de Omgevingswet. Het Bbl bevat regels over bouwwerken.
Nevengebruiksfunctie
De definitie van nevengebruiksfunctie volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is: een gebruiksfunctie die ten dienste staat van een andere gebruiksfunctie. Een voorbeeld van een nevengebruiksfunctie bij een schoolgebouw (onderwijsfunctie) is een gymnastieklokaal (sportfunctie) of een kantine (bijeenkomstfunctie).
Ga voor meer informatie naar de pagina Nevengebruiksfuncties.