Webinar 'EPBD IV, Richtlijn Energieprestatie van Gebouwen'
Tijdens dit webinar krijgt u informatie over de EPBD IV die per 1 januari 2026 ingaat en wordt het tijdspad tot 2033 uitgelegd

Logo Informatiepunt Leefomgeving.
Beeldtekst:
EPBD IV
Richtlijn Energieprestatie van Gebouwen
We gaan zo beginnen
JAN: ‘Welkom, kijkers thuis en kijkers die later naar het webinar kijken. We gaan het vandaag hebben over EPBD IV. Dit is een reeks webinars die jullie als kijker van IPLO kennen. EPBD IV als onderwerp spreekt mensen aan. Er is een recordaantal aanmeldingen en kijkers. Dat vinden we fijn. Ik ga wat toelichten. Zo meteen starten we met onze tafelgasten. Jullie zien thuis dat je kunt reageren. Er zit boven in deze studio een team dat jullie vragen gaat beantwoorden. Af en toe wordt er een vraag doorgespeeld naar de tafel. De vraag beantwoorden we. Het webinar is terug te kijken. Beveel het gerust aan bij collega’s die vandaag niet konden kijken. Ik hoop dat jullie er veel van gaan leren. Ik ga mijn tafelgasten voorstellen. Rechts van mij zit Hans Weijers van het ministerie van VRO. Dat is verantwoordelijk voor de implementatie van de EPBD. Links van mij zit Margot Recter. Zij werkt bij het ministerie van VRO. Ze is een collega van Hans. We gaan van start. Eerst een mededeling. Het is stoer dat jullie hier zitten. Jullie gaven aan dat dit onderwerp nog in ontwikkeling is. Het zit in een implementatieproces. Logisch zou zijn om iets te vertellen als het klaar is, over wat het betekent en hoe het eruitziet. Jullie zitten hier nu al, doordat er veel vragen zijn bij IPLO. Mensen willen meer weten hierover. We vroegen of jullie bereid waren om een tipje op te lichten van het proces. Dat willen jullie. Dat wordt gewaardeerd. De kijker heeft gemerkt dat het webinar van de GACS nog niet door kan gaan. Dat webinar zou een karakter krijgen van vraag en antwoord. Als er vrij veel onduidelijk is, gaan mensen vragen stellen en moet je regelmatig zeggen: dat weet ik niet. We besloten dat uit te stellen. Dat houden de mensen thuis tegoed. Dat komt volgend jaar jullie kant op. Wat gaan we inhoudelijk vandaag bespreken? We hebben een aantal onderwerpen voor de kijkers. We hebben wat achtergrond. Dat ga jij toelichten, Hans. We gaan de hoofdlijnen van de richtlijn van de EPBD uitleggen. We staan stil bij het wetgevingsproces dat in verschillende tranches is ingericht. Die gaan we doornemen. We starten met de achtergrond van de EPBD IV. Ik geef jou het woord, Hans. Wat zijn de achtergronden van de richtlijn?’
HANS: ‘Ja, dank je wel. De EPBD is onderdeel van het Fit for 55-traject vanuit Europa. De EPBD is een onderdeel om de energie-efficiency van alle gebouwen te verbeteren en de broeikasgasemissies te verminderen. Dat heeft als doel om een emissievrije gebouwenvoorraad te krijgen in 2050. Daar zijn een aantal maatregelen voor in de EPBD opgeschreven. Er zijn normen, ondersteuningsmiddelen en nieuwe rekenmethodes. Dat zit allemaal in de EPBD.’
JAN: ‘Je noemde de Green Deal en het Fit for 55-pakket. Dat zijn duizenden pagina’s. Ik heb ze niet gelezen. Er komen veel richtlijnen uit voort. Veel kennen we. De EED zullen mensen kennen. De RED kennen mensen wellicht van naam als je in deze wereld zit. Kun je vertellen hoe die zich verhouden tot elkaar?’
HANS: ‘Daar heb ik een plaatje bij. De RED is de Renewable Energy Directive. Dat gaat over hernieuwbare energie. Die heeft allerlei bepalingen om te zorgen dat onze energiesystemen zoveel mogelijk hernieuwbaar worden. De EED is de Energy Efficiency Directive. De doelstelling daarachter is om alles zo energie-efficiënt te doen. Meer dan alleen de gebouwen. Dat gaat ook over de processen bij de industrie. Dat komt mooi samen bij de EPBD. Die heeft die beide doelstellingen voor gebouwen. Het moet zo energiezuinig mogelijk en waar je nog energie gebruikt, moet dat hernieuwbaar zijn. Daar komt het samen.’
JAN: ‘Gebouwen staan centraal. Dat is de reden dat de wet door jullie ministerie wordt geïmplementeerd. Het is een mooi plaatje, heel helder. Een mooie driehoek die doet denken aan de Trias Energetica in Nederland. Die zullen de kijkers kennen. Die heb je in 2050 uitgespeeld.’
