Ga naar de inhoud
Direct naar
  • Contact
  • Stel uw vraag
Informatiepunt Leefomgeving (naar homepage)
Zoeken in deze site
  1. Home ›
  2. Thema's ›
  3. Energiebesparing ›
  4. Ondersteuning en tools energiebesparing ›
  5. Webinars energiebesparing ›
  6. Webinar Isolatie van de gebouwschil
  • Home
  • Actueel
  • Regelgeving
  • Thema's
  • Digitaal stelsel
  • Contact
  • Contact
  • Stel uw vraag

Webinar Isolatie van de gebouwschil

Dit webinar biedt toezichthouders energiebesparing met weinig kennis over de isolatie van gebouwschil meer informatie. Er wordt aangesloten bij de maatregelen rond deze technieken die te vinden zijn op de Erkende Maatregelen Lijst energiebesparing (EML). Muurisolatie, dakisolatie en de diverse soorten beglazing komen aan bod.

still
video: Video

Downloads

  • Video | Video | mp4
  • Ondertitels | Ondertiteling | srt
  • 20260515 - RWS webinar -Isolatie gebouwschil v1.2 | Video | pdf | 7.7 MB

Uitgeschreven tekst

(Muriël): “Welkom bij de webinar Isolatie van de gebouwschil. Waarom trekken wij een warme jas aan in de winter en laten wij gebouwen in de kou staan? Vandaag gaan we het hebben over de erkende maatregelen die zijn opgesteld voor de isolatie van gebouwen. En ja, dus om ze warm aan te kleden. Jullie kunnen in dit webinar vragen stellen en deze zullen wij dan later beantwoorden. Naast mij zit Arie van Ballegooien. Hij weet alles over die erkende maatregelen. En ja... Zou jij jezelf even kunnen voorstellen?”

(Arie): “Ja, zeker. Mijn naam is Arie van Ballegooijen. Ik ben eigenaar van VBA Inspectie en Advies. En ik hou me bezig met energiebesparende onderzoeken. Dus EPBD-keuringen, EED-audits, tegenwoordig de GACS-controles. In gebouwen kom je gewoon heel veel dingen, problemen, zaken tegen die energieverkwistend zijn. En daar willen we natuurlijk wat aan doen. Dat soort punten neem ik altijd mee in mijn trainingen. En ook zoals vandaag in dit webinar. Naast mij hebben we nog Kees Smit. En die zit in de greenroom en zal ook de vragen van de toezichthouders kunnen beantwoorden.”

(Muriël): “Kijk, dus we hebben ook nog een expert voor de vragen.”

(Arie): “Zeker.”

(Muriël): “Nou, vandaag beginnen we de webinar met een poll. En de poll die luidt. Kijken jullie bij de EML-controle ook naar de isolatie van de gebouwsschil? Nou, jullie krijgen nu even de tijd om die te beantwoorden. En in de tussentijd wil ik eigenlijk vragen, wat betekent EML? Wat is dat?”

(Arie): “Ja, EML, dat staat voor erkende maatregel. Dat zijn door de overheid bepaalde maatregelen die sowieso binnen de vijf jaar zijn terug te verdienen. Dus daar zijn de kosten afgewogen tegen de opbrengsten. Er is naar een terugverdiende tijd gekeken. Die maatregelen kan je dus als toezichthouder opleggen, want ze zijn van tevoren doorgerekend. Dus je weet al, als deze maatregel erkend is, kan ik hem opleggen aan een gebouweigenaar. Dus daarom hebben ze deze erkende maatregelen ingezet. En dan een stukje isolatie is natuurlijk even een belangrijk punt daarin. En dan willen we eens kijken of iedereen daar naar kijkt. Hoe ze daarmee omgaan. En dat gaan we dus bekijken. Ik ben benieuwd.”

Muriël): “Ja, ik ook. We gaan het erover hebben later in het webinar.”

(Arie): “Ja, want het komt zeker uitgebreid aan bod natuurlijk. In het hele webinar. Het is lastige materie.”

(Muriël): “Ja.”

(Arie): “Dus door...”

(Muriël): “We gaan er in detail naar kijken.”

(Arie): “Precies.”

(Muriël): “Ik heb wel iets gehoord. Nog geen antwoorden. Ik ben wel benieuwd.”

(Arie): “Spannend wat de resultaten zijn.”

(Muriël): “Spannend ja.”

(Arie): “Verwachting, spanning af.”

(Muriël): “Spanning is te snijden.”

(Arie): “Ja. Had je zelf wel eens van gehoord, erkende maatregelen?”

(Muriël): “Nou, niet op zo'n manier. Toevallig doet mijn vader ook wel wat in energiebesparing. Maar meestal luister ik maar half als hij er weer over heeft. Zo voor de honderdste keer. Dus het begrip niet, maar wel dat er maatregelen zijn die dan meest gangbaar zijn of die ja die ook kijk hey we hebben de antwoorden nou de vraag die was dus kijken jullie bij de eml controle ook naar de isolatie van gebouw schil, nou zegt eigenlijk 0% nee. 25% zegt soms en de meeste mensen 75% die zeggen ja. Dus we kijken naar de gebouwsschil.”

(Arie): “Ja, heel goed.”

(Muriël): “Dat had je ook verwacht.”

(Arie): “Ja, zeker. Het is een deel van je controle en zeker een heel belangrijk onderdeel.”

(Muriël): “Ja.”

(Arie): “Dus daarom is het... Goed dat er veel naar gekeken wordt.”

(Muriël): “Ja.”

(Arie): “En het is best complex. Dat gaf ik al aan. En daar gaan we eens naar kijken.”

(Muriël): “Ja.”

(Arie): “Want eigenlijk, het principe is natuurlijk wel eenvoudig. Want met deze zomerse temperaturen is zo'n bankje wel aanlokkelijk om te gaan zitten. Maar toen ik deze foto heb gemaakt afgelopen winter, was ik toch blij dat ik een dikke jas en dikke schoenen aan had zeg maar. Dus in principe was het eenvoudig, maar hoe gaan we daarmee om? Dat is natuurlijk even de belangrijke vraag. Kijk en hier zie je een mooie afbeelding van hoe dat dan in zijn werk gaat. Want dat linkerhuis, dat huis in het midden, die is oranje gekleurd. Oftewel alle warmte wat in dat pand zit, dat lekt eigenlijk weg. Dus we stoken hier gewoon letterlijk voor de buitenlucht. Dat is gewoon niet de bedoeling. En als je dan naar de rechterkant kijkt, dat andere huis, die is mooi geïsoleerd. En daar blijft alle warmte eigenlijk binnen. En dat verschil is natuurlijk heel belangrijk. En zeker omdat we tegenwoordig steeds vaker met warmtepompen werken. Kijk, vanuit het verleden was die noodzakelijkheid er ook niet zo. De gasprijs was laag. Het vermogen van een gasketel is ook gewoon heel erg hoog. Omdat we te maken hebben met een doorstroomapparaat voor het douchen. Dat is wat lastige materie. Maar je kan eigenlijk met een douche de hele dag douchen als je een gasketel hebt. Dat apparaat is zo gemaakt dat hij heel veel vermogen levert. En laat de hele dag de douche aanstaan en dat gaat prima. Een warmtepomp is dan een ander verhaal, want dat is gebaseerd op een buffering. Dus we gaan warm water bufferen en zorgen dat we een beperkte hoeveelheid koel- of verwarmingsvermogen hebben. En we hebben dus maar een heel klein vermogen om dat huis te verwarmen. Dus voor een gemiddeld woonhuis heb je normaal met een gasketel 20 kilowatt. En dan gebruik je eigenlijk maar 5 kilowatt voor de woning zelf. Als die gasketel zoveel vermogen heeft, is het ook niet zo'n noodzaak om goed te isoleren. Maar tegenwoordig hebben we een warmtepomp die maar 5 kilowatt levert. Dan wordt het heel belangrijk dat het huis goed afgedicht wordt. Eigenlijk zoals we in de winter zelf ook een winterjas aantrekken. En ik vergelijk het eigenlijk altijd maar met een vergiet. Je kan gewoon dat, zolang je maar voldoende water in de vergiet giet, dan blijft die redelijk vol. En dat is ook met het woonhuis zo. Dus je kan ook een hele grote warmtepomp installeren, dan blijft het huis prima op temperatuur. Alleen dat is natuurlijk wel zonde van de energie.”

(Muriël): “Ja, er moeten niet te veel gaten in zitten.”

