Ga naar de inhoud
Direct naar
  • Contact
  • Stel uw vraag
Informatiepunt Leefomgeving (naar homepage)
Zoeken in deze site
  1. Home ›
  2. Thema's ›
  3. Ruimtelijke ontwikkelingen ›
  4. Instrumenten grondbeleid ›
  5. Voorkeursrecht en de Omgevingswet ›
  6. Wijzigingen regelgeving voorkeursrecht
  • Home
  • Actueel
  • Regelgeving
  • Thema's
  • Digitaal stelsel
  • Contact
  • Contact
  • Stel uw vraag

Wijzigingen regelgeving voorkeursrecht

De regels over het voorkeursrecht in de Omgevingswet zijn in ontwikkeling. Meerdere wijzigingen zijn in consultatie of in behandeling bij de het parlement. Deze pagina biedt een overzicht.

Op deze pagina

Op deze pagina vindt u een inhoudelijke beschrijving van:

  • Wijzigingen die zijn gepubliceerd maar (deels) nog niet in werking zijn
  • Wijzigingen in behandeling bij de Tweede en Eerste Kamer
  • Wijzigingen in de fase van voorbereiding

Op de pagina Wijzigingen Omgevingswet is de geconsolideerde tekst (werkversie) van de Omgevingswet met alle wijzigingen te vinden.

Op dit moment zijn er geen wijzigingen van de regels over het voorkeursrecht in hoofdstuk 7 van het Omgevingsbesluit in voorbereiding of in procedure.

Op dit moment zijn wel enkele wijzigingen van het overgangsrecht in de Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet in procedure. Deze vindt u in het overzicht hieronder terug.

Wijzigingen, gepubliceerd maar (deels) nog niet in werking

Is een wetsvoorstel aangenomen door de Tweede Kamer en Eerste Kamer? Dan ondertekenen de Koning en hierna de verantwoordelijke minister de wetstekst. Na publicatie in het Staatsblad kan de wet in werking treden. De datum van inwerkingtreding staat in dat Staatsblad. Soms wordt de datum van inwerkingtreding op een later moment bij Koninklijk Besluit vastgesteld. De datum van inwerkingtreding kan voor onderdelen van de wet verschillend zijn.

Op dit moment zijn er geen gepubliceerde wijzigingen.

Wijzigingen in behandeling bij de Tweede en Eerste Kamer

De regering of één of meer leden van de Tweede Kamer brengt een wetsvoorstel in behandeling bij de Tweede Kamer. Gedurende de behandeling in de Tweede Kamer kunnen de regering (via nota's van wijziging) of kamerleden (via amendementen) aanpassingen doen in het wetsvoorstel. Na de stemming verwerkt Bureau Wetgeving van de Tweede Kamer deze wijzigingen en de aangenomen amendementen tot een Gewijzigd voorstel van wet voor de Eerste Kamer. De Eerste Kamer heeft geen recht van amendement. En ook kan de indiener het wetsvoorstel niet meer via een nota van wijziging wijzigen. De Eerste Kamer kan een wetsvoorstel alleen nog in zijn geheel aannemen of verwerpen.

Wijziging van diverse wetten in verband met omzetten van bepalingen uit de Vangnetregeling Omgevingswet naar de wet in formele zin, alsmede met het herstellen van wetstechnische gebreken en leemten (Kamerstuk 36824, nr. 2, artikelen II en XII)