HANS: ‘Ja, dat klopt.’
JAN: ‘Een mooie stap. Dat cijfer IV erachter is interessant en boeiend. EPBD lijkt heel vooruitstrevend en nieuw, maar dat is het niet. De eerste EPBD dateert al uit 2002.’
HANS: ‘Ja, die is al heel oud. Dit is de derde herziening. Dat betekent dat het de EPBD IV is.’
JAN: ‘Een langzaam proces dat steeds een trapje hoger gaat. Nu naderen we het summum van het proces.’
HANS: ‘Ik sluit niet uit dat er een EPBD V gaat komen.’
JAN: ‘Wie weet. Fijn, dank je wel. Dat is voor mij helder. We gaan naar de hoofdlijnen van de richtlijn. Weer een mooi plaatje. Fantastisch.’
HANS: ‘Het is de emissievrije gebouwvoorraad in 2050. Om dat praktische handvaten te geven, moet een emissievrij gebouw voldoen aan de ZEB. Dat is de Zero Emission Building-standaard. Dat is wat ik net al benoemde. Dat betekent dat een gebouw zo weinig mogelijk energie gebruikt. Dat betekent dat je het gebouw zo goed mogelijk moet inpakken en de installaties zo efficiënt mogelijk zijn. We willen dat de uitstoot van broeikasgassen zo laag mogelijk is. Dat moet in 2050 klimaatneutraal zijn. Dat betekent dat de energievoorzieningen buiten het gebouw niet meer op fossiele brandstoffen mogen draaien. De gebouwen worden niet meer aangesloten op aardgas. Dat is nu al zo. Dat geldt voor bestaande gebouwen.’
JAN: ‘Dat zijn vier duidelijke pijlers. In het voorgesprek vroeg ik aan jou of drie niet uit vier volgt. Een logische verklaring had je. Mooi voorbeeld hoe drie zich onderscheidt van vier.’
HANS: ‘We proberen een duidelijk onderscheid te maken tussen het gebouw en het energiesysteem eromheen. De gebouweigenaar heeft niet zoveel invloed op het energiesysteem. De gebouweigenaar kan goed aan de slag met de gebouwen zelf. Drie heeft meer te maken met een nieuw gebouw dat neergezet wordt. Dat wordt niet meer aangesloten op aardgas. Een bestaand gebouw gaat van het aardgas af. Wat aan energie binnenkomt, is niet alleen aardgas, maar ook elektriciteit. Elektriciteit wordt nog deels opgewekt met fossiele brandstoffen, als aardgas of andere fossiele brandstoffen. Dat moet voor 2050 opgelost worden.’
JAN: ‘Dat is duidelijk. Alles in dit plaatje draait om de term ZEB. We kennen deze afkortingen in Nederland al langer. We hebben BENG gehad. Is ZEB de Engelse vertaling van wat je in Nederland ENG zou noemen, een Energieneutraal Gebouw?’
HANS: ‘Nee. Dat is een goede vraag. Die hoor ik vaker. Er is met de EPBD IV een shift gemaakt van energie naar emissie. De BENG en ENG gaan over energieneutraal. ZEB gaat over emissie. Dat sluit aan op de Fit for 55 die ik al noemde, om emissievrij te zijn. Dat hoort daarbij.’
JAN: ‘De gedachte is dat je het gebouw als emitter in het CO₂-systeem gaat zien. Dat ga je terugdringen.’
HANS: ‘Ja. Voor nieuwbouw proberen we dat terug te dringen. Daar komen we later op, de Whole Life Cycle Global Warming Potential. De hele levenscyclus van een gebouw zonder emissie wordt ook klimaatneutraal. Bestaande gebouwen zitten in de operationele fase. Die gaat ook emissievrij worden.’
JAN: ‘De gebouweigenaren zullen denken: mooi om met een goed doel bezig te zijn. Wat komt er op me af? Wordt met implementatie van de EPBD IV gekeken naar ondersteunen bij doelstellingen, naast de wetgeving?’
HANS: ‘Ja. Dat is niet iets van alleen Nederland. Dat is onderdeel van de hele EPBD IV. Het is een pakket dat op elkaar aansluit. Aan de ene kant zitten er normen in. Aan de andere kant ook ondersteuningspakketten. Iedere lidstaat, ook Nederland, wordt geacht om financiële ondersteuning en technische bijstand te leveren. We hebben nu energieloketten en verbeterjehuis.nl, dit gaat over in het Energiehuis. Er zijn verschillende ondersteuningsmaatregelen en instrumenten, zoals het renovatiepaspoort. Stel dat je gebouweigenaar bent en niet weet hoe je naar 2050 komt. Een renovatiepaspoort is een instrument om je op weg te helpen de stappen te nemen naar 2050. Daarbij verlangt de EPBD een sterke focus van de lidstaten voor de kwetsbare huishoudens. Die moeten goed ondersteund worden.’