(Arie): “Precies, dat is inderdaad de truc die we moeten uitvoeren. We moeten zorgen dat die vergiet gedicht wordt en dan hebben we een comfortabel huis. Dan krijgen we te maken met een energiebalans. Aan de linkerkant, linksonder, zie je elektra, gas, warmte. Dat zijn de elementen die geld kosten en die energie verkwistend kunnen zijn. Dus daar moeten we gewoon heel zuinig op zijn. Tegenwoordig werken we ook met een stukje zonnewinst. Sowieso kennen we de PV-panelen, PVT-panelen, PT-panelen. Alle panelen om de zon goed te benutten. Maar we kunnen ook de zonneschermen meenemen in de schil van het gebouw. En daar zie je tegenwoordig met GACS meer aandacht voor. Dus dan gaan we ook...”

(Muriël): “Wat is GACS?”

(Arie): “GACS staat voor gebouwautomatisering en controlesysteem.”

(Muriël): “O ja, daar hebben we het inderdaad over gehad.”

(Arie): “Ja, precies. Dus dat is een gebouwbeheerssysteem en een energie monitoringsysteem aan elkaar gekoppeld. Vanaf 1 januari dit jaar dus verplicht. En dan moet de gebouweigenaar al voldoen. En het mooie is dat je dus de zonweringssystemen kan gaan combineren in je gebouwbeheersysteem. En dan kan je dus de zonwering mee gaan laten doen aan je schil. En in de tuinbouw doen ze eigenlijk al jaren niet anders. Want als de zon gaat schijnen en je de zon levert op een bepaalde hoeveelheid warmte op het grondoppervlak, dan kan je natuurlijk die zonnewinst binnenhalen. En op het moment dat het dan kouder wordt, dan kan je de zonwering weer laten sluiten om die warmte binnen te houden. Dus je gaat met een andere rol om met de zonwering. Dus dat is zeker interessant met GACS. Daarnaast hebben we natuurlijk ook allerlei verliezen in zo'n gebouw. Denk aan rendementsverliezen. En daar ligt weer een belangrijke rol voor de toezichthouder. Want de toezichthouder kan als hij door het gebouw heen loopt, zien of appendages niet geïsoleerd zijn, leiding niet geïsoleerd, allemaal punten van verlies. En denk maar eens aan een gemiddelde technische ruimte in een utiliteitsgebouw, die is vaak zo groot als een woonhuis. En als het niet geïsoleerd is het daar het hele winterseizoen gewoon 30 graden. Nou, ga thuis maar eens de hele winterperiode je huis op 30 graden stoken. Dus dat zijn behoorlijke kosten en verliezen. Dus dat is gewoon heel belangrijk dat een toezichthouder daar naar kijkt. En ook daar hebben we natuurlijk weer erkende maatregelen voor. Dan hebben we nog ventilatieverliezen. Bijvoorbeeld in de vorm van warmteterugwinning. En dan komen we op de technische aspecten. Als infiltratieverliezen. Oftewel hoe luchtdicht is zo'n gebouw. Ook weer een makkelijk vergelijk. In de winter doe je jas dicht als je gaat fietsen. Dat geldt voor die gebouwen ook. Die moeten tegenwoordig luchtdicht gebouwd worden. En dan werken ze met een luchtdichtheidsfactor, een QV-factor. Dat wordt ook getest, want dan doen ze een speciale ventilator in de deuropening. Dan gaan ze de woningen op druk brengen. En die moet dan zijn ingeblaasde lucht op peil houden.”

(Muriël): “Dus dan wordt de druk al gemeten?”

(Arie): “Ja, inderdaad. Ze houden dus die woningen op druk. En dan kan je precies zien hoe lek het pand of de woning is. En vandaar het belang van goed luchtdicht isoleren van zo'n gebouw. Dan hebben we ook transmissieverliezen. Daar gaan we straks nog even wat verder op in. Want daar heeft natuurlijk een hele belangrijke ontwikkeling plaatsgevonden. Dat die huizen dus steeds dichter gebouwd worden. En dan heb je nog een stuk warmwaterverlies. En dat is ook weer een belangrijk punt voor een toezichthouder. Als er op een gegeven moment ergens warmte wordt geproduceerd met een warmtepomp. Bijvoorbeeld voor een koel- of vrieshuis. Dan wordt er ook gelijktijdig heel veel warmte geproduceerd. Nou, die warmte verdwijnt in de buitenlucht. Maar dat willen we niet. Dus we willen als toezichthouder en als inspecteur altijd kijken van waar blijft nou eigenlijk die restwarmte. Dus dat zijn eigenlijk de belangrijke elementen in zo'n gebouw.”

(Muriël): “Ja, en zijn er dan nog andere dingen die van invloed zijn op de energiebalans? Behalve wat we net hebben benoemd?”

(Arie): “Ja, zeker want je hebt ook bepaalde invloeden die niet zozeer technisch zijn. Maar wel invloed hebben op het hele warmteverlies.”

(Muriël): “Oké.”

(Arie): “Denk bijvoorbeeld aan de wind. Als je een hoog gebouw hebt, dan zal aan de westkant, als er een westenwind is, zal er heel veel druk op dat gebouw komen. En aan de achterkant van het gebouw ontstaan luchtwervelingen en daar ontstaat ook druk. Oftewel, er wordt lucht het gebouw ingedrukt en aan de bovenkant van het gebouw hebben we juist onderdruk. Dus die warmte gaat naar boven toe stijgen, verdwijnt via het dak. En aan die muurkanten zullen de mensen dus comfortklachten krijgen. Het wordt daar koud en dan is ook isolatie weer een belangrijk punt daarin. Dus dat is een element. En ook heel goed kijken. Als je als toezichthouder een gebouw binnenkomt en je ziet bijvoorbeeld dit.”

(Muriël): “Oh ja, open deur.”

(Arie): “Het is een open deur, inderdaad. Want beide deuren zijn open. Toen ik deze foto maakte was het zo'n beetje twaalf graden buiten. Ja, en de wind giert zomaar naar binnen. Dit was dus een schoolgebouw. En dan, ‘s ochtends komt iedereen binnen. Vervolgens zet men de deurdrangers erop.”

(Muriël): “Deurdrangers? Wat zijn dat?”

(Arie): “Ja, dat zijn die stoppen die je daar onderaan de deur ziet zitten.”

(Muriël): “Oh, oké.”

(Arie): “Die blokkeren eigenlijk de deur. En dat is leuk als iedereen komt binnenlopen. Maar vervolgens liep ik daar om elf uur... nog een keertje langs en stonden ze nog steeds open. En dit doe je thuis ook niet, dus dit is een belangrijk punt om in de gaten te houden. In eerste instantie heb je dat natuurlijk ook niet zo in de gaten, want je komt als toezichthouder aan, je bent even op zoek naar de contactpersoon, dus je let daar van nature niet zo erg op. En het is juist wel heel erg belangrijk om juist op dit soort dingen, die je heel makkelijk kan voorkomen, op te letten en aan te geven. fotootje maken en bespreken.”

(Muriël): “Ja, goed kijken dus. En zijn er ook dingen om dat gedrag dan te beïnvloeden van mensen?”

(Arie): “Ja, want het is natuurlijk moeilijk. Het gedrag van mensen, dat is het meest moeilijke wat er is.”

(Muriël): “Verander dat maar, ja.”

(Arie): “Probeer dat maar eens te veranderen inderdaad. Er zijn natuurlijk wel manieren voor. Wat ik al zeg, maak een fotootje, bespreek dat. Technisch kan je het oplossen door bijvoorbeeld goede deurdrangers te gebruiken, de deurstoppers weg te halen. Maar ook door bijvoorbeeld aan te geven om een energiecoördinator aan te stellen. Want een energiecoördinator kan daar veel beter op sturen, die heeft er ook de mogelijkheden voor. En een laatste mogelijkheid, waar tegenwoordig meer druk op komt te staan, is met de GACS-regeling. Want dan krijg je periodiek, iedere week, iedere dag, een energiemonitoringsrapport. En dan zie je dit soort dingen ook op een gegeven moment in je rapportages terugkomen. Dus er zijn inderdaad manieren, maar het is lastig.”

(Muriël): “Het is en blijft lastig.”

(Arie): “Dan hebben we nog een aantal begrippen in de isolatie. En dan heb je de RC-waarde en de U-waarde.”

(Muriël): “Oké, ja, klinkt technisch. Wat is dat dan?”

