Normen en waarden voor PFAS
Normen zijn gericht op het beschermen van mensen, planten, dieren en andere organismen. Er zijn normen voor lucht, water en bodem. Dit kunnen wettelijke normen zijn of normen die geadviseerd worden. Deze pagina geeft aan welke normen er zijn voor PFAS. Vooral voor oppervlaktewater en drinkwater zijn er ontwikkelingen invloed op normen op Europees en landelijk niveau.
Gezondheidskundige advieswaarden en risicogrenzen
In 2020 heeft de Europese autoriteit voor voedselveiligheid EFSA voor 4 PFAS (de EFSA-4) de TWI (tolerable weekly intake) sterk verlaagd. Het RIVM gebruikt deze TWI voor de gezondheidskundige beoordeling van PFAS en betrekt daarin ook andere PFAS dan alleen de EFSA-4. De reden is dat andere PFAS een vergelijkbaar werkingsmechanisme hebben en bijdragen aan de toxiciteit van het totale mengsel.
In 2022 heeft het RIVM nieuwe risicogrenzen voorgesteld voor PFAS op grond van deze TWI. Meer informatie staat in de Notitie implementatie van de EFSA som-TWI PFAS op de website van het RIVM . Deze actualisatie leidt tot veel lagere risicogrenzen voor de stoffen PFOS, PFOA en HFPO-DA.
Deze individuele risicogrenzen zijn niet van toepassing als deze stoffen aanwezig zijn als onderdeel van een mengsel. In dat geval adviseert het RIVM om zoveel mogelijk van de aanwezige PFAS mee te nemen bij de toetsing van lozingen en oppervlaktewatermonsters. In een voorstel voor aanpassingen aan de Richtlijn prioritaire stoffen (onder de Kaderrichtlijn water) kiest de Europese Commissie voor dezelfde benadering. Zie ook de alinea 'Wijziging van richtlijnen water'.
Bodem
Voor bodem is een Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie opgesteld. De daarin gehanteerde waarden zijn advieswaarden en geen wettelijke normen. Er bestaan ook lokale en regionale beleidsregels om de risico's van een (bestaande) PFAS-verontreiniging te beheersen en aan te pakken, op- en vastgesteld door bevoegde gezagen. Deze regels gaan over de normen, beoordeling en sanering van PFAS in bodem, water en soms ook andere onderdelen van de leefomgeving.
Lucht en water
Normen voor lucht
Er zijn immissiegrenswaarden (de watermilieukwaliteitsnorm (MKN) en het Maximaal Toelaatbaar risico voor lucht (MTR). De wijze waarop deze worden afgeleid en beleidsmatig worden vastgesteld staan in de Procedure vaststelling normen, bij de informatie voor professionals van het RIVM over risico's van stoffen. De RIVM beheert de website Risico's van stoffen. Daar zijn via een zoeksysteem alle door de overheid vastgestelde milieukwaliteitsnormen en drinkwaterrichtwaarden te vinden. Voor niet-genormeerde stoffen kan het bevoegd gezag advies vragen via de RIVM-helpdesk Risico's van Stoffen. Het RIVM levert enkel de technisch-inhoudelijke onderbouwing van normen (de risicogrenzen).
In Nederland zijn er oppervlaktewaternormen vastgesteld voor 3 PFAS-verbindingen. Dit zijn PFOS, PFOA en HFPO-DA (GenX, FRD-903), zie het zoeksysteem stoffen Risico's van stoffen. Deze normen zijn gebaseerd op humane visconsumptie als kritische route, en zijn berekend met toelaatbare dagelijkse innames (TDI) uit 2008 (PFOS) en 2016 (PFOA, HFPO-DA). Daarnaast heeft het RIVM-adviezen gegeven over risicogrenswaarden en PFOA-equivalenten (zie ook de alinea hieronder over Wijziging van richtlijnen water).
Wijziging van richtlijnen water
Op 23 september 2025 is er op Europees niveau een akkoord bereikt over de wijziging van de Kaderrichtlijn water, Richtlijn prioritaire stoffen en de Grondwaterrichtlijn. De definitieve vaststelling en publicatie van deze wijziging wordt in februari 2026 verwacht en moet op 27 december 2027 zijn geïmplementeerd in Nederlandse regelgeving.
