Eerste uitspraak over onteigeningsprocedure onder de Omgevingswet
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 4 december 2024 voor de eerste keer (voor zover bekend) een uitspraak gedaan over de onteigeningsprocedure onder de Omgevingswet.
De kwestie
Verzoekers hadden een verzoek om voorlopige voorziening (schorsing) gevraagd van een bestemmingsplan. Voor de uitvoering van dit plan is onteigening noodzakelijk. Omdat verzoekers de onteigeningsprocedure wilden beëindigen, vroegen verzoekers om schorsing van het bestemmingsplan. Dit wijst de rechter af.
Motivatie
Ten eerste is de onteigeningsprocedure een zelfstandige procedure waarbij niet is vereist dat het bestemmingsplan in werking is (alleen vastgesteld). Schorsing van het bestemmingsplan voorkomt dus niet het nemen van een onteigeningsbeschikking. Daarnaast kan via onteigening pas het eigendom worden verkregen door het verlijden van de notariële akte op moment dat het bestemmingsplan onherroepelijk is. De verwachting is gerechtvaardigd dat de onteigeningsprocedure langer zal duren dan de procedure tegen het bestemmingsplan. Ook verwacht de voorzieningenrechter geen onomkeerbare gevolgen, zodat van een spoedeisend belang geen sprake is.
Deze uitspraak is relevant, want deze geeft een goede uitleg waarom een voorlopige voorziening over een bestemmingsplan om een onteigeningsprocedure stop te zetten gelet op de systematiek van de onteigeningsprocedure onder de Omgevingswet niet slaagt.
Meer informatie
De volledige uitspraak is te vinden op rechtspraak.nl: ECLI:NL:RVS:2024:4969 (verwijst naar een andere website)