(Arie): “De RC-waarde is de totale warmteweerstand. Eigenlijk staat dat voor Resistance Construction, oftewel de complete warmteweerstand van zo'n gebouw. De warmtegeleidingscoëfficiënt is hoe makkelijk de warmte naar buiten stroomt. Die twee begrippen kom je heel vaak tegen in de utiliteit. De RC-waarde wordt gebruikt voor de muren, voor de complete schil van het gebouw. want die is altijd opgebouwd uit een aantal elementen. De binnengevel, de isolatie, de buitenschil. Op het dak hetzelfde, ook daar hebben we de dakbedekking, isolatie eronder en dan het dak. Dus je hebt een compleet pakket aan verschillende materialen ineen. De beglazing, dat is één component. Dus daar wordt altijd gewerkt met de warmtegeleidingscoëfficiënt en voor de rest van het pand met warmteweerstand. Het zijn allemaal technische begrippen, maar om het wat tastbaarder te maken. En op deze afbeelding zien we een woonhuis. Stel dat we alleen naar de begane grond kijken, dan heb je dus een huis van 5 bij 10 meter, 3 meter hoog. Als je dan kijkt naar een pand uit 1970, die had een hele lage RC-waarde, dus de warmte vliegt zomaar naar buiten toe. Daar stook je ongeveer 10 kuub gas per dag. Dus dat is een behoorlijke hoeveelheid gas die je dan wegstookt. Met de huidige gebouwen zitten we op een RC-waarde van 6. En dan verlies je nog maar 0,7 kuub gas per dag. Dan stook je dus 0,7 kuub gas weg. Dus zo'n beetje een factor 15, uitgaande van het temperatuurverschil van 20 graden, is het verschil. Dus de isolatie is...”

(Muriël): “Isolatie is heel belangrijk, ja.”

(Arie): “Precies.”

(Muriël): “Daarom zitten we hier.”

(Arie): “Ja, inderdaad. Nou kan je een hele hoge RC-waarde hebben, waar we het over hadden. Dus je hebt een hele hoge warmteweerstand. En de warmte blijft heel goed in het pand. Maar ja, dat plaatje van net wat we zagen...Dat was dus met die open deur, de warmte vliegt zomaar naar buiten toe. Dus dat is niet handig. En daarom hebben we tegenwoordig de Weii-indicator. En dat is een heel mooi tooltje om eigenlijk vooraf, dus ook als toezichthouder, is dat heel erg handig om van tevoren eens te kijken van wat wordt daar nou in energie gebruikt. En daar hebben we de mogelijkheden voor. We kunnen dus vooraf kijken hoeveel energie zo'n pand gebruikt. En wat gebruikt hij dan in werkelijkheid per vierkante meter? Daar is dus die Weii-indicator voor. Het is handig om dat achteraf eens te bekijken. En dat gaat heel makkelijk. Postcode invoeren, huisnummer invoeren, energiegebruik invoeren. Vervolgens geven we nog aan wat voor soort functie het gebouw heeft. Is het gezondheidszorg of is het gewoon een kantoorgebouw? In deze twee voorbeelden zie je links een gebouw. Het zijn twee kantoorgebouwen. Het linker plaatje geeft aan dat gebouw 231 kWh per vierkante meter gebruikt. En het rechter plaatje laat zien dat eenzelfde soort kantoorgebouw, alleen beter geïsoleerd, zonnepanelen erop, heeft dus een energieverbruik van 53 kWh per vierkante meter. Dus daar zie je al enorme verschillen in. En dat geeft je natuurlijk als toezichthouder al heel veel houvast om naar zo'n pand toe te gaan om te kijken van wat is hier mis.”

(Muriël): “Ja, dus dit kan een indicatie zijn om te kijken van waar moet ik nou op letten als ik naar een gebouw ga. En wat kan ik verwachten, zeg maar.”

(Arie): “Precies, ja. Vooral wat kan je verwachten, ja.”

(Muriël): “Ja, precies. Oké. Nou, de website die staat op deze slide.”

(Arie): “Ja, inderdaad. Ja, dus dat is makkelijk voor de toezichthouders om dit weer terug te kijken.”

(Muriël): “Ja.”

(Arie): “En ook te gebruiken.”

(Muriël): “Ja, en te gebruiken, ja.”

(Arie): “Nou, welke gereedschappen heb je nou eigenlijk om zo'n gebouw te controleren? Want dat is natuurlijk... Je staat voor zo'n pand, wat gaan we doen? Waar we het net al eventjes over hadden. Die is opgedeeld in drie hoofdstukken. De gebouwmaatregelen, de faciliteiten en de procesmaatregelen. En ik krijg nu al geregeld te horen van... ja, dan worden bepaalde adviezen gegeven om bepaalde maatregelen op te leggen. Alleen dan komt zo'n gebouweigenaar terug van... ja, leuk, maar mijn terugverdientijd zit met deze offerte op zes jaar. Dus, en nu? Vanaf volgend jaar, medio 2027, wordt de terugverdientijd opgelengd naar zeven jaar. Dus dan staat er ook meer ruimte, het wordt ook wat strikter. En dat is een goede zaak om meer druk te zetten op deze maatregelen. En ook om naar 2030 de CO2-uitstoot te halveren en 2050 energie-neutraal te worden. Dat is uiteindelijk waar we het voor doen.”

(Muriël): “Dus volgend jaar gaan er wat veranderingen plaatsvinden, maar ook met positief effect, hopelijk.”

(Arie): “Ja, inderdaad. In de ontwikkeling van die spouwmuren heeft best wel veel plaats gevonden. We begonnen natuurlijk in het grijze verleden met enkelsteensmuren zonder isolatie. Dus de warmte vloog zo naar buiten toe. Op een gegeven moment had men iets van, nou dan moeten we er toch iets aan gaan doen. Dus toen is er een spouwmuur ontstaan zonder isolatie. Vanaf de jaren 70 kwam daar een klein beetje isolatie bij. Dit is verder doorgegaan tot aan 1983. En daar kregen we een spouw vanaf 5 centimeter. Daar gaat ook de erkende maatregel over. Vandaar dat ik deze ook even rood gekleurd heb. Dat zijn de gebouwen waar je als toezichthouder op moet letten. Vanaf 1983 tot zo'n beetje 1992 kan je erkende maatregelen opleggen want dan is die gewoon binnen vijf jaar terug te verdienen. Kijk, daaronder, 1975, 1980, dat soort bouwjaren kan je ook aanvullend isoleren. Dat doen ze tegenwoordig met schuim of met van die EPS-parels. Dus daar zijn technische mogelijkheden voor. Alleen de terugverdientijd zal langer zijn. Maar vanuit stimulerend toezicht is het wel goed om dat te benadrukken. Want dat geeft dus de comfort verhoging. Kijk, die gebouweigenaar zit niet zozeer naar zijn energieprijs te kijken of naar zijn energierekening, maar wel naar zijn medewerkers. Want die kosten een veelvoud van de energierekening. Dus dat is de grootste kostenpost. En als die veel klagen, dan is daar alles aan gelegen om dat ook aan te passen. Dus daarom is het goed om niet alleen naar deze bouwjaren te kijken maar ook daarvoor aan te geven van….Let op, ook dit is interessant om te isoleren. Nou, en vanaf 2000 is de isolatie gewoon helemaal op orde. Tegenwoordig zitten we op muren van 40, 50 centimeter dikte. Dus ja, daar gaat het goed. Maar ja, dan op een gegeven moment sta je natuurlijk als toezichthouder voor zo'n gebouw. En je kijkt naar zo'n stenen muur. Ja, en dan? Dat is natuurlijk lastig.”

(Muriël): “Waar ga je naar kijken?”

(Arie): “Waar ga je naar kijken? Hoe ga je het oppakken? Dan is de voorwaarde dat die spouw minimaal 5 centimeter moet zijn. Maar dat is natuurlijk lastig te zien. Want ja, hoe ga je dat bekijken? En dan zijn er een paar stappen om dat op te pakken. Als eerste ga je gewoon eens kijken, bijvoorbeeld in een tekening. Als er in een technische ruimte boeken staan met technische tekeningen.”

(Muriël): “In het gebouw zelf?”