JAN: ‘Daar wordt goed voor gezorgd. Je introduceert nieuwe, interessante termen. Daar kunnen webinars over gaan. Kun je toelichten wat een renovatiepaspoort is en wat een Energiehuis inhoudt?’
HANS: ‘Ja, misschien kennen mensen het maatwerkadvies. Je kunt een energielabel krijgen. Je kunt ook nu al maatwerkadvies aanvragen. Dan wordt er een advies gegeven over wat jij kunt verduurzamen in het kader van je huis. Daar zit niet per definitie een doel aan. Met de EPBD IV komt er een renovatiepaspoort. Dat wordt een 2.0-maatwerkadvies. Daarin staan alle stappen beschreven hoe jij je huis 2050-ready maakt.’
JAN: ‘Je noemde het Energiehuis. Is dat een organisatie die mensen gaat ondersteunen bij gebouwbeheer?’
HANS: ‘Ja. Het is een samenstelling van wat we nu al hebben. We zijn in Nederland ver, wat dat betreft. Iedere gemeente heeft een vorm van een energieloket. Als je zelf wat wilt, hebben we centraal verbeterjehuis.nl. Daar kun je zelf aan de slag. Voor de kwetsbare huishoudens hebben we de energiearmoede-aanpak. We gaan dat in het kader van de EPBD meer op elkaar afstemmen en samenvoegen. Zo wordt het één logisch geheel, dit is het Energiehuis. Dat wordt in de EPBD een one-stop-shop. Er is één plek waar je terechtkunt om je klaar te maken. De één-loketgedachte in Nederland.’
JAN: ‘We slaan de subsidies over. Er kijken zeker mensen die zich afvragen wat die subsidies inhouden. Kun je iets vertellen?’
HANS: ‘Ja, de financiële ondersteuning is een heel belangrijk punt in de EPBD. Gelukkig zijn we al heel goed op weg. We hebben de ISDE voor woningeigenaren en de SAH voor verhuurders. We hebben het Warmtefonds. Daarbij kun je tegen gunstige voorwaarden je verduurzaming financieren. Dat soort maatregelen. We hoeven er niet zoveel aan toe te voegen om dat te realiseren.’
JAN: ‘Ik kan me voorstellen dat hier vragen over zijn. Aan het eind komen er internetadressen waar je terechtkunt voor meer informatie. Dit is de aankondiging, voordat mensen teleurgesteld zijn dat niet alles is behandeld in drie kwartier. Ik hoor je zeggen dat er deels wetgeving komt. Bepaalde dingen moeten. Samengevat komen er deels beleidsinstrumenten, waar meer de stimulerende maatregelen in zitten. Veel regels moet je implementeren. Hoe ga je dat aanpakken? Waar begin je en hoe doe je dat?’
HANS: ‘Dat is een behoorlijke uitdaging. We hebben deze hele implementatie opgesplitst in een aantal tranches. Momenteel zijn we bezig met tranche één. Die werkt toe naar een oplevering van de wet- en regelgeving in mei 2026. Dat is een verplichte datum in de EPBD IV om dat gerealiseerd te hebben. We hebben hierna nog twee tranches. De tweede tranche hebben we ook opgeknipt. Die betreffen onder andere de MEPS. Dat moet in 2027 gerealiseerd worden. Nog een heel belangrijk jaar is 2030. Dat is de derde en laatste tranche. Dat heeft te maken met wat we daar gaan doen in het kader van de bepalingsmethode en de energielabels.’
JAN: ‘Straks gaan we dieper op de tranches in. Ik zie dat we doorgaan in de sheets. Er staat iets over implementatie in bestaande wettelijke instrumenten, zoals het Bkl. Misschien kunnen we daarnaar terug. Dan zie je makkelijk wat het geworden is. Er moet iets met het Besluit bouwwerken leefomgeving, Bbl, ook iets met het Besluit kwaliteit leefomgeving, Bkl, en met de omgevingsregeling. Waarom is dat zo versnipperd? Kun je iets vertellen?’
HANS: ‘Daar kan ik over vertellen. Het is bijna een soort staatsrecht. Wet- en regelgeving zit zo in elkaar: een wet, besluit en omgevingsregeling. De eerste en de derde horen sowieso bij elkaar. Het besluit zit meer op de hoofdlijnen en normen om te volgen. In de omgevingsregeling staan technische details, bijvoorbeeld verwijzingen naar NEN-normen of andere technische dingen. Het Besluit kwaliteit leefomgeving heeft te maken met sommige onderwerpen om een gebouw een betere plek te maken. De basis vindt plaats in de Bbl. Dat is de bijbel voor de EPBD in deze.’
