Geluid door een industrieterrein
Het bevoegd gezag betrekt bij het bepalen van het geluid op een geluidreferentiepunt van een industrieterrein:
- Het geluid door alleen dat industrieterrein.
- Werken of bouwwerken die onderdeel zijn van de geluidbrongegevens die horen bij het geluidproductieplafond (gpp) en
- Het geluid door activiteiten, anders dan wonen, die op het industrieterrein worden verricht en die zijn toegelaten op grond van een omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
De volgende geluidbronnen worden buiten beschouwing gelaten:
- windturbines, windparken, civiele buitenschietbanen, militaire buitenschietbanen en militaire springterreinen
- activiteiten waarvoor het omgevingsplan of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit waarborgt dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau LAr,LT van het geluid op een afstand van 30 m vanaf de begrenzing van de locatie van de activiteit niet meer is dan 45, 40 en 35 dB(A) in respectievelijk de dag-, avond- en nachtperiode
- het TT Circuit Assen en het Circuit Park Zandvoort maximaal 12 dagen per kalenderjaar
- spoorvoertuigen op spoorwegemplacementen die onderdeel zijn van een hoofdspoorweg of een lokale spoorweg aangewezen bij omgevingsverordening
- verkeer op wegen, vaarwegen en spoorwegen
Bepalen geluid op een geluidgevoelig gebouw
Het bevoegd gezag bepaalt het geluid door een industrieterrein op een geluidgevoelig gebouw volgens bijlage IVh (artikel 3.21, lid 1, onder a Omgevingsregeling). Hierbij worden de geluidbrongegevens Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup) uit het geluidregister gebruikt (artikel 3.21, lid 2 Omgevingsregeling). De waarden worden afgerond op hele getallen, een halve eenheid op het dichtstbijzijnde even getal (artikel 3.4 Omgevingsregeling).
Het bepalen van het geluid door een industrieterrein op een geluidgevoelig gebouw vindt plaats:
Als een geluidgevoelig gebouw ligt in het geluidaandachtsgebied Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent in popup) van meerdere industrieterreinen, wordt het geluid van die industrieterreinen opgeteld bij het bepalen van het geluid op dat gebouw (artikel 3.25, lid 1, onder b Bkl).
Zie ook pagina Bepalen geluid en geluidgevoelig gebouw.
Bepalen geluid op een geluidreferentiepunt
Het bevoegd gezag bepaalt het geluid door een industrieterrein op een geluidreferentiepunt volgens bijlage IVg van de Omgevingsregeling. De waarde wordt afgerond op 1 decimaal (artikel 3.21 lid 1 onder b Omgevingsregeling).
Het bepalen van het geluid door een industrieterrein op een referentiepunt vindt plaats:
- bij het vaststellen van een gpp (afdeling 3.1 Omgevingsregeling)
- voor monitoring van het geluid. Hierbij wordt het geluid bepaald over een kalenderjaar (artikel 12.71c Omgevingsregeling).
Bepalen geluidaandachtsgebied
Een geluidaandachtsgebied wordt bepaald volgens bijlage IVc (artikel 3.5 Omgevingsregeling). Bij het bepalen van het geluidaandachtsgebied van een industrieterrein worden de geluidbrongegevens gebruikt die horen bij de geluidproductieplafonds als omgevingswaarden (artikel 3.22 Omgevingsregeling).