(Arie): “In het gebouw zelf, in een technische ruimte. De grote utiliteitsgebouwen hebben altijd wel een technische ruimte waar boeken staan. En niet allemaal, maar je komt ze wel tegen. En daar kan je gelijk in zo'n bouwtekening kijken en daar zie je dus die RC-waarden staan. Want op tekening wordt dat altijd aangegeven. En als je dat weet, dan weet je al gelijk van, oh, als het boven de vijf is, dan zitten we goed. En hoeven we niet verder te kijken voor isolatie. Ander punt is gewoon eens vragen aan die gebouweigenaar. Want de investering om dit soort zaken aan te passen is hoog. Dus die gebouweigenaar weet dat wel als dat gebeurd is.”

(Muriël): “Die heeft dat wel gezien in zijn portemonnee.”

(Arie): “Die heeft dat wel in zijn portemonnee gezien, inderdaad. Als er toevallig een gebouwbeheerder aanwezig is en die weet dat niet dan kan je ook op de muren zelf kijken. Want als er nageisoleerd is, dan zie je van die boorgaten in het gebouw zitten. Want zo wordt namelijk nageisoleerd. Ze boren gaten in de wand. Dan wordt er een lans ingestoken en daar blazen ze dan die EPS-korrels, zo'n piepschuim, met een bepaald bindmiddel blazen daarin, of purschuim. Dus daarom kan je al zien dat het nageïsoleerd is.”

(Muriël): “Mijn ouders hebben dat ook thuis gedaan, vorig jaar. Ik weet hoe het eruit ziet inderdaad.”

(Arie): “En een andere manier is om te kijken naar de openingen zoals je hier ziet. Dus als er in de spouwmuur openingen zitten, dat zijn van die stenen die dan dwars staan, daar zitten dus openingen in. En daar kan je dus al naar binnen kijken om te zien of er isolatie zit. Je kan ook een naald of een stukje ijzerdraad of een rolmaat naar binnen steken. En dan kan je het ook meten. Want dan meet je hoe diep de naald naar binnen gaat. Vervolgens meet je aan de kopse kant van het gebouw de steendikte. En dan kan je bepalen wat de dikte van de spouw is en of er nageïsoleerd moet gaan worden. Dus dat zijn allerlei trucjes om te kijken. Hoe je kan controleren of er isolatie aanwezig is. En dan komen we op de daken, want dat zijn natuurlijk ook manieren waarop de warmte verdwijnt. Dan kunnen we de platte daken isoleren bovenop de dakbedekking en onder de dakbedekking. Hoe gaan we dat controleren? Sowieso moet het pand verwarmd worden tot 18 graden. Dus een normaal kantoorgebouw is altijd rond de 20 graden verwarmd en dan moet daar isolatie aanwezig zijn. Nou, ook daar heeft een bepaalde ontwikkeling in plaats gevonden. Dat laat ik dan zo nog eventjes zien. Maar waar let je dan op bij zo'n plat dak? Want dat is natuurlijk ook weer even een lastig punt, want je komt weer bij zo'n gebouw, je gaat dat dak op. Waar let je op? Sowieso als je zo'n dak opstapt, zoals je aan de linkerkant ziet. Er zit geen grind op. En als het hard aanvoelt, dan is de kans groot dat het niet geïs.....”

(Muriël): “Het materiaal waar je op staat.”

(Arie): “Ja, zodra je echt op dat dak stapt, dan voel je gelijk of het hard is of zacht. En als het wat zachter is, dan kan het zijn dat het geïsoleerd is. Maar als het echt hard is, dan weet je al gelijk van, dit is niet geïsoleerd. Het bouwjaar is natuurlijk ook een belangrijke erin. Weet je, vanaf 2000 is zo'n beetje alles goed geïsoleerd. Tussen 1990 en 2000 was het redelijk geïsoleerd. En voor 1990 heb je allemaal matige isolatie, slecht geïsoleerd of gewoon helemaal niet geïsoleerd. Dus de jaren daarvoor moet je al gaan kijken van, er is iets niet goed en daar moeten we iets aan doen. En dat is weer makkelijk met je bureau onderzoek door van tevoren te kijken of dat pand dus aan de hand van het bouwjaar om te kijken wat de isolatiewaarde is. Dus dan heb je gelijk al een beeld. Ander punt is kijken naar de dikte. Dus zodra je het dak doorgaat, dus je gaat met een trappetje dat dak op... en er zit een pakket aan, dat heeft een bepaalde dikte, daar kan je het ook gelijk al aan zien. En op het rechterfotootje kan je via zo'n venster ook heel mooi naar binnen kijken en zien dat het dus niet of wel geïsoleerd is.”

(Muriël): “En hoe is het dan nu hier dan?

(Arie): “Dit pand was niet geïsoleerd.

Ja, dat is lastig te zien.”

(Muriël): “Ja, inderdaad.”

(Arie): “Normaal gesproken laat ik een hele grote foto zien, dan kan je het goed zien. Qua isolatie is hier ook wel iets wat te vinden, want we kijken hier eigenlijk op een verlaagd plafond. Er zit een mooi transparant dakvenster in en vervolgens kijken we op een verlaagd plafond. Oftewel, de zon staat hier het hele seizoen volop te branden en boven dat verlaagd plafond, dat wordt gewoon een soort kachel. Want dat wordt natuurlijk bloedheet boven dat verlaagd plafond. Dus ook qua isolatiewaardes, zelfs hier kan je al een stap zetten. Een fotootje maken en ook aangeven bij zo'n gebouweigenaar. Span daar een paar draadjes. Leg daar een pakket glaswol of steenwol in. Je hebt tegenwoordig ook bepaalde zeilen die je over zo'n dakvenster kan plaatsen. Waardoor je dus die zon buiten houdt en in de winterperiode juist de kou buiten houdt. Dus daar zijn verschillende manieren voor. En in die ontwikkeling van isolatiematerialen heeft de laatste tijd dus ook gewoon heel veel plaatsgevonden. We zijn eigenlijk begonnen met de minerale wollen, zoals glaswol en steenwol. Steenwol heeft daarbij ook nog een geluidsisolerend effect. Dus in de gebouwen is het ook fijn tussen verschillende kantoorruimtes om glaswol toe te passen, want dat dempt ook weer het geluid. Toen is men overgegaan op de synthetische isolatiematerialen. Dus dan komen we uit op het Purschuim en het Pirschuim. Pir is eigenlijk een doorontwikkelde versie van Purschuim. En zo zijn er allerlei variaties in. En tegenwoordig gaan we dus over op de ecologische isolatie. Dus zoals je hier op dit plaatje ziet met schelpen. Dan wordt er een pakket van 20 tot 30 centimeter aan schelpen neergeblazen op de bodem. Dat is luchtdicht en daardoor isolerend. Houtsnippers, wordt tegenwoordig ook meegewerkt. Dat is ook nog vochtregulerend.”

(Muriël): “Maakt dat nog, zeg maar, is er eentje beter dan de ander? Of ligt dat echt aan de situatie wat je zou gebruiken als materiaal?”

(Arie): “Ja, het ligt aan de situatie wat je gaat toepassen.
En in de nieuwbouw zie je dat ze tegenwoordig steeds vaker overstappen op die ecologische isolatie.”

(Muriël): “Ja.”

(Arie): “Vanwege ook die dampwerking.”

(Muriël): “Oké. Nou, nu hebben we weer een pollvraag voor het publiek. En die luidt, wat is een aandachtspunt bij inspectie van een stalen balk? Nou, dat mogen jullie weer beantwoorden. En ja, die stalen balken, hoe vaak kom je dat nou eigenlijk tegen? In de bouw en bij inspecties en alles.”

(Arie): “Ja, want die stalen constructies die worden natuurlijk steeds belangrijker. Denk ook aan grote magazijnen, alle opslagloodsen die we in Nederland zien. Er wordt heel veel staal in gebruikt. Dus dat staal kom je ook als toezichthouder steeds vaker tegen in de verschillende gebouwen. En daar zitten wat aandachtspunten aan vast. Dat is wel eens goed om daar even naar te kijken. Hiervoor hebben we het echt over de isolatie gehad. Dit is weer een ander punt wat ook heel belangrijk is uiteindelijk bij het isoleren. Dus daar gaan we zo eens even naar kijken.”

(Muriël): “Je hebt houten balken en stalen balken.”

(Arie): “Houten balken vanuit het verleden inderdaad, maar ook beton. Ook betonnen balken voor overspanningen.”

(Muriël): “Ja, oké. Hier zien we dan een soort combinatie lijkt het.”

(Arie): “Ja, hier zien we dwars de houten balken. En daar als groot frame een stalen H-balk.”

(Muriël): “Dit is gewoon een woning, denk ik, toch?”