JAN: ‘Dit valt onder de Omgevingswet, als dit nieuw voor je is. Dat is de brede wet die er inmiddels is. Daar komt alle omgevingswetgeving onder één dak te zitten. We gaan nu door naar de volgende sheet. Het gaat over tranche één. Waar sta je nu?’
HANS: 'Bij tranche één hebben we afgelopen zomer de internetconsultatie gedaan. Daar hebben we veel opmerkingen over gehad. Dat is hartstikke goed. Daar doen we die consultaties voor. De afgelopen periode hebben we die zo goed als mogelijk verwerkt in de toelichting. We gaan deze eerste tranche voor advies voorleggen aan de Raad van State.'
JAN: 'Wanneer verwacht je antwoord?'
HANS: 'Die claimen voor zichzelf altijd een tijd van twee à drie maanden. Ze hebben helaas niet alleen de EPBD te doen, maar ook andere onderwerpen. Ze houden wat marge erin.'
JAN: 'Je hebt de consultatie gedaan. Heb je daar interessante inzichten uitgehaald?'
HANS: 'Eén van de belangrijkste inzichten is voor ons duidelijk en evident, voor de lezer is dat soms niet zo. Het heeft ons erg geholpen om een aantal zaken helderder te noteren. Dat is heel mooi.'
JAN: 'Voor we de wetgevingstranches ingaan, krijg ik een vraag binnen van iemand. Sascha vraagt: het EPBD lijkt meer iets voor gebouweigenaren. Hoe zit het met huur- en verhuursituaties, met name multifunctionele gebouwen? Ze noemt split incentive. Dat blijft, lijkt me?'
HANS: 'Het is een belangrijk uitgangspunt dat de split incentive er is. Niet dat er verduurzaamd wordt en de huurder daarvoor alleen zou opdraaien, dus dat is iets waar we zeker rekening mee proberen te houden.'
JAN: 'Er wordt rekening gehouden met huur- en verhuursituaties.'
HANS: 'Zo hebben beide partijen daar voordeel van.'
JAN: 'Goed. Nu die tranche één in. Laten we dieper in het wetgevingsproces duiken. Jij hebt gezegd waar je staat. Je hebt zaken niet genoemd, maar op de sheet gezet, bijvoorbeeld zonnepanelen. Hoe zit dit nu? Er komt een verplichting voor gebouweigenaren om zonnepanelen te leggen op hun dak. Dit is bekend en onderdeel van de erkende maatregelen. Hoe zit dat samen?'
HANS: 'Met name in de utiliteitsbouw had je al erkende maatregelen. Als zonnepanelen zich binnen vijf jaar terugverdienen, ben je verplicht om die te leggen. Dat is landelijke regelgeving. Wat we met deze actie gaan doen, is de gebouweigenaren niet aan twee maatregelen laten voldoen. De EML-maatregel voor zonnepanelen komt hiermee te vervallen en gaat over in deze maatregel.'
JAN: 'Geen dubbele lasten?'
HANS: 'Nee, dat klopt.'
JAN: 'Wat was de regel precies? Er wordt gekeken naar gebouwoppervlakte. Hoe ziet dat eruit? Moeten gebouweigenaren hun hele dak vol leggen? Wat is de plicht om aan te moeten voldoen?'
HANS: 'Er komt een norm voor een x-aantal kilowattuur per vierkante meter. Er wordt nu gedacht aan tien kilowattuur per vierkante meter. Dat is een redelijk haalbare eis. Als het technisch en economisch niet haalbaar is, of je dakoppervlakte is te klein, kun je het zoveel mogelijk vol leggen. Het is niet de bedoeling dat alles vol komt te liggen. De norm is gericht op de gebouwgebonden energie. Het is niet het dak vol leggen om de energie van heel Nederland of je buren te doen. Het is het gebouwgebonden energiedeel.'
JAN: 'Ik wilde vragen hoe het zit met netcongestie. Moet je gaan leveren en kan dat? De bedoeling is dat het afgestemd is op je gebouwgebruik en -omvang?'
HANS: 'Ja.'
JAN: 'We zien laadpalen op de sheets. Ik bedenk dat het te maken heeft met of ze aangesloten kunnen worden en er stroom op komt. Kan het wel in de huidige tijd?'
HANS: 'Die netcongestie is wel iets dat speelt. We gaan ervan uit dat het tijdelijk is. Dat is de hoop. Het gaat om neerzetten van laadpalen, maar ook over het voorbekabelen en de goten neerleggen. Dat is niet aan netcongestie onderhevig.'
JAN: 'Het voorbereiden kun je al doen. Die verplichting is er wel. De fietsparkeerplaatsen zijn handig. Het gaat heel vaak over energie in deze webinars. Een fietsparkeerplaats is een andersoortige maatregel. Dit gaat in Nederland geen probleem zijn. Dat zijn we gewend.'