  1. Verduidelijking overgangsrecht in artikel 4.3 Aanvullingswet grondeigendom Omgevingswet. Dit onderdeel verduidelijkt dat voorkeursrechten op grond van een bestemmingsplan die op het moment van inwerkingtreding van de Omgevingswet al 5 jaar of langer golden, de oorspronkelijke geldingstermijn geldt. En het regelt dat deze bij gebreke van een verlengingsbesluit, niet van rechtswege zijn vervallen. (Het gaat hier om de wettelijke voortzetting van wat al in de tijdelijke regeling in artikel 5.1 van de Vangnetregeling Omgevingswet was bepaald.)
  2. Wijzigt in verband met de portefeuilleverdeling van het inmiddels voormalige kabinet Schoof in diverse artikelen van de Omgevingswet Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in: Onze Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening.
  3. Introduceert (in artikel 9.1, nieuw lid 5 Omgevingswet) de mogelijkheid om bij vestiging van een voorkeursrecht op grond van een voorkeursrechtbeschikking waarin die nieuwe functie wordt toegedacht (artikel 9.1, eerste lid, onder c, van de Omgevingswet), in de voorkeursrechtbeschikking te bepalen of met het oog op de toegedachte functie een omgevingsvisie dan wel een programma zal worden vastgesteld. Het gevolg hiervan is dat alleen door tijdige vaststelling van het beoogde type beleidsdocument een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.1, eerste lid, onder b, Omgevingswet tot stand komt.
    Dit voorkomt dat overheden na vaststelling van een omgevingsvisie die ontwikkelingen voorziet die afwijken van het bestaand gebruik, het voorkeursrecht niet kunnen verlengen door een (gebiedsgericht) programma vast te stellen. Het voorkomt daarmee dat overheden door het vaststellen van een omgevingsvisie voorafgaand aan het vaststellen van een (gebiedsgericht) programma geen gebruik kunnen maken van de maximale geldingstermijnen voor het voorkeursrecht. Ook bevordert het zowel voor overheden als rechthebbenden zekerheid over het ontstaan van een opvolgende grondslag en daarmee over het tijdstip van verstrijken van de vervaltermijnen in artikel 9.4, lid 1, onder a en b Omgevingswet.
  4. Verduidelijking vervaltermijnen in artikel 9.4 van de Omgevingswet:
    • Verduidelijkt dat het moment van vaststellen van omgevingsvisie, programma of omgevingsplanwijziging bepalend is voor het moment van vervallen van het voorkeursrecht. Niet bepalend is het moment van inwerkingtreding van die omgevingsvisie, dat programma of die omgevingsplanwijziging.
    • Verduidelijkt in een nieuw lid 4 de vervaltermijn in de situatie dat de geldingsduur van een gevestigd voorkeursrecht op grond van artikel 9.4, lid 1, is verlengd. De vervaltermijn geldt dan niet vanaf het moment van ingaan van het voorkeursrecht, maar vanaf het moment van ontstaan van de nieuwe omgevingsrechtelijke grondslag. Dit is ofwel het moment van vaststelling van een omgevingsvisie of programma waarin de nieuwe functie wordt toegedeeld (onderdeel a) of het moment van inwerkingtreding van een omgevingsplan waarin de nieuwe functie wordt toegedeeld (onderdeel b).
  1. Herstel van een verschrijving in artikel 16.122 van de Omgevingswet. Dit artikel bepaalt dat de rechter, bij de vaststelling van de prijs van het goed,oordeelt met overeenkomstige toepassing van de regels voor het bepalen van de werkelijke waarde van een onroerende zaak bij onteigening. Hier was per abuis verwezen naar artikel 15.21 tot en met 15.25 van de Omgevingswet, in plaats van naar artikel 15.22 tot en met 15.25.
  2. Toevoegen van een ontbrekende overgangsrechtelijke regeling aan artikel 22.16 Omgevingswet. Het nieuwe lid 4 regelt dat een overheid ook een voorkeursrecht kan vestigen als een nieuwe functie wordt toegedeeld met een projectbesluit dat geldt als een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA). Het nieuwe lid 5 regelt dat een eerder op basis van een omgevingsvisie, programma of voorkeursrechtbeschikking gevestigd voorkeursrecht, niet vervalt als tijdig een projectbesluit wordt vastgesteld dat geldt als een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.

Wet versterking regie volkshuisvesting (Kamerstuk 36512, nr. C, artikel III)

Dit betreffen wijzigingen aangebracht bij amendement (Kamerstuk 36512, nr. 37):

  1. Artikel 9.3 Omgevingswet met het hervestigingsverbod vervalt.
  2. Wijziging artikel 9.4 Omgevingswet zodat gemeenten (en provincies of de Staat) in een vroege planfase voor 5 jaar een voorkeursrecht kunnen vestigen met de mogelijkheid dit eenmalig met 5 jaar te verlengen.

Novelle Wet versterking regie volkshuisvesting (Kamerstuk 36881, nr. A, artikel I, onder B)

De bij amendement aangebrachte wijzigingen waren naar het oordeel van de regering niet in overeenstemming met de bescherming van het recht op eigendom zoals beschermd door artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Voor de toelichting, zie Kamerstuk 36881, nr. 3.