(Arie): “Ja, dit is van een woning inderdaad, ja.”

(Muriël): “Ik woon zelf in een historisch monumentaal pand met houten balken. Allemaal nog. Soms dan... Oh. Ik krijg no messages op mijn scherm. Vanuit de poll.”

(Arie): “Er krijgen geen berichten binnen.”

(Muriël): “Dus ik denk niet dat wij hier antwoord op kunnen krijgen. Maar misschien kun je nog iets uitleggen qua aandachtspunten.”

(Arie): “Ja, inderdaad. Kan ik er misschien wel verklappen?”

(Muriël): “Oh, wacht. Toch wel. Even kijken. Zal ik het toch even opnoemen? Eigenlijk heeft 0% op vervorming door na-isoleren...”

(Arie): “Goed.”

(Muriël): “Ja, goed. 70% condensatie. En 30% op de brandwerende coating of isolatie.”

(Arie): “Ja. Ja, condensatie is het belangrijkste. Brandwerende coating is ook belangrijk. Want dat zie je ook in winkels en grote kantoorgebouwen met open plafonds. Dan moet dat ook aanwezig zijn. Maar voor ons, nu we het over de isolatie van de schil hebben, is condensatie een belangrijk punt. Daar ga ik wat meer over vertellen. Want we krijgen te maken met koude bruggen. En een koude brug is eigenlijk een bruggetje voor de koude om naar binnen te komen.”

(Muriël): “Ja.”

(Arie): “En dat is niet handig. Want als je, zeker met warme dagen, bedenk maar eens even als je een fles water op tafel zet buiten. Er hangt veel vocht in de lucht en dat vocht gaat gelijk condenseren op die fles. Als het buiten erg warm is en de fles is koud. Die condens trekt dus ook naar binnen als je werkt met zo'n stalen balk. Want stel dat die stalen balk naar buiten gaat en daar zit bijvoorbeeld nog een balkon aan vast of een doorvoering of verzin maar iets dan kan die koude dus naar binnen trekken en in die warme woning zal er dus condens ontstaan op die balk en dat willen we niet.”

(Muriël): “Heb je dan een soort vochtplekken of wat gebeurt er dan?”

(Arie): “Precies, vocht, schimmel en dat moeten we allemaal niet hebben.”

(Muriël): “Dat willen we niet.”

(Arie): “Met een houten constructie is het zelfs nog gevaarlijker want dan gaat het ook rotten. Dat is zeker belangrijk inderdaad. En ook als toezichthouder is dat een aandachtspunt. Want op een gegeven moment heb je het bij de isolatie van de daken over de dakbedekking. Of de isolatie op de dakbedekking. Maar dan kan het bijvoorbeeld technisch niet, omdat daar problemen zijn. Het is te duur, er is van alles aan de hand. Dan zegt zo'n gebouweigenaar misschien wel van, nou weet je wat, aan de onderkant ga ik het isoleren. Dus ik ga het gewoon van binnenuit isoleren. Dat kan. Alleen daar zit een groot gevaar in. Want als we dat niet dampdicht isoleren, dus alleen maar de isolatie erin plakken, dan kan de warmte vanuit het gebouw dan boven dat plafond terechtkomen. Want het is niet volledig afgedicht. Dus die warmte gaat naar boven toe. Dan krijg je het effect wat je buiten ook altijd ziet gebeuren. Als de zon op een watertje staat te schijnen, die warme lucht met vocht gaat stijgen. En op een gegeven moment in de koude luchtlagen bovenin gaat dat condenseren. Dus dan krijg je druppeltjes. Dat gebeurt eigenlijk hetzelfde in dit dak zoals je dat hier ziet. Die warme lucht gaat naar boven toe en die gaat neerslaan op die koude dakconstructie. En als dat dus een houten constructie is, dan krijgen we dus heel veel vocht boven je isolatie.”

(Muriël): “Dus die druppeltjes vallen dan op dat hout eigenlijk?”

(Arie): “Ja, dat slaat eigenlijk neer, want dat hout is zo koud. Het vocht slaat erop neer. En dan gaat het uiteindelijk rotten. Dus daarom zeggen we altijd isoleer het liefst bovenop het dak. En daar hebben we, zoals we net al zagen, twee erkende maatregelen voor. Je mag gewoon direct op het dak isoleren. Dus platen daarop leggen. Of je gaat de dakbedekking... er helemaal afhalen en daar volgens nieuwe isolatie onder aanbrengen en dat weer opnieuw afdichten met een nieuwe dakbedekking. Die twee verschillen is ook wel even een aandachtspunt, want je mag dus boven op het dak isoleren, alleen dat zijn de panden zo'n beetje voor 1990. Daar mag je dus nog op het dak isoleren, want daar is de isolatie dus slecht van, zoals ik net al zei alleen dan zie je dat die dakbedekking is ook al 30 jaar oud ja. Als je dan nog isolatieblokken op het dak gaat aanbrengen, de vraag is of dat goed gaat. Dus het is, zeker in deze tijd, en het dak is niet recent vervangen, dan is het slimmer om gewoon een volledig nieuwe isolatie aan te brengen met een nieuwe dakbedekking. En neem als toezichthouder ook altijd de plannen van zijn gebouweigenaar mee. Misschien wil hij wel PV-panelen erop hebben, misschien wil hij wel een deel van het groen dak gaan aanschaffen.”

(Muriël): “Ja, het is fijn dat het helemaal met elkaar mee te nemen.”

(Arie): “Dus voordat je echt een maatregel gaat opleggen is het goed om te kijken wat is die gebouweigenaar van plan met dat dak.”

(Muriël): “Ja, slim.”

(Arie): “Een stukje historische gebouw is natuurlijk ook belangrijk, want we hadden het net over de isolatie, het rotten van houten balken. Das is zeker in dit soort panden en bij jou thuis dus ook. Van belang om dat niet zomaar te doen. Het kan, maar liever in overleg met Monumentenzorg of met een echte specialist die over dit soort panden gaat. Want zo'n torentje zoals hier zit dan dicht isoleren, dat is eigenlijk onmogelijk. Waar ik zelf bij historische panden met name op let, is op kierafdichting. Want daar is wel veel te winnen. Dat zie je bij veel raamkozijnen, deur of openingen bij dakranden. Zoals je ook hier kan zien, misschien lastig te zien. Maar misschien hebben sommige mensen het al gezien. Daar rechts bovenaan zie je allerlei takjes. En daar heeft een duif dus een nest. Prachtig historisch pand. En volgens een duif daar aan broeden. En is dus niet erg handig.”

(Muriël): “Die is gewoon door een kiertje binnengekomen.”

(Arie): “Die komen gewoon door kieren naar binnen. Er waren in dat pand heel veel kieren. Dus die duiven komen daardoor naar binnen. En die gaan denken van, hé, dat is een mooie beschermde omgeving.”

(Muriël): “Ja.”

(Arie): “Ideaal.”

(Muriël): “Ik snap het wel.”

(Arie): “Dus belangrijk om daar ook vooral de focus
op te leggen.”

(Muriël): “Ja.”

(Arie): “Ja, van de technische isolatie krijgen we dus steeds meer te maken met distributie, grote loodsen. In Nederland hebben we zo'n 53 miljoen vierkante meter aan magazijnopslag. Dus dat zijn enorme hoeveelheid panden, enorme groottes, met dus ook heel veel deuren en dus ook heel veel deurenopeningen.”

(Muriël): “Die open deuren weer.”

(Arie): “Weer die open deuren, zoals hier.”

(Muriël): “Ja, kijk.”

(Arie): “En het is dus ook voor jullie als toezichthouder belangrijk om hierop te letten. Als een deur minimaal een uur per dag open staat, dan moet daar een automatisch sluitmechanisme op zitten. Dat die deur uit zichzelf dicht gaat. En dan gaan we vanuit de erkende maatregelen uit van minimaal 15 graden. Dus niet eens heel erg warm gestookt, maar rond de 15 graden verdient het zich al terug om een sluitingsmechanisme op zo'n deur te maken.”

(Muriël): “Die even voor mij, die GB, dat is een code van die lijst.”

(Arie): “Ja, dat klopt. Dit is ook echt een gebouwmaatregel.”

(Muriël): “Gebouwmaatregel.”

(Arie): “Zo zijn ze allemaal genummerd.”

(Muriël): “Ja, precies.”