HANS: 'Ja. Daar hebben we regels voor. Dat is inderdaad geen probleem.'
JAN: 'Gelukkig. Het tweede puntje op de sheet was GACS. Dit webinar met vraag en antwoord over de GACS wordt uitgesteld. Er is veel onduidelijk. Het kan vragen over het proces oproepen. Kun je iets vertellen?'
HANS: 'Zoals de kijkers weten, is dit EPBD IV. Hiervoor was EPBD III. Dat is alweer zeven jaar geleden. Die eisen gaan in per 1 januari 2026. We zijn nu bezig met de eisen voor de EPBD IV voor GACS. Die gaan in per mei 2026. Je snapt dat daar een samenloop in zit. Dit is de planning die nu speelt. Het is de bedoeling dat de GACS-eisen in februari worden geconsulteerd via internet.'
JAN: 'Ik ga door op keuren van gebouwinstallaties. Wat houdt dat in? Wat is het bewijsmiddel dat aangeeft dat je een installatie hebt die bijdraagt aan de doelen van de EPBD?'
HANS: 'We zijn van plan om de keuringen van installaties te laten vervallen. We zien liever dat de installaties zo worden ingericht dat ze bijdragen aan de energieverbetering van het gebouw. Tot nu toe moesten de installaties aan normen voldoen. Het wordt een vinkje of je gekeurd bent. Het achterliggende idee van de keuringen van technische installaties en de gebouwautomatiserings- en controlesystemen is dat je energievoorziening in zijn geheel beter wordt. Daar ligt de focus meer op.'
JAN: 'Je hebt het over een verbeterd energielabel. Wat wordt daarin verbeterd?'
HANS: 'Het wordt deels verbeterd omdat er in 2030 een belangrijke verandering is met het energielabel. Daar komen we mogelijk op terug. Dat gaan we nu vast voorbereiden. Er komen extra indicatoren bij die we gaan gebruiken in 2030, maar nu alvast op het label zetten. Dat is om daaraan te wennen en klaar te zijn. Ook voor de WLC-GWP-indicatoren maken we alvast ruimte op het label, zodat die in 2028 gebruikt kan worden.'
JAN: 'Je noemt een afkorting van zes letters. Daar gaan we straks op in met wat het betekent. Dat kan heel ingewikkeld zijn. Een belangrijke vraag: jullie zijn nationaal het bevoegd gezag voor de implementatie. Het bevoegd gezag voor de uitvoering ligt decentraal. Dat betekent dat daar dingen gaan veranderen. Hoe help je decentrale overheden met deze voorbereiding?'
HANS: 'Dat is een goede vraag. Bij iedere wet- en regelgeving voeren we altijd een artikel-2-onderzoek uit. Dat is bedoeld om te kijken welke wijzigingen er zijn in de wettelijke taken voor het bevoegd gezag. Komen er taken bij, veranderen of vervallen er taken? Dat hebben we nu ook gedaan. Met de uitkomsten daarvan gaan we in gesprek met de VNG om te kijken hoe gemeenten en andere bevoegde gezagen hierin gecompenseerd kunnen worden.'
JAN: 'Artikel 2 is niet voor iedereen duidelijk. Het is om te onderzoeken wat de lastenverzwaring van die gemeenten op toezichtsgebied kan worden?'
HANS 'Ja.'
JAN: 'Dit wordt gedaan. Wanneer is er meer over bekend?'
HANS: 'Dat is uitgevoerd en is al definitief. Naar mijn weten zijn de resultaten ook al gepubliceerd. Het vormt een onderdeel richting de Raad van State en de publicatie.'
JAN: 'Misschien een beetje zelfpromotie. De IPLO gaat een rol spelen in de communicatie. Daarover hebben wij contact met jullie ministerie. Veel informatie voor gemeenten en omgevingsdiensten is te lezen op de website van IPLO. Er zit een team klaar om vragen te beantwoorden. Daar kun je altijd terecht.'
HANS: 'Het artikel-2-onderzoek kan daar geplaatst worden.'
JAN: 'We hebben veel met jou gepraat, Hans. Bijna vergeten dat jij er bent. We gaan jou het woord geven. Jij weet meer over tranche twee.'
MARGOT: 'Ja, dat klopt.'
JAN: 'Kun jij die toelichten? Wat houdt dat in?'
MARGOT: 'Tranche twee bevat een aantal eisen, specifiek voor utiliteitsgebouwen en deels voor nieuwbouw. De belangrijkste is de minimale energieprestatie-eis, de MEPS. Dat zijn minimale eisen waar gebouwen vanaf 2030 en 2033 aan moeten voldoen. Het bevat ook een bepaalde rekenmethode, met name voor overheidsorganisaties, voor nieuwbouweisen, de ZEB-eis. Dat betekent dat nieuwbouwgebouwen voor overheidsorganisaties aan een hogere eis moeten voldoen vanaf 2028.'
