Praktijkgids Onteigening voor Overheden versie 6 gepubliceerd
De Praktijkgids Onteigening voor Overheden biedt een praktische uitwerking van de stappen in een onteigeningsprocedure volgens de Omgevingswet. De Praktijkgids is opnieuw geactualiseerd. U kunt vanaf 26 november 2026 versie 6 gebruiken.
Wijzigingen in deze versie van de Praktijkgids
In deze versie van de Praktijkgids is een groot aantal wijzigingen doorgevoerd. Hieronder vindt u de belangrijkste inhoudelijke wijzigingen met een toelichting.
Verbeterde structuur en actualisaties
De opbouw van de Praktijkgids is vernieuwd. Er is een nieuw hoofdstuk 1 (Onteigeningsprocedure in vogelvlucht) toegevoegd waarin de onteigeningsprocedure in hoofdlijnen is uitgelegd. Daarnaast heeft het minnelijk overleg nu een eigen hoofdstuk gekregen (hoofdstuk 4). Ook is een leeswijzer opgenomen waarin de opzet van de Praktijkgids wordt toegelicht. Verder zijn teksten verduidelijkt, geactualiseerd en waar nodig aangescherpt.
Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Er is een nieuwe paragraaf toegevoegd over de toepassing van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur bij een onteigeningsbeschikking. In onteigeningsprocedures wordt hier in de praktijk regelmatig een beroep op gedaan. Zie paragraaf 3.6 (Algemene beginselen van behoorlijk bestuur).
Belanghebbenden
Recente uitspraken van rechtbanken geven meer duidelijkheid over de vraag wie als belanghebbende moet worden aangemerkt bij een onteigeningsbeschikking. Daarbij wordt ook ingegaan op de manier waarop belanghebbenden moeten worden aangeschreven en welke inspanningen een onteigenaar moet verrichten om hen te achterhalen. Zie paragraaf 4.2 (Belanghebbendenonderzoek).
Logboeken hoeven niet ter inzage te worden gelegd
De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft geoordeeld dat logboeken niet ter inzage hoeven te worden gelegd. Daarover was onduidelijkheid ontstaan doordat sommige rechtbanken eerder leken uit te gaan van een dergelijke verplichting. Tegelijkertijd accepteerden zij dat logboeken niet ter inzage werden gelegd, omdat deze vaak persoonsgegevens en financiële gegevens van belanghebbenden bevatten. Zie paragraaf 5.5.3 (Logboeken met bijlagen).
Geen machtiging nodig voor advocaat
Een bestuursorgaan mag van een advocaat geen machtiging vragen wanneer deze logboeken opvraagt die gaan over zijn cliënt. Naar aanleiding hiervan zijn de modelbrieven voor de toezending van de ontwerpbeschikking en de definitieve beschikking aangepast. Zie modellen 10.6 en 10.8.
Startdatum van de terinzagelegging
De eerste dag van de terinzagelegging moet altijd liggen ná de dag waarop de kennisgeving is gedaan. Dit geldt voor de terinzagelegging van zowel de ontwerpbeschikking als de definitieve onteigeningsbeschikking, en ook voor de bekrachtigingsuitspraak. In de praktijk wordt de terinzagelegging soms ten onrechte gestart op dezelfde dag als de kennisgeving. Daarom is deze eis nadrukkelijk opgenomen in de toelichtingen bij de relevante modellen. Zie de toelichting bij modellen 10.7, 10.9 en 10.12.
Kennisgeven van de bekrachtigingsuitspraak
Het bestuursorgaan moet de uitspraak van de rechtbank over het verzoek tot bekrachtiging van de onteigeningsbeschikking aan de belanghebbenden toesturen. Daarnaast moet de uitspraak samen met de onteigeningsbeschikking ter inzage worden gelegd. In de praktijk wordt dit soms vergeten. Wanneer dit niet gebeurt, treedt de onteigeningsbeschikking niet in werking. Daarom wordt hier in deze versie van de Praktijkgids extra aandacht aan besteed. Zie paragraaf 6.3 (Kennisgeven en ter inzage leggen bekrachtigingsuitspraak).
Praktijk bij de mondelinge behandeling van de schadeloosstelling
De wet biedt de mogelijkheid dat de rechtbank eerst een mondelinge behandeling houdt nadat het verzoekschrift tot vaststelling van de schadeloosstelling is ontvangen. Pas daarna kunnen rechtbankdeskundigen worden benoemd en kan een descente worden gepland. In de tot nu toe beperkte praktijk blijkt dat deze eerste mondelinge behandeling meestal niet plaatsvindt. Deze praktijk is verwerkt in hoofdstuk 7 van de Praktijkgids.
Inschrijving in het Kadaster
Na overleg met vertegenwoordigers van de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie en het Kadaster is de Praktijkgids aangevuld met een nieuwe paragraaf over de inschrijving van de onteigeningsakte in de openbare registers van het Kadaster. Ook wordt ingegaan op de eisen die daarbij gelden. Zie paragraaf 8.4 (Inschrijving in Kadaster). Deze paragraaf is voor een belangrijk deel gebaseerd op informatie van het Kadaster.
Eisen aan tekeningen bij gedeeltelijke onteigening
Bij de inschrijving van een onteigeningsakte die betrekking heeft op een deel van een kadastraal perceel, gelden speciale eisen. In dat geval moet een tekening worden meegezonden die voldoet aan de voorschriften uit de Uitvoeringsregeling Kadasterwet 1994 en de Beleidsregel ter uitvoering van artikel 13a van die regeling. Deze eisen zijn opgenomen in paragraaf 8.4 (Inschrijving in Kadaster). Ook de aanbevelingen voor het opstellen van de grondtekening zijn hierop aangepast. Zie model 10.15.
Download
De nieuwste versie van de Praktijkgids Onteigening voor Overheden is te downloaden via de downloadpagina Praktijkgids Onteigening voor Overheden.