(Arie): “Dan kunnen we ook gebruik maken van opblaasbare luchtkussens of van die vrachtwagen dockings zoals je hier ziet staan. Dan rijdt die vrachtwagen erin zoals je ziet en die sluit gelijk helemaal mooi de opening af. Ook hier weer bij 15 graden en 10 uur per week in gebruik. Dus dat zijn maatregelen die je makkelijk kan zien en op kan leggen, want het verdient zich gewoon terug. Er zijn natuurlijk ook wel wat alternatieve oplossingen. Ik was een keer in een pand waar ze met transport doen voor allerlei rolstoelen. Dat vonden ze op een gegeven moment zelf ook vervelend. Dat die deur open gaat en al die stoelen naar binnen. Er zat geen mensen in. Nee, En daar hebben ze dus deze constructie voor gemaakt. Een soort tent. Alles wordt verzameld, wordt daar binnen gezet. Ze sluiten hem af en de vrachtwagen kan op zijn gemak alles inladen.”

(Muriël): “Oh ja, superhandig.”

(Arie): “Ja. Zo zijn er ook wel wat ideetjes die je als toezichthouder ook weer mee kan geven aan een gebouw eigenaar als daar veel geklaagd wordt. Dat is natuurlijk het punt, dat op een gegeven moment mensen gaan klagen dat het teveel tocht, het is koud.”

(Muriël): “Ja, je moet toch wel een beetje comfortabel voelen waar je werkt, zeg maar qua temperatuur.”

(Arie): “Inderdaad, ja. Nou, hier is een andere oplossing, want je hebt soms ook magazijnen waar gewoon veel naar binnen en naar buiten wordt gereden. Denk ook aan koelcellen. Daar heb je natuurlijk ook een groot verschil tussen de koelcel of de vriescel en het andere deel van het magazijn. Dus dan is het ook slim om met dit soort stroken gordijnen te werken. Dat is niet alleen voor personen, die hebben ook een industriële variant. Dus daar kan je gewoon met de heftruck doorheen rijden. En daardoor krijg je toch een stukje afdichting. Dus als dat sluitmechanisme niet werkt... omdat men te veel in en uit moet rijden om bepaalde producten...”

(Muriël): “Ja, je wilt dat het dan te lang duurt of zo, dat hij omhoog of omlaag moet. Ja, dan gebruik je dan een strokengordijn.”

(Arie): “Dan is dit een mooie alternatieve oplossing. Dus handig om mee te nemen. Deze kwam ik ook een keer tegen, maar dit vind ik zelf geen goede oplossing. Want hier werken ze met een luchtgordijn. Op zich is een luchtgordijn goed, maar dit waren elektrisch gestookte heaters. Dat was tot altijd een soort gecontroleerde kortsluiting, want daar gaat zoveel energie doorheen.”

(Muriël): “Die soort buisachtige vorm.”

(Arie): “Ja, daar zit eigenlijk de ventilator in. En aan die strook bij de deur, daar wordt de lucht omhoog geblazen.”

(Muriël): “Oké.”

(Arie): “Dus dat zorgt dan voor een afdichting. Bij een winkel werkt het juist andersom. Dan blazen ze van boven naar beneden.”

(Muriël): “Ja.”

(Arie): “En hier blazen ze dan van onder naar boven. Op zich kan dat, maar dan wel zonder de elektrische elementen. Want die verbruiken enorm veel stroom.”

(Muriël): “Ja, dat is nog niet echt energiebesparend dan.”

(Arie): “Nee. En dan is die vrachtwagen docking veel beter.”

(Muriël): “Ja, precies.”

(Arie): “Een loopdeur in overheaddeuren.
Tegenwoordig in nieuwe gebouwen kom je eigenlijk altijd wel zo'n deur, zoals aan de rechterkant, tegen. Dus dan kunnen mensen gewoon naar binnen en naar buiten lopen voor kleine pakketjes of voor kleine materialen. Maar ik kom ook nog wel eens tegen dat er dan zo'n deur zit en vervolgens staat die looddeur open. Ja, dat is dan niet handig. En er zijn ook technische oplossingen voor. Dus als ze zeggen van, we hebben geen mogelijkheid... want we hebben alleen maar een loodsdeur voor dit magazijn... dan kan daar gewoon zo'n loopdeur in geplaatst worden. En dat verdient zich ook gewoon binnen de vijf jaar terug. Dus ook gewoon slim om te doen.”

(Muriël): “Ja.”

(Arie): “Dan komen we nog in de beglazing. Ook daar heeft een ontwikkeling plaatsgevonden.”

(Muriël): “Ik ken de u-waarde ook nu.”

(Arie): “Daar komt de u-waarde weer terug.

(Muriël): “Ja, kijk.

(Arie): “Precies. Dat geeft dus weer aan voor warmte en de buitenstroom.”

(Muriël): “Ja.”

(Arie): “En dat moet dus zo laag mogelijk zijn. Die warmteweerstand moet zo hoog mogelijk zijn. En die U-waarde, dus hoeveel warmte stroomt er eigenlijk naar buiten, die moet zo laag mogelijk zijn. Want we willen dat die warmte binnen blijft en niet naar buiten stroomt. Dat zie je al bij enkelglas. Die heeft een U-waarde van 5,6. Dus daar stroomt enorm veel warmte. Een aantal joultjes per seconde. Op een bepaalde formule wordt het aangeduid. Er stroomt daar warmte naar buiten. Toen kregen we het dubbelglas. Nou, dan kreeg je het dubbelglas en de HR-glas. De eerste generatie dubbelglas is dat. Die heeft dus ook nog een vrij hoge u-waarde. Op een gegeven moment zijn we vanaf de jaren 90 overgestapt op het HR++ glas en die heeft gewoon een goede isolerende werking. En tegenwoordig, eigenlijk vanaf 2000 al, en tegenwoordig in de nieuwbouw steeds vaker, gaan we natuurlijk over op het HR+++ glas.”

(Muriël): “Drie keer plus.”

(Arie): “Trippel beglazing. En dat zijn ook drie ruiten.”

(Muriël): “Drie ruiten. Oh ja, dat blauwe streepje is dan...”

(Arie): “Dat is het glas.

(Muriël): “Oké, maar als je op inspectie gaat, hoe controleer je dat dan in een gebouw?”

(Arie): “En daar zijn natuurlijk ook weer manieren voor.”

(Muriël): “Ja, oké.”

(Arie): “Eigenlijk is het best makkelijk, want we kunnen gewoon in de beglazing kijken. Heel veel beglazing kan je al wat aflezen. Kijk, ten eerste zien we het bouwjaar.”

(Muriël): “14-09-2016.”

(Arie): “Precies. Dus op die datum is dit glas geproduceerd en dat zie je eigenlijk in alle gebouwen terug. Ook bij je eigen woning. Kijk vanavond maar eens. Oh, je hebt enkel glas misschien nog.”

(Muriël): “Ja, ik heb enkel glas. Ze hebben mij een soort deurtje ervoor gemaakt als een soort dubbel glas.”

(Arie): “Ja, een voorzetglas. Dat zijn ook oplossingen in monumenten inderdaad. Wat zien we hier nog meer? We zien de spouwdikte, 15 millimeter.”

(Muriël): “We zien dat daar... SP15.”

(Arie): “Ja, die SP15. Dat geeft de spouwdikte aan. Dan zien we ook nog dat daar AR90 staat. Dat betekent dat er 90% argongas in zit. Die ontwikkeling heeft ook plaatsgevonden. Dat ze dus bepaalde gas erin spuiten, waardoor het een beter isolerende werking heeft. Dus je kan eigenlijk in die beglazing al heel veel zien. Je kan ook met een zaklampje of met een lamp of met een aansteker voor het glas houden. En dan zie je een aantal van die spiegelingen in de beglazing.”

(Muriël): “licht dan breekt zeg maar”

(Arie): “ja en als daar een warmtewerende coating in zit dan zie je een verkleuring in het vlammetje of in je lampje dat geeft gelijk aan dat het een hr ++ glas is wat dat betekent dat hij dus een extra warmtewerende coating in zijn beglazing heeft zitten.”

(Muriël): “En die U weer, 1,1.”

(Arie): “En die staat er weer in, inderdaad.”

(Muriël): “Ik heb hem gevonden.”