JAN: 'We krijgen nog steeds vragen binnen op het scherm. Gaan we door met onderwerpen of terug naar het vorige? Er komen veel vragen binnen over netcongestie. Straks verder met tranche twee. Ik wil de mensen thuis bedienen met hun vragen. We hebben het gehad over laadpalen. Je moet ze aanleggen met die voorbekabeling. Is dat technisch onmogelijk, stel ik me voor dat er bezwaren zijn bij gebouweigenaren voor deze kosten. Kun je dieper ingaan op dat probleem van netcongestie en hoe gebouweigenaren daarmee om moeten gaan?'
HANS: 'Het is heel lastig om dat te beantwoorden. Misschien dat er een uitzondering is als het economisch niet haalbaar is. Dan zou het later moeten als het wel technisch haalbaar is.'
JAN: 'Je gaf aan dat je de voorbekabeling vast kunt leggen.'
HANS: 'Dat kun je doen.'
JAN: 'Je plaatst een paal waar je niet op kunt inpluggen met je auto. Dat is de consequentie. Dan is het wachten tot het net in staat is die paal te voeden. Dat is niet ideaal. Het is de omstandigheid in Nederland. We hebben een webinar gehad over netcongestie. Er zijn lokaal oplossingen.'
HANS: 'Je kunt iets met opslag doen of collectief, met congestiemanagement in je omgeving.'
JAN: 'Ik ga terug naar Margot, om niet te veel van het verhaal af te wijken. Consultatie volgend jaar. Wat is lastig bij de implementatie?'
MARGOT: 'Hans heeft het toegelicht. Het energielabel gaat op de schop, vooral de bepalingsmethode bij het energielabel met bijbehorende indicatoren. Voor de nieuwbouweis voor overheidsgebouwen die in 2028 in de Bbl moet staan en bij de MEPS hanteren wij nog het oude systeem. Er komt een nieuw systeem. Dat is een zorgpunt voor beide onderwerpen. We kijken hoe we daar een methode voor kunnen bedenken. Voor 2028 hebben we de verschillende eisen al in de wetgeving opgenomen, nog zonder de bepalingsmethodiek. Een zoektocht. Daar proberen we een creatieve oplossing voor te bedenken.
JAN: 'Overheden moeten aan de slag. Nieuwbouwgebouwen voor overheden. Hoe doen andere lidstaten dat? Waar lopen die tegenaan?'
MARGOT: 'De meerderheid van de lidstaten heeft het voordeel dat de bepalingsmethode niet op de schop hoeft. Voor ons is dat nadrukkelijk wel. Daar is een verschil. Voor sommige lidstaten geldt ook dat die veel meer gebouwen in nationaal bezit hebben. Frankrijk heeft nationaal veel meer gebouwen in bezit. Die pakken dat op een andere manier aan. We kijken in de uitwerking van de MEPS naar Denemarken en België. Die hebben soortgelijke implementatie-ideeën. We kijken naar elkaar, iedereen is daar zoekende in.'
JAN: 'Je wisselt wel ideeën uit?'
MARGOT: 'Zeker.'
JAN: 'Je noemt de MEPS. Dat is voor ingewijden een ingeburgerd begrip. Ik wil vragen om dat toe te lichten. Waar staat het voor en wat is het?'
MARGOT: 'De EPBD vraagt aan ons om in 2030 en 2033 met minimale energieprestatie-eisen te komen. Dat betekent dat de EPBD ons vraagt om aan te geven welke labels bepaalde gebouwen moeten hebben vanaf 2030 en 2033. Nederland is een labelverplichting gewend, de kantoren-label-C-verplichting. Europa vraagt ons om dat voor een bredere doelgroep te implementeren. Europa vraagt ons naar twee data, in 2030 en 2033, om met eisen te komen.'
JAN: 'Wat zijn de eisen?'
MARGOT: 'We zijn in de verkennende fase met tranche twee. We gaan in de lente van 2026 in consultatie. We mikken nu op een eis in 2033 voor label C, met een tussenstap voor label D in 2030. Onze oproep aan gebouweigenaren is om in 2033 meteen naar label C te gaan. Dat wordt tot 2033 het doel.'
JAN: 'Anders ben je drie jaar bij één label en drie jaar later weer. Dan kun je beter meteen doorstromen naar het juiste label.'
MARGOT: 'Dat is de oproep. Tegelijkertijd vraagt Europa ons om een norm voor 2030. Vandaar de tussenstap met label D.'
HANS: 'Het is nog mooier met het oog op 2050.'