Samengevat betekent dit voor normen:
- een somnorm voor 25 PFAS (inclusief TFA) van 4,4 ng/l in oppervlaktewater (dit staat in voorstel van de Europese Raad 13706/25)
- een somnorm van 100 ng/l voor 20 PFAS en een somnorm van 4,4 ng/l voor 4 PFAS in grondwater (de De EFSA-4: PFOS, PFOA, PFNA, PFHxS) (dit staat in de Drinkwaterrichtlijn EU 2020/2184, bijlage III, deel B, punt 3)
Het RIVM categoriseert PFAS in water op basis van gezondheidskundige advieswaarden en risicogrenzen. Voor een aantal PFAS-verbindingen heeft het RIVM RPF (Relatieve Potentie Factor)-waarden en RBF (Relatieve Bioaccumulatie Factor)-waarden afgeleid om de relatieve schadelijkheid ten opzichte van PFOA te berekenen. Achtergrondinformatie hierover staat in de RIVM-kennisnotitie Aanvulling Relatieve Potentie Factoren en Relatieve Bioaccumulatie Factoren voor PFAS.
Met behulp van de RIVM-rekentool (PEQ-tool) kunnen waterbeheerders de mogelijke gezondheidsrisico's van PFAS in oppervlaktewater inschatten door diverse PFAS om te rekenen naar PFOA-equivalenten (PEQ).
Verwaarloosbaar risico
Er is in het bestaande beleid en/of de bestaande wet- en regelgeving geen specifieke definitie voor 'verwaarloosbaar risico' vastgelegd, zoals ook in de evaluatie van het ZZS-emissiebeleid 2016-2021 is beschreven. (Zie de eindrapportage Bewust Omgaan met Veiligheid., Kamerstuk 28.663). In het RIVM-rapport 601357002 is wel een definitie gegeven: 'het verwaarloosbaar risiconiveau is de concentratie van een stof in het milieu waarbij risico’s voor mens en ecosysteem verwaarloosbaar zijn'. Wat 'verwaarloosbaar' concreet betekent, is niet nader beschreven.
Immissietoetsen
Immissie naar oppervlaktewater
In de immissietoets voor water wordt de impact bepaald van een lozing op het ontvangende oppervlaktewatersysteem en de beschermde gebieden of functies daarin, zoals de drinkwaterfunctie. Deze impact is mede afhankelijk van de achtergrondconcentratie.
Voor het verlenen van een vergunning geldt: een omgevingswaarde of andere wetenschappelijk onderbouwde waarde voor een ZZS is het kader voor toetsing van emissies naar oppervlaktewater in de immissietoets. Een voorbeeld van een onderbouwde waarde is een indicatieve risicogrenswaarde.
Bij het voldoen aan alle wettelijke vereisten, inclusief de immissietoets, kan een emissie van een stof, ZZS of niet, niet worden geweigerd. Liggen de concentraties in te lozen water lager dan de (achtergrond)concentraties in het ontvangende oppervlaktewater? Dan zal de immissietoets vaak positief uitvallen. Dit is niet het geval wanneer de achtergrondconcentraties al boven normen liggen voor oppervlaktewater en/of normen of indicatieve risicogrenswaarden voor innamepunten van water voor drinkwaterproductie. In dat geval kan de immissietoets niet positief uitvallen.
De precieze werkwijze en uitgangspunten voor immissietoetsing voor water zijn vastgelegd in het Handboek Immissietoets.
Immissie naar lucht
Voor emissies naar lucht vindt toetsing met een immissietoets plaats aan het maximaal toelaatbaar risico (MTR). Dat gebeurt aan de hand van de berekende concentratie in de buitenlucht, inclusief de achtergrondconcentratie. Voor een zeer beperkt aantal stoffen kunnen bedrijven als benadering voor de achtergrondconcentratie de grootschalige concentratiekaarten Nederland (GCN) gebruiken (geen enkele PFAS is opgenomen in de GCN.). Het RIVM stelt deze GCN jaarlijks op. Verder meet het RIVM op een aantal locaties een beperkt aantal stoffen via het Landelijk meetnet luchtkwaliteit.
Zie voor meer informatie de pagina's:
Meer informatie
RIVM-website: algemene informatie over milieukwaliteitsnormen