(Arie): “Ja, heel goed. Beglazing is vaak slim om dat te bespreken met een gebouweigenaar. Dat dat meegenomen wordt met kozijnvervangingen. Want die tripelbegazing die vraagt wel meer aan de standaard kozijnen. Omdat dat materiaal is veel zwaarder. Dus dat kan niet zomaar overal ingeplaatst worden. En dan combineren met het aanpassen van ventilatie. Want in de oude beglazing zaten vaak van die downlufters. Dus dat betekent eigenlijk...Ja, dat is een moeilijke kreet. Dat is een soort ventilatiestrook boven het glas. Dus dan komt lucht daardoor naar binnen. En op het dak zitten dan grote ventilatoren. Die trekken eigenlijk continu lucht door het gebouw heen. Maar die komt dus binnen via dat soort openingen. Als je dan dat gaat afdichten door er nieuwe beglazingen in te plaatsen dan ben je een stukje ventilatie kwijt. Dus dat is weer een punt om zeker mee te nemen bij vervanging van dit soort beglazingen. Bij monumenten zijn er dus ook wel mogelijkheden. Want je krijgt ook nog wel eens het verhaal terug van dit is een monument, dus hier kunnen we eigenlijk helemaal niks mee. Maar aan deze foto zie je dat er gewoon HR++-beglazing in een nieuw kozijn is geplaatst. Je moet ook wel in overleg met monumentenzorg, want daar zitten vaak de beperkingen. En daarom zie je vaak bij monumenten dat ze met voorzetbeglazing gaan werken. Dan zijn er ook een aantal tips en trucs om in de gaten te houden. Ik zeg altijd maar het laaghangende fruit. Als je op een gegeven moment een ronde doet door het gebouw, de DBO-maatregelen, ga ook in gesprek met die gebouweigenaar. Laat je niet ook gelijk in een kantoortje wegstoppen. Maar neem bijvoorbeeld eens even de tijd om in de centrale hal daar een bakje koffie te doen.”

(Muriël): “Even rond te kijken.”

(Arie): “Even rond te kijken. Het voordeel is dat als je met een gebouwbeheerder staat of een gebouweigenaar... komen er toch ook altijd weer mensen op zo iemand af,toch lastig te bereiken, die is vaak heel druk en op zo'n moment komen de mensen naar hem toe met allerlei vragen en klachten en zo pik je gelijk wat puntjes op die dan spelen in zo'n gebouw en die je gelijk aanknopingspunten kunnen geven om het gesprek aan te gaan. En wat ik zelf ook altijd doe tijdens of achteraf of van tevoren, dat je even een ronde doet om het gebouw zelf. Om eens te kijken wat er gebeurt er nou eigenlijk. Staan de ramen open?”

(Muriël): “Even van tevoren kijken van joh, wat zie ik dan?”

(Arie): “Ja, dat je een beetje een beeld krijgt van wat er gebeurd in dat gebouw. Ik heb weleens meegemaakt dat overal de ramen open stonden en in het gebouwbeheersteem zag ik dat de warmteterugwinning uitstond. Er kwam dus heel veel koude lucht door alle open ramen binnen.
Daar kwam ik dus later achter, toen ik de ronde om het gebouw heen deed, dat al die koude lucht naar binnen kwam. De radiatoren stonden volle bak te draaien. En vervolgens sta je alle energie weg te gooien.”

(Muriël): “Zonde, heel zonde, ja.”

(Arie): “Ja, gewoon een zware onderbreking van je schil.”

(Muriël): “Geen balans, geen energiebalans.”

(Arie): “Slechte energiebalans, inderdaad, ja. Wat ik al aangeef, ook voorzichtig zijn met die monumentale panden in verband met de condensatie. Dat blijft gewoon gevaarlijk.”

(Muriël): “Ja, met die druppels en het hout en het staal.”

(Arie): “Ja, inderdaad. Het is natuurlijk 400, 500 jaar historie wat er staat.”

(Muriël): “Extra zonde dan.”

(Arie): “Ventilatie moet echt op orde zijn.
Dat moet echt vooraf met een specialist besproken worden.
Voordat je maatregelen oplegt.
Je kan ze opleggen, want er zijn echt wel mogelijkheden.
Ik kom echt wel in panden waar het goed geïsoleerd is, waar met dakisolatie is gewerkt, met warmteterugwinning, dat er heel veel mooie stappen zijn gezet. Maar het blijft voorzichtig zijn en altijd overleg met een specialist. Even kijken. We hebben het ook al even gehad over die Weii-indicator. Dat is natuurlijk een heel mooi middel, zeker omdat de toezichthouders tegenwoordig inzage hebben in het energiegebruik van de panden. Dus daar kan je heel mooi gebruik van maken. Als ik zelf controles doe merk je dat het lastig is om die energiegegevens boven water te krijgen. Maar als je dat zelf van tevoren al kan zien, dan kan je het heel mooi in je bureau onderzoek meenemen. Je kan het jaartal bekijken, dus dan heb je al een idee wat de isolatiewaarde is van de daken, van de beglazing, van de muren, van de spouw. Dus dat geeft al een beeld. Vervolgens het energieverbruik erbij. Op zo'n moment heb je dus, voordat je überhaupt naar het pand toe gaat, heb je al een aardig beeld. Het bouwjaar kan je weer heel makkelijk terugvinden via de basisadministratie van de gemeente. Dus in Bagviewer, dat is een bepaalde website, kan je door de postcode in te voeren en het huisnummer, krijg je al inzage.”

(Muriël): “Elke gemeente heeft dat?”

(Arie): “Ja, dat is een landelijk register oké dat is gekoppeld aan de kadaster”

(Muriël): “het Bagviewer”

(Arie): “ja Bagviewer”

(Muriël): “oké”

(Arie): “dat is de dat is B A G viewer”

(Muriël): “ja”

(Arie): “en dan het postcode invoeren het huisnummer of gewoon de straatnaam er zit gewoon een zoekfunctie op en dan kom je precies bij dat pand uit. Je ziet gelijk het bouwjaar, het oppervlak van het pand. Dat geeft al een mooi beeld. En Google Maps. Dat gebruik ik ook altijd voordat ik naar een pand ga. Ik kijk altijd op Google Maps. Wat staat er op het dak? Je kan eigenlijk via internet al heel veel onderzoek doen voordat je überhaupt in een pand geweest bent. En echt al een goed beeld krijgt van dat pand. En benoem ook de voordelen. Dat is natuurlijk ook heel belangrijk. Want we kunnen met de stok slaan. Maar het is juist goed om die gebouweigenaar mee te nemen in de voordelen. Zoals ik net al vertelde over die invloed van de wind. Dan zie je dat het in het pand gewoon koud wordt. Als het slecht geïsoleerd is, dus die wind komt naar binnen, de kou komt naar binnen, kouval van ramen, mensen gaan klagen. Dat is het punt waar een gebouweigenaar op getriggerd wordt. En voor ons is het natuurlijk belangrijk dat al die gebouwen bij elkaar energiezuiniger worden. Die gebouweigenaar zit er anders in, dus daar moet je altijd goed over nadenken. En dan heeft de stok niet zoveel zin, maar dan is het slimmer om de wortel aan te komen en de voordelen te bespreken. Want die zijn er ook gewoon echt serieus. Dus dat is goed om dat altijd mee te nemen. Dat zie je in het comfort, minder klachten. En met name uitval van personeel.”

(Muriël): “Wat had je eerder ook al zei.”

(Arie): “Dat is een hele belangrijke kostenpost. En dan heb je natuurlijk ook nog allerlei financiële instrumenten om het voordeel te benoemen.”

(Muriël): “En ik denk dat we daar heel erg benieuwd naar zijn. Wat zijn dan die financiële instrumenten?”

(Arie): “Die zijn natuurlijk genoeg. Er wordt vanuit overheidswege ook gewoon heel veel aan gedaan. En in deze sheet zie je eigenlijk wat er allemaal mogelijk is. En dan gaat het niet zo zeer om al die maatregelen die hier staan. Het gaat er meer om juist te laten zien hoeveel verschillende financiële mogelijkheden er zijn. Er zijn allerlei verschillende subsidieregelingen voor energiezuinige apparatuur, voor isolatie.”

(Muriël): “En dit staat op de op welke website staat dit?”

(Arie): “Ja, bij Volkshuisvesting, RVO, soms ook via de eigen gemeente.”

(Muriël): “Oké.”