MARGOT: 'Zeker. Uiteindelijk moeten we allemaal naar ZEB-gebouwen gaan. We zien de MEPS als een tussenfase met het oog op 2050. Daarbij schelen 2030 en 2050 twintig jaar en 2030 en 2033 drie jaar. Dat is een iets andere termijn.'
JAN: 'Dat stel ik me voor. Je had nog een idee. Dat is de term ‘werkelijk gebruik’. Kun je iets vertellen?'
MARGOT: 'Wij zetten de norm in de wetgeving neer op basis van EP2-waarden. Dat is de labelwaarde. We geven gebouweigenaren ruimte om op andere manieren te tonen dat ze aan de norm voldoen. We kijken naar werkelijk verbruik die je daarvoor kunt gebruiken, zoals een set van maatregelen. Dan kun je aantonen dat je naar een bepaald niveau gaat als gebouweigenaar. Wij zetten het in de regelgeving als kilowattuur per vierkante meter. Dat wordt de norm waar men naartoe moet gaan. In de communicatie worden dat labels D en C. Werkelijk gebruik wordt het doel. De norm staat op EP2-waarden met een ingewikkelde indicator erachter. We proberen dat anderszins aan te tonen.'
JAN: 'Ik besef dat op het scherm wat termen staan, nog zonder toelichting. Je hebt die prachtige afkorting WLC-GWP geïntroduceerd. Kun je iets zeggen over die term?'
MARGOT: Ik verwijs het graag door naar mijn tafelheer daar.'
JAN: 'Hans heeft bewezen het te kennen.'
HANS: 'WLC is een fantastisch acroniem, de Whole Life Cycle Global Warming Potential. Het gaat over de woorden Whole Life Cycle, dat gaat over de hele levensduur van een gebouw. Dat is vanaf de materialenwinning tot aan sloop en hergebruik. Daartussen is de operationele fase en daar de broeikasgasemissies van. De broeikasgasemissies worden berekend over de hele levensduur van het gebouw. De levensduur van het gebouw is gesteld op 50 jaar. Dit is een eis voor nieuwbouw. De Whole Life Cycle Global Warming Potential moet klimaatneutraal in 2050.'
JAN: Ik begrijp dat het een soort footprint is, die term kunnen mensen wel duiden, voor de hele levensduur, vanaf het idee voor de bouw tot aan de sloop. De plek op de aarde van dat gebouw in die tijd is deze mooie afkorting.'
HANS: 'Die wordt langzaam geïntroduceerd. Het heeft die doelstelling van 2050 om alle nieuwbouwgebouwen klimaatneutraal te hebben.'
JAN: 'Ik kan het goed volgen, maar er zit heel veel rekenwerk achter.'
HANS: 'Zeker.'
JAN: 'Wie gaat straks op welke manier rekenen? Kun je daarover vertellen?'
HANS: 'Misschien kennen de kijkers de MPG op dit moment. Voor de WLC-GWP wordt goed gekeken naar de hele MPG-systematiek, maar ook naar het ecosysteem wat daaromheen zit. Het wordt vrij langzaam geïntroduceerd. Er is een rekenplicht in 2028 voor hele grote gebouwen en vermelding op het energielabel. Vanaf 2030 komen er ook grens- en streefwaardes. Met ZEB in 2050 heb je MEPS als tussendoel. Datzelfde krijg je voor de WLC-GWP. Het einddoel is klimaatneutraal. Je krijgt streefwaardes in 2030 en 2040 om te kijken of we als land on track zijn.'
JAN: 'Het is boeiend, maar ook best ingewikkeld. Een wereld op zich. Ik kan me voorstellen dat mensen die kijken niet alles kunnen plaatsen. Er wordt genoeg over gepubliceerd. Dat zien we zo. Kijk dat gerust nog eens na, want het is best ingewikkeld. Dit zijn pas twee tranches. We gaan nog een derde tranche behandelen. Hans, ik mag jou het woord geven. Wat kun je toelichten over tranche drie?'
HANS: 'Die ligt gelukkig iets verder in de tijd. Zoals Margot ook al zei, heeft dit alles te maken dat we in Nederland overschakelen naar een ander bepalingssysteem voor energieprestatie. Dat ligt nu ten grondslag aan het label. De NTA 8800-methodiek wordt nu gebruikt, voor de kenners. Die gaan we moderniseren. Dat betekent dat de labelsystematiek een andere indeling gaat krijgen. De labelnamen worden in heel Europa geharmoniseerd. In Nederland maken we gebruik van plusjes, tot vier of vijf plusjes aan toe, heb ik begrepen. Dat gaan we in Europa helemaal gelijktrekken. Je krijgt alleen maar G tot en met A. Bij A is het de bedoeling dat je ZEB bent. Wij gaan dat anders inregelen. Wij gebruiken een variant daarop, de A0. Bij ons is dat ZEB. Dat wordt een aanduiding naast de letter. Je krijgt geen apart label A0. Naast alle A tot en met G’s komt apart een aanduiding of je klaar bent voor ZEB. Je kunt een A-ZEB of B-ZEB hebben.'
