Eerste uitspraak in hoger beroep over onteigeningsbeschikking volgens Omgevingswet
Op 4 februari 2026 deed de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uitspraak over het hoger beroep van de gemeente Moerdijk. Dit hoger beroep was ingesteld na een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant over een onteigeningsbeschikking.
De uitspraak over het hoger beroep heeft nummer ECLI:NL:RVS:2026:629 en is gepubliceerd op de website van de Raad van State. Het is de eerste uitspraak over een hoger beroep in een onteigening volgens de Omgevingswet.
Achtergrond van de zaak
De zaak gaat over een onteigeningsbeschikking van de gemeente Moerdijk. De gemeente wil de Randweg Klundert aanleggen en heeft daarvoor diverse percelen nodig. Niet alle eigenaren en pachters waren het eens met de verkoop of beëindiging van hun rechten. Daarom vroeg de gemeenteraad de rechtbank om de onteigeningsbeschikking te bekrachtigen. De rechtbank bekrachtigde de onteigeningsbeschikking gedeeltelijk. Meer over die uitspraak leest u op de pagina Toelichting bij tweede uitspraak over bekrachtiging van een onteigeningsbeschikking volgens de Omgevingswet.
Waar ging het hoger beroep over
Het hoger beroep ging over een perceel waarover de rechtbank in de uitspraak had bepaald dat slechts het pachtrecht mocht worden onteigend, omdat de gemeente met de Staat – eigenaar van het perceel – al minnelijke overeenstemming zou hebben bereikt. De gemeente is daartegen in hoger beroep gegaan omdat zij vond dat de rechtbank niet alleen het pachtrecht ter onteigening had moeten aanwijzen maar het hele perceel, omdat de Omgevingswet niet de mogelijkheid kent om een pachtrecht afzonderlijk te onteigenen.
De Afdeling geeft de gemeente hierin gelijk en oordeelt nu dat de rechtbank dit verkeerd heeft beoordeeld: volgens de Omgevingswet kan alleen de onroerende zaak zelf worden onteigend, niet afzonderlijk een pachtrecht. Door de zogenoemde titelzuiverende werking wordt een perceel bij onteigening automatisch vrijgemaakt van alle daarop rustende rechten, zoals pacht.
Daarom heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de onteigeningsbeschikking voor dit perceel alsnog volledig bekrachtigd. De uitspraak betekent dat de onteigeningsbeschikking wat dit perceel betreft nu onherroepelijk is, dat wil zeggen definitief is.