(Arie): “Want er zitten natuurlijk ook wat haken en ogen aan. Zeker bij spouwmuurisolatie tegenwoordig. Daar moet je ook altijd zorgen dat er een flora- en faunaonderzoek wordt gedaan.
In ieder geval met vleermuizen, want de vleermuizen willen graag in die spouwen hun nesten maken. Als die daar zitten, dan mag je niet direct gaan isoleren. Dus dan moet je zorgen dat daar maatregelen voor genomen worden. Dat die vleermuizen eruit kunnen of dat er nesten worden gemaakt of kasten worden gemaakt. Dus daar zitten wat haken en ogen aan voordat je dat überhaupt kan doen. Maar er zijn genoeg maatregelen en genoeg subsidieregelingen mogelijk voor de eigenaar. En je ziet, het is voor woningeigenaren, voor VVE’s, voor verhuurders en ook voor de gebouweigenaren. Het zijn legio-mogelijkheden.”

(Muriël): “Verschillende doelgroepen, verschillende instrumenten. Nou zie ik ook nog instrumenten hier voor jou liggen.”

(Arie): “Ja, inderdaad. Dat zijn natuurlijk overal die verschillende maatregelen gehad. Dat zijn best veel erkende maatregelen. En eigenlijk heb je hier helemaal niet zoveel nodig. Dus als inspecteur valt het best mee. Belangrijk is een goede zaklamp. Dat is sowieso belangrijk voor om in het spouw te kunnen kijken, bij dakranden te kunnen kijken, van binnenuit. Zaklamp is voor de inspecteur of toezichthouder gewoon essentieel. En dan niet het lampje op je telefoon, maar echt gewoon een goede lamp.”

(Muriël): “Goede, ja.”

(Arie): “Inderdaad. Tegenwoordig heb je ook infraroodcamera's, want die kan je eigenlijk heel makkelijk op je Telefoon klikken.”

(Muriël): “Op je telefoon?”

(Arie): “Ja, deze maakt gewoon via bluetooth verbinding met je telefoon. En je hebt ook van die kleine blokjes, die prik je zelfs gewoon in je telefoon.”

(Muriël): “Oké. En dan zie je het scherm, wat dat ding ziet, op je telefoon?”

(Arie): “Ja, zoals we de sheet met de woning, die goed geïsoleerd Ja, in het allereerste begin hadden we zo'n foto dat het ene gebouw blauw was. En het andere gebouw was rood, oranje.
Dus dat gaf aan dat er heel veel warmte weglekt. En dat blauwe geeft aan dat het pand goed geïsoleerd is. Dan kan je met zo'n heel eenvoudig tooltje dat gewoon zien. Dus hij maakt verbinding met je telefoon. Je maakt een fotootje. En dat is ook weer belangrijk om aan te geven bij zo'n gebouweigenaar. Want je kan zeggen van, het is niet goed geïsoleerd. Maar pas als je ziet wat er gebeurt en hoeveel warmte er weglekt... en wat ik vertelde over die technische ruimte die op 30 graden gehouden wordt het hele jaar. Als je dat wat beeldender kan weergeven bij zo'n gebouweigenaar dan gaat het ook spreken. Dan krijgt je ook het gevoel van hier moet ik echt wel iets serieus aan gaan doen.”

(Muriël): “Dus het visualiseren helpt echt.”

(Arie): “Visualiseren is heel belangrijk met dit soort inspecties. Dan krijg je er een beeld bij en door het alleen in een rapportje te schrijven, dat werkt minder goed.”

(Muriël): “En die andere, er was nog één, toch?”

(Arie): “Ja, dat is eigenlijk zo'n heel makkelijk en relatief goedkoop. Een tooltje, dat is een endoscoop. Dus je kan eigenlijk in de spouw kijken.”

(Muriël): “Oké, in die, ja.”

(Arie): “In die openingen van die muur. Dan kijk je naar binnen toe en dan krijg je gelijk een plaatje hoe het daar binnen uitziet. Dus dan kan je ook gelijk zien of er isolatie zit. Want ja, vanaf die stenen muur is dat lastig te zien. Maar met zo’n tooltje, niet al te duur….Je hebt de specialisten die gaan controleren of de spouw schoon is. En of die wel nageïsoleerd kan worden. Die hebben andere apparatuur. Maar als toezichthouder en als inspecteur zijn er wat goedkopere tools. Gewoon goed om in ieder geval een eerste beeld te krijgen. En daarna moet er natuurlijk verder onderzoek gedaan worden. Dan komen de specialisten erbij. Maar dan heb je in ieder geval de eerste richting aangegeven. Dan heb je alvast een beeldplaatje, waardoor ook een eigenaar overstag kan gaan en de maatregelen kan gaan uitvoeren. Ja, en dat stukje meetlat, ijzerdraad, daar hebben we het in het begin al over gehad. Dat kan je natuurlijk door in de spouw te kijken en te meten. Dan weet je al van, oké, deze spouw is meer dan 5 centimeter. Dan kan ik een erkende maatregel opleggen. Dus zo helpt dat om je erkende maatregel op te leggen en bespreekbaar te maken.”

(Muriël): “Ja, dat is eigenlijk vrij simpel. Nou, niet simpel, maar ja. Simpele instrumenten om heel veel informatie te vergaren. Die superbelangrijk is om die gebouweigenaren te laten zien hoe belangrijk isolatie is. En wat het algehele beeld is.”

(Arie): “Zeker, ja. Want het zijn best lastige maatregelen. Het stukje isolatie blijft toch gewoon moeilijk. Want het is vaak weggewerkt, het is dichtgestuukt. Je ziet maar hier weg te vinden. Als je voor zo'n gebouw staat, is het altijd lastig. Met zo'n presentatie is het natuurlijk makkelijk. Dan zie je de spouw en we zien de beglazing. Maar als je voor het pand staat, blijft het toch altijd lastig. En dan zijn dit soort hulpmiddelen niet al te moeilijk. Kunnen heel goed helpen om je verder op weg te helpen.”

(Muriël): “Ja, elke gebouw is weer anders. Dus elke keer is het weer opnieuw uitzoeken.”

(Arie): “Ja, het blijft altijd een puzzel om je weg te vinden. Maar met die gereedschapskist van die erkende maatregelen helpt dat de toezichthouders en de inspecteurs om te kijken hoe het pand er aan toe is.”

(Muriël): “Nou ja, volgens mij zijn we ongeveer aan het einde van de webinar gekomen. Ik heb geen vragen uit het publiek voorbij zien komen. Misschien zijn ze al in de greenroom beantwoord.”

(Arie): “Precies.”

(Muriël): “Ja, ik wil jou eigenlijk heel erg bedanken Arie voor al jouw uitleg ik denk dat er echt heel veel mensen hier wat aan hebben en ik ga het ook zeker doorsturen en ja bedankt en als er als jullie op zoek zijn naar meer informatie ga dan naar www.iplo.nl en in het najaar zullen er nog meer webinars van iplo volgen ja ik denk dat dit het dan was nou erg bedankt en bedankt voor het kijken en tot ziens”

Meer informatie over webinars over energiebesparing

Het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) organiseert in samenwerking met het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties diverse webinars met uitleg over de plicht tot verduurzaming van energiegebruik. Ook de onderwerpen waarmee toezicht en handhaving op deze plicht mee te maken krijgt komen aan bod.

Het IPLO biedt de volgende webinars aan:

  • Algemene webinars (uitleg over definitieve wetgeving en over veelgestelde vragen aan de helpdesk van het IPLO)
  • Technische webinars (uitleg over technieken die energietoezichthouders tegenkomen bij hun controles op de energiebesparingsplicht)


delen

  • Delen op LinkedIn

Vraag het onze experts!

Heeft u beroepsmatig te maken met regelgeving over de leefomgeving, de Omgevingswet of het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)? Hierover kunt u vragen stellen aan onze helpdesk. Wilt u als inwoner meer weten over deze onderwerpen? Neem dan contact op met uw gemeente.

Stel uw vraag

IPLO geeft uitleg, deelt kennis en ondersteunt ministeries

Het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) is het kenniscentrum van de overheid voor de fysieke leefomgeving. Wij ondersteunen professionals van overheden, omgevingsdiensten en brancheorganisaties met betrouwbare informatie over de wetten en regels van de leefomgeving, het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het Omgevingsloket. Meer informatie vindt u op onze pagina Over IPLO.

Service

  • Over IPLO
  • Abonneren
  • Contact
  • Archief
  • IPLO op LinkedIn

Over deze site

  • Verantwoording
  • Toegankelijkheid
  • Privacyverklaring
  • Cookies
  • Kwetsbaarheid melden
Rijksoverheid
UvW - Unie van Waterschappen
VNG - Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Interprovinciaal overleg - IPO