JAN: 'Margot vertelde over het werkelijke gebruik na te streven. In tranche drie noem je weer de labelsystematiek, dat snap ik niet.'
HANS: 'De labels blijven. Dat gaat over de energieprestatie van een gebouw. Die blijven tot 2050 bestaan. Er komt een belangrijke indicator ZEB als doel. Het moet voor iedereen duidelijk zijn wat te doen. Zo’n label is een indicatie om te benchmarken waar je ongeveer staat, ten opzichte van andere gebouwen en je eigen gebouw. Ben ik al aan het verbeteren? Margot had het over het aantonen dat je de minimale energieprestatie hebt gehaald. Dat kun je op verschillende manieren aantonen. Je kunt zeggen dat je voldoet aan een label, dat is het makkelijkste. Sommige gebouweigenaren willen of hebben dat label misschien niet. We willen ze de ruimte geven om het op een andere manier aan te tonen. Dat kan zijn via het werkelijk gebruik. Dat is wat op je meter staat. Er moeten mitsen, maren, plussen en minnen bij. Dan kun je aantonen dat je goed bezig bent met het verduurzamen van je gebouwen.'
JAN: 'Je noemt de rekenplicht als laatste op deze sheet. Ik heb geen goed beeld van wie er gaat rekenen. Hoe is de verhouding in de rekenplicht tussen gebouweigenaren en bevoegd gezag? Wie doet wat en hoe acteert dat met elkaar?'
HANS: 'Voor de rekenplicht is het net als voor de energielabels. Er zijn nu EP-adviseurs. Zij rekenen aan jouw huis voor het label. Er zijn ook MPG-rekenaars. MPG-rekenaars worden omgeschoold tot WLC-GWP-rekenaars. Zij moeten zorgen dat die Whole Life Cycle GWP wordt berekend over een gebouw. Daar vindt een interactie plaats tussen het label en de WLC-GWP. Voor de operationele fase van de WLC zijn de gegevens nodig van de EP-adviseur. Daar vindt samenspraak plaats. De gegevens komen uiteindelijk weer terug bij die EP-adviseur om het op het label te plaatsen.'
JAN: 'Er is nog een hoop werk de komende tijd. Drie tranches. Dit is voor nu wat we kunnen vertellen. Zoals aan het begin gezegd, nog niet alles is bekend. Dat gaan we met elkaar ondervinden. We zijn lang niet uitgepraat. Het komende jaar komt er meer informatie. Komend jaar gaan we proberen dat GACS-webinar alsnog te presenteren, met veel ruimte voor vragen en antwoorden. Jullie zitten nu aan tafel, maar er zijn veel collega’s bezig met het onderwerp. Op veel details zitten er collega’s. Volgend jaar hopelijk de GACS-collega’s aan tafel. Ik kijk naar rechts of ik vragen klaar heb staan, dat is niet zo. We kunnen naar de slotsheet gaan waarop de verwijzingen staan naar de informatieplekken. IPLO is hét kenniscentrum van de overheid, zoals aangekondigd, als het gaat om omgevingswetgeving, dus ook hiervoor. Daar kun je terecht. Er is veel te lezen, maar vragen kun je stellen. Je krijgt van een helpdesk binnen een paar dagen goed en professioneel antwoord. RVO heeft ook een rol in het hele energieveld. Daar kun je ook terecht via deze URL. Als laatste de website, die kende ik niet en wil ik graag noemen. Jullie moeten lachen, dat zegt vast veel. Het is dé website van jullie ministerie op dit gebied. Ik wil dat vooral aanbevelen bij de mensen thuis. Volkshuisvestingnederland.nl/EPBD. Het is de domeinnaam die het beste onthouden kan worden. Ik heb begrepen dat de mensen in de green room de link delen in de chat. Zo kun je het thuis aanklikken. Ik wil jullie hartelijk bedanken voor jullie bijdrage. Tot ziens en veel succes met de verdere implementatie.'
Bedankt voor het kijken!
Meer informatie over webinars over energiebesparing
Het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) organiseert in samenwerking met het ministerie van Klimaat en Groene Groei en het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening diverse webinars met uitleg over de plicht tot verduurzaming van energiegebruik. Ook de onderwerpen waarmee toezicht en handhaving op deze plicht mee te maken krijgt komen aan bod.
Het IPLO biedt de volgende webinars aan:
Algemene webinars (uitleg over definitieve wetgeving en over veelgestelde vragen aan de helpdesk van het IPLO)
Technische webinars (uitleg over technieken die energietoezichthouders tegenkomen bij hun controles op de energiebesparingsplicht)