Een gebouw heeft alleen invloed op de verspreiding van een pluim wanneer het gebouw niet te ver weg staat van de bron en wanneer het gebouw hoog genoeg is ...
Als emissietemperatuur wordt de temperatuur van de afgassen bij de uitstroomopening (schoorsteenmond) opgegeven (in K).
Onder goed gecontroleerde omstandigheden zoals tijdens validatiemetingen bij een geschikte bron kan het NNM een onzekerheid (uitgedrukt als ...
In deel 2 van de handreiking staat het praktische gebruik van het Nieuw Nationaal Model (NNM) centraal. Het gaat daarbij om de vertaling van werkelijke ...
In de toekomst kunnen we de onderwerpen uitbreiden of aanscherpen in een nieuwe versie van de Handreiking. Bijvoorbeeld bij de toepassing van de ...
Verschillen in de uitstoot kunnen leiden tot grote verschillen in de concentratie rond een bron vergeleken met een situatie met constante emissie.
Als men met bronnen te maken heeft die een zeer beperkt percentage van de tijd emitteren (bijvoorbeeld 50 uur per jaar), worden de uitkomsten van de ...
De schoorsteenhoogte wordt altijd ten opzichte van het direct omringende maaiveld bepaald. Ook als de schoorsteen op een dak staat.
Binnen de pc-applicaties van het Nieuw Nationaal Model kan worden gekozen voor modellering als constante bron of als discontinue bron.
De paragraaf gaat in op de invloed van discontinue bronnen op de concentraties. De invloed kan in de tijd veel verschillen.
In een aantal gevallen zal het nodig zijn om af te wijken van de door het rekenmodel (en de PreSRM) automatisch gegenereerde waarde. En om af te wijken van ...
In sommige gevallen kan het voorkomen dat de verhoogde oppervlaktebron vlakbij een andere bron staat en zelf als een gebouw benaderd kan worden.
De gebouwmodule gaat in beginsel uit van één gebouw in een ongestoorde omgeving. Uitleg wanneer er met deze module gerekend kan worden en wanneer niet.
Het Nieuw Nationaal Model (NNM) voorziet formeel niet in de berekening van NO2 wanneer er sprake is van gebouwinvloed. Toch is het in praktijk nodig om ...
Het komt voor dat brede emissie-openingen is opgegeven. Bijvoorbeeld wanneer men een koeltoren doorrekent of lekkages uit ronde opslagtanks.
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) maakt jaarlijks kaarten over de grootschalige concentraties van luchtverontreinigende stoffen ...
Met rekenmodellen toetst men of in huidige of toekomstige situaties aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit voldoet.
De toetsing aan de omgevingswaarden vindt plaats door de concentraties uit de luchtkwaliteitsrapporten te beoordelen. Bevoegde gezagen beoordelen rapporten ...
Snuffelploegmetingen vinden plaats om aan de hand van de optredende geurconcentraties een emissie terug te kunnen rekenen. Dit rekenen gebeurt met het ...
Een gebouw heeft invloed op de verspreiding van de emissies.
In de volgende paragrafen is uitgelegd hoe u het gebouw in kunt voeren.
De gebruiker kan voor een berekening gebruik maken van de door het model gegeven ruwheid. Er kan ook een eigen ruwheidslengte worden opgegeven.
In de volgende paragrafen is de invloed van emissievariatie op percentielwaarden, bronnen met een zeer kleine jaarfractie en de invloed van dag/nacht ...
Hoe kunt u de parameters voor een ‘normale schoorsteen’ zo goed mogelijk kiezen? In deze paragraaf vindt u ook meer informatie over afwijkende situaties.
Bij de keuze van de invoer is aangegeven hoe standaardsituaties met het NNM doorgerekend kunnen worden. In deze paragraaf wordt toegelicht hoe omgegaan kan ...
Een toelichting over hoe pluimstijging in bijzondere situaties werkt, zoals omgaan met zware gassen en omgaan met natte pluimen.