De Novelle bevat de volgende wijzigingen:

  1. Weer toevoegen van het bij amendement geschrapte artikel 9.3: hervestigingsverbod gedurende een periode van 2 jaar.
  2. Wijziging van artikel 9.4 Omgevingswet zodat dit weer voorziet in een koppeling van de geldingsduur aan de voortgang in de ruimtelijke besluitvorming. Maar dat in overeenstemming met de bedoeling van het amendement meer flexibiliteit biedt om het voorkeursrecht in een vroege fase van de planvorming te vestigen. De wijzigingen van artikel 9.4 betreffen:
    • In lijn met de bedoeling van het amendement regelen dat de maximale geldingsduur van een voorkeursrecht dat bij beschikking wordt gevestigd 5 jaar (voorheen 3 jaar) wordt. De termijn waarmee dit voorkeursrecht kan worden verlengd door het vaststellen van een omgevingsvisie of programma, wordt ook 5 jaar (voorheen 3 jaar).
    • De maximale totale geldingsduur van een voorkeursrecht blijft zoals die was en wordt daartoe begrensd tot 16 jaar en 3 maanden.

Wijzigingen in de fase van voorbereiding

Tijdens een internetconsultatie kunnen personen, bedrijven en organisaties reageren op een voorstel tot wijziging. Naar aanleiding van de ingebrachte reacties tijdens de consultatie, kan de inhoud van de voorgenomen wijziging nog veranderen of worden aangevuld. Vervolgens brengt de regering het wetsvoorstel in behandeling bij de Tweede Kamer.

De periode van consultatie wordt per wet op de website internetconsultatie.nl aangegeven. Bij de onderstaande voorstellen voor wetten verwijzen wij naar internetconsultatie.nl. Daar vindt u onder de kop 'Relevante documenten' het document met het wetsvoorstel.

Wijzigingswet Omgevingswet stelselaspecten, artikel I

  1. Regelt in de artikelen 16.32b en 16.82a Omgevingswet dat een besluit tot verlenging van een gevestigd voorkeursrecht als bedoeld in artikel 9.4, lid 2, moet worden ingeschreven in de openbare registers en dat kennisgeving van de terinzagelegging van het besluit moet worden gedaan.
  2. Past artikel 9.5 Omgevingswet aan:
    • De eerste aanpassing (leden 1 en 2) hangt samen met de uitbreiding van artikel 16.82a Omgevingswet. Het regelt dat bestuursorganen bij het niet tijdig inschrijven van een besluit tot verlenging van een voorkeursrecht onverwijld dit verlengingsbesluit moeten intrekken. Op het moment dat het voorkeursrecht is vervallen – al dan niet door een te late inschrijving van een besluit tot verlenging van het voorkeursrecht – moet het bestuursorgaan zorgen voor doorhaling van het voorkeursrecht in de openbare registers.
    • Een tweede aanpassing (lid 2) regelt dat bestuursorganen een voorkeursrecht moeten doorhalen in de openbare registers als een onroerende zaak zonder gerechtelijke tussenkomst is overgedragen aan de rechtspersoon op wiens naam het voorkeursrecht is gevestigd (gemeente, provincie of Staat).

Meer informatie

Voorkeursrecht en de Omgevingswet (overzichtspagina)



delen

  • Delen op LinkedIn

pdf maken

  • pdf maken

Vraag het onze experts!

Heeft u beroepsmatig te maken met regelgeving over de leefomgeving, de Omgevingswet of het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO)? Hierover kunt u vragen stellen aan onze helpdesk. Wilt u als inwoner meer weten over deze onderwerpen? Neem dan contact op met uw gemeente.

Stel uw vraag

IPLO geeft uitleg, deelt kennis en ondersteunt ministeries

Het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO) is het kenniscentrum van de overheid voor de fysieke leefomgeving. Wij ondersteunen professionals van overheden, omgevingsdiensten en brancheorganisaties met betrouwbare informatie over de wetten en regels van de leefomgeving, het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het Omgevingsloket. Meer informatie vindt u op onze pagina Over IPLO.

Service

  • Over IPLO
  • Abonneren
  • Contact
  • Archief
  • IPLO op LinkedIn

Over deze site

  • Verantwoording
  • Toegankelijkheid
  • Privacyverklaring
  • Cookies
  • Kwetsbaarheid melden
Rijksoverheid
UvW - Unie van Waterschappen
VNG - Vereniging van Nederlandse Gemeenten
Interprovinciaal overleg - IPO