In welke gevallen
Het bevoegd gezag mag of moet een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit geheel of gedeeltelijk intrekken in de volgende gevallen:
Het is niet mogelijk een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit in te trekken om een andere reden dan de hier genoemde gevallen.
Wanneer de Omgevingswet of het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper) spreekt over een bevoegdheid of verplichting tot intrekken, dan valt hier ook gedeeltelijk intrekken onder. Zie de nota van toelichting bij het Bkl, pagina 474.
Strijd met de beoordelingsregels
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning intrekken als die in strijd is met de beoordelingsregels voor de vergunning. Dit kan alleen als wijziging van de vergunningvoorschriften niet helpt. Zie artikel 8.97 van het Bkl.
Uit artikel 8.97 van het Bkl volgt ook dat het bevoegd gezag een omgevingsvergunning niet mag intrekken als dit strijd met de beoordelingsregels oplevert. Bron: Memorie van toelichting bij de Invoeringswet Omgevingswet, pagina 585.
Niet gebruikmaken van de omgevingsvergunning
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning intrekken als de vergunninghouder een jaar lang geen activiteit uitvoert waarvoor die omgevingsvergunning nodig is. Het bevoegd gezag kan in de omgevingsvergunning overigens wel een langere termijn dan een jaar opnemen. Zie artikel 5.40, tweede lid, onder b, Omgevingswet.
Op verzoek van de vergunninghouder
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning intrekken als de vergunninghouder dit vraagt. Zie artikel 5.40, tweede lid, onder c, Omgevingswet.
Bij intrekken samenhangende wateractiviteit
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning intrekken als de omgevingsvergunning voor een met de milieubelastende activiteit samenhangende wateractiviteit Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper) is ingetrokken. Zie artikel 5.40, tweede lid, onder e, Omgevingswet.
Op verzoek van instemmingsorgaan
Het bevoegd gezag moet de omgevingsvergunning intrekken als het bestuursorgaan dat instemming verleent hierom vraagt. Zie artikel 5.41, eerste lid, Omgevingswet.
Toepassen beste beschikbare technieken niet mogelijk
Het bevoegd gezag moet de omgevingsvergunning intrekken als het door actualisering van de vergunning niet kan bereiken dat het bedrijf de beste beschikbare technieken (BBT) Klik hier voor uitleg over dit begrip (opent als uitklapper) toepast. Zie artikel 8.100, onder a, van het Bkl.
Gesloten stortplaats
Het bevoegd gezag moet de omgevingsvergunning van een stortplaats of afvalvoorziening intrekken als het deze heeft gesloten op grond van artikel 8.47 van de Wet milieubeheer. Zie artikel 8.100, onder b, van het Bkl.
Doelmatig beheer afvalstoffen is onvoldoende
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning intrekken omdat er onvoldoende doelmatig beheer van afvalstoffen is. Dit mag alleen als aanpassing van de vergunningvoorschriften niet helpt. Zie artikel 8.102, eerste lid, onder a, van het Bkl.
Preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning intrekken omdat het bedrijf onvoldoende passende preventieve maatregelen ter bescherming van de gezondheid treft. Dit mag alleen als aanpassing van de vergunningvoorschriften niet helpt. Zie artikel 8.102, eerste lid, onder b, van het Bkl.
De Bibob-toets
Het bevoegd gezag kan de omgevingsvergunning intrekken als er gevaar is dat de vergunninghouder de vergunning zal gebruiken voor strafbare feiten of het investeren van crimineel geld. Zie artikel 5.40, lid 2, onder d, Omgevingswet. De precieze voorwaarden staan in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur. Het bevoegd gezag kan het Bureau Bibob om advies vragen over het al dan niet verlenen van de vergunning.
Intrekking in het kader van handhaving
Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken als:
- degene die de activiteit verricht in strijd met de voor de activiteit geldende regels handelt
- de aanvrager de omgevingsvergunning heeft gekregen op basis van een onjuiste of onvolledige opgave van gegevens
- in de vergunning staat dat deze alleen geldt voor de aanvrager, en toch een ander de activiteit verricht
Zie artikel 18.10 van de Omgevingswet.
Zie ook